De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Revolutie en evangelie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Revolutie en evangelie

9 minuten leestijd

II.
Kritische commentaar
We hebben vorige week uit het betoog van Professor Rasker enkele fundamentele punten weergegeven. Puntsgewijs willen we bij de strekking van zijn betoog nu enkele kritische noties plaatsen.

De drang naar verandering
Als gewezen wordt op het feit dat zowel in het oude als in het nieuwe testament de drang naar verandering aanwezig is, dan is dat in zoverre waar dat die verandering staat tegen de achtergrond van de bekering van het hart, de terugkeer tot God. Wanneer Maleachi wijst op het sociale onrecht in zijn dagen, dan heeft hij allereerst gewezen op het verlaten van God door het volk en dan staat centraal in zijn boodschap: ,,Keert weder tot Mij en ik zal tot u wederkeren zegt de Heere der heirscharen" (Mal. 3: 7). En Jacobus die eveneens het sociale onrecht aanwijst doet dit niet dan nadat hij ook gesproken heeft over het met zachtmoedigheid ontvangen van het Woord, hetwelk uw zielen kan zalig maken (Jac. 2: 21), en in dit licht bezien krijgt de sociaal gerichte prediking van Jacobus, de prediking van het geloof en de werken, achtergrond. We zouden tegen Professor Rasker willen aanvoeren dat hij wel spreekt over de werken waarover Jacobus het heeft, maar niet meer over het geloof waaruit en waarover Jacobus eveneens spreekt. Er zit in de hele benadering van Rasker een theologische tendens waarin al te gemakkelijk de drang naar verandering van de bestaande orde met Gods wil wordt geïdentificeerd, zonder dat daarbij de primaire eis van bekering tot God doorklinkt. De werken zijn losgemaakt van het geloof. We vragen ons dan ook in gemoede af of eerlijke lezing van de Schrift ons het recht geeft te zeggen dat veranderingen van de maatschappelijke orde zonder meer, d.w.z. zonder dat het in het raam staat van de bekering van hart en leven van de enkeling, en daarin van de gemeenschap, tot dienst aan de levende God, door het evangelie gedekt worden. Nergens lezen we in de Schrift dat opstandige bewegingen worden gesanctioneerd. Jezus heeft nooit de zijde van de zeloten gekozen. De apostelen hebben door alles heen gehoorzaamheid, zij het een begrensde gehoorzaamheid, aan de overheden bepleit. Nergens hebben ze de revolutie gepredikt tegen de overheden in hun dagen. Wel zijn ze met het evangelie van zonde en genade, en daarmee ook van gerechtigheid en oordeel, ook waar deze factoren gestalte krijgen in de maatschappelijke verbanden van hun dagen, de wereld ingegaan. Hun revolutie was de prediking. En met die prediking, de prediking des geloofs, hebben ze daadwerkelijk een revolutie ontketend in de wereld van hun dagen. Door hun prediking werd de macht van het Romeinse Rijk ondergraven en werd indirect gestalte gegeven aan een betere orde.

Hantering van de Schrift
De manier waarop door Professor Rasker allerlei schriftgegevens worden gehanteerd geeft ons aanleiding te zeggen dat hier sprake is van een humanisering van het evangelie. Begrippen als gerechtigheid, wedergeboorte, bekering, hoop etc. hebben bij hem vrijwel uitsluitend seculaire betekenis. Wanneer deze begrippen dan ook uit het verband waarin ze in de Schrift voorkomen worden gelicht en in horizontale zin worden omgebogen, dan menen we te moeten stellen dat hier sprake is van een Schriftgebruik dat de naam bijbelse theologie niet verdient. We zeggen niet dat deze begrippen hun uitwerking niet moeten hebben naar de maatschappelijke en politieke verbanden. Maar we menen dat deze begrippen allereerst geloofsbegrippen zijn, die wanneer ze niet als zodanig worden gezien en beleefd, het evangelie doen verschralen tot een menselijke zaak. Theologie is dan niet meer dan anthropologie.
Datzelfde geldt wanneer allerlei teksten worden gehanteerd, die los van de bijbelse verbanden waarin ze voorkomen, met goed recht gebruikt schijnen te kunnen worden voor aardse verhoudingen, maar die wanneer ze in het geheel van de context worden gezien weinig aanleiding geven tot een dergelijk gebruik. Daaraan moesten we vooral ook denken bij de door Rasker aangehaalde tekst uit Jesaja 43, zie ik zal iets nieuws maken . . ., welke tekst door hem wordt aangehaald om de revolutie een theologisch kader te geven. Als we het vervolg van vers 19 lezen, waarin het gaat over het vertellen van de lof Gods en het uitdelgen van de overtredingen van Zijn volk, dan krijgt zo'n tekst een andere kleur.
We menen deze dingen te moeten signaleren, omdat deze wijze van Schriftgebruik niet op zichzelf staat. Telkens zien we ook de visie opduiken dat wanneer Jezus tot zijn volgelingen zegt „Bekeert u", daarmee louter bedoeld zou zijn: verbeter de wereld in sociaal opzicht. Zo ook hanteerde b.v. Dr. Bruins Slot onlangs deze uitspraak toen hij in Trouw het boekje „Verantwoorde Revolutie" van de hand van Prof. Verkuyl en Prof. Schulte Nordholt besprak.*) Nogmaals moet gezegd worden dat deze dingen er ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar we kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat het werk van Christus hier gedegradeerd wordt tot het werk van een sociaal hervormer. Anders gezegd, dat op de naam Jezus sterker nadruk valt, om zo het menselijke in hem te benadrukken, dan dat hij werkelijk gezien wordt als de Christus, met alle consequenties aan die ambtsnaam eigen.

Het Koninkrijk Gods
Achter de visie van professor Rasker zit de gedachte dat het Koninkrijk Gods zich langs de weg van evolutie in de geschiedenis baan breken zal. Mensen zijn (mede) verantwoordelijk voor de goede afloop van de geschiedenis.
De geschiedenis schrijdt voort op de weg naar emancipatie van alle ontrechten. En zo bezien staat de revolutie in het teken van de bedoeling van het evangelie en krijgt zo een functie in de toekomstverwachting. We menen echter dat aan deze visie een te optimistische kijk op het verloop van de geschiedenis ten grondslag ligt en een miskenning van het feit dat het Koninkrijk Gods zich realiseren zal door de catastrofe, door het eindgericht heen. Het evangelie geeft, dachten we, geen recht om te zeggen dat het Koninkrijk Gods gerealiseerd wordt door de verandering van sociale structuren (bij Rasker een synoniem voor de bekering) maar dat de Schrift juist oproept tot bekering omdat het Koninkrijk Gods nabij gekomen is.

Mondigheidsdenken
In de vierde plaats zouden we willen opmerken dat achter Raskers visie een mondigheidsdenken zit waarvan we ons afvragen of het zich verdraagt met de inhoud van de bijbelse gegevens. Mondigheid is in de Schrift allereerst geestelijke volwassenheid. Men leze hiervoor het mooie boekje van Drs. A. Noordegraaf „De mondigheid van de Christen". We lezen verder in de Schrift dat de natuurlijke mens niet verstaat de dingen die des Geestes Gods zijn, en ook dat onze gerechtigheden (die zelfs!) voor God verwerpelijk zijn. Daarom is er, dachten we, geen reden om de mens in dit opzicht te hoog aan te slaan, alsof realisering van het Koninkrijk Gods (mede) een menselijke aangelegenheid is. Bovendien is het zo dat wanneer God mensen inschakelt voor de verwezenlijking van zijn plannen in deze wereld, zoals dat het geval is bij Abrahams roeping uit Ur en de uittocht van Israël uit Egypte, er sprake is van Gods verkiezend handelen, bovendien van een handelen in het kader van het Verbond. Daarom is het, dachten we, een onschriftuurlijk schriftgebruik om, zoals Rasker doet, de roeping van Abraham en de uittocht van Israël uit Egypte uit het verbondskader te lichten en als illustraties van de revolutie te zien.
Op deze wijze worden de bijbelse begrippen algemeen gemaakt en blijft een verwereldlijkt evangelie over, waarin de diepe kern van Gods heilshandelen ontbreekt. Datzelfde treffen we bij Rasker aan wanneer hij de leuze van de Franse revolutie Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap als een seculair grondbegrip van het evangelie ziet. Wanneer we bedenken dat achter deze leuze zit de gedachte ni Dieu, ni maitre, geen God en geen meester, dan achten we het een bedenkelijke zaak om deze leuze direct met het evangelie te verbinden.

Het Communisme gesprekspartner?
Tenslotte willen we bezwaar aantekenen tegen de gedachte dat het Marxisme op één of andere manier gesprekspartner van het Christendom zou zijn, omdat het de strijd aanbindt voor de redding en toekomst der mensheid. Dat kan alleen zo gezegd worden wanneer het evangelie louter geprojecteerd wordt in horizontale verbanden en de toekomstverwachting slechts aardse gerichtheid heeft. Met andere woorden wanneer gerechtigheid gezien wordt als een louter aardse kwestie die los staat van het leven in de gemeenschap met God.
Wanneer gerechtigheid echter in het totaal van de schriftuurlijke verbanden wordt gezien menen we eerder te moeten zeggen dat het communisme tegenover het Christendom staat dan dat het er een gesprekspartner van is. We menen dat de Schrift weinig aanleiding geeft om te zeggen dat vanuit ongeloofsstromingen of zelfs anti-christelijke stromingen — zoals het communisme duidelijk is — echte toekomst te verwachten is. De Schrift zegt dat echte toekomst er alleen is voor diegenen wier klederen wit gewassen zijn in het bloed van het Lam.
Daarom kon het wel eens zijn dat Luther en Calvijn meer zicht hebben gehad op het voortschrijden der geschiedenis dan Rasker doet voorkomen. Hij wekt de indruk dat Marxisten eerder gesprekspartners voor hem zijn dan de Reformatoren. De Reformatoren hebben zicht gehad op de toekomst zoals die van God uit gestalte krijgen zal voor degenen die geloven. Daarom hebben ze in de prediking tot bekering van enkelingen, en daarin van de samenlevingsverbanden, dè grote opdracht voor de kerk gezien. Daarmee plaatsten ze zich niet aan de kant van de bestaande orde, maar benadrukten zij juist de noodzaak van vernieuwing, van binnenuit en daarmee naar buiten. Zo ook heeft Groen van Prinsterer in zijn onderkennen van de geest van de Franse revolutie meer zicht gehad op kiemen in de samenleving die ontbindend werken dan dit boekje doet vermoeden. Zijn boek „Ongeloof en Revolutie" is dan ook in alle opzichten anders gericht dan dit boekje „Theologie und Revolution."
H.                                                                   J. v. d. G.


*) Aan dit boekje, dat overigens een andere strekking heeft dan het boekje van Prof. Rasker dat we hier bespreken, hopen we in een slotartikel nader aandacht te besteden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Revolutie en evangelie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's