De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PRIESTER EN ZIJN RUST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PRIESTER EN ZIJN RUST

7 minuten leestijd

„is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods, voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank zijner voeten”. Hebreen 10, vers 12b en 13.

Waar is de priester? Zeker druk in de weer, ik weet het, de dienst neemt hem helemaal in beslag. U bedoelt de enige priester? Nee, die is klaar met Zijn werk. Hij heeft achter het oude verbond een punt gezet, en onder het nieuwe verbond een streep, de rode streep van Zijn bloed. U vindt Hem daarom in de hemel, aan de rechterhand Gods. U ziet Hem heden in Zijn rust. Hij neemt er zijn gemak niet van, o nee. Hij kwam er mee gereed! Wat een rust gaat er uit van de werkwoordsvorm: is gezeten. De rust van het volbrachte werk.
De priester onder het oude verbond stond; er was immers steeds iets te doen. Onder de inboedel van de tabernakel zult u tevergeefs naar een stoel zoeken. In het heiligdom waren geen stoelen; Hij mocht niet gaan zitten, hij kende geen rust. Christus mag gaan zitten, de Vader nodigt er Hem toe uit. Mijn zoon, Ik weet er van, het werk werd voleindigd; kom, zet u naast Mij. De rust is verdiend, geniet van die welverdiende rust.
Wanneer een priester zijn dag- of weektaak verricht had, ging hij weer naar huis. Hij had zijn thuis niet in het heiligdom. De Zoon, die in Gods huis getrouw geweest is, mag in Gods nabijheid blijven wonen, aan Gods rechterhand nog wel. Zo komt de bedrijvigheid van het oude verbond tot rust in het nieuwe. En Christus rust niet voor eigen genoegen. Hij deelt de rust mee, aan allen die van Zijn dienstwerk leren leven, uit genade.
Onder de wet vindt niemand rust. Wie door de wet wat tot stand wil brengen, slooft zich uit en tobt zich af; Hij leeft in onvrede met God, Wiens sabbath reeds begonnen is en met Christus, die Zijn sabbath zag aanbreken. Hij kent geen rust; hij miskent het werk van de Vader en van de Zoon en van de H. Geest. Hebt u daar al erg in? Er zijn maar weinig mensen, die zich geen rust gunnen. De meesten smokkelen een bankje of een krukje het heiligdom binnen, om, als het zo te pas komt, eens even op te gaan zitten. Dat is echter strijdig met de wet!
Wij, die geloofd hebben, gaan in in de rust. Dat is de rust van Christus. Hij wil die delen met allen die in Hem geloven: Ga er bij zitten, ga bij Mij zitten, Ik heb het volbracht. Nu wij onze Zaligmaker ter rechterhand Gods zien zitten, moedigt de Geest ons aan: Keer, mijne ziel tot uwe ruste weder! Dat is toch de wondere rust van de avondmaalsviering. Menigeen stond maar met moeite op, de rust, de volstrekte rust van het volbrachte werk, werd hun daar geschonken. Opwaarts de harten, waar Christus is zittende ter rechterhand zijns hemelsen Vaders. Zo worden wij tot de rust verheven, tot de eeuwige rust. Deze priester zit niet zo maar op een zetel. Hij zit als een vorst op de troon. De ereplaats werd blijkbaar voor Hem opengehouden; wij zien Hem nu weer met heerlijkheid gekroond. God heeft Hem uitermate verhoogd en heeft Hem een naam gegeven, boven alle naam. Hij mag daar zitten.
Waar is Jezus, terwijl u dit leest? Niet meer onder ons, maar in de hemel. Daar kunt ge Hem vinden. Daar regeert Hij. Daar wil Hij onze eerbiedige hulde in ontvangst nemen. De priester zit op de troon. Hij, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden. Wat zijn we toch weinig met Christus bezig; raken we daarom soms bedolven in de onrust van ons bestaan, van onze zorgen, van onze zonden? We komen er niet bovenuit, als we geen wandel in de hemel kennen, waar Christus is! De liefde tot deze priester gaat gepaard met een diep ontzag: Hij zit op de troon. Het is naar de orde van het Koninkrijk Gods, dat ieder, die Hij vrijkocht door Zijn bloed, tot Zijn onderdaan gemaakt wordt, Hem gehoorzaamt als zijn Koning. Wij kunnen niet in zijn priesterlijk werk roemen, en ons tegelijk aan Zijn koninklijk gezag onttrekken. Die priester in Zijn rust, is de priester op de troon.
Toch heeft Zijn heerlijkheid haar toppunt nog niet bereikt: Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten. Wat verwachten wij al niet? Voorspoed, tegenspoed; een toekomst van licht, van duisternis; vooruitgang, ondergang? Werd onze verwachting al afgestemd op Christus' verwachting? Dat staat hier toch: Hij verwacht nog iets. Er zijn nog vijanden, die zich tegen Hem verzetten; die doen alsof Hij niet op de troon zit. Zij hebben, o vreemd raadsel van Zijn geduld, nog wat tijdsruimte, nog wat speelruimte.
Zij hebben zich geveinsdelijk onderworpen, maar spannen heimelijk en steeds openlijker samen tegen Hem. Wij zien tegenwoordig niet veel van die onderworpenheid. Wij zien een heftig en driftig ontkennen van Zijn Koningschap. Hij, die daar zit, mag wel oppassen, dat Zijn troon niet omver geworpen wordt. Ieder, die er tegenop loopt, trapt er tegenaan.
Zo is het al van ouds bezongen. In de psalm, die in dit schrijven wordt aangeheven, is sprake van vijanden, die deze priestervorst van Zijn Kroon beroven en van Zijn troon verdrijven willen. Zij zullen echter het onderspit delven; hun vonnis is geveld: De Heer heeft tot Zijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. Daarom zit Christus niet angstig af te wachten wat die vijanden nog bereiken zullen; Hij zit in rust te verwachten; voorts verwachtende. Hij zit er op te wachten, op de volkomen onderwerping van al Zijn vijanden. Hij is er zeker van, dat de Vader Zijn Woord gestand zal doen. Hij is er veel zekerder van dan Zijn gemeente, die heen en weer draaft en er kennelijk een zwaar hoofd in heeft, of hun Koning het wel redt. Houdt Christus toch in het oog, dan wordt u van deze verlammende onzekerheid genezen, dan kunt u de strijd weer voeren, vanuit Zijn overwinning. Hebt goede moed!
Christus zit te wachten op de laatste dag. De dag van Zijn verschijning, de dag waarop Zijn heerlijkheid in het heldere daglicht treedt. Dan zijn de vijanden een voetbank onder Zijn voeten! Hij behoeft daar, bij wijze van spreken, geen hand voor uit te steken en geen voet te verzetten. Hij zit te wachten. Hij zal hen de voet op de nek zetten, rekent u maar mee, dat kan niet missen.
Rekent u ermee? Denk dan niet alleen aan de machten van wereld en duivel, die schijnen te heersen, en Hem bevechten. Denk eraan, dat allen die niet gewild hebben, dat Hij over hen Koning was, Zijn vijanden zijn. De vijandschap van eigen vlees en bloed, wordt hier geoordeeld. Vijandschap tegen de priester en tegen de Koning. Vinden wij die nog bij de vrienden van de waarheid? Zijn voet op uw nek, dat zal vreselijk zijn. De doorboorde voeten, de zaligheid, die u niet kon bekoren, de genade der verzoening door Zijn bloed. Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne.
Wij mogen, waar Zijn vijanden, de onze werden, Zijn toekomst met vreugd verwachten. Zo het gaat, gaat het! Het zal er verschikkelijk naar toegaan in de wereld, tegen die tijd. Wij zullen wel eens geslingerd worden tussen angst en hoop. Ondertussen zit Hij op Zijn troon en wacht! Zendt Hij Zijn geest uit, die leert verwachten, onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus. Wees zondag, wij koesteren zijn verwachting!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PRIESTER EN ZIJN RUST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's