PINKSTEROPLOOP
„en als de stem geschied was kwam de menigte samen en werd beroerd; want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken". Handelingen 2, vs. 6.
Het komt meer voor, dat mensen te hoop lopen, het komt tegenwoordig nogal vaak voor. Er worden optochten georganiseerd, protest-optochten, en soms vormen ze zich spontaan. Waar komen de mensen zo gauw vandaan? Reeds drommen ze samen, trekken door de straten; ieder wil er bij zijn, er worden leuzen aangeheven, het komt al spoedig tot handtastelijkheden, de politie grijpt in. Dat is het straatbeeld, het stadsbeeld van deze rumoerige tijd. We halen er misschien de schouders over op, maar het is echt niet zonder betekenis. Van een oploopje komt een opstootje. Een hele omwenteling neemt in een samenscholing haar aanvang. Doorlopen is het parool! Want doorlopen voorkomt optreden.
In Jeruzalem stroomt de menigte samen op het tempelplein. Het is geen ordeverstoring te noemen; Joden en Jodengenoten scharen zich in een kring om de apostelen; die hier het woord voeren. Waar ze vandaan komen? Overal vandaan. Velen van hen zijn in Jeruzalem woonachtig, maar waren in andere landen geboren en getogen. Anderen brachten een bezoek aan de stad, ter gelegenheid van het Pinksterfeest. Het waren, zo vermeldt Lukas, godvruchtige mannen. Zij dienden de God van Israël, namen het nauw met Zijn wet, hadden Zijn instellingen lief, Zijn tempel en Zijn feest. Ze vieren vandaag het feest en houden zich daarbij graag op in de buurt van de tempel.
U ziet ze voor u, uit alle windstreken zijn ze naar Jeruzalem gekomen. Pelgrims zijn het naar de heilige stad, de stad die voor hen het middelpunt van de aarde is. Uit hun vaderland trokken ze naar hun moederstad. Velen brengen er hun oude dag door, om er straks in heilige grond begraven te worden. Vlak bij het tempelplein is de laatste rustplaats van veel Joden, de eeuwen door en nu weer. Want, al zijn ze onder de volken verstrooid, ze vormen toch een eigen volk, het eigen volk des Heeren.
Wij komen terecht in een echte Pinksterdrukte, onder mensen, die druk zijn met Pinksteren. Dat kan van ons nauwelijks meer gezegd worden. Onze Pinksterdrukte is de verkeersdrukte op de Pinksterdagen. Daarover worden wij bijtijds geïnformeerd, als het mooi weer is, zal het een Pinksterdrukte van belang zijn. Een reizen en trekken, om er eens uit te zijn; welke dagen lenen zich daarvoor eerder dan de feestdagen. En Pinksteren wordt in de doofpot gestopt. Niemand blijft thuis om het feest te vieren. Toch is dat de overweging waard: met de feestdagen thuis blijven om het feest te vieren. Opgaan naar het huis des Heren, met de gemeente, is ook uitgaan. Misschien zou het ons nog beter bekomen dan de drukte die wij maken. Wij lopen allen het gevaar, de Pinksterdagen als snipperdagen te gebruiken; Pinksteren te schrappen en de dan lege dagen te vullen met wat niet vervullen kan. Op Pinksteren is er immers ter dege van vervulling sprake. Men zal daardoor de dagen open dienen te houden. Streep ze aan op de kalender, zet vooral een streep onder: Pinksterdagen. Neem een voorbeeld aan Israël, dat het eeuwenlang volhield, ondanks verhinderingen en veranderingen.
Wij raken in het gedrang van al deze druk sprekende en gebarende Joden verzeild. De menigte kwam samen; een zee van mensen, een deining en een branding van belangstellenden. Klampen wij iemand van hen aan, dan wil hij ons graag vertellen, wat hen samenbrengt. Er was een stem geschied. Een geluid als een windvlaag. Velen hadden het gehoord, ze hadden anderen meegenomen, om eens poolshoogte te gaan nemen, vandaar die volksoploop. En wat was er aan de hand? Er stonden mannen te spreken, die vervuld waren van de Heilige Geest. Zij spraken woorden, die als een vuur om zich heen grepen, woorden van geestesgeweld. Daar staan de toehoorders verslagen naar te luisteren. Die Pinksterdrukte veroorzaakt een oponthoud van vele uren, maar het is geen verloren tijd, dat in geen geval.
Wij weten wat dat geluid betekent: Hier nadert God, hier is Hij tegenwoordig. Hier neemt de Heilige Geest Zijn intrek in de gemeente van Christus. Het wonder van Pinksteren, zouden we ook zo kunnen aanduiden: Vandaag doet de Heilige Geest Zijn intrede. Hij verbindt zich daarmee aan de kerk. Aan belangstelling ontbreekt het niet, daar zorgt dat geluid, die stem wel voor. En de Heilige Geest laat het daar niet bij, Hij schakelt meteen mensen in. Hij opent de mond der apostelen. Dat had de Heere Jezus hun beloofd: Gij zult ontvangen de Kracht van de Heilige Geest, Die over u komen zal en gij zult Mijn getuigen zijn. Door hun dienst spreekt de Heilige Geest duidelijke taal. Hij is de eigenlijke woordvoerder. Hij doet immers intree, en houdt de intreepreek. Hij verheerlijkt Christus, het is Christusprediking. Dat was eveneens beloofd: Hij zal het uit het Mijne nemen en aan u verkondigen. Het is een sterke inzet, deze intrede. Er zit kracht in, er zit vaart achter. Het moet verder gaan tot het uiterste der aarde.
Met verbazing, met klimmende verbazing neemt de menigte kennis van wat hier geschiedt. Zij werd „beroerd"; heel letterlijk aangeraakt door God. Later lezen we, dat ze ontzet werden, verlegen met de zaak. Nog later verslagen over het Woord. Ze kunnen er in hun verlegenheid nog alle kanten mee uit; in hun verslagenheid moeten ze rechtsomkeerd maken: zich bekeren. Het beslissende uur slaat, de Heilige Geest geeft hun nog even de tijd. Hij neemt hun aandacht gevangen, het raakt hen, ze kunnen er niet onder uit.
Wat maakt hen zo stil en waarom zijn ze even bevangen van verwondering? Want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. In de Pinksteroploop, wordt gesproken. Dat is kenmerkend. Het is geen luidruchtige vergadering, waarin leuzen klinken en spandoeken hoog boven de mensen geheven worden. Er wordt niet geschreeuwd en geschoten. Nee, het verloopt heel anders. De Heilige Geest is geen stomme Geest. Pinksteren is predikdienst in vervulling en vervoering. Stel u voor Pinksteroploop om de preekstoel! Een preekstoel midden in de volksoploop. Een kerkdienst! Ja, dat is toch Pinksteren. Wij roepen: de preekstoel aan de kant, geen gepreek, wel gekreet! De mens van deze eeuw laat zich liever door kreten bekoren, dan door preken bekeren. Bij de eerste Pinksteroploop valt wat anders te horen. Er wordt niet betoogd, er wordt betuigd! Wij horen hen spreken. Nee, het zijn geen mensen met een grote mond, hun stem slaat niet over, hun vuist balt zich niet. Zij spreken, wat de Geest hun geeft en leert te spreken. Het Pinksterspreken moet gegeven en geleerd worden. Ook de Pinksterpreek. Anders ontaardt die in holle klanken en dorre termen. Dat is maar al te dikwijls zo; op menige preekstoel wordt Pinksteren ontluisterd en de stem van de Geest in vele woorden gesmoord. Bidt voor hen die hebben te spreken, bidt dat het hun gegeven wordt. Daar zult u goed mee zijn.
Zij spreken naar de Schriften, die in de school en bij het licht van de Heilige Geest gelezen worden. Zij spreken dus over Christus en Zijn heil. Het waren geen oproerkraaiers, geen opruiers van beroep, die vooraan in de optocht lopen. Vandaag schijnen sommigen te menen, dat men de toga voor de rode trui verwisselen moet, dat de dominee de straat op moet, om zijn partij te blazen in het protest. Dat is Pinksteren niet, dat is het kijkspel en het hoorspel dat wij opvoeren, bij gebrek aan de Pinkstergeest. De apostelen waren geen redenaars, die het volk in de ban van hun welsprekendheid sloegen. Het waren leerlingen van de Heere Jezus, kwekelingen van de Geest. Hoor, Petrus spreekt en Johannes en Thomas en vele anderen. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Het is een dienst des woords, waarin de Heilige Geest zijn intrede doet. Sindsdien nam Hij geen afscheid; daarom duurt de dienst des Woords nog voort. Dat is het oorspronkelijke Pinkstergebeuren. Er grijpt iets plaats waarin de kracht van de Geest gesproken wordt.
De Pinksteroploop, is een welkome gelegenheid om te spreken! Een gelegenheid voor de Geest om te werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's