BOEKBESPREKING
Dr. G. Th. Rothuizen, Landschap, een bundel gedachten voor de Psalmen, 3de vijftigtal, geb., 336 blz., prijs ƒ 16, 50.
Met dit derde deel is de bundel gedachten over de psalmen compleet. Prof. Rothuizen heeft telkens vijftig psalmen in één bundel genomen en van elke psalm telkens één of twee verzen behandeld. Een en andermaal is er in de vorige recensies op gewezen, dat de auteur geen gewone commentaar op de psalmen schrijft, geen uitlegging woord-voor-woord, geen meditaties in de gebruikelijke zin van het woord geeft, maar een eigen weg gaat. De titel landschap is veelzeggend. Een panorama ontrolt zich, vergezichten worden geopend. Misschien is de auteur niet al te boos op me, wanneer ik zijn bijdragen krakteriseer als: flitsen en fragmenten. De psalmen worden zo behandeld, dat alles van vandaag ter sprake komt. Mag ik zo maar eens wat opschrijven?
Bij ps 101 komt het vorstelijk gedrag van de gelovige aan de orde; bij Ps 105 de nieuwsgierigheid, bij Ps 111 gesloten en open getal, bij Ps 116 Rome-Reformatie, bij Ps. 128 futurologie; bij Ps. 127 Calvinisme en kapitalisme, bij Ps. 144 Pacifisme en verzet, enz.
Deze opzet is de kracht en . . . de zwakte van deze bundel. De kracht, omdat zonder meer geschreven kan worden, dat deze wijze van benadering van een psalm en één of meer teksten uit een psalm iets boeiends en flitsends heeft. Onder de gebruikelijke commentaren neemt dit werk dan ook een volstrekt eigen plaats in. Wie hem gebruikt, valt zeker niet in slaap. De zwakte omdat dit in- en uitpraten een heleboel overhoop haalt, dat in een fragmentarische gestalte blijft staan. Het eigene van de psalmen, de slagader van het geestelijk leven komt zo niet — maar dat zal bij deze opzet ook wel niet anders kunnen — tot zijn recht.
Dr. Rothuizen heeft deze bundel opgedragen aan Dr. A. A. V. Ruler. Zij hebben veel gemeen, vooral het speelse.
Soms komt de vraag op: heeft de auteur niet meer geluisterd naar Barth dan naar van Ruler? Ik denk hierbij aan zijn behandeling van open en gesloten getal. Het raadsel van het ongeloof (ps 111) is er. Maar het is er in de context van de verwondering over de uitroeping, uitverkiezing. Dat God, vanwege zijn principe: de rechtvaardiging van de goddeloze, in alle mensen een welbehagen zou hebben (ook al staat dit in de suggestieve vraagvorm) vind ik een gevaarlijke zin.
Dit doet niets af van de royaliteit Gods, maar onderstreept het uitzonderingskarakter van de genade. De door de auteur geciteerde Luther heeft in zijn boek: „De knechtelijke wil" daarover dingen gezegd, die in deze bespreking niet functioneren.
Graag vestigen wij uw aandacht op deze bundels. U zult er geen spijt van hebben, wjinneer u ze aanschaft en leest.
K.a.Z. G.B.
W. Baas: Bij hoog of bij laag; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen, 1968; 135 pagina's; ƒ 7, 90.
Ds. W. Baas, Gereformeerd predikant te St. Annaparochie, is bevreesd dat de kerken in Nederland, met name de Gereformeerde Kerken, op weg zijn naar een hoogkerkelijke liturgie. Daartegen wil hij in dit boekje protest aantekenen. Als uitgangspunt voor zijn kritiek heeft hij genomen de overwegingen bij kerkbouw, opgesteld door de deputaten kerkopbouw van de generale synode van de Gereformeerde Kerken. Aan de hand van dit rapport komen allerlei onderwerpen aan de orde, zoals de inrichting van de kerkgebouwen, de liturgische gewaden en handelingen, kanselkleden en wandversieringen in de kerken, de toga van de dominee, de vastgestelde liturgie volgens voorgeschreven formulieren, etc.
De schrijver voorziet in de ontwikkelingen die in de kerken in dit opzicht aan de gang zijn dat alles in de kerk op ambtenaarlijke wijze georganiseerd zal worden en dat steeds meer romaniserende tendenzen hun invloed zullen doen gelden, terwijl het werk van de Heilige Geest meer en meer op de achtergrond raakt. Hij zegt dan ook in zijn boekje: „Het is bekend dat de secten over het algemeen lak hebben aan een mooie liturgie, maar dat het werk van de Heilige Geest in hun gemeenten zeer grote aandacht heeft."
De schrijver geeft in dit boekje inmiddels geen dorre opsomming van feiten. Hij heeft het geheel geschreven in een geladen stijl, vaak humoristisch, vaak ook bijtend scherp en ironisch. In een artikel over dit boek heeft dr. O. Jager dan ook opgemerkt (Trouw, 1 maart 1969), dat vanuit een bepaalde gezichtshoek bezien bijna elk argument (van het genoemde deputaten rapport) lachwekkend is. Maar anderzijds is het zo dat eenzijdig gerichte schijnwerpers toch de dingen wel eens op een verrassende wijze bloot kunnen leggen. Zo zouden we dan ook van veel punten uit dit boekje willen zeggen dat het van uitnemend belang is dat ze genoemd worden.
Dit boekje zal ongetwijfeld instemming en ontstemming oproepen bij het lezen. Diverse passages lazen we met veel instemming. Anderzijds mag afwijzen van een overdreven hoogkerkelijkheid, zoals de schrijver doet, ook niet leiden tot een reactie van uitgesproken laagkerkelijkheid. Met de schrijver zijn we van oordeel dat de structuren van de kerk en de liturgie het werk van de Heilige Geest niet in de weg mogen staan en dat het Woord primair dient te zijn in de gemeente. Anderzijds zijn er toch ook punten in dit boekje waarvan we ons afvragen of aan het Woord volledig recht wordt gedaan. De ambten zouden we toch vanuit het N.T. hoger aan willen slaan dan de schrijver doet. Wanneer Jezus tot zijn dicipelen zegt: Wie u hoort, hoort Mij, dan is hier sprake van een ambtelijke volmacht die we in dit boekje sterker benadrukt zouden willen zien. En zo zouden we ook meer nadruk willen leggen op de functie van de belijdenisgeschriften, waarin het belijden van de kerk der eeuwen is uitgekristalliseerd.
Maar men leze dit boekje. Het prikkelt tot nadenken en het is allerminst droge kost.
R. Hession: Laszt euch jetzt erfüllen; Uitgave R. Brockhaus, Wuppertal, 1968, 75 pagina’s.
Veel boekjes die handelen over het werk van de Heilige Geest komen uit de kringen van de pinkstergemeenten etc. Meestal wordt dan uitvoerig aandacht besteed aan de gaven van de Heilige Geest, zoals de tongentaal, de gave der gezondmaking of aan de profetie.
Dat is met dit boekje niet het geval. De schrijver zegt zelf dat hij deze aspecten bewust terzijde heeft gelaten omdat benadrukking daarvan het gevaar in zich bergt dat christenen dan ongemerkt in twee groepen worden ingedeeld, maar bovendien omdat Paulus in zijn eerste brief aan de Corinthiërs wel over deze gaven spreekt, maar eerder als toegaven zonder ze tot het wezen van het geestelijk leven te rekenen.
De schrijver bewandelt dan ook andere wegen. In achtereenvolgende hoofdstukken wordt gehandeld over de Heilige Geest als persoon, als voorspreker van Christus, als overtuiger van zonde en als trooster. Duidelijk worden hier de bijbelse verbanden getekend. Het onlosmakelijke verband tussen Woord en Geest komt ook duidelijk uit de verf, terwijl de bevindelijke aspecten van het werk van de Heilige Geest in de bekering ook duidelijk doorklinken, zonder dat overigens het werk van de Geest geïsoleerd wordt van het werk van Christus.
De centrale tekst waarop de schrijver de inhoud (van zijn boekje heeft gericht is Ef. 5 : 18 : Wordt vervuld met de Geest. Het geheel is echter door de schrijver geplaatst in het raam van de overmacht van de Heilige Geest, die de menselijke onmacht en onwil breekt en de mens vervult met de door Christus verworven schatten.
We bevelen dit boekje van harte aan. Het is geschreven vanuit een levende betrokkenheid op het geestelijk leven. Aan zulke boeken heeft onze tijd behoefte.
Barbara Hug: Recht nette Madchen, 176 blz., D.M. 5, 80; en 100 Tage mit Christiane, 272 blz., D.M. 6, 80. Uitgaven van Kreuz-Verlag, Stuttgart.
Deze twee boeken, die los van elkaar gelezen kunnen worden, hebben wel een samenhang. In het eerste boek worden de belevenissen beschreven van vier meisjes uit het Kirschberghaus. De titel zegt het al, het zijn nette meisjes voor wie vriendschap, hulpvaardigheid, dierenliefde etc. belangrijke dingen zijn in het leven.
Het tweede boek is een dagboek van de jongste van de vier gezusters. Het meisje Christiane beschrijft daarin haar stemmingen en belevenissen gedurende 100 dagen in de zomer, terwijl ze niemand heeft met wie ze over allerlei dingen waarmee ze te maken heeft, spreken kan. Boeken met een goede strekking.
H. J. v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's