De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar een verenigde Kerk in Nederland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar een verenigde Kerk in Nederland

10 minuten leestijd

II.
Een historische gebeurtenis
Wanneer wij nu weer terugkeren tot de brief van ons moderamen aan de gereformeerde kerken, dan moet erkend worden, dat deze brief een historische gebeurtenis is. Is hij niet een honorering van de acte van afscheiding en wederkeer? Is deze acte niet een levend bewijs, dat de kerk der afscheiding blijft hopen en bidden voor de hervormde kerk? Moest daarover bij ons allen niet zijn de ontroering, de verbrokenheid, de vreugde? En als deze er niet zijn of gemengd zijn met veel zorg, aan wie ligt dit dan? Er wordt toch gesproken van wederkeer, zij het dan van wederzijdse wederkeer? Deze gemengde gevoelens hebben nog een andere oorzaak, dat is de ontwikkeling binnen de gereformeerde kerken zelf.

Oorzaken van Afscheiding en Doleantie
Ook de gereformeerde kerken hebben een ontwikkeling meegemaakt. Dat is onontkoombaar. Wij kunnen niets hebben tegen een voortgaande ontwikkeling. Het beslissende is het motief, de inhoud en de richting van deze ontwikkeling. Wij kunnen er niet aan denken haar uitvoering te schetsen. Daarover hebben de gereformeerden zelf zoveel geschreven, dat de lectuur daarover voor het oprapen ligt. De laatste publikatie van dr. G. C. Berkouwer: „Verontrusting en Verantwoordelijkheid", geeft ons daarover uitvoerige informatie.
Waarschijnlijk komen wij het verst wanneer wij eerst nagaan welke de oorzaken van de afscheiding en doleantie waren. In de christelijke encyclopedie, 2de druk, deel I, blz. 98 staat een artikel van dr. F. L. Bos en dr. W. Volger.
Daarin schrijven deze auteurs, dat de eerste oorzaak was: de waardevermindering van de belijdenis der Kerk. Reeds in de tweede helft van de 18de eeuw was aan de officieel geldende leertucht niet meer de hand gehouden. Tengevolge van deze feitelijke leervrijheid konden door hoogleraren en predikanten kenmerkende leerstukken als het borgtochtelijk lijden van Christus en de verzoening door Zijn bloed worden geloochend, de rechtvaardiging door het geloof alleen worden ontkend en de belijdenis van de drieenige God rondweg worden tegengesproken. De leer van de vrije verkiezende genade Gods werd voor remonstrantse gedachten ingeruild. De proponentsformule in het algemeen reglement van 1816, die schijnbaar de predikanten aan de belijdenis bond, sneed de band daaraan in feite door.
Ook in de doleantie speelden dezelfde motieven. Het ging over de handhaving van de gereformeerde belijdenis. De strijd werd aangebonden tegen de „geest en hoofdzaak" formule, die uiting was van een innerlijke vervreemding van de gereformeerde belijdenis en verder ruimte gaf aan de meest onbijbelse prediking.
Deze beschrijving laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Wij kunnen er aan toevoegen, dat ook de kerkregering (het algemeen reglement) het hare heeft bijgedragen tot de breuken, die geslagen zijn. Immers dit reglement fungeerde als een stolp over de gemeenten en ontaardde de kerkelijke vergaderingen.
Ook de gezangenkwestie speelde een rol.

De Belijdenis
Wanneer wij met dit gegevene het heden proberen in het zicht te krijgen, dan valt ons op hoe groot de rol is die de belijdenis van de kerk speelt in de strijd der geesten. Ge vraagt u telkens af: Maar waarom trekt men zich niet direct terug op het evangelie, op het Woord, op de gezaghebbende Schriften?
Bij alle fouten en vergissingen, die daarmee gemaakt worden en werden, is dit toch een schijnprobleem. Want het kan genoeg bekend worden geacht, dat de belijdenis nooit en nergens over de Schrift wil heersen, maar haar inhoud en gezag in en voor de kerk belijdt.
De strijd om het kerkelijk gezag van de belijdenis is altijd een voorpostengevecht inzake de inhoud en het gezag van de Heilige Schrift. Deze les hebben wij in de hervormde kerk geleerd. De belijdenis functioneert alleen goed, wanneer zij uitdrukking is en blijft van het geloof der kerk. Wanneer de kerk in haar zichtbare gestalte ontzinkt aan de inhoud van de belijdenis, dan kan zij ook niet meer goed, dat is, geestelijk functioneren. Want zij zet in de eerste plaats zoden aan de dijk voor de prediking. En wanneer de predikers en de prediking van haar vervreemden, wordt er langs de belijdenis heengepreekt, zo ze al niet wordt tegengesproken. In die fase geldt zij wel, maar zij geldt toch ook weer niet. Met de inhoud wordt geen ernst gemaakt en aan de handhaving geen werk besteed.

Ontwikkelingen
Zoals het in de hervormde kerk gegaan is en gaat, zo dreigt het ook te gaan in de gereformeerde kerken. Het is met grote bescheidenheid dat wij dit zeggen. Immers wanneer wij in onze eigen kerk zoveel schuld hebben, dan vergaat ons de lust om naar een ander te zien. Toch kunnen wij er niet omheen nu een hereniging tot de mogelijkheden behoort, de situatie eerlijk onder de ogen te zien en deze te analyseren vanuit de belijdenis van de kerk.
Het geloof van de voorgeslachten gaat niet automatisch met ons mee. Dat geldt van de gereformeerde kerken, dat geldt ook van ons.
Voordat het verval voor ieder zichtbaar wordt, is er reeds jarenlang een innerlijke vervreemding gaande. Ja, een verkeerde ontwikkeling kan zelfs worden ingezet door eenzijdigheden van een godvrezend voorgeslacht. Zolang het geloof krachtig genoeg is worden deze eenzijdigheden binnen de perken gehouden.
Het bevindelijk geloofsleven (is de aanduiding geloofsleven niet genoeg?) van de afgescheidenen en ten dele ook van de mensen van 1886, hoezeer hier en daar met subjectivisme omgeven, wordt zwakker. Soms neemt men er afscheid van. Daarvoor in de plaats komt een min of meer massieve verbondsleer.
Deze schets is ruw en onbillijk, omdat het persoonlijk geloofsleven en het verbond der genade niet elkanders vijanden zijn. Dat behoeft niet, maar in een éénzijdige beklemtoning van het verbond kan de Heilige Geest en Zijn werk verdwijnen. De persoonlijke wedergeboorte uit de Heilige Geest komt dan niet meer aan de orde.
Dit kan naar buiten gepaard gaan met een grote activiteit op alle terreinen van het leven, waarbij het evenwicht met de stille meditatie en de verborgen omgang met God niet wordt bewaard.
In zo'n tijd kan de leer nog wel worden gehandhaafd, maar de diepe geestelijke verbondenheid ontbreekt. Leertuchtprocedures zijn altijd uiterst moeilijk, vooral wanneer het geestelijk leven kwijnt.
Wanneer deze procedures van scheuring tot scheuring hebben geleid, komt er de tijd van de schrik voor leerverschillen. Na de laatste wereldoorlog zit de schrik er zo diep in, dat deze procedures worden nagelaten. Het mag er soms bijna aan toe geweest zijn, het gebeurt niet meer. Sterker, vroegere beslissingen (Assen) worden buiten werking gezet.
In deze jaren komt het losser worden van de band aan de belijdenis duidelijker tot uiting. Sommigen spreken openlijk uit, dat de band aan de belijdenis niet meer verplichtend behoort te zijn. Men schrikt even, maar bij velen schijnt dit gevoelen de vertolking te zijn van eigen gerijpt inzicht.
Het is merkwaardig — en het is alsof ook hierin de geschiedenis zich herhaalt — dat de eerste critische noten gemaakt worden ten opzichte van de beslissingen van Dordt. Bepaalde formuleringen van Dordt die niet losgemaakt kunnen worden van haar inhoud, worden door Berkouwer en Polman weersproken. Deze kritiek wordt door velen — ook binnen de gereformeerde kerken — niet aanvaard. Het ondertekeningsformulier komt opnieuw ter sprake.

Een Voorpostengevecht
Maar de strijd over de band aan de belijdenis blijkt ook in de gereformeerde kerken een voorpostengevecht te zijn op een veel zwaardere strijd. Dan volgt de strijd over de inhoud van de Schrift, de omtrek en de aard van het gezag der Schrift. Is de belijdenis in de meest diepe geestelijke zin van het woord niet meer verbindend, dan ligt de weg voor de schriftkritiek open. En deze blijft niet uit.
Op een zeer voorzichtige wijze gaat Dr. Berkouwer in zijn laatste publikaties te werk. Allerlei vragen worden gesteld, allerlei schriftgedeelten moeten aan een nieuw onderzoek worden onderworpen.
Dr. Kuitert reageert openhartiger. Via de al of niet sprekende slang komen de hoofdstukken Gen. 1-4, soms Gen. 1-12, Rom. 5, het soortelijk gewicht van de historische stoffen, enz. aan de orde.
De cahiers voor de gemeenten gaan verschijnen om de gemeenteleden voor te lichten over de nieuwe inzichten en het meerdere licht, dat men in de omgang met de Schrift heeft ontvangen. Drs. Baarda gaat het meest ver, wanneer hij achter de woorden van de apostelen op zoek is naar de eigen woorden van Jezus.
De bijbelkritiek gaat in gematigde vorm voort. Daartegen wordt door anderen gewaarschuwd. Ook de evolutietheorieën worden de gemeenten binnengedragen en op forumavonden van de V.U. verdedigd. Op de komende synode van de gereformeerde kerken komen allerlei bezwaarschriften aan de orde en zal er ongetwijfeld een begin worden gemaakt aan het duidelijk maken wat nu precies de band aan de belijdenis in het heden voorstelt.
Verder mogen wij wijzen op een zekere wijziging in het kerkrecht ook binnen de gereformeerde kerken. Behalve de nadruk op de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, is er meer oog gekomen voor het geheel der kerk. Ook zijn er ontwikkelingen aan de gang, die ongeveer parallel lopen met de gedachten van vele hervormden en een veel centralistischer kerkregering voorstaan, waarbij woorden als differentiatie, specialisatie en de ongenoegzaamheid van de plaatselijke gemeente vallen.
Tenslotte speelt de gezangenkwestie niet meer mee. Er is tussen beide kerken overleg en samenwerking om ook in de gezangenbundel een zo groot mogelijke overeenstemming te bereiken.

Juiste Schets?
Is deze schets van de ontwikkeling van de gereformeerde kerken volledig? Allerminst. Want wij hebben ons voornamelijk bezig gehouden met de verschijnselen naar buiten. Het eigenlijke werk gebeurt in de gemeente.Wat daar aan geloof, hoop en liefde is, valt niet precies te formuleren, maar is het belangrijkste.
Bovendien hebben wij te bedenken, dat één predikant, die een andere leer voorstelt meer opvalt dan tien, die trouw het evangelie naar de Schriften verkondigen. Ook, dat de situatie in de gemeenten soms gunstiger is dan de vertegenwoordiging naar buiten doet vermoeden. Ook, dat niet alle hoogleraren instemmen met Dr. Berkouwer, Kuitert en Lever. Maar uitzonderingen daargelaten, zij ondernemen er ook niets tegen. Aarzelend, schoorvoetend, soms met een gekweld geweten gaan zij mee of zwijgen.
Het gaat ons niet om personen, maar om de koers, die wordt gevaren. Ds. E. J. Oomkes, gereformeerd predikant, onderscheidt in grove lijnen in zijn kerk twee stromingen: mensen, die zich hervormd voelen en daarnaar maar het liefst zouden handelen ook, èn mensen, die zich nog op het historisch gereformeerd standpunt stellen.
De „hervormde" gereformeerden nu bezetten de sleutelposities. We vinden ze op de redacties van de grote gereformeerde bladen, zij bemoeien zich heftig met het convent van kerken, zij beklimmen kansels, zij geven colleges — kortom hun invloed is niet gering. En zo gaat Ds. Oomkes nog een poos door.
Ik laat u ook deze contra-stem horen, die bij zeer vele leden van de gereformeerde kerken gehoor vindt.
Maar, wanneer het gaat over de koers van de gereformeerde kerken, dan kan helaas het oordeel van Ds Oomkes moeilijk ontkend worden, dat deze kerken in schriftgeloof, belijdenisopvatting, levensstijl, enz. aan het vermidden-orthodoxen zijn. Daarom dragen de leidslieden in elke kerk zo'n grote verantwoordelijkheid. Ook in de gereformeerde kerken.
In het licht van het bovenstaande komt de uitspraak van „Hervormd Nederland", dat deze twee kerken (de hervormde kerk en de gereformeerde kerken) in „geest en hoofdzaak", weliswaar niet in de 19de eeuwse zin, door éénzelfde belijden van de waarheid Gods verbonden zijn, wat duidelijker uit de verf.
K. a. Z.                                                                        G. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naar een verenigde Kerk in Nederland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's