PINKSTERTAAL
„want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken" Handelingen 2 vs. 6b.
Waar bent u geboren? In het tweestromenland en hij daar in Klein-Azië. Waar stond uw wieg? In N.-Afrika, Lybië; de mijne in Rome. De menigte die op Pinksteren samenstroomde schijnt heel de wereld te vertegenwoordigen. Dat doen de Joden ook; hun God is de God van de ganse aardbodem. Dat brengt misschien moeilijkheden met zich mee, taalmoeilijkheden. Nee, toch niet; al deze mensen verstaan het gangbare Grieks, dat in heel het rijk gesproken wordt en de meesten kennen ook Aramees. Een enkele heeft op het feest moeite met de taal; voor die enkelen, wordt het door de anderen wel vertolkt.
Een ieder, hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Daar zijn ze over ontzet. Ze horen door deze mannen hun moedertaal spreken. Die mannen zijn toch maar ongeletterde Galileers, die van huis uit een boers dialect spreken. Hoe kunnen ze zich verstaanbaar maken in mijn moedertaal. Daarop valt de nadruk immers: zij weten zich voor iedereen verstaanbaar te maken. Het is een nieuw wonder, dat de Heilige Geest bij de twee anderen voegt: de Pinkstertaal. Hij doorbreekt de taalbarrière! Kom maar eens in een vreemd land, ontmoet een vreemdeling. U staat met een mond vol tanden. Klanken hoorde u, geen woorden, die wat betekenden.
Dat euvel is hier op Pinksteren verholpen en daarvan is dit wonder een teken. De discipelen spreken met andere „tongen". Wordt hier die uitzonderlijke taal bedoeld, die later in de gemeente van Corinte zo'n rol speelt bij de lofzegging? Of is het een hoor-wonder? Daar doet de tekst even aan denken: Wij horen hen. Uit wat de apostelen spreken, hoort ieder zijn eigen taal. Of is het een spreekwonder: ze begonnen te spreken. De een in deze, de ander in die taal, en die hun taal horen staan bij deze of bij die te luisteren. Ik neig er toe te veronderstellen, dat de apostelen de taal van de Geest spreken, en dat die Geest het meteen verstaanbaar maakt voor allen die het horen, verstaanbaar, als was het hun moederstaal.
Daar gaat het immers om: wat de Geest zegt, moet verstaan worden; daar spreekt de taal een rol in. Het moet vertaald, in mijn taal overgezet worden. Hier grijpt de Heilige Geest vooruit op de geschiedenis van dat vertaalwerk in dienst van het Woord. Hebben wij daar wel eens erg in? We hoorden met Pinksteren iemand in onze eigen taal spreken, hoewel dat de taal van Israël niet is. Denk daar niet gering over. Verwonder u er over: In onze eigen taal. Zo bereikt het Woord ons, zo raakt het ons. De taal is belangrijk voor het overbrengen van het Woord.
Daarom moeten we er aandacht aan geven. Predikers, die slordig met de taal omgaan verraden daarmee, dat ze die samenhang niet zien. Wij behoeven gelukkig geen geheimtaal te spreken, geen vreemde taal, alleen door ingewijden te verstaan. De taal mag niet verroesten in termen van vroeger, dan wordt het zwaard des Geestes stomp. De Heilige Geest zoekt zich verstaanbaar te maken, ook in deze tijd, aan oud en jong. 'k Heb er met Pinksteren voor gedankt: Ik hoor spreken in mijn eigen taal.
Het was strikt genomen overbodig. Petrus sprak Aramees, de Joden verstonden dat, althans de meesten. Maar het behaagde God die dag, om het Woord in vele talen te doen uitwaaieren. Dat is reeds een aanwijziging van de weg, die het Woord zal gaan. U komt uit Rome? Het Woord komt in Rome! Uit Perzië? Het komt naar Perzië! Overal vandaan? Langs al deze wegen, en in al deze talen gaat weldra het Woord. De talen worden wegen, zij dragen het Woord verder onder alle volken. De grote schare voor de troon van het Lam wordt samen gebracht uit alle talen. Het heil zal niet in Israël besloten blijven, de heidenen zullen het horen, geloven, belijden. In alle talen wordt eens Gods lof gezongen, dat is de vrucht van Pinksteren, die hangt te rijpen. Voor het zendingswerk is de taalkundige daarom onmisbaar en zijn arbeid van het hoogste belang. Hij is bezig, moeizaam soms, met het leren van een taal, met het vertalen. Hij is bezig, met wat God hier aan de orde stelt! De Heilige Geest schakelt hem ook in.
In zijn eigen taal. Dat schept een eenheid. De mensheid zocht eigen eer en roem: ze bouwden eendrachtig een toren. God lachte er om. Hij verwarde hun spraak. In Babel sprak ieder zijn eigen taal: zoveel volken, zoveel talen, zoveel stammen, zoveel talen. Talen werden taalmuren, waarachter de volken van elkaar vervreemden. De eenheid werd tweedracht. De Heilige Geest smeedt een nieuwe eenheid. Wat in Babel ziek werd, wordt in Jeruzalem genezen. Want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Dat is een voorteken van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Zo ver reikt Pinksteren.
Wat horen wij hen spreken? Dat mag u niet onbesproken laten: de grote werken Gods. Zij, die daar spreken — wat minachtend laat men zich straks over hen uit: Galileers — vallen weg. De grote daden des Heeren worden naar voren gehaald en uitgedragen. Het is naar de aard van de Heilige Geest, God te verheerlijken. God maakt God groot. Over wie de Kracht van de Geest komt, hij leert de grote werken Gods spreken. Hij gaat groot van God denken, daarna en daarom groot van God spreken. Dat zit er niet in bij ons. Wij hebben voor de grote werken Gods geen oog, geen tong, geen hart. Wij spreken groot van eigen kennen en kunnen totdat de oren er van tuiten. De Heere? Hij wordt doodgezwegen, en zo wij Hem noemen, waar is het roemen?
Wie Pinksteren viert, kan de grote werken Gods niet langer verzwijgen. Voor vrouw en kinderen niet, voor buren en vrienden. In het midden van de gemeente niet. Al stamelt u er maar wat van, u kunt het niet laten. Petrus zegt: Ieder, over wie de Geest komt, gaat spreken, onze kinderen even goed. De Heilige Geest leidt in de waarheid van Gods grote daden. Dat Hij Zijn Zoon in de wereld zond. Dat Jezus een volkomen zaligmaker is. Dat God Hem opwekte en tot een Heere en Christus maakte. Dat weet u allemaal al? Waarom hoorde niemand dat nog ooit uit uw mond?
Deze grote werken Gods worden gesproken! In het spreken worden ze opnieuw van kracht. Wij horen ze in onze taal spreken. En we verwonderen ons. Dat is moedgevend. Wordt u dan aangesproken? Zijn de woorden voor mij bestemd, de daden voor mij bedoeld? Wanneer iemand de moeite neemt, om u in uw eigen taal aan te spreken, dan hoort u daarvan op. Dat is een tegemoetkoming, die u dankbaar stemt. Wat u hoort, mag u nog meer verbazen. De grote werken Gods gaan niet als een wals over ons leven, zodat wij er door verpletterd worden. De grote werken Gods wekken ons op uit de doden; ze zijn groter dan zonde en duivel, ze zijn zo groot, dat ik mij er alleen maar over kan verblijden. Wat ik hoorde spreken? De grote werken Gods! Geeft het door. Bedroeft de Heilige Geest niet, Gods grote werken moéten gesproken worden. Op de preekstoel en onder de preekstoel, ook in het dagelijks leven. Zegt iemand: daar is de Geest toe nodig, hij heeft gelijk. Wil hij echter daarmee de Geest in gebreke stellen, dan is hij er naast. Zoek de schuld toch bij uzelf.
Velen zijn met woorden niet tevreden, zij willen daden. Wees gerust. Pinksteren dat is de inzet van de handelingen der apostelen. Christus handelt door hen; de Heilige Geest handelt door hen. In ieder geval, er wordt gehandeld, er wordt wat gedaan. Het apostolaat, in zijn oorspronkelijke zin, is aan de boom van Pinksteren ontsproten. Het Woord is een werkzaam Woord, het gaat uit in de wereld. Het past zich niet aan, maar het weet van aanpakken. Gods grote werken spreken, dat is aanpakken!
L. K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's