De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de jaarvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de jaarvergadering

9 minuten leestijd

Verslag van de jaarvergadering gehouden 8 mei 1969 in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen te Utrecht.

De voorzitter ds. G. Boer opent de vergadering, gezongen wordt Ps. 118 : 17. Na schriftlezing uit Ps. 119, vs 25 tot 49 en gebed houdt de voorzitter een openingstoespraak over de titel „Naar een verenigde Kerk? "
Na een korte pauze waarin de stemmingen worden gehouden krijgt de secretaris gelegenheid zijn jaarverslag voor te lezen. Naar aanleiding hiervan herinnert mevr. Terbraak aan het verband van Herv. Ger. intellectuelen. Zij wijst op de structuur van de pers en op de noodzaak van regionale vergaderingen.
De penningmeester licht zijn jaarrekening toe. Een stencil waarin een samenvatting gegeven is van de staat van lasten en baten over het boekjaar 1968 is bij de ingang van de zaal aan alle leden uitgedeeld. Hieruit blijkt o.a., dat aan studietoelagen een bedrag van ƒ 97.400, — is uitgegeven. Ds. P. Bouw van Ede en Ds. D. v. d. Berg te Huizen hebben de rekening gecontroleerd en in orde bevonden. Eveneens is een accountantsrapport ter tafel.
De penningmeester wordt dank gebracht voor zijn arbeid.
Bij de rondvraag krijgt Ds. J. Vroegindeweij, Emmeloord, gelegenheid om zijn aan de kerkeraden gedane verzoek om een collecte toe te lichten.
De heer v. d. Sluis te Dinteloord wijst vooral op de noodzaak van bredere voorlichting b.v. t.a.v. de vragen rondom de kindercommunie. Ook de vraag van het Christ. onderwijs brengt hij ter sprake. De heer L. Doornenbal te Woerden vraagt naar het standpunt van het H.B. t.a.v. de nieuwe Psalmberijming. De heer Blokland van Werkendam vraagt over de salariëring vooral van de jongere predikanten. Aan de discussie nemen nog deel Ds. J. Hovius te Dordrecht en de heer Korevaar te Bodegraven.
Intussen is de commissie gereed gekomen met haar arbeid voor de stemmingen. In de vacature Ds. L. Kievit is gekozen Ds. K. Exalto te Noordeloos, (heeft de benoeming ondertussen aangenomen). De aftredenden Ds. C. den Boer, Ds. R. J. v. d. Hoef en Ir. v. d. Graaf zijn met overgrote meerderheid herkozen, zij nemen allen hun benoeming aan. Het H.B. heeft voorgesteld tot uitbreiding van het H.B. over te gaan; in deze plaats wordt benoemd Notaris W. de Visser te Lopik.
De vergadering wordt nu geschorst van 1 tot 2 uur. In de middagvergadering spreekt Ds. L. Blok van Ridderkerk over het Leven der heiligmaking. Dit referaat wordt met grote aandacht door de vergadering gevolgd. Het ligt in de bedoeling dat deze lezing te zijner tijd als een brochure zal worden uitgegeven. Na beantwoording van de vragen gaat Ds. Blok in dankgebed voor waarna de voorzitter de vergadering sluit.
U.                                                     Bt.

Verslag van de Secretaris uitgebracht op de jaarvergadering
Het is een juiste verplichting aan het H.B. opgelegd om op de jaarvergadering verslag van werkzaamheden over een afgelopen jaar te doen. Voor het forum van de ledenvergadering treedt het H.B. om van het gevoerde beleid rekening en verantwoording af te leggen. Dat hier een gevaar schuilt valt niet te ontkennen, namelijk dat de nadruk gaat vallen op wat wij hebben gedaan, goed gedaan en getrouw gedaan, vergetende dat ons werk gering is en dat ook in de ijver voor Gods Zaak licht een vleselijk eigenwillig moment inkomt. Gaat het inderdaad om de Ere Gods?
Bij de grote verwarring van deze tijd, bij de inzinking van het geestelijk en kerkelijk leven mogen wij niet zenuwachtig worden: de Heere leeft en wil ons gebruiken, niet om ons aan de macht te brengen maar opdat Zijn Koninkrijk gebouwd worde. Het is de vraag of wij er onder lijden dat wij op zo velen in deze tijd geen vat hebben, dat de invloed van de Kerk van ons volksleven zo snel afneemt. Maar Gods trouw is er borg voor dat het werk zal gedijen. Tenslotte is de hele geschiedenis van het volk Israël in het Oude Verbond de geschiedenis van de trouw Gods die zich handhaaft ondanks de ontrouw des mensen. Maar ook voor vandaag geldt het woord van de apostel: houdt sterk aan in het gebed en waakt in hetzelve met dankzegging, biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur van het Woord opene om te spreken de verborgenheden van Christus, Col. 4:3.
Het werk van de Ger. Bond is geen zaak van predikanten alleen, geen zaak ook van alleen ambtsdragers, maar van de gehele gemeente en de gehele Kerk. Ieder lid der Kerk is de opbouw en stichting der gemeente bevolen, naar de mate van de gaven die hij ontvangen heeft. Zo worden wij allen voor de vraag gesteld: „Wat doen wij? "
Er is dankbaarheid in ons midden dat het H.B. ook dit jaar voort mocht gaan met het werk in het belang van Kerk en Gemeente van het geheel en de enkeling. Het bestaan van de Bond is er een bewijs van dat de Kerk als geheel ons zeer ter harte gaat.
Uit de kring van predikantsleden werd in het jaar 1968 niemand door de dood ons ontnomen. Velen van onze leden ontvielen ons waarvan sommigen die een vorig jaar nog in ons midden waren. Onder hen getrouwe dienstknechten in en buiten de kerkeraden. Zalig wie bereid is als Gods uur slaat.
Het voert te ver de persoonlijke jubilea te gedenken; voor zoveel mogelijk wordt aan bijzondere dagen in het leven van voorgangers in het kerkelijke leven aandacht besteed. Onze voorzitter Ds. G. Boer vierde onder bijzondere belangstelling zijn zilveren ambtsjubileum; welk een bijzondere plaats hij in onze Kerk en in 't bijzonder in ons midden inneemt is toen wel gebleken. Ik mag niet nalaten te memoreren dat Ds. J. J. Timmer de 3e mei zijn 80e verjaardag mocht vieren; het is een groot voorrecht dat hij nog zoveel in ons midden mag doen waarbij wij niet in het minst zijn werk voor de Waarheidsvriend gedenken.
Het H.B. vergaderde in 1968 dertien maal; daarbij kwamen de verschillende commissievergaderingen en besprekingen. Van de vergaderingen noem ik de predikantencontio op 10 en 11 jan. '68. Ds. A. Noordegraaf sprak over het gezag van de Heilige Schrift en dr. W. Aalders over de prediking. Het waren goede dagen, zoals ook van de conferentie van 1969 gezegd kan worden; hier spraken Ds. K. Exalto en Dr. C. A. Tukker over het ambt en Ds. L. Kievit over het ambt in de gemeente. Ongeveer 110 predikanten maakten deze conferenties die wij niet gaarne als vormen van onderling contact en uren van diepe bezinning zouden missen, mee. Op een ander vlak geldt dit van de vergadering met de ambtsdragers in 1968; Ds. R. J. v. d. Hoef sprak over „Hoe vervullen wij ons ambt in de Herv. Kerk van nu". Deze goed bezochte bijeenkomst vond in 1969 een vervolg in de contactdag op de 1e maart 1969 waar de vragen die ons verontrusten en bezighouden in den brede werden besproken.
Daarnaast waren er de contacten met de theol. studenten; het is langzamerhand een traditie geworden eens per jaar met de studenten te vergaderen. Ongeveer 80 studenten gaven aan de uitnodiging gehoor. Dr. W. Aalders hield het referaat. Voor dit jaar is een bijeenkomst uitgeschreven tegen donderdag 22 mei.
De opleiding van onze studenten heeft ons vele malen beziggehouden, denk aan de studietoelagen. Enigen van hen die een studietoelage hebben ontvangen werden in het ambt bevestigd en wij zijn er dankbaar voor dat door het aankomen van de jongere predikanten het aantal vacatures niet nog groter is geworden. Men vergete niet dat er op het ogenblik in onze Kerk ongeveer 400 predikantsplaatsen vacant zijn.
Wat een opvolging betreft van prof. Severijn als bijzonder hoogleraar, hierover is vele malen gesproken, na langdurig beraad is besloten dat een benoeming althans op het ogenblik niet kan worden geëffectueerd; maar het H.B. blijft in deze diligent.
In het lopende cursusjaar zijn openbare lessen voor theol. studenten gegeven door Ds. A. Noordegraaf, Ds. L. Kievit, Ds. L. Vroegindewey en Dr. C. Graafland. Het ligt in het voornemen van het H.B. een volgend jaar deze lessen voort te zetten.
Theol. Reformata is thans zijn 12e jaargang ingegaan; wij danken alle medewerkenden voor hun arbeid en allen die door het nemen van een abonnement de hoge kosten helpen drukken. Ons orgaan maakte in 1968 zijn 56e jaargang vol en wij kunnen niet anders dan ons verheugen over het groeiende aantal abonnees, mede dank zij het volhardende werk van Ds. Timmer. En toch — wij moeten nog verder.
Het moet mogelijk zijn, dat wij 10.000 abonnees halen! En vooral het blad moet gelezen worden! Daarbij kom ik aan het vele werk van de publicatiecommissie die de uitgave van menig stuk of onder handen heeft of reeds heeft voltooid.
Dezer dagen kwam het boek van Ds. Kievit: „Die geleden heeft", uit; eveneens het werk van Ds. Exalto over de preken van Luther. Op verzoek van de commissie verscheen bij de Uitg. Zuyderduin een werk van Ds. Boer over de Verzoening, maar dat moet dan ook worden gekocht en gelezen en bestudeerd; er moet in onze kringen méér gestudeerd worden!
Allerlei bemoeienis had het H.B. met het werk van de afdelingen. Wat merken wij soms weinig van een verslag van werkzaamheden dat van iedere afd. verwacht wordt. Vele besprekingen waren er met kerkeraden en besturen van afd. o.a. over nieuwe structuurplannen, over doopkwesties waarbij men van doopdwang van hoger hand kan spreken. Enige nieuwe afd. werden opgericht.
Het contact met het H.B. van de Conf. Ver. was dit jaar gering, juist dezer dagen kwam een schrijven over een nieuwe bespreking binnen.
Een onderhoud, voorbereid in 1968, met het moderamen van de Gen. Synode had plaats op 14 januari 1969, van het H.B. waren aanwezig Ds. Boer, Ds. Vermaas en Ds. Tukker. Onze bezwaren zijn daar in den brede uiteengezet.
Ten aanzien van de nieuwe Psalmberijming heeft het overleg met andere bonden niet tot een eensluidend advies en een eenstemmige memorie kunnen leiden. Het Hoofdbestuur heeft nu een kleine commissie van zes benoemd, die over de inhoud en bruikbaarheid van de nieuwe berijming nog dit jaar een advies hoopt uit te brengen.
Met de vragen inzake de vrouw in het ambt zijn wij nog niet klaar zoals ook op de ambtsdragers-vergadering bleek.
Ik vertrouw met bovenstaande een indruk te hebben gegeven van de arbeid van uw H.B. De Heere geve ons allen getrouwmakende genade om voort te gaan ten nutte van de kerk en ten zegen voor de gemeente.
U.                                                                                   Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's