De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE VER ZIJN WE.....?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE VER ZIJN WE.....?

14 minuten leestijd

II.
In een vorig artikel kwamen wij tot de slotsom dat in het Decreet over het oecumenisme de eigenlijke schuld van de „scheiding" der 16e eeuw op de Reformatie gelegd wordt. Wel wordt toegegeven dat er „aan beide zijden" schuld is, maar deze schuld raakt wat Rome betreft niet de kerk zelf, maar haar leden; bovendien, zij heeft aan Rome's kant niet betrekking op de leer, alleen maar op bepaalde toestanden en daden.
Deze visie op het ontstaan van de Reformatie is vanzelfsprekend ook van invloed op de weg die door Rome, in dit Decreet, gewezen wordt om te komen tot een opheffing van de scheiding, met andere woorden om te komen tot een kerkelijke hereniging.
Vóór we daar echter de nodige aandacht aan gaan schenken, moet eerst nog op iets anders gewezen worden, namelijk op het onderscheid dat in het Decreet gemaakt wordt tussen de volheid van de waarheid en het fragmentarisch bestaan van bepaalde delen van de waarheid.
Alle oecumenische illusies ten spijt hebben wij moeten constateren dat ook Vaticanum II er aan vast heeft gehouden dat alle waarheid als eenheid, dus als één geheel, alleen in de R.K.kerk te vinden is. Dat staat in het genoemde Decreet op meer dan één plaats. Hieruit blijkt dat de R.K.kerk tot op deze dag toe nog niets heeft laten schieten van haar aanspraken (pretenties) die al dateren van de dagen der Reformatie. Aan haar, zo lezen wij letterlijk, is de waarheid toevertrouwd; zij is — als enige — met alle door God geopenbaarde waarheid verrijkt.
Het is op grond van deze zwaarwichtige pretentie dat in het verleden van de kant van Rome tot de reformatorische christenen steeds weer de oproep kwam om toch tot déze kerk, eigenlijk dé kerk, terug te keren.
Meerdere christenen hebben aan deze oproep gevolg gegeven, soms zelfs heel prominente. In zulke gevallen sprak men dan van een „bekering" (conversio); en de personen die er toe overgingen kregen de naam van bekeerlingen, convertieten. Een duidelijk hierop gerichte aktie draagt de naam van proselytisme. Zij was jarenlang de enige officiële r.k. oecumeniciteit (voorzover men in dit verband van oecumeniciteit kan spreken). Wie er ook maar enig belang in stelde, kon gratis een cursus volgen in de leer en praktijk der R.K.kerk, met de bedoeling tot deze kerk over te komen. Zelfs in het Decreet over het oecumenisme, ontbreekt niet de waardering voor deze methode, dit proselytisme.
Intussen, het is thans niet meer Rome's enige activiteit op oecumenisch gebied. Sinds Vaticanum II is er naast het proselytisme een oecumenisme in veel grootser stijl ontstaan. Men richt zich niet meer uitsluitend op leden van andere kerken, maar tegelijk ook op die kerken zélf. De oecumenische activiteit is uit de sfeer van het individuele overgebracht op kerkelijk terrein. Het doel is geworden: een eenwording der kerken.
Natuurlijk is dit een veel moeilijker weg. Twee of meer kerken bij elkaar brengen is een geweldige opgave. Er zitten vaak kloven tussen die eeuwenoud zijn. Men is ver uit elkaar gegroeid. Men gaat niet zomaar er toe over eigen bestaan prijs te geven.
Een van de allergrootste moeilijkheden juist ten aanzien van Rome is de al genoemde aanspraak die de R.K.kerk maakt op het bezit van de waarheid. Minder dan enige andere kerk is het déze kerk mogelijk ooit haar eigen bestaan prijs te geven. Zij kan op grond van haar zwaarwichtige pretentie onmogelijk iets anders eisen dan dat andere kerken tot haar, de moederkerk, terugkeren. Een andere weg tot de eenheid is er voor haar niet.
Dit alles wordt nog ingewikkelder en tegelijk ook klemmender wanneer wij bedenken dat Rome's aanspraak op het alleenbezit van de waarheid ten nauwste is verbonden met de vergoddelijking van eigen kerkstructuur. De waarheid zit, volgens Rome's eigen opvatting, vast aan de hiërarchie. Die hiërarchie is zelf een stuk van de waarheid, en zeker niet het geringste deel daarvan. Vandaar dat in heel de oecumene waar Rome in betrokken is, alles steeds weer draait om de hiërarchie, het leergezag, de figuur van de bisschop, en nog meer de figuur van de paus. Wat Rome ook ooit zou kunnen prijsgeven, in geen geval de figuur van de paus. Hier ligt voor heel Rome's oecumenische activiteit een duidelijke grens. Ook na Vaticanum II is dat nog zo. Ieder lezer van de Conciliestukken kan dat opgemerkt hebben: steeds weer, tot vervelens toe, worden de positie en het gezag van de paus onderstreept.
De figuur van de paus is dan ook op het moment in heel de oecumenische situatie meer dan iets anders het hete hangijzer. Overal waar ook maar even gedacht wordt aan een eventuele kerkelijke hereniging met Rome komt dit probleem ter sprake. Er is ook aan protestantse zijde het besef dat Rome op dit punt nooit zal kunnen en willen toegeven. En daarom probeert men, daar men een kerkelijke hereniging met Rome niet bij voorbaat wil uitsluiten, op de een of andere manier met die paus in het reine te komen. Meer dan eens verwijst men naar Johannes XXIII en beweert men, dat als de paus zó zou willen functioneren ook wij, reformatorische christenen, geen bezwaar tegen een dergelijke bekleder van het Petrus-ambt in de kerk zouden hebben. Bij een andere gelegenheid worden wij, reformatorische christenen en vooral de theologen, opgeroepen ons eens op een dergelijke figuur, dus een paus, en zijn plaats in een toekomstige wereldkerk te gaan bezinnen. Zo deed Prof. Berkhof in een bijdrage die hij leverde in de bundel Protestantse Verkenningen na Vaticanum II (blz. 114). Het beeld van de paus, die men in dit geval voor ogen heeft, verschilt nogal wat van de wijze waarop de tegenwoordige paus Paulus zijn ambt vervult, niettemin hij blijft een paus.
Naar mijn gevoelen wordt hier gespeeld met vuur. Bezinning te vragen op dit punt gaat naar mijn mening reeds over de schreef. Hiermee kunnen demonen worden gewekt die de kerk brengen onder een nieuw juk. Wij kunnen er niet genoeg dankbaar voor zijn dat wij van de paus af zijn; het heeft moeite genoeg gekost. Johannes XXIII was weinig minder acceptabel dan zijn opvolger. Het kwaad zit hem niet in de eerste plaats in de persoon, maar in het onbijbels ambt — dat dan ook de persoon bederft. Wanneer dit de prijs zou moeten zijn die aan Rome wordt betaald, dat wij de paus accepteren, terwille van een eenwording der kerken, dan wordt deze hele eenwording al veel te duur. Wie ook maar één druppel reformatorisch bloed in zich heeft, zal nimmer onder Rome het hoofd kunnen buigen. Dit moet in alle openheid weer eens gezegd worden, opdat wij en zij (!) weten waar men aan toe is.
Wij keren terug tot Rome's waarheidspretentie. Deze pretentie is keihard. Zij biedt op zichzelf weinig oecumenisch perspectief. Dat wordt ook binnen de R.K.kerk zelf in toenemende mate beseft. Men heeft er ook wat op gevonden. Men heeft, al sinds enkele tientallen jaren, in de kringen der oecumenische theologen, zich er op bezonnen hoe met behoud van de oude aanspraak op het alleenbezit van de waarheid, er toch ruimte kon komen voor oecumenische toenadering en activiteit. De weg daartoe heeft men gevonden in een verdieping en verbreding van wat de katholiciteit der kerk wordt genoemd. Het nieuwe van de huidige situatie is nu dat op Vaticanum II officieel door de R.K.kerk deze poging is overgenomen. Heel de milde indruk die het Decreet over het oecumenisme naar buiten maakt, is op rekening te zetten van deze herinterpretatie van de katholiciteit der kerk.
Al van oude tijden heeft de R.K.kerk zich bij voorkeur de katholieke genoemd. Dit zag op het feit dat zij wereldwijd (universeel) is, en verder ook dat zij, naar eigen opvatting, via een reeks van wettige wijdingen, rechtstreeks afstamt van de apostelen, en derhalve de kerk van alle eeuwen is.
Thans wordt echter het accent vooral hier op gelegd dat de R.K.kerk de katholieke is omdat binnen haar de volheid is, men vindt in haar alle waarheden en waarden. Er wordt echter iets aan toegevoegd, namelijk dat deze volheid niet altijd in de R.K.kerk is gerealiseerd; met andere woorden, dat de katholieke kerk in de praktische uitwerking van haar leer en nog meer in de praktijk van haar geloofsleven niet altijd voldoende haar katholiek karakter bewust is geweest. Andere kerken, ook de kerken die uit de Reformatie van de 16e eeuw zijn ontstaan, hebben delen, elementen of fragmenten van de waarheid in hun bezit, en hebben deze buiten de R.K.kerk gestalte gegeven. Niet dat de R.K.kerk ooit tekort geschoten zou zijn in de leer, want nogmaals alle waarheid is in haar te vinden, is haar bezit, maar het maakt verschil uit of we iets bezitten óf dat wij het ook laten functioneren.
Op deze wijze hebben de r.k. oecumenici getracht een weg te vinden tot een oecumenischer en positievere houding ten aanzien van bijv. de reformatorische kerken en christenen. De oude pretenties van Rome konden worden gehandhaafd, maar tegelijk werden ze gecompenseerd door een nieuw accent op de katholiciteit van de kerk. Het nieuwe van Vaticanum II is nu, dat de kerk deze visie officieel heeft overgenomen. Wij vinden haar derhalve ook in het al meermalen genoemde Decreet over het oecumenisme.
Intussen, we dienen als reformatorische christenen ons toch wel te realiseren wat in feite hiermee is gebeurd, en ons de vraag te stellen of wij met deze nieuwe visie vrede kunnen hebben.
In de eerste plaats, het lijkt me allerminst juist om te zeggen dat de Reformatie slechts een deel van de waarheid heeft. Op de achtergrond hiervan staat een kwantitatieve katholiciteitsopvatting, de waarheid is dan katholieker naarmate zij meer omvat. Deze katholiciteitsopvatting heeft een sterke neiging in de richting van het syncretisme: men probeert alles te omvatten. Hoe krachtig dit gevaar is binnen het huidige r.k. streven naar een grotere mate van katholiciteit, moge blijken uit het feit, dat men niet alleen de waarheden en waarden van de Reformatie en van diverse andere kerken en gemeenschappen wil opnemen, integreren in eigen geloofsbezit, maar óók al wat men aan waarheid en waarde meent te kunnen vinden in de niet-christelijke godsdiensten en levensbeschouwelijke stromingen. Ik kan niet inzien dat dit nog iets te maken heeft met de katholiciteit der kerk in bijbelse zin. Juister is het de hele waarheid te zoeken en te vinden in de Schrift. In die zin heeft de Reformatie gesproken over de katholiciteit der kerk. Zij zou dan ook nooit hebben willen toegeven dat zij slechts een deel van de waarheid bezat, zij was ervan overtuigd dat zij in het Woord van God de héle waarheid had. Dat er aan onze kant gebrekkigheid kan zijn in het verstaan van die waarheid, dat is een andere zaak. Wij blijven aangewezen op de Geest die ons leidt in alle waarheid, ook als kerk. Maar dat is toch een heel andere katholiciteitsopvatting dan er door Rome, ook sinds Vaticanum II, op nagehouden wordt. Wij mogen ons wel goed bedenken voor wij op dit punt ook maar één stap zetten op de weg die ons hier gewezen wordt.
Bovenstaande nieuwe interpretatie van de katholiciteit der kerk heeft onder andere ten gevolge, dat Rome meer dan ooit zich op het ogenblik bevindt in een vernieuwingsproces. Alles wordt gedaan wat men doen kan om vooral toch op te nemen wat zich buiten eigen kerk bevindt aan waarheidselementen. Vandaar de grote waardering die men opbrengt voor allerlei specifiek reformatorische gegevens, als bijv. onze aandacht voor de Schrift, onze nadruk op de verkondiging van het Woord Gods. Men wil vernieuwing. Na Trente, zo wordt gezegd, is de kerk verzeild geraakt in contra-reformatorische wateren, en pas nu begint het schip daar weer uit te komen. De oude formuleringen onderwerpt men aan een grondige herinterpretatie. Er is een geest van verjonging vaardig geworden over deze oude kerk.
Dit alles doet geweldig sympathiek aan. Geen wonder dan ook dat er van protestantse zijde veel reactie op is. De protestantse kerken voelen zich uitgedaagd. Men kan het niet hebben dat Rome ons zo ver vóór is op de weg naar vernieuwing. Steeds luider horen wij aanklachten tegen eigen protestantse kerken, vooral ambtelijke vergaderingen, waarin alles zo traag lijkt te verlopen.
Er komt dan nog bij, dat in ons eigen land de R.K.kerk een vooruitgeschoven post inneemt. Er is een Pastoraal Concilie aan de gang, waaraan ook niet-roomskatholieken deel nemen. Dat werkt aanstekelijk. Er wordt steeds meer voedsel gegeven aan een vérgaande bereidheid om met de R.K.kerk in ons land te komen tot volledige kerkelijke eenwording.
Soms beluisteren wij ook van de andere kant ongeduldige geluiden. Op de laatste zitting van het Pastoraal Concilie sprak een der R.K. aanwezigen er zijn teleurstelling over uit dat er in de protestantse kerken zo weinig gebeurt. Hij verwachtte grotere stappen, ook in de richting van de eenheid.
Het zal in de toekomst niet gemakkelijk worden voor diegenen die desniettegenstaande menen zich van heel dit oecumenisch streven te moeten distantiëren. Het zal ze bijkans als een misdrijf worden aangerekend. En toch: wat heil is ervan te verwachten? De eenheid mag nimmer een altaar worden waarop de waarheid wordt geofferd. Die waarheid is niet een uit stukjes bestaand geheel, die wij bij elkaar moeten leggen om ermee klaar te komen. Zij heeft een hart en middelpunt. Waarheid kan tegenover waarheid staan, te weten Gods waarheid tegenover wat de mensen er voor houden
De weg die ons momenteel door Rome, in genoemd Decreet en elders, gewezen wordt is die van de incorporatie. Het woord terugkeer wordt vermeden, maar het woord incorporatie komt in de vorm van het werkwoord (incorporare) letterlijk in het Decreet voor. Zij lijkt een verzachting in te houden, maar veel meer dan schijn is dat niet. Zij doet denken aan lichaamsdelen die afgescheiden van het lichaam gedoemd zijn te sterven. Is dat de Reformatie: een tot sterven gedoemd lichaamsdeel? Is dat Rome: het ware lichaam der kerk? Men moet weten wat men doet als men op deze basis met Rome het gesprek wil voeren over een toekomstige eenheid!
Tot slot, in dezelfde zin waarin, in het Decreet, gesproken wordt over de zonde der scheiding, die, zoals we al zagen, geheel op rekening van de reformatoren wordt gezet, staat ook dat deze zonde de afgescheiden broeders van nu, levend zovele eeuwen later, niet meer mag worden toegerekend. Op het eerste gezicht: weer een van die vriendelijke woorden waarmee wij vanuit het nieuwe (?) Rome tegenwoordig worden toegesproken. En toch — ik wil het bekennen — heeft deze uitspraak me gegriefd. Hier wordt niets minder gedaan dan een wig gedreven tussen de reformatoren en ons. De schuld die hun wordt toegerekend, wordt van onze schouders afgenomen. Tevens is het een poging om aldus (op deze unfaire wijze) met ons, een nieuwe generatie, opnieuw het gesprek te beginnen, zonder enige belasting van het verleden. Terwijl de R.K. zélf haar verleden handhaaft worden wij (schijnbaar heel vriendelijk) uitgenodigd om ons verleden los te laten. Het komt er op neer dat wij de reformatoren afzweren, en open zullen gaan staan voor wat nu, vanuit Rome, op ons toekomt. Het lijkt mij toe, dat we voor deze eer zonder meer moeten bedanken. Wij willen, als het dan zo moet, samen met de reformatoren „schuldig" zijn. Maar van hun schuld zijn we niet overtuigd. Ook zij waren mensen, maar wat ons scheidt van Rome is de Schrift, als de enige Rechter tussen haar en ons.
Wij zijn er nog lang niet aan toe om met Rome over eenheid te praten. Er zijn andere dingen die eerst aan de orde moeten komen. Daar hebben wij nog bergen werk mee. Die dingen steeds weer aan de orde te stellen, dat kon weleens de ware oecumeniciteit zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE VER ZIJN WE.....?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's