Rome-Reformatie in de Hervormde Synode
De generale synode van de Ned. Herv. Kerk heeft zich diepgaand bezig gehouden met een concept-herderlijk schrijven, opgesteld door dr. C. P. van Andel Azn. en prof. dr. A. J. Bronkhorst. In dit stuk wordt de huidige verhouding van de Ned. Herv. Kerk tot de Rooms Katholieke kerk uiteengezet.
In maart 1950 liet de synode een eerste herderlijk schrijven uitgaan, waarin de controversen, die gedurende vier eeuwen de verhouding tussen Reformatie en Contra-Reformatie hebben bepaald, uiteen werden gezet. In 1961 werd dit schrijven gevolgd door synodale richtlijnen, omdat naar de mening van de synode in die verhouding veranderingen waren gekomen door het optreden van Paus Johannes XXIII. En thans, voornamelijk naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie, meende de synode dat het nodig was de verhouding tot Rome opnieuw aan de orde te stellen.
In de inleiding van het concept herderlijk schrijven wordt gezegd: „De richtlijnen (van 1961) werden dan ook gegeven vanuit de overtuiging dat de Rooms Katholieke Kerk een waarachtige vernieuwing tot geen geringere prijs zal kunnen bereiken dan in de Reformatie is geschied, namelijk door een breuk met het Rooms Katholieke dogma". En verder wordt dan gezegd: „Acht jaar nadat zij werden neergeschreven moet erkend worden dat door de werking van de Geest de verhoudingen van de kerken zodanig zijn veranderd, eveneens beider plaats in de samenleving, dat de generale synode zich genoodzaakt ziet zich in een afzonderlijk herderlijk schrijven opnieuw tot volk en kerk te richten."
Verder hebben volgens dit stuk de aanwezigheid in de concilie aula van de „gescheiden broeders" en hun inspraak de documenten van het Tweede Vaticaans concilie diepgaand beïnvloed. Dat blijkt — aldus het concept — uit de nieuwe visie op de liturgie, het hernieuwde kerkbegrip, de herontdekking van de collegialiteitsgedachte en de openheid voor de vragen van de moderne wereld. Wat de vernieuwing van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland betreft wordt dan voornamelijk gewezen op de Nieuwe Katechismus. Aangezien drs. K. Exalto in een afzonderlijk artikel in zal gaan op de inhoud van het concept herderlijk schrijven zullen we in dit verslag niet verder op de inhoud van het stuk ingaan.
Commissie van Rapport
Zoals gewoonlijk was er een synodale commissie van rapport aangewezen om het herderlijk schrijven te bestuderen en de synode over één en ander te adviseren. In die commissie waren benoemd Ds. L. J. Bloemsma, prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker, Ds. P. Koeman, en diaken J. Stuurman. Prof. Lekkerkerker heeft ter synode in nogal scherpe bewoordingen gezegd dat de commissie een veel te korte voorbereidingstijd had gehad. Eén keer had men kunnen vergaderen en de rapporteur Ds. P. Koeman moest toen in ongeveer één dag zijn rapport gereed maken wilde het nog op tijd aan de synodeleden kunnen worden toegezonden. Hij merkte dan ook op dat hij voortaan onder dergelijke omstandigheden niet meer in zo'n synodale commissie zou meewerken. Ook andere leden van de synode merkten op dat de korte voorbereidingstijd niet in verhouding stond tot het gewicht van de zaken die aan de orde waren en dat op deze manier een goed tegenspel van de synode onmogelijk werd gemaakt.
De commissie van rapport had het concept herderlijk schrijven aangeduid als een goede registratie van feiten, maar het stuk werd veel te vlak geacht. „Het is geen inspirerend stuk en de wegwijzer voor de gemeenten ontbreekt nagenoeg." Ook werd het appèl tot zelfonderzoek te veel gemist, terwijl men verder vond dat in het schrijven te weinig de zorg doorklonk dat de grenzen tussen evangelie en humanisme zouden vervagen. De waardering van de Nieuwe Katechismus vond men te positief. Letterlijk werd opgemerkt: „De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het eveneens een boek is waarin een moderne theologia naturalis (natuurlijke theologie, J. v. d. G.), voorop gaat aan de verkondiging van de bijbel. Uitgangspunt is het zoeken van de mens. De beoordeling van de Nieuwe Katechismus is te optimistisch. De homoniserende tendenzen dienen ook gesignaleerd te worden. De artikelen van prof. Haitjema, prof. Lekkerkerker, het boekje van prof. Velema en drs. Exalto e.a., mogen niet onvermeld blijven, evenmin de waardevolle bijdrage van prof. Van Ruler in het geheel van het gesprek Rome-Reformatie."
Al met al was de commissie van rapport van mening dat dit stuk de kerk niet uit kan en niet in kan.
Prof. Bronkhorst
In een uitvoerig commentaar ging prof. Bronkhorst in op de kritiek van de commissie van Rapport. Opgemerkt moet worden dat hij een grotere openheid aan de dag legde naar de kant van Rome dan naar de zijde van diegenen die, ook in de synodale commissie van rapport, vanuit de zorg voor het reformatorisch belijden kritische noties hadden gemaakt naar aanleiding van het herderlijk schrijven. Op de eigenlijke bezwaren van de Commissie van Rapport ging hij niet in. Dat werd door enkele synodeleden als pijnlijk ervaren en ook onder woorden gebracht, onder andere door Ds. Koeman en prof. Lekkerkerker. In het stuk van de Commissie van Rapport was het herderlijk schrijven aangeduid als een realiteitsbenadering van koplopers. Prof. Bronkhorst beaamde dat en zei: „Als u dat niet wenst, stuurt u ons dan naar huis. Wij hebben ons opgesteld niet in de zestiende, zeventiende, achttiende of negentiende eeuw, maar in de twintigste eeuw en om precies te zijn in het jaar 1969". En vanuit de situatie in het jaar 1969 wilde hij b.v. ook de Nieuwe Katechismus beoordelen. Dan moge weliswaar binnen de Rooms Katholieke kerk alle dogma's overeind gebleven zijn, maar zij zijn anders gaan functioneren. Op het laatstgehouden Pastoraal Concilie bleek dat de verontrusten in de Rooms Katholieke Kerk, met hun benadrukken van de oude dogma's geen klankbodem meer hebben en geen gehoor meer vinden. En daarom moet de Nieuwe Katechismus gelezen worden door de bril van 1969 en niet door de bril van enkele jaren geleden toen de Nieuwe Katechismus werd opgesteld. Daarvoor is de ontwikkeling — aldus Bronkhorst — te snel gegaan. Ten aanzien van het bezwaar door de Commissie van Rapport geuit, dat in het herderlijk schrijven de noties van het werk van de Heilige Geest te veel werden gemist, merkte prof. Bronkhorst op dat het niet nodig was om allerlei dogmatische punten op te nemen. Ook ging hij voorbij aan de kritiek dat de betekenis van de begrippen waarheid en gerechtigheid niet was uitgediept.
Dr. C. P. van Andel Azn, mede opsteller van het concept herderlijk schrijven, had begrip voor de door de Commissie van Rapport genoemde punten waaromtrent meer duidelijkheid gewenst was. Hij noemde in dit opzicht de onfeilbaarheid van de Paus, de verhouding van Schrift en Traditie, het Petrusambt, de transsubstantiatie en het misoffer — de Commissie van Rapport had gesteld dat antwoord 80 van de Heidelberger Catechismus niet kon worden losgelaten — de Mariologie, de theologische achtergronden van het Mandement en de grenzen tussen Christendom en Humanisme.
Hij merkte op dat verschillende van deze punten ook door Rooms Katholieken, aan wie het concept ter beoordeling was voorgelegd, genoemd waren ter verdere doordenking.
Wat de synode ervan vond
Tenslotte nog enkele punten die in het beraad ter synode aan de orde kwamen.
Ds. L. J. Bloemsma vroeg zich af of zo'n schrijven alleen van de Hervormde Kerk moest uitgaan. Naar zijn mening hadden er ook Rooms Katholieken aan moeten meewerken, een gedachte die door Ds. J. G. A. van Zanten uit Wassenaar werd onderstreept. Verder vond hij het herderlijk schrijven te vlak, te gezapig, te vriendelijk. We moeten, aldus Ds. Bloemsma, de dingen zeggen zoals ze zijn.
Ds. P. Koeman meende dat te gemakkelijk werd uitgegaan van de gedachte dat de kerk er primair is voor de wereld. Hij stelde dat de kerk er allereerst is voor Christus en dat gemeenschap met elkaar pas komt na de gemeenschap met Christus. Hij vroeg zich dan ook af of in de huidige situatie wezenlijk gesproken kon worden van een verbondenheid in geloof.
Prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker signaleerde nog eens dat alle dogma's totnutoe bij Rome overeind zijn blijven staan, onder andere het dogma van de lichamelijke ten hemel opneming van Maria. En verder onderstreepte hij nog eens dat de theologie in de Nieuwe Katechismus inzet bij de vragende mens, terwijl er verder ook sprake is van een duidelijke harmonisering van evolutie en erfzonde.
Ouderling T. Teitsma, Haarlem, noemde het herderlijk schrijven goed en gedocumenteerd. Ook Ds. S. W. de Vries, Hilversum, sprak zijn dankbaarheid uit over het stuk en vroeg zich af of nog niet apart aandacht moest worden besteed aan de nieuwe interpretatie van de dogma's zoals die zich bij Rome voltrekt.
Ds. F. J. Goethals, Wolfaartsdijk, vond dat het stuk de kerk in moest, maar vroeg zich tevens af of de kerk ook niet bezig moest zijn met haar eigen interne situatie. Hij vreesde dat door de grote vaart, waarmee zich de oecumenische toenaderingen voltrekken, juist in de eigen gelederen een splitsing zal ontstaan. Hij verwees daarbij naar wat Ds. Boer, voorzitter van de Gereformeerde Bond, gezegd had over de ene evangelische kerk, waarbij hij kerkelijke versmelting van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk had afgewezen.
Drs. K. Exalto knoopte daarbij aan door te zeggen dat de Hervormd Gereformeerden — en niet alleen zij — zullen weigeren om te leven in één evangelische kerk, hetgeen aan de Volkskrant de mededeling ontlokte dat Ds. Exalto met een schisma dreigde. Ook Ds. Exalto stelde dat in het herderlijk schrijven de dingen te mooi en te vriendelijk worden voorgesteld. Wat in dit stuk staat berust op persoonlijke contacten en gaat niet uit van de officiële documenten. Op het Pastoraal Concilie is uitdrukkelijk gezegd dat de Nederlandse Kerkprovincie behoren wil tot de wereldkerk. Op die positie moet de Rooms Katholieke Kerk beoordeeld worden. We moeten, aldus Ds. Exalto, niet uitgaan van b.v. de opvattingen van Schillebeeckx over de eucharistie maar van wat daarover b.v. wordt gezegd in Mysterium Fideï. En dan blijkt verder uit de officiële stukken ook dat Rome de terugkeer van de Reformatorische Kerken in de Moederkerk, de zogenaamde incorporatie, blijft bepleiten. Uit de manier waarop prof. Bronkhorst de Nieuwe Katechismus beoordeelt concludeerde hij dat we zo zijn overgeleverd aan individualistische interpretaties. Tenslotte benadrukte Ds. Exalto sterk de roeping van de kerk om vanuit de Reformatorische positie het modernisme en de saecularisatie te bestrijden.
Ds. J. C. H. Jörg, Apeldoorn, wees op de discrepantie die er bestond tussen het herderlijk schrijven en het rapport van de synodale commissie. Verder benadrukte hij de noodzaak van nadere bezinning omtrent de Mariaverering.
Ds. K. A. Abelsma, Wateringen, meende dat de kritiek van de commissie van rapport niet terzijde mocht worden gelegd. Hij had begrip voor het standpunt van de Gereformeerde Bond dat de Reformatorische kernpunten niet verdoezeld mochten worden. Hij vond in dit opzicht het herderlijk schrijven ook te vlak, te optimistisch en te irenisch.
Ouderling C. Frankena, IJlst, meende dat de gemeenten eenzijdige voorlichting krijgen. „Gisteren gaf de synode ons be-dehuis aan Allah, wat doet de synode vandaag met onze gemeente? "
Ds. J. H. Voortman, Oud Vossemeer, meende dat het concept herderlijk schrijven goede leiding gaf en stelde dat er ook in de Gereformeerde Bond wel verlangen was naar samengaan met Rome, zij het onder bepaalde voorwaarden. Hij vermeldde een kerstzangdienst op het eiland Tholen waaraan Hervormden en Rooms Katholieken meededen.
Ds. G. H. Würsten sprak de vrees uit dat het erfgoed der Reformatie in de Oecumene met Rome verloren zou gaan. Hij vroeg zich af of de Rooms Katholieke kerk haar pretenties de enige ware kerk te zijn heeft losgelaten. Bovendien wees hij op de noodzakelijke eenheid van belijden en beleven.
Dr. W. Nijenhuis, die het stuk een goed leesbaar stuk vond voor de gemeente, merkte op dat de ambtsvraag niet verdisconteerd is bij de eucharistie. Ds. P. J. Mackaay miste de missionaire aspecten en dr. C. P. van Andel, miste de Rooms Katholieke maatschappijbeschouwing.
Ds. F. H. Landsman benadrukte de roeping om de tekenen van de tijd te verstaan. Er is, aldus Ds. Landsman, gebeden dat het gezag van het Woord in Rome zou gaan heersen. En als het gebed verhoord wordt zijn we in verwarring. Er moet goed onderscheiden: worden wat uit God is. De kerken moeten niet toe naar een constructie van de éne evangelische kerk, maar bekering is nodig voor Rome en de Reformatorische Kerken. Beide moeten als zondaren op één hoop geworpen worden.
Dr. P. C. Elderenbosch vond dat in de Nieuwe Katechismus weinig werd teruggevallen op de oude dogmata. De plaats van Maria, de Paus, de ambten en de eucharistie laat de Rooms Katholieke kerk formeel wel staan, maar ze hebben niet de functie van weleer. De kerken dienen daarom samen te komen tot een verwoording van de dogmata voor de moderne tijd.
Ds. W. Kalkman, Driebergen, signaleerde in de Rooms Katholieke kerk en ook binnen de eigen kerk een beweging, maar hij vroeg zich af of dat een beweging was naar Christus toe. Hij meende dat de kerk duidelijk diende te spreken vanuit haar eigen belijden. Daarbij gaat het om Jezus, de middelaar Gods en der mensen. Dat is het centrum van het evangelie. Hij miste in de Nieuwe Katechismus het schuldkarakter van de zonde en vroeg zich daarom af wat dan overblijft van Christus' verzoenings- en verlossingswerk. Hij meende dat het stuk zo niet de kerk in mocht en stelde derhalve voor dat het stuk na herschrijving terug zou komen in de synode. Dit voorstel verkreeg 11 stemmen. In meerderheid sprak de synode zich uit voor aanvaarding van het concept in strekking en grote lijnen, waarbij de geuite kritiek in het stuk zal worden verwerkt. Het Breed Moderamen van de synode stelt de eindredactie vast. Daarna wordt het uitgegeven, niet als herderlijk schrijven, maar als richtlijnen.
H. J. v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's