De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Synodaal allerlei

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synodaal allerlei

3 minuten leestijd

Tijdens het beraad van de generale synode van de Ned. Herv. Kerk over het jaarverslag 1968 van de Raad voor de Zending sprak de synode na lang beraad in meerderheid uit dat ons land mede verantwoordelijk is voor de moeilijkheden van de laatste jaren in West Irian.
Ds. H. Harkema directeur van de G.Z.B, zei, desgevraagd, ter synode dat de G.Z.B, geen behoefte heeft tot samensmelting met de algemene zending van de Ned. Herv. Kerk, aangezien bij de leiding van de G.Z.B, de overtuiging leeft dat door de apostolaire vaart, die, het huidige zendingswerk kenmerkt, het confessioneel motief op de achtergrond is geraakt.
De synode heeft zich met 33 stemmen voor en 10 stemmen tegen uitgesproken voor een regeling betreffende interkerkelijke doopdiensten met de R.K. kerk. In een concept schrijven werd uitgesproken dat, gezien de doopovereenkomst van 20 juli 1967, de oecumenische bedoeling het meest tot zijn recht komt als de doop geschiedt onder verantwoordelijkheid van één van de kerken. Daarop moeten de doopouders gewezen worden. Maar als toch de doop een interkerkelijk karakter krijgt moet de doopdienst plaats vinden in één van beide kerken met gebruikmaking van de liturgie van die kerk, terwijl de andere kerk zich laat vertegenwoordigen door kerkeraad of parochiegeestelijken. Eventueel kan een afgevaardigde van de andere kerk aan de dienst meewerken.
De synode sprak zich met meerderheid van stemmen uit voor een voorstel om een bepaling in de kerkorde op te nemen welke het mogelijk maakt dat de synode dispensatie verleent bij de toepassing van bepalingen van de kerkorde in het algemeen. Ds. F. H. Landsman zei ter toelichting, dat die behoefte aan dispensatie er is in bepaalde bijzondere omstandigheden, b.v. als een gereformeerd predikant als bijstand in het pastoraat wordt benoemd in een Hervormde Gemeente, als in bepaalde situaties aan hulppredikers dispensatie moet worden verleend voor het bedienen van de sacramenten, of zelfs aan gewone gemeenteleden voor de woordbediening, als catechisanten die nog geen belijdenis hebben gedaan toegang vragen tot het avondmaal of in gevallen van kindercommunie, allemaal gevallen — aldus de secretaris generaal — voor tijdelijke regelingen in bijzondere gevallen. Voor vaststelling van zo'n dispensatiebepaling zal de goedkeuring van de classes vereist zijn en verder van een verdubbelde synode.
Vijf synodeleden stemden tegen dit voorstel (Ds. Exalto, ds. Kalkman, ds. Abelsma, drs. G. Plaisier en de heer Quist). Een van de bezwaren was dat zo de weg vrijgemaakt werd voor ongebreidelde experimenten en dat van de nood tenslotte een deugd zou worden gemaakt.
H.                                                        J. v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Synodaal allerlei

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's