VERPLICHT OVERLEG?
In het Weekbulletin van het Persbureau der Nederl. Herv. Kerk van 6 juni 11. stond het volgende bericht:
Jonge predikanten willen verplicht overleg beroepingswerk
Een aantal hervormde seminaristen heeft zich met het volgende schrijven gewend tot de moderamina van de Provinciale , Kerkvergadering der Nederlandse Hervormde Kerk, het moderamen van de hervormde synode en de beroepingscommissie. De tekst van de brief luidt als volgt:
Eerwaarde Heren,
Ondergetekenden, allen seminaristen van het 33e semester, nemen de vrijheid het volgende onder uw aandacht te brengen. Ook in de kerk is allerwege sprake van grote veranderingen, zowel op landelijk als op regionaal plaatselijk niveau, hetgeen een grote onzekerheid en onduidelijkheid ten gevolge heeft voor het werk, dat ondergetekenden in de kerk wacht. Voor de toekomst van de kerk is het daarom van belang, dat er zo zinvol en zo effectief mogelijk gewerkt wordt.
Het is van belang, dat het gesprek hierover op alle niveaus plaatsvindt, met name op dat van de plaatselijke gemeente, zodat gezocht wordt naar passende vormen voor veranderde en veranderende situaties; het richtpunt moet zijn, dat de arbeid van de ondergetekenden maximaal vrucht zal gaan afwerpen.
Het lijkt ondergetekenden daarom een eerste vereiste, dat er voorafgaande aan het aannemen van een beroep verplicht overleg gevoerd wordt tussen allen, die bij het beroep betrokken zijn, te weten: de plaatselijke gemeente, het moderamen van de P.K.V. (zo nodig kan ook het moderamen van de classis in het overleg betrokken worden), en de predikant, die beroepen is of zal worden.
De inhoud van dit verplichte overleg wordt bepaald door het werk, dat de predikant in de plaatselijke gemeente te wachten staat, terwijl daarbij in overweging genomen wordt welke verwachtingen er bestaan met betrekking tot de predikant in provinciaal en classicaal verband (hierbij wordt gedacht aan: vakatures, functies in kerkelijke vergaderingen en organen, de plaats van de gemeente in het regionaal beleid.
Ondergetekenden doen hierbij in de eerste plaats een beroep op u, uw medewerking aan dit verplicht geachte overleg te willen verlenen; de Provinciale Kerkvergaderingen dragen binnen hun gebied immers zorg én voor het geestelijk welzijn van de gemeenten én voor het geestelijk welzijn van de predikanten. Bovendien bent juist u, als moderamen van de P.K.V. de aangewezen instantie hiervoor, omdat u de specifieke problematiek van uw regio en het beleid, dat daarbinnen gevoerd wordt en waarin wij als toekomstige predikanten een plaats zullen moeten vinden, het beste kunt overzien.
Ondergetekenden stellen voor, dat er op korte termijn een vorm voor dit overleg geschapen zal worden; hierenboven moet in elk geval duidelijk de mogelijkheid bestaan, dat het overleg een verplichtend karakter kan krijgen, of zelfs zal kunnen resulteren in een schriftelijk vastgelegde taakomschrijving.
Ondergetekenden beraden zich aangaande de mogelijke overwegingen, die bij genoemd verplicht overleg een rol kunnen spelen. Het plaatsvinden van genoemd overleg achten ondergetekenden beslist onmisbaar bij het overwegen van een beroep. Het is de wens van ondergetekenden, dat zij zo veel mogelijk het overleg als genoemd zullen kunnen voeren, ook diegenen, die reeds in juni a.s. tot beroepbaarstelling zullen komen.
Een afschrift van deze brief is gezonden aan het moderamen der Generale Synode en aan de beroepingscommissie, opdat deze bij de door haar te geven adviezen inzake het beroepingswerk dit verlangen van ondergetekenden kan doorgeven, en aan het persbureau van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Bij dit schrijven willen wij graag enkele kanttekeningen plaatsen.
1. Het is ons bekend, dat het initiatief tot dit schrijven niet van de leiding van het seminarie is uitgegaan maar van de seminaristen zelf. Met uitdrukkelijke vooropstelling van dit gegeven, moet tegelijk gezegd worden, dat de lezingen op het seminarie en de keus van de lectores op het terrein van de structuren en de structuurveranderingen zeer eenzijdig is geweest. De namen van drs. Eichholz en De Loor wijzen op kundigheid, maar ook op een sociologische benadering van de vragen van deze tijd. Nu dit schrijven van de seminaristen is gepubliceerd, mogen wij ook in het openbaar vragen, of op het seminarie ook andere voorlichting mag worden gegeven aan de a.s. predikanten.
Naar onze mening hangt dit schrijven samen met onvoldoende bekendheid inzake de gereformeerde kerkvorm en het gereformeerd kerkrecht. Daaraan zal in het heden en in de toekomst door studenten en predikanten onder leiding van hen, die onderwijs geven, meer moeten worden gedaan.
2. Men kan de vraag stellen of seminaristen voldoende in de materie ingewerkt zijn om een zo verstrekkend voorstel te doen aan de moderamina van de Provinciale Kerkvergaderingen. De ondertekenaars schrijven over een grote onzekerheid en onduidelijkheid. Geven deze gevoelens geen aanleiding om eerst de oorzaken van deze onzekerheid en onduidelijkheid op te sporen?
3. Het is bepaald geen belediging te constateren, dat elk moderamen in onze kerk met de beste bedoelingen gevaar loopt eigen taak en invloedssfeer te overschatten In het maatschappelijk leven doet men in het bedrijfsleven er alles aan dat bepaalde functionarissen een welomgrensde taakomschrijving ontvangen en dat zij zich er aan houden.
Hoe oneindig veel teerder ligt het in de gemeente van Christus, waarin alles dient te geschieden naar de maatstaf van Zijn regering. Hij regeert. Wil deze regering niet gestremd worden, dan heeft ieder in diepe eerbied zich te buigen voor deze Christus.
Niemand beweert, dat de kerkvorm niet een werk van de Heilige Geest kan zijn. Alle dingen dienen met orde te geschieden. Vandaar de orde der kerk, de kerkorde. Misschien mogen wij de stelling verdedigen, dat hoe geestelijker voorgangers en gemeenten zijn, des te minder er voor de diverse moderamina te doen is. Ook omgekeerd: hoe ongeestelijker bovengenoemden zijn, des te meer breidt de macht en de invloed van de moderamina zich uit.
Zo hier en daar zie ik een welwillende glimlach over zoveel eenvoud. Natuurlijk weet ik van classicaal, provinciaal en synodaal werk, dat door de plaatselijke gemeente niet kan worden gedaan. Dit is het punt van verschil niet.
Het punt van het verschil is de toenemende „machtsusurpatie" van de meerdere vergaderingen, vooral van de moderamina ten koste van de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente en de vrijheid van de dienaren des Woords.
Dit zit in de lucht. In de gemeenten hoort ge er weinig van. In de raden, commissies, enz. des te meer. Terwijl de studenten allerwege met man en macht bezig zijn inspraak, medezeggenschap en medebeslissingsrecht te verkrijgen, zijn de seminaristen (theologische kandidaten) bezig grondrechten in de kerk op te offeren aan de centralisatie van de kerkregering. Onbegrijpelijk! 'k Wil allerminst een lans breken voor een bepaalde democratisering aan de universiteiten. Maar ik wil graag een lans breken voor één van de elementaire grondrechten van het gereformeerd kerkrecht, dat is de zelfstandigheid van de gemeente om te beroepen én voor de onafhankelijkheid van de kandidaten en predikanten om te beslissen.
4. Wanneer iemand opmerkt, dat het hier alleen gaat om een verplicht overleg vóór het aannemen van een beroep en dat het moderamen van de Prov. Kerkvergadering op het uitbrengen van het beroep geen invloed kan uitoefenen, dan is dit waar. Wanneer iemand de invloedrijke positie van de classis van vroeger inzake het komen en gaan van de predikanten in het geding brengt, dan is dat ook waar. Om bij het laatste te beginnen: de classis was — hoeveel er in de praktijk aan ontbrak — gebonden aan de belijdenis der kerk. Dat is vandaag anders. Daarop is vroeger uitvoeriger gewezen. Daarom gaan wij er nu niet op in.
Wat het verplicht overleg betreft, wij kunnen dit verplicht overleg nooit losmaken van de context van deze tijd. De eerste schrede op deze weg is fataal. Wie meent enkele stappen op deze weg te kunnen meegaan om dan „ergens" te blijven staan, zal er achter komen, dat hij voor het overige meegesleurd wordt. De tendens van dit alles is: de bureaucratie. God beware er ons voor!
5. Bovendien schrijven deze seminaristen, dat in elk geval duidelijk de mogelijkheid moet bestaan, dat het overleg een verplichtend karakter kan krijgen, of zelfs zal kunnen resulteren in een schriftelijk vastgelegde taakomschrijving.
Let op het woord: verplichtend. Eerst is er verplicht overleg. Maar de mogelijkheid wordt opengelaten, dat het overleg een verplichtend karakter kan krijgen. Wanneer ik dit goed lees, betekent dit, dat de aanwijzigingen van het moderamen van de Prov. Kerkvergadering opgevolgd moeten worden.
Het is onbegrijpelijk, dat seminaristen om deze vrijheidsbeknotting vragen en zo argeloos omspringen met één van de teerste zaken van het beroepingswerk, nl. het beslissen voor Gods Aangezicht. Het is even onbegrijpelijk, dat zij de mogelijkheid openhouden, dat er een schriftelijk vastgelegde taakomschrijving komt. Is er dan niet de opdracht in het Evangelie? Is er dan geen belijdenis der kerk? Is er dan geen kerkorde? Is er dan geen beroepsbrief? Is dan de kerkeraad niet meer in staat eigen zaken te regelen? Op deze wijze komen wij onder een nieuw juk, dat niet is het juk van Christus.
6. Want laten wij niet vergeten, dat hier bij uitstek geestelijke zaken aan de orde zijn. Hier wordt tekort gedaan aan de regering van Christus door Zijn Woord en Geest. Welke plaats de gemeente en de meerdere vergaderingen ook in het beroepingswerk hebben, nooit mag dit een mindering zijn op de regering van Christus. De kerkelijke organen zijn op hun best middelen, die alles dienen open te houden om Christus aan Zijn eer, macht, regering te laten. Het is een tekort doen aan de vrijheid van de Heilige Geest, wanneer de kanalen van deze Geest worden verstopt en menselijke „bemiddelaars" zich groot en breed gaan maken.
Wie het beroepingswerk van voor het aangezicht van God in Christus door de Geest wegtrekt en een vervanging zoekt in kerkelijke instanties, die hun plannen, structuren, regio's differentiaties en specialisaties willen doorvoeren, ontneemt aan de beroepen man en aan de beroepende gemeente het onmiddellijk contact met God. Hij zendt. Hij leidt. Hij regeert. De strategie van het beroepingswerk is boven, niet beneden.
Daarom dient er ook in het beroepingswerk ruim baan te blijven voor de handen van Christus, die de sterren houdt in Zijn rechterhand. Wij hebben deze handen van Christus niet te overdekken met een netwerk van menselijke bepalingen.
7. Of wij dan niet gediend kunnen zijn met goede informatie en raad aan b.v. kerkelijke moderamina? Dat is een andere zaak. Wie en wat belet een kandidaat of predikant advies in te winnen, ook nu? Wie stelt zich niet op de hoogte van de situatie in een bepaalde gemeente of streek? Wie is er hulpelozer dan een predikant die een soms diepingrijpende beslissing moet nemen? Wie is er soms radelozer dan een man, die zoveel tegelijk op zich ziet afstormen, zodat hij zegt: Wat moet ik doen? Wie heeft nooit in zo'n situatie gezegd: Ik wilde dat een ander maar voor mij beslissen kon? Dat alles is menselijk te begrijpen, maar het is desniettemin vleselijk én zondig. Het komt voort uit ongeloof en kleingeloof. Het is een miskenning van Christus, die op een geestelijke wijze regeert. Wij willen onszelf altijd sparen. Maar heeft Christus ooit iemand laten staan, die bij Hem om raad kwam? Hij opent en niemand sluit en omgekeerd. De Geest legt banden. Wie dit niet kent of over het hoofd ziet, kan van de kerk wel een bedrijf maken. Dit bedrijf kan zeer zakelijk en efficiënt werken, maar het is de dood in de pot.
8. Tenslotte nog een zakelijke opmerking. Stel u voor, dat voor elk beroep èn de beroepen predikant of kandidaat èn het moderamen van de Prov. Kerkvergadering overleg moeten plegen, hoeveel vrijgestelden moeten er dan nog bijkomen?
K.a.Z. G. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1969
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1969
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's