De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WIJZER EN STERKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WIJZER EN STERKER

8 minuten leestijd

„Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen en het zwakke Gods is sterker dan de mensen". 1 Korinthe 1 vers 25.

Sterke bouwsels van menselijke wijsheid storten in elkaar; wat rest ons, dan op de puinhopen te klagen, dat wij het niet meer weten en niet meer kunnen. De Heilige Geest ruimt het puin op, om plaats te maken voor het kruis. Kunt u het niet meer redden, en zei u zo-even nog: dwaasheid. Het dwaze Gods is wijzer dan de mensen. God slaat de kruisweg in, het is de weg ten leven. Aan het kruis wordt Christus de weg. Hij is ons van God geworden tot wijsheid. Komt het kruis tot zijn recht, dan weet ik, hoe een zondaar behouden kan worden, de ogen worden mij er voor geopend en er valt helder licht over, het licht van de dageraad, na de duistere nacht. Ik ga de dwaasheid Gods bewonderen. Bij het kruis worden de rollen omgekeerd. Ik weet nergens meer van; ik wil ook nergens meer van weten, dan van het kruis van Christus.
Noem het zwakheid. Wat ging ik prat op mijn eigen inzicht en op mijn eigen kracht. Mijn schip, kon steeds op eigen kracht zijn reis vervolgen, al was er wel eens een aanvaring, al liep het averij op. Tot de motoren uitvielen, de kracht verging. Het zwakke Gods, waarnaar ik niet had omgekeken, dat ik beneden mijn waardigheid vond, kwam mij redden. Er is kracht in het bloed; kracht ten leven; kracht tot verlossing en vervulling. Uit de doodszwakheid van Christus stroomt de levenskracht mij toe, in alles wat mij overkomt, in alles wat ik onderneem. Wat een kracht! Sterker dan de mensen, dat is zeker. Die kruiseling kan mijn zonden aan, en Hij kan mijn zorgen aan. Het zwakke Gods is een werkzame kracht. Mensenkracht is vaak vernielend, deze kracht is vernieuwend. Christus de kracht Gods en de wijsheid Gods. Dan trek ik de kring om het kruis steeds wijder, wereldwijd wordt het krachtenveld van Christus. Zou het zwakke Gods in de wereld iets wezenlijks uitrichten? Wis en zeker. Er zijn geen grenzen aan Jezus' macht. Niets valt buiten zijn bereik. Zo werkt de Heilige Geest dat hulpwerkwoord zijn, uit: het is.
De bediening van het woord, is prediking, evangelie van het kruis. Geven wij ons rekenschap van het predikambt, dan drukt het kruis zijn stempel op de prediking. Prediking? Dwaasheid, zwakheid. Dat wordt van alle kanten geroepen, en de dienaar van het evangelie moet dat goed in zijn oren knopen. Trouwens, hij weet het wel, als hij het oor te luisteren legt aan de stem van zijn ongelovig hart. Wat wil je met de prediking bereiken, en wie wil je daarmee bereiken? Hoe kan de preek optornen tegen alle kreten die ons vandaag worden toegeschreeuwd. De prediking van het kruis kan de wereld niet helpen, daar moeten heel andere krachten aan te pas komen.
Zullen wij de prediking dan wat wijzer en sterker maken? Zullen wij er menselijke wijsheid in verwerken, kracht van welsprekendheid, die meesleept tot daden? Het dwaze Gods, het zwakke Gods. De inhoud bepaalt de vorm. Paulus wil het wel weten: Ik ben niet gekomen met uitnemendheid van woorden en wijsheid. Met opzet niet. Ik wedijverde niet met de redenaars, ik was maar een evangelist. Het evangelie zelf heeft mij gedwongen tot de dwaasheid en de zwakheid van de prediking.
Hoe dikwijls hoort men het niet in de gemeente: Dwaasheid; het zegt mij niets. Zwakheid; het doet mij niets. Hoe lichtvaardig wordt dat gezegd; blijft het daarbij, dan bent u verloren. Wordt behouden! Het is wijzer, het is sterker. Door de prediking van het kruisevangelie wordt het geloof gewerkt en versterkt. Het werkt in ons, die geloven. God gebruikt de prediking, om dingen te doen, die met geen ander middel tot stand komen. Grote dingen. Wat een heerlijk werk is het predikambt, omdat zo grote dingen daardoor uitgericht worden. De gemeente van God wordt er door geboren en getogen.
De prediker leeft en blijft in de spanning tussen het dwaze, dat wijzer is en het zwakke, dat sterker is. Hij zou zich daaraan graag willen onttrekken; ieder mens wil graag de man zijn, die het weet en het kan! Bij het kruis wordt dat onmogelijk. Maar die spanning is ontspannend. Wij behoeven de held niet uit te hangen. Hoe ontwapenend, hoe ontspannen spreekt Paulus er over: Ik was bij u in veel zwakheid. Wij houden ons niet groot, als wij kruispredikers zijn, wij behoeven niet krampachtig onze stand en ons ambt op te houden. Het kan lijden, zijn eigen zwakheid te erkennen. Wij behoeven de geleerde niet uit te hangen. De man, die alles weet, voor wie er geen vragen zijn, die het de gemeente wel even zal vertellen. Och, arme. Wat een dwaasheid is er in al onze bezigheden. God volbrengt echter Zijn kracht in onze zwakheid, Zijn wijsheid in onze dwaasheid. Hij gaat met de eer strijken. Laat de prediking, laat de prediker toch het teken van het kruis dragen. Dan kan de Here Zijn naam verheerlijken.
De gemeente zal dat kruis enigermate weerspiegelen. Zij is nog altijd kruisgemeente. Dwaasheid, die gemeente. Wat stelt ze voor, waarin munt ze uit? Zij verwacht al haar zaligheid in Christus Jezus. En wat maakt ze klaar? Zij verwacht al haar zaligheid in Christus Jezus. Zwakheid! Het zint de gemeente te Korinthe maar matig, kruisgemeente te zijn. Paulus herinnert hen er aan dat ze niet als wijzen en sterken geroepen zijn. Dat God een voorkeur had voor de dwazen en de zwakken, voor hen die niets waren! De trots moet aan het kruis sterven, ook de kerkelijke trots. Maar vlak de gemeente niet uit, hoewel ze soms, een tijd lang, zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen. Misschien is ze dan weer duidelijk, gemeente onder het kruis; misschien breekt er weer zo'n tijd aan. Vertoont de gemeente de gestalte van het dwaze en van het zwakke Gods, dan zal het bevestigd worden: Wijzer en sterker! Dan zal de wereld in deze eeuw het merken, dat er een gemeente Gods is; ze zal er goed mee zijn.
Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen, met al hun wijsheid en het zwakke van God is sterker dan de mensen met al hun kracht. Wagen wij het daarmee, geven wij ons van ganser harte daaraan gewonnen, dan zullen wij erover versteld staan, hoe de Here dat waar maakt. God maakt de wijsheid van deze wereld tot dwaasheid, haar kracht tot zwakheid. Dat is in dit tijdsgewricht met de handen te tasten. Wie tegen die wijsheid en kracht aanleunt zal er mee omvallen. God zal alleen staande en gaande houden, die Jezus Christus en Die gekruisigd belijden als hun Here en Heiland.
Het valt niet mee, de smaadheid van Christus te dragen, met het evangelie verdrukking en verachting te lijden. Wij zijn bij name geroepen in de doop, geroepen om het kruis op ons te nemen, om te sterven aan eigen kennen en kunnen, opdat wij zouden leven door en uit Hem. Onze jongens en meisjes kregen als kinderen het teken van het kruis mee. Ze willen er onder uit, ze willen vrij zijn om zich te ontplooien, om het ontwerp van hun eigen leven te verwezenlijken, om te léven, alleen maar te leven. Onder het kruis is geen leven. Mag ik jullie, die met de wijsheid en de kracht van de wereld zo vroeg en zo vervaarlijk in aanraking komt, dringend raden, kennis te nemen van het dwaze en het zwakke van God! Mag ik jullie dat teken van het kruis opnieuw meegeven, studenten en scholieren, vooraan. Want hét is. God verzekert het ons door Woord en Sacrament. Zijn zegen is de kruiszegen. Het kruis kweekt geen minderwaardigheidsgevoel, het kweekt geen zwaarmoedigheidgedrag. Integendeel, wij mogen het Christus vrolijk nadragen. Want . . .
Daarom moed gehouden. Wat van God is doet zich aan ons voor als dwaasheid en zwakheid. Wie er erg in krijgt, dat het van God is, herkent het als wijsheid en kracht. Onder veel aanvechting worden wij versterkt in het geloof, in de liefde, in de hoop. Christus maakt ons niet beschaamd, als wij het van Hem verwachten. Moed gehouden, als gemeente in de grote stad. Als ambtsdragers, het kruis dragen. Als gemeentenaren, het kruis dragen. Het kruis vertoont levenstekenen, en ook in ons midden was het woord van het kruis een levend woord, dat kracht deed. Niemand wanhope aan de toekomst. Want de toekomst is de toekomst van deze Christus. Hij komt naar ons toe. Hij komt. Maranatha.
En eer gegeven. De tekst is een lied. Ere zijn aan God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Wij mogen zingen van de wegen des Heren, want de heerlijkheid des Heren is groot. Wij zullen roemen in het zwakke van God en in het dwaze van God. Hoor, van heel ver, een grote stem, een hoge toon: Het Lam dat geslacht is — dwaasheid, zwakheid — is waardig te ontvangen de kracht en de rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging. Daarop past een hartelijk amen!

In deze overdenkingen werd de preek weergegeven waarmee ik afscheid nam van de hervormde gemeente van God te Leiden op 22 juni j.l. in de Pieterskerk.
                                                                    L. K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1969

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WIJZER EN STERKER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1969

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's