DE RECHTVAARDIGMAKING
II.
Dat is dus bij God geschied, de Vader heeft geëist van de Zoon, wat Hij eigenlijk van ons had moeten eisen. Jezus is onzer één geworden, heeft ons vlees aangenomen, om zo in onze plaats te kunnen staan, en de Vader heeft aan de tweede Adam, aan de mens Christus, al de eisen gesteld. Daarom staat er in het lijdensevangelie: „men eist van Mij wat Ik niet geroofd heb, ik moet voor voldoening zorgen". En Jezus heeft dat gedaan. Hij heeft de eis des Vaders voldaan en de schuld van zondaars volkomen verzoend.
De oude dogmatici onderscheidden vierderlei rechtvaardigmaking. Enkele troostrijke dingen daaruit! God ziet van eeuwigheid een zondaar in het Offer van Christus. Hij zet zijn naam in het boek des levens.
Dr. A. Kuyper gebruikte dit beeld: Stel u voor dat iemand onder een Engelse koning in een ver wingewest als officier zich onderscheidde, en dat het Zijn Majesteit de koning der Engelsen behaagde om zo'n hoge officier in de adelstand te verheffen. Al is die man daar in het verre Oosten in de rimboe, en nog volop misschien aan het strijden; en de koning tekent het edict, waardoor die man in de adelstand verheven wordt, dan is van het ogenblik af aan dat dat edict getekend wordt door de koning, die man, en ook zijn geslacht gerekend als tot de adelstand te behoren. Van het ogenblik af aan, dat God in de vrederaad het edict des vredes tussen Vader en Zoon tekent, van dat ogenblik af aan rekent God de Zijnen als rechtvaardigen in Christus.
David zegt: „Eer iets van mij begon te leven, was ik al in Uw boek geschreven"; toen stond dat al als bij edict vast, dat ik niet als een zondaar, maar als een rechtvaardige gerekend zou worden. Nu kunt u zeggen: „Daar kunnen wij niet mee rekenen met wat God in de verborgenheid gedaan heeft, wat Hij in Zijn verkiezing gedaan heeft." Het is waar, maar ge kunt daar wel de troost uit putten, vooral achteraf, als ge uw roeping en verkiezing gaat vast maken, als ge gaat zien dat de genade Gods u al was toegerekend van verre! Wat een troost, dat God zondaars zalig sprak onder het Oude Testament; Hij sprak ze zalig op grond van het Offer wat nog gebracht moest worden. En daar heeft God Abraham's geloof tot gerechtigheid gerekend, het geloof in Christus, Die hij van verre gezien heeft, en hij heeft zich verheugd. U moogt dus voor uw eigen gemoed, in al uw zonden en schuld, over dat offer van Christus heen op dat besluit Gods u beroepen, en zeggen voor uw ziel: „O mijn God vertroost mijn ziel in haar geween, zie mijn zonden niet aan. Gij Die van eeuwigheid een genadig God zijt, en Die genade met recht verenigd hebt van verre tijden". Er gaat troost uit van de leer van de rechtvaardiging, dat God aan Zijn Zoon beloofd heeft de einden der aarde tot Zijn bezitting; er ligt troost in het besluit Gods, in de beloften van de Vader aan de Zoon. Ik zou zeggen tot mensen, die niet met zichzelf in het gerede kunnen komen, en maar geen vat kunnen krijgen aan de beloften, welke dan ook: „Doe eens een koene greep door het geloof, doe eens een beroep op Gods eeuwige barmhartigheden." Als u zo een beroep doet op de barmhartigheden Gods, die van eeuwigheid zijn, al waren uw zonden als scharlaken, u zult dan de volle troost van de rechtvaardiging ervaren in uw leven. Dan wordt een zondaar vrijgesproken, zelfs al had hij nog zoveel schuld, dit zal kracht doen in zijn leven.
Het tweede wat de dogmatici genoemd hebben, dat is het vrijspreken Gods in de opstanding van de Heere Jezus Christus. Heeft God gesproken toen Zijn Zoon opgestaan is uit de doden? Ja, want er staat van Jezus, dat Hij opgestaan is uit de doden, maar ook dat Hij opgewekt is door Zijn Vader. Zo wordt dus heel de opstanding van Christus het AMEN Gods op het Offer van Christus. Terstond na Zijn opstanding staan alle discipelen, die tevoren Jezus verloochend en verlaten hebben, anders.
Dan hoort u zelfs in de Pinksterrede de discipelen van hun zonden niet meer gewagen. Waar zijn ze? Weg! God heeft Zijn hele gemeente vrijgesproken in de opstanding van Christus. U kunt zeggen: „Dat zijn twee academische kwesties". Ik dacht het niet. Elk beroep van een zondaar op Gods eeuwig vreêverbond en op de opstanding van Christus zal niet ijdel zijn.
Maar nu nog praktischer het derde stuk: Hij rechtvaardigt door het geloof. Voor een zondaar is er bij het overzien van zijn zonden, die vele zijn, geen enkele reden om te hopen. Als hij denkt, niet alleen aan de zonden die hij doet, maar de zondigheid die hij draagt, de erfschuld, dan is er geen reden om te hopen. Doch waar een mens leert opzien tot de verhoogde slang, tot Christus, leert geloven in Hem, daar wordt op datzelfde ogenblik de ban gebroken. Daar ontvangt hij vrijspraak Gods.
God kan onmogelijk tweemaal de zonde houden: één keer aan Jezus, en één keer aan de mens. Als men door het geloof zijn schuld op Jezus leert werpen, en door het geloof in Christus, op Zijn volbrachte werk ziet, dan gebeurt dit wonderlijke, wat Mc.Cheyne zegt in een van zijn gedichten: „Ik boog me, en geloofde, en mijn God sprak mij vrij".
God spreekt nog heden ten dage tot elke zondaar, die gelovig tot Hem vlucht: Mijn zoon, wees welgemoed, de zonden, niet zullen u eens een keer vergeven worden, maar de zonden zijn u vergeven. En dan maakt de Catechismus de opmerking: „in-zoverre-ik-zulk-een-weldaad-met-een-gelovighart-aanneem". Naar de mate men gelooft (en dan doet kleingeloof net zo goed mee als groot geloof), hebt u de troost van de vergeving, der zonde.
Het geloof is rechtvaardigend van aard! Zo breken we grondig met de gedachte dat van Gods volk slechts enkele mensen tot de hoge genade trap komen van de vergeving van zonden. Het GELOOF rechtvaardigt, hoeveel men ook heeft, of hoe weinig men ook heeft. Naar de mate dat men gelooft in het offer van Christus, naar die mate is men rechtvaardig voor God. Naar die mate geniet men hier van de troost.
Zo verschaft de bediening des geloofs, en de prediking van het geloof dit heil: Vrijgesproken, al had men nog zoveel zonden, ja, als had men zelf alle gerechtigheid volbracht, die Christus volbracht heeft.
Tenslotte het vierde stuk waarin de rechtvaardiging plaats heeft. Het is een heel teer stuk, het is de rechtvaardigmaking in het oordeel. Hebt u er al eens over nagedacht. wat het betekent, dat er in de Bijbel sprake is van tweeërlei oordeel, één als men sterft, en één straks in de jongste dag. Ik meen het zo te kunnen verklaren, dat dat oordeel als men sterft, terstond de ziel doet opgaan tot God, en het lichaam doet wachten tot de jongste dag, om dan verenigd te worden met de ziel. Het tweede oordeel komt op de wijze van een theodicée, als Jezus komt op de laatste trap van Zijn verhoging. Dan worden de boeken geopend, de boeken van de gewetens, het levensboek, wat men hier bij zich draagt, wat alles nauwkeurig registreert, wat men doet. En het Boek des Levens wordt geopend. Dan zal Jezus vrijspreken nog eens, die in hun leven door het geloof vrijgesproken waren. Maar voor aller oor! Waarom? Het zal u niet onbekend zijn, dat de wereld vele malen Jacob in gebreke stelt, en Ezau prijst. Het zal u niet onbekend zijn, dat de wereld duizend maal de gelovigen in gebreke stelt, en al de gebreken van de gelovigen breed uitmeet. Maar als het een man geldt van de wereld, die in God niet gelooft, en geen mens ontziet, dan heeft de wereld nog altijd veel goeds te vertellen van zo iemand. De wereld neemt het altijd voor zijn eigen partij op, en de duivel doet dat ook.
Er is geen christen, die ingaat in de heerlijkheid, wie de duivel het gunt, er is geen christen die onbesproken, onbestreden door dit leven gaat, en in de heerlijkheid ingaat.
Daarom komt de theodicée, de Godsrechtvaardiging. Christus gaat openbaren voor de oren van de duivelen, voor de oren van de engelen, en voor de oren van alle mensen, dat Hij in Jakob een welbehagen gehad heeft en Ezau gehaat heeft: „Deze gaat naar de hemel, en die niet". Jezus gaat in de grote dag van Zijn toekomst richterlijk spreken, en wie zal dan beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? Christus is het, Die rechtvaardig maakt! Dan zal Jezus voor de ogen van alle tegensprekers zeggen: Zij zijn van Mij gekend. Ik heb voor hen betaald, ze gaan op kosten van Mijn genade in! Daar zal heel de wereld voor moeten zwijgen, want Jezus heeft het laatste woord. Hij ziet geen zonde in Jakob, geen overtreding in Israël, ze zijn rechtvaardig gesproken in het enige offer van Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's