Wat gaat er in Utrecht met de Theologische Faculteit gebeuren?
III.
Opmerkingen
Uit de voorafgaande artikelen is ons duidelijk geworden, dat de K.T.H.U. in september a.s. reeds in de Uithof wordt ondergebracht. In 1970 gaat voor vijf jaar een gentleman-agreement in, dat een voorportaal van een integratie (opgaan in één geheel) kan worden. Er is medewerking van het episcopaat, Rome, de faculteit te Utrecht en vooral van het departement. Hoe de synode van onze kerk erover denkt — voorzover zij daarbij betrokken is — wordt uit deze stukken niet duidelijk. Aangezien er in onze kerk alleen kandidaten worden toegelaten, die aan één van de rijksuniversiteiten: Leiden, Groningen of Utrecht, alsook aan de G.U. van Amsterdam gestudeerd hebben, heeft onze kerk er het hoogste belang bij wat er b.v. in Utrecht gaat gebeuren.
Erasmus
Daarmee zitten wij midden in de zaak, die ons bezighoudt. Beslissend voor de beoordeling van de gebeurtenissen in Utrecht is hoe wij de ontwikkeling in de r.k. kerk als ook in onze eigen kerk waarderen. Dat de kerken in beweging zijn, is voor ieder duidelijk. Dat er in de r.k. kerk een enorme verandering gaande is, ontgaat ook niemand. Dat de scholastische theologie van Thomas voor velen in de r.k. kerk afgedaan heeft, of anders geïnterpreteerd wordt is ook duidelijk. Wij zouden wellicht de ontwikkeling binnen de r.k. kerk het best kunnen karakteriseren met: een Erasmiaanse herleving.
De titel L.S. of Laus Stultitiae of Lof der zotheid van het blad van de studenten vereniging „Erasmus" van de K.T.H.U. is kenmerkend voor de ontwikkeling binnen de r.k. kerk. Er is in vele opzichten een terugkeer tot Erasmus, die in zijn tijd scherpe kritiek leverde op misstanden in de kerk, zoals op de aflaten, de viering der heiligen, allerlei bijgelovige praktijken, enz.
Zo is er ook vandaag bij de vernieuwers van de r.k. kerk scherpe kritiek op allerlei misstanden. De scholastiek heeft grotendeels afgedaan. Er is een terugkeer tot een eenvoudige bijbelse theologie, voorzover wij nog van theologie kunnen spreken. Het schema natuur-bovennatuur is in discussie. De plaats van de paus is — althans in Nederland — omstreden. Deze ontwikkeling is boeiend, maar niet zonder gevaar. Want hoe welwillend Erasmus ook tegenover de reformatie gestaan heeft, de diepste bedoelingen ervan heeft hij nooit verstaan. Hij is aan het hart van de reformatie voorbij gegaan.
Dit wil niet zeggen, dat hij aan de reformatie geen onschatbare diensten heeft bewezen. Zijn afkeer van de scholastiek, zijn grote liefde voor de talenstudie, zijn bestrijding van misstanden zijn te waarderen. Zijn uitgave van het N.T. in het Grieks verdrong de heerschappij van de Vulgaat en was voor lange tijd de standaard editie, waaraan de nieuwe bijbelvertalingen van Luther e.a. ten grondslag werden gelegd.
Breuk met Luther
Maar de breuk met Luther ontstond over de vraag naar de vrije of knechtelijke wil. Op dit punt aangekomen koos Erasmus met grote beslistheid voor de r.k. kerk. Hier werden de diepste vragen uitgevochten.
Prof. Dr. Nauta schijft over Erasmus:
„Erasmus was in de grond der zaak geen theoloog, maar een filoloog, die gaarne de bijbel gebruikte en haar op eigen manier interpreteerde. Hij stelde zich tevreden met een lekenvroomheid van iemand, die deugdzaam leeft en wel onderlegd is. De christelijke filosofie, waarvan hij bij voorkeur sprak, was een sterk moralististisch getint Christendom, waarin aan Christus stellig de eerste plaats toekwam, maar dan als hemelse leraar en het hoge voorbeeld, en waarin de volle nadruk werd gelegd op de zelfwerkzaamheid van de mens. Men heeft Erasmus niet zonder reden een bijbels humanist genoemd. In de bijbel zocht hij uitgangspunt en richtsnoer voor alle ware theologie; de bijbel was voor hem tevens grondslag en norm van het christelijk leven. Steeds weer was zijn devies: terug naar de Schrift, in dezelfde trant als waarin hij met andere humanisten terug riep naar de Oudheid als naar de echte bronnen van het leven. Maar Erasmus had bezwaar tegen een stringente (strakke) opvatting van de inspiratie van de Schrift. Het moet bezwaar ontmoeten om hem, gelijk men wel heeft gedaan, een plaats te geven in het gereformeerd protestantisme. De Schrift betekende voor hem niet de enige en alles afdoende autoriteit. Daarnaast heeft hij zich onderworpen aan het gezag van de kerk, ook als deze anders sprak dan de Schrift".¹)
Tot zover Prof. Nauta.
Met opzet hebben wij U dit lange citaat weer gegeven. In Erasmus wordt de huidige positie van de r.k. kerk zichtbaar. Er is in de r.k. kerk in Nederland een roep: terug naar de bijbel. Tegelijk neemt de schriftkritiek hand over hand toe. 't Lijkt wel of men in de r.k. met een wijde boog èn om Trente èn om Geneve heengaat en weerloos in de armen van de nieuwe theologie valt. Een nieuwe vrijzinnigheid doet haar intrede. Het is niet de Schrift alleen.
Bij alle verblijdende tekenen van veranderingen zit hier onze grootste zorg voor de ontwikkelingen binnen de r.k. kerk.
Die zorg zou niet zo overwegend zijn, wanneer binnen de reformatorische kerken, waaronder ook onze eigen kerk, deze nieuwere theologie niet zo om zich heen greep. Hoevelen staan ook onder ons niet te wankelen? Waar is de geestelijke verbondenheid met en de diepe verankering aan het hart der Schriften ook in onze eigen kerk?
De schrift in het geding
Wanneer ds. Landsman ter synode zegt, dat, nu God onze gebeden ten aanzien van Rome verhoort, sommigen daarvoor bevreesd zijn, dan ligt hier het diepste verschil voor Gods aangezicht open en bloot, in de waardering van wat in de r.k. kerk gebeurt. Wanneer de nieuwe bisschop van Groningen Prof. Möller opmerkt, dat de Geest nu tekenen stelt in de komende samenwerking, enz., dan ligt ook hier het diepe verschil voor Gods aangezicht open en bloot.
Want God verhoort de gebeden, die zijn en worden opgezonden ook voor de r.k. kerk, alleen naar Zijn Woord. De Geest stelt tekenen in en buiten de kerk naar Zijn Woord. De Schrift alleen is scheidsrechter en niet onze gevoelens.
Welnu in dit hele gebeuren missen wij de Schrift, de stem van de levende God en daarmee de stem van de Geest.
Het is naar onze overtuiging een Erasmiaanse herleving, die aan de kern van het Evangelie: de rechtvaardiging van de goddeloze, voorbij gaat. Daarom heeft ze ook geen toekomst, tenzij er een onmiddellijke aanraking en reformatie door de Geest plaatsvindt. Daarom mogen wij bidden en daarop mogen wij hopen.
Laten wij goed bedenken, dat de Geest Zich nooit als een tevoren gegeven zaak laat uittrekken. Want Hij doet het alleen en geheel. Daarvoor gebruikt Hij mensen, die Hij aanraakt en laat sterven aan de Wet, aan zichzelf en aan elke vorm van humanisme. Dan spreken zij in de volmacht van de Geest naar Zijn Woord. Van dit spreken horen wij op. Zo spraken de reformatoren. En dit spreken missen wij vandaag maar al te zeer.
Erasmus heeft de eeuwen door de geesten geboeid. In zijn tijd had hij grote invloed op a Lasco. Ook op de jonge Calvijn. Dit duurde tot dat God de ogen van Calvijn opende en hem inleidde in de verborgenheid van de kennis van Christus.
Ook de opvatting van Erasmus over de verhouding van Woord en Geest werkt vandaag door. De opvatting, dat de Geest in tamelijk los verband zou staan ten opzichte van het Woord, die wij vaak tegenkomen, stamt uit de koker van Erasmus.
Men onderschatte de zuigkracht van het humanisme niet. Vooral niet, wanneer het zich hult in bijbels gewaad. Het niet wedergeboren hart en, het niet wedergeboren verstand behoeven dan niet een algehele verbrijzeling en verlichting. Vandaar ook, dat Erasmus met toekenning van de eerste plaats aan Christus, de volle nadruk legde op de zélf werkzaamheid van de mens. Dat sluit aan op het r.k. standpunt en helaas ook op het standpunt van velen in onze eigen kerk.
Een lege plaats
Daaruit is te verklaren, dat de r.k. theologie altijd omgeven en doordrenkt is geweest met de filosofie. De filosofie van Thomas heeft grotendeels haar tijd gehad. De voorhof staat leeg. Wie en wat neemt de plaats in van deze filosofie? De Heilige Schrift, de studie der talen, de exegese, de bijbelse geloofsleer, de eenheid van het Woord Gods, de prediking?
Helaas niet! In de voorhal, waarin Thomas is bij gezet in het graf der eeuwen, komen de gedragswetenschappen (psychologie en sociologie) de ledige plaats innemen. Zoals vroeger de filosofie critische vragen stelde aan de theologie (aldus een r.k. woordvoerder) zo moeten nu de sociologie en de psychologie deze taak overnemen.
Vandaar de onstuimige drang van de r.k. studenten naar deze vakken. Utrecht is te behoudend. Dat moet veranderen. Wij willen aansluiting aan de maatschappij van nu. Niet teveel hebreeuws, anders gaan wij naar Nijmegen!
Ge vraagt u af: Geeft men dan in Nijmegen geen hebreeuws meer? Ook bij de r.k. docenten is er deze drang. Zij uiten dit op een beschaafde wijze. Zij hebben hoop op de komende structuurveranderingen in de theologische opleiding. Alles is in beweging! Van de zijde van de faculteit is er ook een zekere ongerustheid. Wat wil men met deze wetenschappen? Kan men dit van r.k. niet wat verduidelijken? zo wordt gevraagd.
Intussen zijn wij met deze progressieve r.k. op dit punt reeds ver van Erasmus verwijderd. Hij had oog voor de noodzaak van de studie der talen. Deze studenten spreken over een lap hebreeuws, waar nodig wat af moet. Als het hebreeuws voor een deel of geheel aan de kant gezet is, wanneer volgt dan het grieks? Onze bedoeling is geweest in dit artikel een poging te doen om wat achtergronds belichting te geven. De volgende keer willen wij een afronding geven.
K. a. Z. G. B.
¹) Christ. Encyclopaedie, deel II, blz. 617.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's