De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

10 minuten leestijd

Drs. K. Exalto: Lutherprediking; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen, 1968; Boeketreeks; 148 pagina's; ƒ 2, 50.
In deze pocket zijn 16 preken van Luther uit de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas gebundeld. Het zijn preken die door leerlingen van Luther in een zekere telegramstijl zijn opgetekend terwijl Luther ze uitsprak. Daarom heeft de vertaler, drs. K. Exalto, de vrijheid genomen niet al te strak aan de letter van de tekst vast te houden. De kracht van Luthers prediking ligt daarin dat hij in strikte gebondenheid aan de inhoud van de hele Schrift de tekst weet uit te leggen met voorbeelden en vergelijkingen. De vertaler haalt in dit opzicht een uitspraak van Melanchthon aan die vaak de preken van Luther heeft gehoord en voegt er aan toe dat in tegenstelling tot de preken uit de middeleeuwen, waarin voorbeelden uit de heiligenboeken veelvuldig voorkwamen, Luther zijn voorbeelden ontleende aan de bijbelheiligen.
We bevelen deze preken van harte aan. De vertaler is er in geslaagd om de plastische taal waarin Luther zijn preken heeft gegeven ook in de vertaling te handhaven. Wie de moeite neemt deze preken te lezen zal daarin ongetwijfeld veel vreugde beleven.
H.                                             J. v. d. G.

Ds. C. den Boer: Bewaar en vermeerder Uw kerk; 21 pagina's; te bestellen door storting van ƒ 2, 25 op gironummer 980.980. t.n.v. Hervormde Bond van Inwendige Zending, met vermelding op de girokaart: zend mij nr. 79.
Deze brochure bevat het referaat dat Ds. C. den Boer op 15 maart 1969 heeft gehouden voor de Bond van Inwendige Zending. Het handelt over de gemeente in onze tijd. Na een inleiding, waarin aan de hand van een aantal symptomen een typering gegeven wordt van de geest van onze tijd, behandelt Ds den Boer allereerst de verhouding van de kerk en het koninkrijk Gods. Hij laat daarin aan de hand van Nieuw Testamentische gegevens zien dat het koninkrijk Gods een veel breder terrein beslaat dan alleen de gemeente. Het heeft te maken met het totaal van de schepping, zodat ook de vragen van het wereldgebeuren in het vizier komen, maar tegelijkertijd waarschuwt hij tegen de opvatting dat realisering van het koninkrijk een zaak van menselijke krachtsinspanning zou zijn. En verder wordt sterk de klemtoon gelegd op het ingaan in het koninkrijk Gods langs de weg van wedergeboorte, bekering en geloof. In dat licht bezien komt dan juist de gemeente in het vizier wanneer het gaat om het koninkrijk Gods.
In het tweede hoofdstuk gaat Ds. den Boer in op het onderwerp dat in de titel van de brochure is vervat. Hij gaat daarbij uit van het bijbelse gegeven dat het bewaren en vermeerderen van de kerk uitsluitend Gods werk is. „Christus bewaart zijn gemeente bij Zijn Woord, nadat Hij haar vergaderd heeft door Zijn Woord". Vandaaruit wordt dan ook als primaire roeping van de gemeente genoemd het blijven bij het Woord van God. Dan alleen is er voor de kerk zegen en groei te verwachten.
We willen volstaan met deze enkele aanduiding. Hopelijk voldoende om tot lezing van deze appellerende en instruerende brochure te prikkelen. We hopen van harte dat dit boekje, waarin duidelijk bijbelse lijnen getrokken worden, mede dienstbaar mag zijn aan het doel dat de Bond van Inwendige Zending zich heeft gesteld.

G. van Leeuwen: Creatief Gezinsleven; Uitgeverij G. F. Callenbach N.V., Nijkerk; 116 pagina's; ƒ 8, 90.
In 1968 hield dr. G. van Leeuwen een serie van acht zondagavondlezingen voor de N.C.R.V. onder de titel Ethiek van het Gezin. Die lezingen zijn in dit boek gebundeld. De onderwerpen die aan de orde komen zijn: het gezin als vraagstuk, het gezin als keuze, het gezin als oefenplaats, het gesloten gezin, het open gezin, het onvolledige gezin, het kinderloze gezin, het niet-natuurlijke gezin (met geadopteerde kinderen), het gezin als de kinderen volwassen zijn en het welvaartsgezin. Ten aanzien van deze onderwerpen trekt de schrijver zeer waardevolle lijnen, terwijl hij blijk geeft van een groot invoelingsvermogen in allerlei bijzondere situaties, hetgeen vooral naar voren komt bij de laatstgenoemde onderwerpen met een meer praktische strekking.
Ten aanzien van de principiële uitgangspunten wordt sterk de nadruk gelegd op het partnerschappelijke in het gezin. Hij stelt dit begrip tegenover het paternalistische waardoor de vroegere gezinssituatie zou zijn gekenmerkt maar dat nu door het partnerschappelijke element is verdrongen. Theologisch motiveert de schrijver het partnerschappelijke element door uit te gaan van het Vaderschap Gods, die in deze wereld present is in Jezus Christus, de eerstgeboren onder vele broederen. Toch vragen we ons af of hiermee alles is gezegd. Als Van Leeuwen zegt in verband met de verhouding van gezag en gehoorzaamheid, dat vanuit het partnerschap bezien, gehoorzaamheid niet is een zich onderwerpen (pag. 48), maar een zich voegen in de spelregels, dan zou daartegenover gesteld kunnen worden zondag 39 van de H.C. waarin juist gesproken wordt van een zich met behoorlijke geoorzaamheid onderwerpen.
De verschuldigde eerbied aan het van God gestelde gezag hadden we dan ook wat meer beklemtoond willen zien. Dat is wat anders dunkt ons dan het paternalistische element, een woord met een negatieve gevoelswaarde. Dat neemt dan niet weg dat ook niet de volle nadruk op het partnerschappelijke zou mogen vallen. In dit opzicht ontwikkelt de schrijver waardevolle gedachten en geeft hij vaak treffende adviezen. Ten aanzien van enkele praktische punten hebben we ook wel eens een vraagteken gezet, bijvoorbeeld als de schrijver de randmogelijkheid openhoudt voor een keuze tegen het ouderschap ten gunste van een beroep dat in de sfeer van de roeping ligt, waarbij onder andere de artisitieke en wetenschappelijke sectoren worden genoemd. Ondanks deze opmerkingen echter is dit een boek waarin belangrijke dingen aan de orde komen.

J. van Biezen en J. W. Schulte Nordholt: Hymnen; Uitgave Desclée, Doornik, België; 319 pagina's; ƒ 29, 25.
De schrijvers van dit boek hebben de schoonheid van de liederen der christenen uit vroeger eeuwen willen overbrengen aan mensen van onze tijd. Daar­toe hebben ze de gezangen van de nog ongedeelde kerk der oudheid en der middeleeuwen, zowel Latijnse (50) als Griekse (14) met hun muziek weergegeven, terwijl ze naast de oorspronkelijke tekst steeds een vertaling van de hymne met aangepaste muziek hebben gegeven. Zo vinden we in dit boek hymnen van Ambrosius, Prudentius, Johannes Damascenus, Thomas van Aquino en vele andere meer of minder bekende dichters. In de inleiding geven de schrijvers een kort historisch overzicht van de ontwikkeling van de hymne, terwijl aan het eind van het boek een uitvoerig en interessant overzicht is gegeven van het leven van de dichters, terwijl daarin ook nadere bijzonderheden en een korte interpretatie der hymnen wordt gegeven. Zo geeft dit boek veel waar muziekliefhebbers hun winst mee kunnen doen. De schrijvers merken nog op dat koren zullen moeten beproeven hoe zingbaar deze hymnen zijn.

Drs. J. Negenman: De Bakermat van de Bijbel; Uitgave Elsevier, Amsterdam, 1968. 208 pagina's; ƒ 57, 50.
De schrijver van dit fraai uitgegeven boekwerk geeft een boeiend panorama van de wereld waarin de bijbel is ontstaan. Tijdens een verblijf in Jordanië en Israël, waar hij studie maakte van de bijbelse archeologie, is de basis voor dit boek gelegd. Na een inleiding, waarin een overzicht wordt gegeven van allerlei versies van de bijbel in de loop der eeuwen, besteedt de schrijver aandacht aan de menselijke expressie, met name in de geschreven taal. Daarbij komen aan de orde het ontstaan van het schrift en het alfabet. Vervolgens schetst de auteur de diverse fasen waarin het oude testament is ontstaan. Daarna tekent hij het ontstaan van het nieuwe testament, waarbij apart aandacht wordt besteed aan het keerpunt tussen het oude testament en het nieuwe testament, de periode die gemarkeerd wordt door het optreden van Christus. Zo geeft dit boek een schat van gegevens, terwijl tal van fraaie foto's en kaarten de waarde van dit werk nog verhogen en het tot een fraai verzorgd geheel maken.
Wel moet worden gezegd dat in dit boek niet het openbaringskarakter van de bijbel op de voorgrond staat. Het accent valt op de bijbel als historisch verschijnsel, op de culturele en religieuze context van het ontstaan van de bijbel. Anders gezegd het specifieke heilshistorische karakter van de Schrift komt niet uit de verf. Dat is de reden dat de wetenschappelijk-historische interpretatie van allerlei schriftgegevens zoals de schrijver die geeft wel eens vragen oproept. Datzelfde moet worden gezegd van de samenvatting die L. H. Grollenberg aan het eind van dit boek geeft. Maar dit neemt niet weg dat dit boek een boeiend overzicht geeft van al die facetten die met het ontstaan van de bijbel samenhangen. De schrijver is er ook, dank zij een heldere en boeiende stijl, in geslaagd dit boek toegankelijk te maken voor een breed lezerspubliek. Ieder die dan ook geïnteresseerd is bij de „bakermat" van de bijbel kan in dit boek terecht.

Dr. H. Bavinck: De katholiciteit van Christendom en Kerk; Uitgage J. H. Kok N.V., 59 pagina's; ƒ 4, 95.
Dat de dectorale rede van professor H. Bavinck, die hij op 18 december 1888 uitsprak aan de V.U., thans opnieuw is uitgegeven is niet zonder aanleiding. Drs. G. Puchinger schrijft in een uitvoerige inleiding over de betekenis van deze rede, waarbij duidelijk doorklinkt de achtergrond van de gescheurdheid van de gereformeerde gezindte, met name ook de toenemende spanning binnen de gereformeerde kerken.
We kunnen zonder meer zeggen dat de inhoud van deze rede magistraal is. Bavinck laat zien hoe het geloofsstuk aangaande de kerk in de gereformeerde traditie vaak verwaarloosd is. Vanuit het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest opent Bavinck het perspectief op de katholiciteit van de kerk en merkt dan op: „Deze katholiciteit der kerk, gelijk de Schriften ze ons tekenen en de eerste gemeenten ze ons tonen, is van aangrijpende schoonheid. Wie in de enge kring van een kerkje of conventikel zich opsluit kent haar niet en heeft haar kracht en vertroosting nooit in zijn leven ervaren."
Bavinck neemt dan vervolgens de R.K. kerk onder de loep, die met de stelling dat buiten haar geen zaligheid is de katholiciteit bindt aan haar eigen kerkelijke organisatievorm. Hij laat dan zien dat bij Calvijn de kerk buiten welke geen zaligheid is, losgemaakt werd van elke kerkvorm en in het onzienlijke is gesteld, in de mystieke vereniging met Christus, zodat de katholiciteit der kerk de verborgen grondslag is van de ganse christenheid. Vandaaruit was, aldus Bavinck, de erkenning van de doop in andere kerken ook ruim en was er ook soepelheid in de beoordeling van ondergeschikte punten.
We willen de lezing van deze rede, die inderdaad ook voor de huidige situatie van belang is, nadrukkelijk aanbevelen. Juist ook de gereformeerde gezindte mag hieruit lessen trekken gezien de vergaande versplintering die vaak samen hangt met het ontbreken van het zicht op de katholiciteit der kerk.
Wel vragen we ons af of deze rede gebruikt mag worden om allerlei kerkelijke spanningen, die zich ook heden ten dage voordoen, met een beroep op deze rede te neutraliseren. Juist waar de waarheidsvraag in het geding is — en we menen dat het in de discussies over de waardering van de Schrift zoals die binnen de gereformeerde kerken aan de gang is het om niets minder gaat — dringt zich de vraag op hoe de verhouding van de waarheidsvraag en de katholiciteit van de kerk in het geheel van Bavincks werk heeft gefunctioneerd. Dat te onderzoeken vergt een aparte studie. We menen dan ook dat het goed zou zijn om de inhoud van deze rede in het geheel van Bavincks oevre uitvoeriger te bestuderen en deze dan te plaatsen in de context van de hedendaagse vragen. Opvallend in deze rede is namelijk ook dat Bavinck zegt dat het een zegen der Hervorming is geweest dat ze geen valse onware eenheid wilde en uitwendig uiteen liet gaan wat inwendig niet samenhoorde.
Deze rede vraagt dan ook om een bredere studie. Aanbeveling behoeft de lezing ervan eigenlijk nauwelijks. De auteur ervan is een aanbeveling op zichzelf.
H.                                                                     J. v.d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's