De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HEILIGMAKING (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEILIGMAKING (2)

11 minuten leestijd

’k Heb eens gesproken een onkerkelijke dame die over de godsdienst niet veel horen wilde. Maar toen plotseling de pijl van de Wet haar hart geraakt had, en het zeer van haar leven geraakt werd, bleek plotseling dat dat hart openging; en zei deze onkerkelijke dame me: „Dit was het woord wat ik nodig had; ik ben blij, dat althans de kerk mij durft zeggen, wat ik gedaan heb".
Er komt een stuk bevrijding reeds in Uw leven, als de zonde u geopenbaard wordt, als er iemand is, die het zeer van uw leven weet aan te wijzen. Dat is het begin van de heiligmaking, als de wond van uw leven opengelegd wordt. Dat doet de Heilige Geest als een bekwame dokter, niet om u te wonden, want die wond had u zelven u al toegebracht door de zonde. De zonde wondt altijd, de zonde doodt, de zonde doodt u geestelijk, lichamelijk, voor tijd en voor eeuwigheid. Gelukkig dat er Iemand is, Die een medicijn heeft uit Gilead, n.l. de Heelmeester uit Israël: de Heere Jezus Christus. Het is de Heilige Geest, die Wet en Evangelie hanteert en die niet anders doet dan het uit Christus nemen, die een olie heeft, een balsem heeft voor de wonden van uw zonde. Wij bedekken zo zorgvuldig de zondewonden, die we onszelven toebrachten. De Bijbel zegt duidelijk: „Wie zijn zonde bedekt zal niet voorspoedig zijn, maar die zijn zonde belijdt en laat, die zal barmhartigheid geschieden".
Als in de rechtvaardigmaking ge van al uw zonde en schuld vrijgesproken wordt, dan laat de Geest Gods het daar niet bij. Van stonde aan, met dat het Evangelie u geopenbaard wordt in Christus, gaat de heiligmaking werken. Zodra de zonde u tot zonde wordt, krijgt ge een begeerte om met de zonde te breken, en tot een nieuw godvruchtig leven te komen. Het behoort tot het wezen van het geloof zonde te erkennen, en zondevergiffenis te zoeken in Christus' bloed, en in Christus' wonden. En het behoort tot het wezen van het geloof om, zodra ook maar enigszins het oog opengaat voor de verlossing die in Christus Jezus is, tot een ander leven te komen door de Heilige Geest. De apostel Paulus zegt: „Ik jaag ernaar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus ook gegrepen ben".
Dit is dat scheppende werk van de Heilige Geest, die het werk der heiligmaking uit Christus u gaat toepassen, en u de mogelijkheid geeft in Hem, om tot een ander, tot een nieuw, tot een godvruchtig leven te komen. Het kan niet zijn, dat degenen die Christus ingeplant worden door een waar geloof, niet zouden gaan doen goede werken uit dankbaarheid.
De Wet Gods is zo heilig, zij is ook zo schoon, zij is zo goed, dat elk de Wet gaat achten dat ze goed is, zelfs onder de veroordeling van het eigen leven. En als wij de Wet gaan zien in de vervulling in Christus in het Evangelie, in Hem, Die de vloek der Wet gedragen heeft, en we gaan zien, dat Hij verlossing teweeg gebracht heeft van de zonde, om te komen tot alle gerechtigheid, dan zegt Jezus: „Hieraan zult ge ze bekennen, dat ze Mijn discipelen zijn, zo ze Mijn geboden bewaren". Dan geeft Christus Zijn gebod! Er wordt wel gezegd, dat het Nieuwtestamentische gebod een totaal ander gebod is dan het Oud-testamentische. Weet U dat Jezus dit gebod, de samenvatting van de Wet geeft in een citaat uit Leviticus en Deutoronomium?
De Wet is ten leven, dat was zij in de staat der rechtheid. En de mens is in de zonde gevallen, en nu komt Christus als de tweede Adam, en Hij verlost, en de Heilige Geest komt en schenkt u die verlossing. En nu wordt dit gebod wederom ten leven. Als God dan ook Zijn Wet geeft aan het vrijgemaakte Israël na de bondssluiting op de Sinaï, dan geeft Hij Zijn gebod met dat 10-voudige Gij zult — en Gij zult niet; ingezet door de woorden: „Ik ben de Heere Uw God, Die u uit het diensthuis heb uitgeleid". De wet Gods wordt nu door 's Heeren kracht van hen volbracht. De heiligmaking is een werk der genade, dat stoelt in al het werk van de drieënige God.
Hier hebben we dus de gratia infusa, de genade die in een mensenhart ingegoten wordt. Het is dus de genade, die de Heilige Geest in ons werkt, en die ons niet lijdelijk maakt, maar die de mens geheel actief maakt. Waar de Heilige Geest gaat werken in ons hart, daar gaat tegelijkertijd alles wat in ons is, en alles wat aan ons is, werken.
De Geest is altijd werkzaam, maar Hij maakt de mens ook altijd werkzaam. Waar de Heilige Geest werkt, daar vraagt elk mens, als de schare op de Pinksterdag, als de stokbewaarder: „Wat moet ik doen? "
Nu wordt de oude mens, en dat is héél onze mens, gedood. Die moet gekruisigd worden, die moet sterven. En de nieuwe mens die in ons geschapen wordt, wordt opgewekt door de Heilige Geest tot een nieuw leven. Nu ontstaat er in ons leven een strijd, dat is de strijd van de Heilige Geest in ons, dat is de strijd van het Woord van God in ons. Daar gaat de Wet leven, daar gaat het Evangelie leven, door de Geest Gods. Dan gaat op datzelfde ogenblik alles wat in ons is in deze strijd betrokken worden. Dan gaan we onze oude mens doden, de werkingen des vleses doden, vluchten voor de zonde, de boze weerstaan, tegen de wereld over staan. Wij hebben dan de kerk in onze rug, n.l. alle de heiligen die achter ons staan, die diezelfde strijd gestreden hebben, de heiligen van het Oude Testament, de heiligen van het Nieuwe Testament, de heiligen van geheel de Kerk. Dat worden onze medegenoten in deze strijd. Wij staan er niet alleen in. Tegelijkertijd wordt in ons opgewekt een nieuw leven en we gaan ook opstaan tot een nieuw leven door de kracht van de Heilige Geest. Dan krijgen wij lust tot alle goede werken, lust aan God, lust aan Zijn dienst. Opstaan tot een héél nieuw leven, dat is ingaan in het Koninkrijk. De heiligmaking wordt niet gezet op onze rekening, maar zij wordt gezet op de rekening van de Heilige Geest, zij wordt gezet op rekening van de Heere Jezus Christus, Die Zichzelven overgegeven heeft om onze zonde, opdat wij door Zijn gerechtigheid leven zouden. Het nieuwe leven in ons, dat is het stuwen van de wijnstok Christus in al de ranken. Wat rank zal er toch zijn, die de eer voor zich opeist, die alleen Christus, de Wijnstok toekomt?
Van de stoeling van de rank in de wijnstok tot het uiterste topje van het takje toe, en al de blaadjes, en al de vruchten die eraan komen, ze worden gestuwd uit de wijnstok Christus, geheel en al. Hij wordt het leven van ons leven.
Het gaat alles in ons leven uit Hem en door Hem, en ook tot Hem. Kan men dan komen tot de volkomenheid? U hebt wel gehoord van de wijngaardenier met zijn snoeimes. U hebt gelezen: „Alle rank die vrucht draagt reinigt Hij". Het kwade wordt eruit gesneden, opdat hij veel vrucht zou dragen.
Het is wel een roeping om te staan naar de volkomenheid. Er staan woorden in de Bijbel als deze: „Vliedt de zonde!" „Strijden om in te gaan", „strijden voor het van de vaderen overgeleverde geloof", „bewaren van het pand u toebetrouwd, opdat ge de kroon der overwinning moogt behalen". Er is een strijdende kerk hier op aarde en die strijd zal duren tot aan het einde toe. Hoe dichter ge u houden moogt bij Hem, hoe dichter ge u houden moogt bij Zijn dienst, bij Zijn geboden, hoe teerder en voorzichtiger leven ge leiden moogt, hoe meer ge Gode vruchten zult dragen. Er is wel geen volkomenheid der heiligen hier, maar er is wel een volharding der heiligen. Die heeft elkeen nodig tot het einde toe.
Nu staat daar voor u het genademiddel van de Heilige Geest. Dit zijn de twee voornaamste middelen van de dankbaarheid, het gebed en de Wet. Voor u staat de kerk met haar genademiddelen: de trouwe prediking van het Woord Gods, het samen bidden in alle strijd en moeite, in alle zonde en aanvechting in een wereld, die in het boze ligt; tegen een duivel, die nooit zal aflaten uw ziel te bevechten, tegen de zonde van uw eigen hart. Wat een zegen is toch de kerk van Christus op aarde! Weest er maar trouw aan. Houdt u aan deze grote zegen, die God gegeven heeft. Zij is als een moeder, die met u gaat over dit zorgelijke pad door het leven. Zij is als een middel in de hand van de Heilige Geest, om u staande te doen blijven in deze strijd. De heiligmaking is een proces, dat uw hele leven lang arbeid geeft aan de Heilige Geest, die u dan ook bij moet blijven. Het is een proces van strijd en overwinning. En van 's mensen kant ook van menige nederlaag, waarin u dan altijd zult ondervinden, dat Zijn genade getrouw blijft.
Nu nog één zaak: bestaat er ook een afval van heiligen? En dan denken we samen aan Ismaël, die naast Izak is opgegroeid in de kerk onder het Evangelie; en dan denken we aan Ezau, die in één moederschoot gelegen heeft met Jakob; en dan denken we aan Saul, die tegenover David gestaan heeft; en we denken aan Judas, die tegenover Petrus gestaan heeft; en we denken aan Demas, die tegenover Paulus gestaan heeft. Bestaat er een afval der heiligen? Neen. En dan denkt u aan het Woord van de Heere Jezus: „Zij zijn van ons uitgegaan, want ze waren van ons niet". En Jezus heeft gebeden tot Zijn Vader: „Vader wat Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard", en „er is geen verloren gegaan dan de zoon der verderfenis, opdat de Schriften vervuld worden zouden"; en „niemand zal ze uit Mijn hand rukken, die Gij Mij gegeven hebt". Wat in de handpalmen van de Middelaar gegraveerd is dat zal niet verloren gaan. En Ismaël, Ezau, Saul, Judas en Demas dan? U leest van Demas dat hij in één van de laatste brieven van Paulus de groeten weer krijgt. Hij schijnt weer teruggekomen te zijn. En dit zegt de Bijbel ons, dat dit een goed is, dat niet dan met schroom en voorzichtigheid bezeten kan worden. Er bestaat geen afval der heiligen, maar dat hebt ge niet in de zak. Het blijft voor ons zo, dat wij met David gedurig hebben te bidden: „Heere, neem Uw Heilige Geest niet van mij". Het enige kenteken, waaraan u weten zult of de volharding der heiligen u gegeven is, dat is de heiligmaking, opdat gij uit de werken als uit vruchten van uw geloof verzekerd moogt zijn, en anderen voor Christus gewonnen worden.
Dit geloof zal God in dit leven lonen uit genade om Christus' wil, maar Hij loont het, omdat Hij er het werk van Jezus in ziet. 't Is Zijn eigen werk, omdat Hij zelf gezegd heeft: „Wees heilig, want Ik ben heilig". En waar nu een volk zichzelve heiligt voor Hem, daar is God zo van harte verblijd over, dat Hij zegt tot Abram zijn knecht, de vader van alle gelovigen: „Ik ben uw schild, Uw loon zeer groot". Dat is het enige loon wat God aan Zijn gemeente geeft. Zichzelf. Leeft u daarvoor, werkt u daarvoor, strijdt u daarvoor tegen uw zonde, om God te behagen, om God te bezitten, dan zijt gij een christen van het rechte soort.
De gemeente van Christus wordt één keer aan haar Bruidegom voorgesteld als een bruid.
En een bruid leeft voor haar bruidegom.


Rectificatie: In het eerste stuk, opgenomen in het nummer van vorige week, kwam een storende fout voor. Op pagina 251, 2e kolom, 12e regel van onderen stond: „met de zondaar geen gemeenschap kan hebben. Maar nu"; hier moest staan: „met de zondaar, wie dat ook is. Zo blijft God in Zijn heilig".
Onze excuses hiervoor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HEILIGMAKING (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's