De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

Na 25 jaar vrijmaking
Het conflict binnen de geref. kerken, dat in 1944 leidde tot een scheuring en tot het ontstaan van de vrijgemaakte kerken is in de laatste weken weer uitvoerig onder de aandacht gebracht, door de herdenking van deze gebeurtenis in de vrijgemaakte geref. kerken. Ongeveer 4000 mensen kwamen in Scheveningen bijeen op zaterdag 23 augustus in bijeenkomsten waar door allerlei sprekers de betekenis van dit gebeuren in het licht is gesteld.
Nu meen ik dat een herdenking van een dergelijk gebeuren (een kerkscheuring) een zeer hachelijke zaak is. Vooral wanneer men spreekt van een dankbaar herdenken! Scheuringen binnen de reformatorische kerken, tussen broeders en zusters van hetzelfde huis, zijn dermate pijnlijk, dat een herdenking wel zeer uit de toon valt, of het moest zijn een herdenking, die een boetedag inluidde.
Uit de verslagen van de herdenking in Scheveningen krijgen we niet de indruk dat de toon van de boete overheerste. Integendeel, volgens het verslag in Scheps' Kerknieuws van 29 augustus is door de voorzitter van het organisatiecomité, ds. D. Los onder meer gezegd:
We zijn geen congresgangers met allemaal een eigen mening. We willen theater zijn. Prof. Schilder schreef in een woord vooraf bij een boekje van ds. H. Knoop dat theater naar het woord van 1 Cor. 4 : 9 het stuk zelf is. Christus heeft de regie. We willen een schouwspel zijn voor God, engelen en mensen. God heeft nog de regie. De sprekers zullen ons voorbereiden op het hoogtepunt: de Here danken. Hij schonk ons de Vrijmaking als reformatie. Maar Zijn werk werd na 1944 steeds feller aangevochten van buitenaf en van binnen uit. Door God te danken belijden we dat Zijn unieke troost is gebleven. We kennen eigen zonden en gebreken, maar we zijn verlost. We zijn Christus' eigendom. Als siachtschapen van Christus zijn we meer dan overwinnaars. We zijn een theater in het circus der laatste dagen, als de beesten het applaus oogsten. Ik zal de naam des Heren uitroepen. Al Zijn wegen zijn recht. De Here beschutte ons als Zijn oogappel. De Here alleen heeft ons geleid.
Het is duidelijk wat de achtergrond van deze woorden vormt. De vrijmaking wordt hier op éen lijn geplaatst met de Reformatie van 1517. Waarom zou men wel in dankbaarheid mogen gedenken, wat God ons in mensen als Luther en Calvijn gegeven heeft, en niet wat er in 1944 gebeurd is, zo zegt men. Maar het is zeer de vraag, of deze parallellie opgaat. Terecht heeft ds. J. H. Velema in het orgaan van de chr. geref. kerken „De Wekker" erop gewezen, dat de Reformatie voortkwam uit geestelijke nood, en een herontdekken van het Evangelie betekende. Daarvoor kan en mag men de Here danken. Maar in de vrijmaking geschiedde iets anders: Een bepaalde kerkelijke situatie drong tot scheuring en uittreding. Het was een broedertwist. Hoezeer men in de vrijgemaakte kerken ook theologisch het gelijk aan zijn zijde had, inzake het verstaan van het karakter van Gods belofte, men kan toch moeilijk zeggen, dat het Evangelie van Gods genade in Christus in 1944 herontdekt is.
Dat is m.i. het problematische in deze herdenking. En daarom zijn we ook geschrokken van de toon die men in Scheveningen aangeslagen heeft. Prof. Kamphuis heeft in zijn herdenkingstoespraak volgens het verslag dat hierboven genoemd is, onder andere gezegd:
Zo mochten wij vijfentwintig jaar geleden het Woord aangrijpen dat het eerste en het laatste woord heeft. Toen zijn ons de poorten van het paradijs geopend. De kerkhistorische gebeurtenis van 1944 beperken we te veel tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Maar als de Here wakker is over Zijn Woord, dan zijn hemel en aarde erbij betrokken. Toen het Woord centraal bleek, was dat voor geheel Nederland van 1944 de grote gebeurtenis. Gerrit Achterberg heeft aan het wanhopige gevecht om het Woord stem gegeven: het Woord heeft het eerste en het laatste woord. Maar dat is bij hem niet het Woord van het verbond, maar het woord van de mens. Achterberg is de dichter van het moderne Nederland. Hij komt uit de gereformeerde mystiek. Slechts bij flitsen ziet hij het Woord. Hij komt nooit verder dan de mystieke verzuchting en vervoering. Ook Achterberg heeft van zijn geloof in het evangelie getuigd. Het gaat niet om deze man. In zijn gedichten klinkt de schreeuw van de gekwelde mens, die wij overal tegenkomen. Over ons is geen duisternis gevallen, over ons is het licht opgegaan. Wij werden niet overgegeven in een hachelijk experiment. Nog in 1969, heeft God geen lust in de dood van de zondaar, maar Hij wil dat deze zich bekeert en leeft. Daarom stond de Vrijmaking op Gods program van de verlossing van de wereld. Hoort gij volken, altemaal!
Hier worden m.i. de grenzen van een spreken naar de Schrift verregaand overschreden en krijgt deze trieste gebeurtenis een haast heilshistorische betekenis. Duidelijk verraadt dit spreken van prof. Kamphuis ook een bepaalde kerkbeschouwing. Ds. Velema schrijft in „De Wekker" van 5 september:
Een tweede bezwaar is van ernstiger aard. Ik kan het alleen maar aanduiden. Het raakt de kwestie van verbond en kerk. Het is merkwaardig dat op deze punten in onze kerken, ondanks verschillende goede samensprekingen, toch altijd bezwaren zijn blijven leven, zoals in 1962 ook duidelijk is uitgesproken, ondanks de synodale betuiging dat het roeping is te staan naar eenheid. In de brede artikelen, die ds. Bruin aan het antwoord van onze laatste synode heeft gewijd, — de artikelen zijn onverkort in ons blad opgenomen — heeft hij verband gelegd tussen deze beide bezwaren; ik dacht niet ten onrechte. Ons bezwaar t.a.v. de Geref. kerken was in vroeger jaren het verbondssysteem, dat daar gemakkelijk werd gehanteerd. In de Vrijmaking werd zware critiek geleverd op de theologie van Kuyper. Maar die critiek was in ieder geval bij allen niet dezelfde critiek als die geuit was van chr. geref. kant. Het is wel eens zo gezegd: wij meenden dat in Kuyper's verbondsleer teveel zekerheid in handen van de bondelingen werd gelegd; de vrijgemaakte critiek was: in deze verbondsleer wordt de zekerheid juist aangetast. Ik ga op deze onderscheiding niet dieper in. Feit is dat via de nadruk op het Verbond zich in de Geref. kerken (vrijgemaakt) een kerkbeschouwing kon ontwikkelen, waarin opnieuw een systeem naar voren kwam: de kerk kwam in het middelpunt te staan.
Daaraan verbonden is een derde bezwaar: de sterke nadruk op de doorgaande reformatie, waarbij duidelijk is geworden dat men geen G.V.P.-er kan zijn (natuurlijk wel G.V.P. mag stemen; graag zelfs), geen redakteur van het Nederlands Dagblad etc. als men geen lid van de ware kerk is en duidelijk blijk geeft van alle vreemde smetten vrij te zijn. Dit moet leiden tot verkerkelijking van het leven.
De ontwikkeling van de vrijgemaakte kerken in deze 25 jaar is uitermate pijlijk geweest, om niet te zeggen onthutsend. De kerken geven een verscheurd beeld. De verdeeldheid tussen hoogleraren, tussen predikanten en gemeenten is groot. Kan men hier werkelijk spreken van doorgaande reformatie?
We laten nogmaals Velema aan het woord:
De herdenking van de vrijmaking is een trieste aangelegenheid. Ook al kan men dankbaar zijn voor het verzet tegen de leeruitspraken van 1942, dan nog is de hele ontwikkeling van de vrijmaking — bij alle te waarderen bestrijding van vervlakking — een teken aan de wand van kerkelijk Nederland. Strijden voor de ware kerk en de zuiverheid van de belijdenis en bewaren van het Woord Gods zonder meer is niet voldoende. De persoonlijke geloofsverhouding tot de Koning der Kerk moet niet minder aandacht krijgen. Vandaaruit alleen kunnen we reformeren en bewaren. Anders gezegd: het gaat niet alleen om de ware kerk, maar het gaat niet minder — blijkens onze gemeenschappelijke belijdenis van art. 29 NGB — om de ware christenen. De kenmerken van beiden worden aangewezen. De kenmerken van de ware kerk zijn over-, die van de ware christenen ondergewaardeerd. Dat is ons grote bezwaar tegen de gang van zaken in de Vrijmaking sinds 1944.

Liturgie of orde van dienst
In het „Hervormd Weekhlad" (Orgaan van de confess, ver.) van 28 augustus schrijft ds. H. G. Groenewoud behartigenswaardige woorden over het al te argeloze gebruik van het woord liturgie. Vooral critiseert hij de wijze waarop bepaalde protestantse voorgangers allerlei liturgische elementen, ontleend aan de roomse eredienst overnemen:
Een kerkdienst bestaat uit een aantal handelingen. Er wordt uit de Bijbel gelezen, gezongen, gebeden, gecollecteerd; de predikant spreekt votum en zegen uit, preekt, doopt en bedient op bepaalde zondagen het Avondmaal. Al deze handelingen hebben plaats in een zekere volgorde. Deze volgorde noemen we wel: „orde van dienst.”
Maar die aanduiding wordt in de laatste tijd hoe langer hoe meer verdrongen door „Liturgie". We hebben geen orde van dienst, maar een liturgie. We verrichten niet een aantal handelingen, we voeren niet enkele programapunten in een zekere volgorde uit, maar we komen als gemeente samen voor de eredienst. Dat bedoelen velen als ze het woord „orde van dienst" beslist verwerpen en vervangen door „liturgie”.
Weet „men”, het kerkvolk, echter wel, wat liturgie eigenlijk betekent? We komen het tegen in de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint), en enkele malen in het Nieuwe Testament om er de dienst der Levieten in het Joodse heiligdom mee aan te duiden, en dan met name de offerdienst.
De Griekse kerk en later ook de Rooms Katholieke hebben het woord toegepast op de Christelijke eredienst; en ten slotte heeft ook het protestantisme het daarvoor ingevoerd. Dat sluit evenwel niet in, dat het woord voor r.k. en protestanten hetzelfde betekent. En nu citeer ik uit een leerboek der liturgie: „In de R.K. kerk ligt het voor de hand, het woord liturgie, dat gebruikelijk was voor de Oud-Testamentische, met goddelijk gezag vastgelegde priesterlijke offerdienst, ook over te dragen op de priesterlijke offerhandeling die naar R.K. leer in het Avondmaal wordt voltrokken, en op de ordeningen van de eredienst, welke zij als goddelijk gesanctioneerde vaste vormen beschouwt"”
Twee elementen uit dit citaat onderstreep ik: Het gaat in de liturgie naar r.k. opvatting om vaste, door God gesanctioneerde, vormen; en de liturgie hangt samen met het Oud-Testamentisch offer en het r.k. misoffer.
In een vorig artikel toonde ik, door ze naast elkaar te plaatsen, aan, hoe een nieuwe Protestantse liturgie aan de R.K. is ontleend.
Er zijn liturgen, die deze liturgie als een vaste vorm, de rechte eredienst, beschouwen. Dat wil zeg­gen, dat zij vervallen zijn in Oud-Testamentisch wetticisme, juist datgene waartegen Calvijn tegenover Rome zo beslist protesteerde.
Maar er is meer: De r.k. liturgie hangt samen met de mis. De gehele opzet van de misliturgie staat in dienst van het werkelijk brengen van het „Offer". Wanneer een protestant deze liturgie overneemt, maar op reformatorische wijze de dood des Heren gedenkt, dus geen offer brengt, dan frustreert hij die liturgie; ze loopt niet uit op datgene waarvoor ze er is, bereikt haar doel niet. Deze liturgie dringt tot het offerelement. Vandaar dat een predikant voor de viering van de maaltijd des Heren bad: „Zo dragen wij aan U op deze tekenen van het enige offer van Christus"; dat opdragen is op zichzelf een offer! Vandaar dat in een door het I.K.O.R. uitgezonden dienst van „Schrift en Tafel", wordt gesproken van de „dienst van de offerande”.
We zullen goed doen, het wettische karakter en het verband met het offer bij de liturgie goed in het oog te houden, en daar beslist positie tegen te kiezen. Dat zal ook consequenties moeten hebben voor de liturgie zelf.
Wij doen er goed aan deze woorden ter harte te nemen. En ons weer terdege in herinnering te brengen, dat het in de kerkdienst gaat om de verkondiging van Gods gave aan ons, het offer voor ons volbracht, en dat de reformatie juist daarom zo scherpe critiek heeft uitgeoefend op de roomse eredienst, die verworden was tot een prestatie, een goed werk van de mens aan God. De bezinning op deze vormen is meer dan een formele aangelegenheid. De inhoud van het Evangelie is ermee gemoeid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's