BOEKBESPREKING
Dr. G. C. Berkouwer: Verontrusting en Verantwoordelijkheid; ing., 189 blz.; prijs ƒ 9, 75; Uitgave Kok, Kampen.
In een breed opgezette studie gaat Prof. Berkouwer in op het verschijnsel van de verontrusting in allerlei kerken. Eerst analyseert hij Aalders' boek: „De Theologie der Verontrusting". Daarna geeft hij een typering van de verontrusting in de Ger. Kerken, waarbij vooral het gezag van de Heilige Schrift in het geding is (Schelhaas).
Na een overzicht van de verontrusting in de bijbel, komt de verborgen ketterij (langzaam proces) als ook de verdachtmaking aan de orde. In dit verband bestrijdt Berkouwer dr. Arntzen, die een boek schreef over de crisis in de Geref. Kerken.
Het valt op, dat de woorden van dr. Arntzen op een goudschaaltje gewogen worden en dat de bestrijding van de verontrusten in de Ger. Kerken zich voornamelijk concentreert op dr. Arntzen. Dr. Masselink e.a. wezen op de onbillijkheid daarvan. De verontrusting in de Ger. Kerken is veel breder, ook onder woordvoerders van de verontrusten dan alleen dr. Arntzen.
Maar dr. Arntzen kan wel voor zichzelf spreken. Wat de verkiezing betreft legt Berkouwer terecht de nadruk op de vrije verkiezende liefde, die ongemotiveerd is. Maar hij laat — ook in zijn andere werken — niet uitkomen dat de vaderen van Dordt deze verkiezende liefde van de Vader ook tot bepaalde mensen lieten komen. Er is niet alleen een verkiezing, maar ook een voorbijgang. Dat is niet een conclusie, maar de leer der Schriften.
Verder valt het op, dat Berkouwer er niet aan toekomt de wezenlijke bezwaren van de verontrusten te peilen! Daarop heeft dr. Ridderbos gewezen in een „Open Brief", waarbij — zonder mannen en paarden te noemen — de vraag rijst of Berkouwer zo door kan gaan met de kastijding van de verontrusten zonder analysering van de oorzaken van de verontrusting. Met andere woorden: elk woord van dr. Schelhaas, dr. Van Mechelen, dr. Arntzen e.a. wordt bekeken, maar de publicaties van Kuitert, Lever, Baarda e.a. worden niet geanalyseerd en — zo nodig — bestreden. Is het ook „conclusivisme", wanneer ik daaruit concludeer, dat Berkouwer al deze publicaties voor zijn rekening neemt? Of moet ik aannemen, dat dr. Berkouwer al deze publicaties en uitspraken niet voor zijn rekening neemt? Maar waarom komt dat nooit tot openbaring? Is het dan te ontgaan, dat de verontrusten dr. Berkouwer in één adem noemen met de anderen?
Ook aan de vragen: conservatief of progressief? en: defensief of offensief wijdt de auteur een hoofdstuk.
In de laatste hoofdstukken gaat prof. Berkouwer in op concrete punten: het schriftgezag, de belijdenis en de wetenschap.
In het hoofdstuk over de Schrift komen woorden als exactheid, juistheid, betrouwbaarheid, onfeilbaarheid, kennishorizon ter sprake. Prof. Berkouwer probeert alles in de verbanden te plaatsen, maar is veel meer bezig om vanuit omtrekkende bewegingen tot het hart der schriften te komen dan dat hij vanuit het hart der Schriften zelf (Christus en de apostelen!) opkomt.
De kennishorizon van de bijbelschrijvers krijgt hier veel meer aandacht dan het gezaghebbende woord, dat zij spreken. De omschrijving van het woord „tijdgebondenheid" is m.i. een invalspoort voor de schriftkritiek (blz. 122 e.v.). De vraag naar het criterium zal ons nog wel lang bezighouden, schrijft Berkouwer op blz. 123. Dit betekent m.i. een periode van constante onrust, omdat een aan de bijbel zelf vreemd criterium wordt ingedragen. Kohlbrügge, die allerminst verdacht kan worden van formalisering van het schriftgezag heeft eenmaal gezegd: „Mijn ziel wil in dit tuig niet gaan!”
Waarom wilde Kohlbrügge in dit tuig niet gaan? Omdat hij een zo diepe eerbied had voor de schriften en voor het eeuwig Evangelie daarin vervat, dat hij niet in rationalistische probleemstellingen wilde verwikkeld raken, die de glans van God en Zijn Woord verduisterden en de menselijke rede teveel eer gaven. De theologie staat ver beneden de belijdenis der kerk. En de belijdenis staat onder de schrift. Hier gaat de theologie heersen over de belijdenis en — wat erger is — over de Schrift.
Onder de titel „Verontrusting en Verandering" komt de belijdenis aan de orde. Berkouwer beroept zich voortdurend op A. Kuyper in zijn pogen de belijdenis te doen „aansluiten" bij de tijd. Berkouwer erkent, dat niet valt uit te maken, wat onder deze „aansluiting" precies verstaan moet worden en verder, dat de vraagstukken in onze tijd veel ingrijpender zijn dan in Kuyper's dagen:
In de eerste plaats kan gevraagd worden welke theologische en vooral filosofische achtergronden Kuyper leidden bij zijn gedachten over het leven en de veranderingen, die zich in het leven voordoen.
In de tweede plaats vraagt ge u telkens af, of dit de gehele Kuyper is.
Maar erkend moet worden, dat Kuyper met de vragen van zijn tijd bezig geweest is. Zou dit niet de oorzaak kunnen zijn, dat hij juist op dit terrein zo snel veroudert, terwijl Kohlbrügge „fris en groen” blijft?
Daarom is het beroep op deze zijde van Kuyper, terwijl Berkouwer erkent, dat de vragen van nu veel ingrijpender zijn dan in Kuyper's dagen, niet zonder bedenking. Berkouwer kan in de ontwikkeling van zijn gedachtengangen niet ontkomen aan een soort „geest-en hoofdzaak"-formule inzake de binding aan de belijdenis. Dit voorspelt een kerk met richtingen en een voortdurende onrust.
Ten overvloede mag opgemerkt worden, dat een nieuw belijden — mits gevuld met de schat van het Evangelie in de bijbels reformatorische zin — een zeer begeerlijke zaak blijft. Dan gaat het „oude" onvervalst mee en staat het niet op gespannen voet met het „nieuwe". Daarvan is m.i. in deze tijd weinig te bespeuren. Het „oude" en het „nieuwe" zijn niet gestempeld door één geest.
Na een hoofdstuk over de wetenschap eindigt de auteur met een slothoofdstuk over de gemeente. Het is een boek met vele inspirerende gedachten, maar een appèl zit er nauwelijks in. Dat is misschien ook de bedoeling van de auteur niet. Hij betoogt, analyseert, schift, trekt voorzichtige conclusies, enz. Dat is de kracht en de zwakheid van dit boek.
De kracht, omdat de auteur ingaat op vragen. Die zijn er. Bepalend is hoe, waarom en in welk kader vragen gesteld worden.
De zwakheid, omdat het u met een duizelig hoofd achterlaat. Er gaat geen dwingende, overtuigende kracht van uit. Daarvoor is het boek te mat.
Iemand zei: Voor vragen ben ik niet bang. Maar — zo liet hij er op volgen — ik ben wel bang voor veel antwoorden, want die zitten er meestal naast.
Aan dit woord moest ik denken. Waarom besteden wij vrachten aan tijd en energie aan vragen, die voor een deel onoplosbaar zijn en voor een deel ons op verkeerde sporen brengen, terwijl de glans en de majesteit van het Woord Gods op deze wijze onder onze vingers verbleekt?
Verslagjaar 1968, Herv. Bond van Inw. Zending op G.G., Bennekom.
Ons werd toegezonden een keurig verslag over 1968 van deze bond. Daarin worden de werkzaamheden vermeld: Echo, Evangelisatieposten, recreatiewerk, brochures, ledenwerving, activiteiten van dhr. L. van Gaalen, bureau, enz. enz. In 1970 wordt D.V. een nieuwe ledenwerf-actie ondernomen. Graag brengen wij dit werk onder uw aandacht. Het verdient de steun van ons allen.
K.a.Z. G. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's