De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

Discussie over het oorlogsvraagstuk
Op de laatste synodevergadering der Geref. kerken is uitvoerig gesproken over het oorlogsvraagstuk. Uit de discussie bleek dat er binnen deze kerken heel verschillend over gedacht wordt. De standpunten varieerden van strengpacifist tot verdediger van NATO.
Prof. H. N. Ridderbos vraagt zich in het Geref. Weekblad van 12 september af of gezien de spraakverwarring ter vergadering de discussie zinvol en nuttig genoemd kan worden. Levert het voor de kerken enig nut op, behalve een stimulans tot dieper nadenken.
Me dunkt, de verlegenheid en de vele meningen ter vergadering zijn niet vreemd. Ook wie het pacifisme afwijst huivert terug voor de moderne bewapening. En wie meent in de gegeven situatie ter wille van de vrede toch te moeten kiezen voor de NATO zal tegelijk diep doordrongen zijn van het onmogelijke van deze situatie. De aarzelingen hangen samen met het juiste verstaan van het zesde gebod en ook met de visie op Rom. 13.
Kan men de zwaardmacht van de overheid zo maar doortrekken tot de atomaire bewapening? Gaat dit de bedoeling van Paulus' woorden niet ver te boven? Over de standpunten ter synode geuit, schrijft Ridderbos:
De synodale commissie, die onder leiding van dr. Broek Roelofs de synode van advies moest dienen, hoe in dezen te handelen, nam zelf een tamelijk uitgesproken standpunt in. Weliswaar legde zij de synode de vraag voor of de ontwikkeling van de moderne ABC-bewapening zowel als de ontwikkeling van de internationaal-politieke verhoudingen niet een wezenlijke wijziging van de houding van de Christen ten opzichte van de oorlogsvoering ten gevolge moet hebben. Maar zij bleef daarbij (bij die vraag) niet staan, doch adviseerde de synode om als „ethische norm te stellen", dat de ABC-bewapening moet worden afgewezen.
Dit standpunt herinnerde sterk aan hetgeen de Ned. Herv. synode eertijds in haar bekende rapport (neen, zonder ja's) heeft uitgesproken en werd op die grond door een van de deputaten, dr. Bruins Slot, ook bestreden. Deze waarschuwde de synode, dat zij met zulk een uitspraak voor dezelfde moeilijkheden zou komen te staan als de synode van de Herv. kerk destijds. Ook deze wilde een duidelijk getuigenis geven: zo is de wil van God. Toen men echter met zijn uitspraken in het daaglijkse leven van kerk en samenleving moest opereren, kwamen er moeilijkheden, krabbelde men terug, zodat het einde was, dat de mensen vroegen: wat hebben wij aan zulke uitspraken? Daarom adviseerde dr. Bruins Slot, zoals trouwens ook al door prof. Troost was gedaan, op deze suggestie van de commissie niet in te gaan. En na heel de discussie, die gevoerd is, schijnt mij de kans dat de synode dit alsnog zal doen, niet zeer groot.
Hoe het dan wel zal gaan? Er waren zoals ge­zegd vele sprekers en vele standpunten. Misschien ligt toch het meest verbindende nog in het reeds genoemde advies van dr. Bruins Slot, die weliswaar enerzijds het „pacifisme" afwees, maar anderzijds wel van oordeel was, dat de kerk iets steekhoudends kan zeggen, wanneer zij, zonder zich op de stoel van de overheid te plaatsen, de kernoorlog niet slechts afwijst als een te vrezen ramp voor de mensheid, maar ook als een zonde, die voor Gods aangezicht niet kan bestaan. Natuurlijk houdt dat ook in dat de atoomwapens moeten worden afgeschaft. Maar daarvoor is een „ombouw" van de historische politieke situatie nodig, die men niet met ethische declaraties maar in de weg van politiek handelen en overleg tot stand brengt en waarbij men niet uit deze historische situatie kan springen. Zoals gezegd, dit was een verbindend verhaal omdat het enerzijds aan de „ethischen" de voldoening gaf, dat de kernoorlog veroordeeld werd en anderzijds aan de „politieken", dat men zich zo niet buiten de politieke werkelijkheid stelde.

Ook is wel gezegd: Dank zij de nucleaire bewapening kunnen wij nog in vrijheid spreken? Maar de vraag rijst toch: Is het middel niet erger dan de kwaal? Gezien de uitwerking van deze wapenen. De dodende kracht is toch dermate groot, dat men etisch van een nieuwe situatie moet spreken.
Dat zal ieder wel erkennen. Toch gaan de meningen uiteen. Op welk punt? Met prof. Ridderbos kunnen wij zeggen: Het is de kwestie van het „neen zonder ja's" of van het „neen, maar . . ." Kan men de hierboven genoemde visie van Bruins Slot halfslachtig noemen? Moet men in blinde gehoorzaamheid aan het gebod van God deze wapens afschaffen met elk risico ten aanzien van de politieke situatie van dien, vertrouwend op God? Of eist juist dit vertrouwen en de verantwoordelijkheid dat we een veroordeling van de kernwapens verbinden met politieke voorwaarden?

De verwerking van de politieke situatie
Mag men in dit alles rekenen met de historisch gegroeide situatie, door te zeggen: „Wij kunnen niet zomaar uit deze situatie springen (n.l. door eenzijdige ontwapening)". Ridderbos schrijft in dit verband:
Het is de vraag of het beroep op de historische situatie daartegenover genoegzaam tegenweer biedt. Dr. Bruins Slot zegt: wij kunnen niet zo maar uit zulk een situatie springen, ook al weten we dat die zondig is. Wij moeten er op uit zijn die situatie om te bouwen. Hier ligt voor mijn besef nog wel een crux. Zondigen wij, zondigt onze overheid, zondigt een dienstplichtige zolang wij deze situatie nog helpen in stand te houden, ook al zijn wij er allen op uit die te helpen ombouwen? En die vraag klemt te meer omdat de kansen voor die „ombouw" beperkt schijnen. Wij kunnen haar alléén niet tot stand brengen. Zij vergt de verandering van de wereld, niet alleen van de Nato, ook van de Russen en de Chinezen. En wel zéggen al deze machten, dat er eigenlijk geen nucleaire bewapening zou moeten zijn en praten ze over de-escalatie etc. Maar telkens komt er iets tussen en blijkt, dat met alle goede praat toch het recht van de volkeren wordt verkracht en het vertrouwen misplaatst is. Tsjecho-Slowakije is er iedere dag opnieuw een voorbeeld van. De weg naar de vrede, de ombouw van de situatie, de afschaffing van de bewapening is een moeizame, soms denkt men wanhopige zaak. Wil men er dus niet op eenmaal of na verloop van tijd uitspringen op de manier die de (atoom)pacifisten aanbevelen, is het alternatief dan: mee blijven doen aan hetgeen eigenlijk niet mag, doch als zonde gekwalificeerd moet worden? En blijft de kerk als ze de afschaffing niet eist als een neen zonder ja's zonder profetische kracht, ook al zou ze willen zeggen met dr. Bruins Slot, dat een kernoorlog op wereldschaal in strijd is met de wil van God? Ik denk, dat dit het bezwaar is van degenen, die zich door dr. Bruins Slot niet bevredigd toonden en ik denk ook, dat dit het punt is, waarop de zaak zich in wezen toespitst en waarover men het niet eens zal worden.
Wat mij zelf betreft, ik kan mij in de gedragslijn, die dr. Bruins Slot wijst, zonder meer vinden. Ik zou wellicht nog iets terughoudender zijn met het woord „zonde" dan hij. Hoofdzaak is echter, of er een andere kans is om tot betere grondslagen te komen van de internationale samenleving, dan door die stap voor stap en voetje voor voetje na te streven. Is er een rechtsorde in deze wereld mogelijk zonder macht en kan men de teksten, die van de overwinning van de machtelozen en van de eenzijdigheid der verzoening spreken, toepassen op de taak van de overheid een rechtsorde op te bouwen? Kan men daarom zeggen, dat wie nog niet zo denkt en zich in die weg der eenzijdigheid niet begeeft, begint met deel te hebben aan de zonde van deze situatie en zich daarvan juist eerst moet bekeren? Er kan een tijd komen, zoals in Hitler-Duitsland, dat de kerk zich van alle gemeenschap met de politiek moet vrijmaken en in dat opzicht buiten de wereld moet gaan. Zolang men zedelijk overtuigd is, dat dit voor ons in het huidige tijdsgewricht niet het geval is, is voor mijn besef de poging om vanuit deze politieke situatie — en dus niet met verwerping daarvan — tot een betere wereld te komen niet zondig, maar geboden. En daarom hoop ik, dat de synode niet alleen geen onvoorwaardelijke ontwapening zal eisen, maar, met volle respect ook voor ieders consciëntie, voor haar deel in dit opzicht ook geen vraagtekens zal plaatsen, waar ze m.i. niet behoren te staan.
Wie de gang der discussies volgt, ontdekt inderdaad: Er is weinig nieuws gezegd, vergeleken met het hervormde kernwapenenrapport. Er kan misschien ook geen nieuws gezegd worden. Openbaart zich hier ons onvermogen? Duidelijk blijkt, dat het politieke spreken der kerk geen eenvoudige zaak is.
Maar — hoe verwarrend de discussies ook mogen zijn — wij zullen tastend en zoekend samen onze weg vanuit de gehoorzaamheid aan het Woord Gods moeten gaan, beproevende wat de wil des Heren is. Laten degenen die het „neen zonder ja" voorstaan en zij die het neen willen verbinden met een ombouw van de situatie elkaar daarin vasthouden.
Theologisch zal het gesprek vooral moeten gaan om de verhouding van recht en macht, Koninkrijk Gods en overheidsorde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's