De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN INGRIJPEND BESLUIT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN INGRIJPEND BESLUIT

8 minuten leestijd

II
In het vorige artikel hebben we kennis kunnen nemen van het besluit tot samenwerking tussen de theologische faculteit van de Utrechtse universiteit, de katholieke theologische hogeschool Utrecht en enkele andere theologische opleidingen. Thans volgt een weergave van het persgesprek van 18 september jl.
Prof. Van der Linde leidde dit met enkele mededelingen in. De zaak is niet eerder in de openbaarheid gebracht, zo vertelde hij, omdat het besluit nog niet definitief was. We waren wel reeds geruime tijd onderweg, maar uiteindelijk moest het fiat van Rome worden afgewacht. Voorts maakte hij bekend dat het in de bedoeling ligt vijf buitengewone hoogleraren en vijf wetenschappelijke medewerkers uit r.k. kring aan de staf van de theologische faculteit toe te voegen. Er is alle reden om te vertrouwen dat Den Haag een daartoe strekkend verzoek zal inwilligen.
Voor het hierna volgende gesprek werd ruimschoots tijd beschikbaar gesteld: ruim een uur. Allereerst kwamen de bezwaren van de hervormd-gereformeerden aan de orde. Historisch is de hervormde orthodoxie met de Utrechtse universiteit het nauwst verbonden en nog steeds gaan de meeste aanstaande predikanten uit deze kring hier studeren. Waarom dan juist Utrecht voor deze samenwerking gekozen, wetend dat juist in deze sector van de hervormde kerk zoveel bezwaren leven, zo werd gevraagd.
Prof. Van der Linde betoogde in antwoord hierop dat het klimaat in Utrecht de nieuwe partners het meest aansprak. Voorts is Utrecht de enige faculteit die groot genoeg is om de andere opleidingen voor wat betreft aantallen studenten op te nemen, zonder daarbij zelf van kleur te veranderen of overspoeld te worden. Hij zei er zich van bewust te zijn dat een deel van de kerk dit samengaan bepaald niet toejuicht. In de besprekingen met de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging was dit wel duidelijk geworden. Maar alternatieven zijn daarbij niet geboden en uiteindelijk is de winst van een eerlijke confrontatie veel groter dan van zich achter muurtjes verbergen om elkaar vandaar te bombarderen.
Maar is hiermee geen positie gekozen in een oecumenische ontwikkeling van een soort die tot verwatering dreigt te leiden in de richting van een erasmiaans humanisme? Prof. De Graaf ontkende dit nadrukkelijk. De reformatie heeft van Erasmus veel geleerd zo verklaarde hij. Samenwerking leidt tot verdieping doordat men zich meer rekenschap moet geven van eigen onopgeefbare zaken en verlost wordt van vaste verkeerde denkbeelden over de ander. We kunnen niet meer over elkaar spreken zonder met elkaar te spreken. Voor het afglijden naar een gemeenschappelijke noemer in het humanisme bestaat zijns inziens geen gevaar.
Drs. Thomaasse zei de bezorgdheid van de kant van de hervormde orthodoxie wel te kunnen begrijpen. Die zorg was er ook bij de KTHU. Hij meende daarom dat het samengaan alleen vruchtbaar zou zijn bij blijvende herkenning van eigen identiteit en die van de anderen. Prof. Kok bevestigde dit, het vertrouwen in dit samengaan en het uitzien naar de ene kerk had het bij hem en zijn mede oudkatholieken uiteindelijk royaal gewonnen van de bekommernis. Bovendien is er ook de praktische kant: het tekort aan leerkrachten en het ternauwernood kunnen bijhouden van de ontwikkelingen werken er aan mee om in wetenschapsbeoefening graag met anderen te willen meedoen.
Ds. G. Pettinga, aanwezig voor de redactie van het Hervormd Weekblad (van de Confessionele Vereniging) zei, dat hoewel in zijn kring bezwaren leefden, de confessionelen zich toch positief wilden opstellen. Historisch is er de ontmoeting Reformatie-Rome altijd geweest.
Ook de studentenvereniging „Voetius" werd ter sprake gebracht. Is het juist dat er onder de Voetius-leden onrust is over het uitblijven van waarborgen omtrent het reformatorisch karakter van de theologische opleiding?
Prof. Van der Linde erkende dat er verontrusting is onder de „Voetianen". Hij meende overigens dat binnen deze 90-100 leden tellende vereniging Voetius onvoldoende gelezen wordt en de bezorgdheid niet zo diep theologisch is. Er is ook zorg door onbekendheid. Daaraan zou in een bespreking 's middags (18 sept.) een eind worden gemaakt. Het mag er niet om gaan hoe je je de roomsen van het lijf kunt houden, maar hoe we elkaar op christelijke, eervolle en wetenschappelijke wijze vinden kunnen. Hij achtte de weg naar de synode door de Voetianen onjuist zolang niet eerst het gesprek met de faculteit had plaats gevonden. Deze opmerking ontlokte aan de zaal de vraag waarom de studenten niet op het persgesprek vertegenwoordigd waren en of ze wel waren geraadpleegd.
Drs. Thomaasse antwoordde hierop dat de studenten vertegenwoordigingen hebben in de organen van de KTHU en dat er ook twee studenten in de commissie De Graaf zijn opgenomen. Aan inspraak is dus wel plaats gegeven. Desgevraagd bevestigde hij dat de eerste kennismaking van de KTHU studenten met de theologische faculteit wat teleurstellend was. De r.k. studenten hebben een grotere mate van vrijheid in hun denken. Nu worden ze geconfronteerd met orthodox denken. Ook in de filosofie en de gedragswetenschappen was er weinig aansluiting.
Prof. De Graaf erkende dat de theologische faculteit een achterstand heeft in de gedragswetenschappen. Wij zijn hierover nog niet uitgepraat aldus prof. Hoens. Een moeilijke materie, maar uiteindelijk heeft de KTHU op dit gebied al geëxperimenteerd. Hij voegde hieraan toe dat het bij de uitbreiding van de staf gaat om docenten van levensbeschouwelijke achtergrond. De erkenning van het kandidaatsexamen door de Nederlandse Hervormde kerk als „grootste afnemer" mag niet in gevaar worden gebracht. Hij herinnerde daarbij aan de mogelijkheid die de Hervormde kerk heeft om de erkenning van de faculteiten in te trekken. Dit was met de faculteit van de gemeente universiteit in Amsterdam eens het geval geweest.
Prof. De Graaf sprak in dit verband en naar aanleiding van een vraag over plannen tot verruiming van de plaats voor de gedragswetenschappen van een dubbele formule. Wij willen dezelfde breedte als Augustinus, Thomas en Calvijn. Hij noemde het optisch bedrog te menen dat men deze mannen het best vertegenwoordigt door theologie minus de gedragswetenschappen. Deze zaten er bij hun volop in. En als wij in dezelfde breedte theologie willen bedrijven dan zijn de gedragswetenschappen noodzakelijk. Prof. Van der Linde voegde hieraan toe dat dit niet betekent dat de theologie op de gedragswetenschappen zal worden gebouwd.
In antwoord op een vraag naar de getalsverhoudingen van de studenten werd medegedeeld dat door het samengaan, aan de 500 studenten van de theologische faculteit 160 rooms-katholieke studenten zullen worden toegevoegd. Voorts komen er 10 baptisten en 10 oud-katholieken bij. Voor de beide laatste groeperingen zal een bijzondere leerstoel worden aangevraagd. Van een overrompeling van de theologische faculteit door aantallen andere studenten zal dus geen sprake zijn, zo werd geconcludeerd.
Op dit moment kwam uit de zaal de vraag naar voren wanneer de besprekingen met het hoofdbestuur van de Geref. Bond hadden plaats gehad. In de artikelen van ds. Boer in de Waarheidsvriend wordt nl. de indruk gewekt dat hij zijn informatie had moeten putten uit een r.k. studentenblad. Prof. Van der Linde zei de manier waarop ds. Boer de zaak in de Waarheidsvriend had aangepakt nogal bevreemdend te vinden: de Geref. Bond was al aan het begin van het jaar ingelicht. We waren onderweg, maar we hadden niets te verbergen, aldus prof. Van der Linde. Helaas kwam hierbij niet naar voren dat aan de afvaardiging van het hoofdbestuur van de Geref. Bond destijds te verstaan was gegeven dat de mededelingen als vertrouwelijk moesten worden beschouwd en dus niet mochten wor­den gepubliceerd. Pas toen in een r.k. studentenblad openlijk over de plannen werd geschreven, is de zaak in de Waarheidsvriend aan de orde gesteld onder verwijzing naar wat in het Studentenblad was gepubliceerd.
Ook kwam ter sprake of er overleg met de betrokken kerken was geweest. Drs. Thomaasse vertelde dat de KTHU een eigen verantwoordelijkheid heeft. Kardinaal Alfrink was uiteraard bij de ontwikkelingen nauw betrokken geweest. Hij heeft de stukken naar Rome gestuurd en ze daar met anderen mondeling toegelicht. De schriftelijke goedkeuring van Rome is inmiddels ontvangen.
De KTHU is onder de r.k. opleidingen min of meer uniek in haar streven, al leeft hetzelfde verlangen ook bij anderen. Zo wil de katholieke theologische hogeschool in Amsterdam met behoud van eigen zelfstandigheid nauw samenwerken met de G.U. en de V.U. en heeft men in Groningen een integratie als in Utrecht geprobeerd.
Voor wat betreft de theologische faculteit is de synode van de Ned. Hervormde kerk in de zaak gekend. Er is opening van zaken gegeven en toegezegd dat we geen vreemde dingen gaan doen, aldus prof. Van der Linde. Verder zijn geen bindende afspraken gemaakt. De programma's blijven gehandhaafd.
Van verschillende kanten werd verder betoogd dat het economisch motief van bijkomstige aard is geweest. De KTHU had nog jaren vooruit gekund aldus drs. Thomaasse. En prof. Van der Linde benadrukte dat de christelijke, theologische en oecumenische motieven voorop stonden.
Is uiteengaan na 5 jaar nog wel een re­ële mogelijkheid? Dat is niet de bedoeling aldus prof. Hoens. Dan moet er wel een totaal andere geest gaan waaien of de gedragswetenschappen moeten een groot probleem worden. En mr. Des Tombe voegde hieraan toe, het blijven is doel, de vorm is proef, die kan na vijf jaar veranderen. Of zoals prof. Van der Linde het uitdrukte: wij zijn verloofd, niet getrouwd.
Zo zal de KTHU ingaande september 1970 voorlopig voor vijf jaar met de theologische faculteit gaan samenwerken. In een laatste artikel volgen enkele slotopmerkingen.
R’dam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN INGRIJPEND BESLUIT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's