DE SYNODE EN HAAR RADEN
II
In het vorig artikel gaven wij een voorbeeld van het niet bijbels functioneren van de band tussen gemeente en dienaar uit wat dr. C. P. van Andel Gzn schreef in een nieuwsbrief.
Daarmee is de verhouding van de synode en haar raden in het geding. Immers dr. Van Andel is secretaris van de raad voor de zaken van overheid en samenleving. Intussen nam — zoals mij uit de dagbladen bleek — dr. v. Andel een benoeming aan naar een diaconaal centrum in Amsterdam met als nevenopdracht een herstructurering van de kerk in de regio Amsterdam. Het gaat ons niet tegen de persoon van dr. Van Andel, net zomin als het ons in het recente verleden ging tegen de persoon van ds. Kaptein.
Het gaat over de figuur van de vrijgestelden en over de grenzen van hun bevoegdheid. Daarom schreven wij reeds vroeger. Wie is voor wie verantwoordelijk? Dat blijkt — wat de vrijgestelden voor de raden betreft — het moderamen van de Gen. synode te zijn.
Als dit zo is — en het is zo — komt het nu volgend citaat van dr. v. Andel wel in een merkwaardig licht te staan. Dr. Van Andel schrijft in de meer genoemde Nieuwsbrief 1) over de vraag of de Hervormde Kerk naar traditioneel moralisme afglijdt.
In dit stukje beklaagt dr. Van Andel zich over de behandeling van de voorstellen van de Raad voor Kerk en Gezin. Deze raad had aan de overheid geadviseerd om — met de nodige bezwaren — anticonceptionele (voorbehoeds)middelen beschikbaar te stellen aan minderjarigen vanaf 16 jaar.
De synode constateerde een te grote afstand tussen het werk van de Raad voor Kerk en Gezin en zichzelf. Er moest een nader overleg volgen tussen het moderamen van de Gen. synode en deze raad, opdat de lijnen, die de synode wenst, worden gevolgd.
Uit deze mededeling van dr. Van Andel blijkt dus — wat wij ook uit de persverslagen over de betreffende vergadering der synode reeds wisten — dat de synode het eigenmachtig publiceren van diep ingrijpende adviezen van b.v. de Raad voor Kerk en Gezin aan de overheid inzake het verkrijgbaar stellen van voorbehoedsmiddelen aan minderjarigen — niet langer neemt. En dat o.i. zeer terecht.
Want hier is niet alleen in het geding, dat dit advies een zeer dwaas advies is en — zoals wij vroeger reeds schreven — een zeer goddeloos advies, maar ook de zeer belangwekkende vraag, wie nu eigenlijk namens de kerk spreekt: de synode of haar raden? Dat is het hart van de kwestie.
De synode heeft zeer terecht gezegd, dat zij en zij alleen de kerk vertegenwoordigt in haar ambtelijke vergadering en dat het niet aangaat, dat een raad (in dit geval de Raad voor Kerk en Gezin) zelfstandig gaat opereren in het uithangen van adviezen aan de volksvertegenwoordiging.
Wanneer dan ook deze raad uitgenodigd wordt de lijnen van de synode in deze te volgen, is dit principieel volkomen juist. Dit had al veel eerder moeten gebeuren en moet nog veel omvattender gebeuren. Daarmede wordt aan de raden hun plaats gewezen, dat zij adviserende organen zijn.
Dr. v. Andel noemt dit een voorbeeld van traditioneel moralisme. Wij vragen: met welk recht? O.i. met geen enkel recht.
Verder is dr. v. Andel slecht te spreken over de korte tijd (2 1/5 uur) voor de bespreking van de rapporten van Uppsala; over het ontbreken van tijd voor de bespreking van de verhoging van de Nato-bijdrage met 225 miljoen en over de bespreking met de 24 ondertekenaars van de open brief op 21 okt. 1968.
Hij vindt, dat het Breed Moderamen al teveel bezwaren van de 24 deelde.
Wij laten deze bezwaren nu voor wat ze zijn. Wij ontzeggen dr. Van Andel niet het recht van critiek. Maar laat hij dat niet doen in een nieuwsbrief, waarboven staat: Nederlandse Hervormde Kerk, Carnegielaan 9, ’s Gravenhage.
Het is meer dan tijd, dat de raden met de z.g. koplopers hun plaats weten. Zij dreigen de kerk van het ene experiment in het ander te slepen, terwijl zij op geen enkele wijze weten wat er leeft in de gemeenten. Voorzover sommigen dit weten, schoppen zij er tegen aan en willen zij haar meenemen in de revolutionaire dynamiek van deze tijd. Deze revolutionaire dynamiek zal de resten van sommige gemeenten nog sneller opruimen, terwijl de gemeenten die van deze raad en adviezen niet gediend zijn, in een steeds grotere nood worden gebracht.
Want het gaat niet om de politiek-revolutionaire Messias, die de hedendaagse profeten verkondigen, maar om de Christus der Schriften, gestorven om onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.
Dat de kerk bij dit Evangelie blijve en tot dit Evangelie worde teruggebracht.
K. a. Z. G. B.
1) Nieuwsbrief van de Raad voor de zaken van overheid en samenleving, nr. 9, 1 jan. 1969, blz. 2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's