De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

Ter gelegenheid van het feit dat in de herfst de 80ste jaargang zal zijn voltooid verscheen op 25 september een speciaal nummer van het Hervormd Weekblad, het orgaan van de confessionele vereniging. Een gelukwens aan het adres van dit jubilerende weekblad is stellig op zijn plaats. In een kort artikel aan het begin van dit nummer schrijft de praeses der generale synode, dr. G. de Ru: „Door mannen die onze Hervormde kerk liefhadden, is zij steeds gewezen op haar taak om als Christus-belijdende volkskerk in haar prediking het reformatorisch verstaan der Schriften, zoals dat in haar dogmatische en symbolische documenten werd verwoord, trouw te blijven. En tot op vandaag geschiedt dat nog onder leiding van een genuanceerd samengestelde redactie van waarlijk theologische allure." Aldus een treffende omschrijving met betrekking tot de betekenis van de 80 jaargangen.
Ook in ons blad is dit orgaan meermalen ter sprake gekomen. In de overname van artikelen weerspiegelde zich vaak de critiek, maar gelukkig menigmaal ook de hartelijke instemming met wat door vertegenwoordigers van de confessionele vereniging geschreven werd.
Ook dit nummer legt duidelijk getuigenis af van de koers die dit blad wil varen. Prof. Haitjema schrijft over 80 jaar strijd om kerkherstel. Ds. Kooistra mediteert over de gebrokenheid der kerk. Ik citeer uit deze bewogen bijdrage een enkele zinsnede: „Alles is theologisch in beweging . . . Maar beweging wordt verwarring, als we te spoedig roepen om vrede. Dit verklaart de soms kritische toon van ons weekblad. Men houdt ons wel eens voor spelbrekers, die het eenheidsspel der kerk verstoren. Wij spreken en schrijven echter niet om reactionair te zijn. Maar om in het verdriet over de gebrokenheid naar de rechte genezing te blijven zoeken”.
Dat zijn duidelijke woorden. Wij kunnen alleen maar zeggen: Moge het de redactie gegeven worden om zolang de gebrokenheid der kerk voortduurt in eerlijke zelfkritiek, in ootmoed en zachtmoedigheid spelbreker te blijven en zo de kerk van hoog tot laag terug te roepen tot bekering, tot de ware vrede met God in Christus.
In de kolommen van dit blad kwam ook regelmatig de kerkrechtelijke koers ter sprake. Prof. v. Itterzon, autoriteit op het gebied van kerkrecht, geeft op dit punt een belangrijke bijdrage.
Het jubileumnummer mag er zijn. Het bevat een keur van artikelen, waarin zaken als kerk en prediking, bijbelonderzoek, de rechtvaardiging van de goddeloze, de theologie van Hoedemaker etc. aan de orde komen. Gelukkig als een blad het aandurft om in een tijd waarin horizontalisme, samenlevingsvragen het een en het al zijn, de verticale dimensie aan de orde te stellen. Dat betekent geen verwaarlozing van het aardse leven, en de horizontale verbanden. Een artikel van prof. v. Niftrik over „Menselijkheid" legt daarvan duidelijk getuigenis af. Treffende dingen zegt v. Niftrik over de verruwing van het leven, de „verloedering" en de verdierlijking. Noodzaak is dat wij veranderd worden naar het beeld van Christus!
Wij lazen daarom met wat verwondering de felicitatie aan het adres van het jubilerende blad in „Hervormd Nederland" van 11 oktober; waarin bij alle welwillendheid een kritische toon te bespeuren valt:
Een tachtigjarige
Wij willen hier het „Hervormd Weekblad", dat op 11 oktober 1889 in Sneek onder de naam „De Gereformeerde Kerk" en onder eindredacteurschap van dr. Ph. J. Hoedemaker voor het eerst verschenen is, hartelijk gelukwensen. Het blad heeft al die jaren de beginselen van de Confessionele Vereniging verspreid. Het werd geboren als reactie op de Doleantie en wilde de gehoorzaamheid aan de belijdenis van binnenuit, langs de medische weg, herstellen.

Het blad heeft dat door de jaren heen gedaan. Het heeft gestreden voor kerkherstel, polemieken gevoerd met de vrijzinnigheid, die intussen als macht in de leiding der kerk — een leiding zonder macht overigens — bezig was terrein te verliezen.
Voor ons ligt nu het nummer van 25 september, geheel gewijd aan dit jubileum. Het valt daarbij op, hoeveel stukken over het verleden gaan, inter­essant en kerkhistorisch van waarde, en hoe weinig ingegaan wordt op de situatie, waarin de kerken der Reformatie (en zij niet alleen) verkeren.
Eigenlijk is alleen de synode-praeses, dr. G. de Ru, als zodanig en niet als engere geestverwant schrijvende, de enige, die de vragen stelt, die de kerk van nu moet oplossen. Wij citeren de kern van zijn stuk in „Informatief". Ook in de verklaring, die de redactie aflegt van haar doelstellingen komt geen duidelijk zoeken naar bijbels licht over sociale structuren naar voren.
De politieke zaak komt wel naar voren. Het heeft op dat punt in de 80 jaren wel eens gestormd, vooral toen ds. C. Lingbeek de CHU verwierp en Kamerlid werd van de Herv. (Ger.) Staatspartij.
Men zal ons niet euvel duiden, dat wij lang niet alles met volledige instemming in de loop der jaren gelezen hebben. Het is voor ons namelijk de vraag of de beslissing in het persoonlijke en het gemeenschapsleven ligt in het leven met de belijdenis, zoals de confessionelen in de loop der decenniën gesteld hebben. Dat mag echter onze gelukwens niet remmen. Want een blad als dit, in de „ruimte der kerk" verschijnend, is levensnoodzakelijk voor die wonderlijke gemeenschap, die wij kerk noemen.
In dit nummer hebben wij het woord „richtingsblad" niet gevonden. Bij alle polemiek, die gevoerd moest worden, en waarin de schrijver wel eens lastig was, is nooit twijfel gewekt aan het verlangen de geheelheid der kerk, breed genomen, voor ogen te houden. Wij feliciteren ds. H. G. Groenewoud en de zijnen.
Dat critiek op een tijdschrift gerechtvaardigd is, spreekt vanzelf. Maar wij menen toch dat de hier geuite critiek meer over de koers van „Hervormd Nederland" zegt, dan over die van het weekblad der conf. vereniging. Er is geen duidelijk zoeken naar bijbels licht over sociale structuren te bespeuren, aldus L. H. R. in „Hervormd Nederland". En dat waar de redactie van het Hervormd weekblad schrijft: „Bij alle veranderingen in praktijk en nieuwe vragen, die we ook in ons blad in hun zoeken naar recht en gerechtigheid, ernstig willen nemen, moet een antwoord gezocht worden niet in de eisen van deze onze wereld, maar in het Woord des Heren, dat verwijst naar Zijn Rijk”.
Is dat niet duidelijk genoeg? Of begeert de schrijver in HN deze duidelijkheid niet. Wij voor ons zouden wensen dat HN wat meer koerste in het kielzog van het Hervormd weekblad. Juist in HN missen we immers maar al te vaak een duidelijk zoeken naar bijbels licht. Al te zeer worden daar de eisen der wereld tot uitgangspunt genomen. Spreekt in de critische toon van HN het kwade geweten? „Hervormd Nederland" zou zichzelf en de kerk een dienst bewijzen als zij het program van het Hervormd weekblad tot het hare maakt.

De verwoesting van het kerkrecht
Uit éen van de bijdragen in dit jubileumnummer willen we uitvoerig citeren. Het is een artikel van de hand van prof. V. Itterzon die de klacht uitspreekt dat de kerk toe is aan een verwoesting van het kerkrecht. Als argumenten voert V. Itterzon aan: Men laat r.k. pastoors dopen en het avondmaal bedienen en experimenteert naar hartelust. Kerkeraden voeren tegen de orde der kerk de kindercommunie in. Taken die men, staande in het ambt heeft, worden zonder meer neergelegd. De visitatie wordt als een te verwaarlozen zaak beschouwd. In dit verband schrijft v. Itterzon:

Hoogst bedenkelijk acht ik het voorstel tot toevoeging van een nieuwe artikel XXX aan de kerkorde (No. OOO-CKO/3000). Hier wil men niet een wijziging van een ordinantie, maar zelfs een wijziging van de eigenlijke kerkorde. Een verandering in de grondstructuur van ons kerkrecht. Men wil duidelijk de mogelijkheid „om algemene regelingen door te zetten, die afwijken van de kerkorde". Men spreekt van „bijzondere omstandigheden verband houdende met de ontwikkeling van het kerkelijke en maatschappelijke leven", een uitdrukking met het nodige elastiek. Men kan er alle kanten mee uit. Want andere omstandigheden dan kerkelijke of maatschappelijke zijn er toch niet? Of heeft men het woord „politieke" bewust laten vallen? Gedachtig aan het gebeurde tijdens de laatste wereldoorlog zouden we integendeel juist dat woord „politieke" het eerst hebben verwacht. Bovendien: „bijzondere omstandigheden", die er „verband mee houden" zijn al zo vaag, dat men er alle kanten mee uit kan.
De vraag is dus, wat men met dit alles wil. In de toelichting lezen we het nogal onschuldige voorbeeld van een gereformeerd predikant, die dan bijstand in het herv. pastoraat zou kunnen verlenen. Maar is hiervoor bepaald een verandering in de eigenlijke, grondleggende kerkorde nodig? Kon dat dan niet bij overgangsbepaling? Was dat zelfs niet veel eenvoudiger?
De aandachtige lezer vraagt zich dan ook af, aan welke andere zaken men wel mag hebben gedacht. Want om die gereformeerde predikant als bijstand verandert men de grondstructuur van ons kerkrecht niet. Mogen we denken, dat verzwegen zijn zaken als bijv. inschakeling van r.k. pastoors in gemeentelijke arbeid? Want ook de „tijdelijke regelingen in verband met het toenemend gebrek aan predikanten" rechtvaardigen de fundamentele ingreep in ons kerkrecht allerminst. Men beroept zich wel op 1947 en we weten ook wel van flinke krachten, die toen de kerk hebben kunnen dienen, maar in het algemeen was de regeling-1947 er een, waar de kerk later hartgrondig spijt van had en waarvan ze wenste, dat ze nimmer was genomen. Of zijn we dat vergeten?
De wijziging van de kerkorde zelf kan ik dus niet anders zien dan het leggen van dynamiet onder de gehele kerkorde. Ze moet kennelijk meewerken om het kerkrecht te maken tot een verouderd wetboek, dat men alleen strikt handhaaft, als het op de fi­nanciën aankomt, maar dat men overigens naar believen benut. Het kerkrecht verliest zijn norm-karakter. En als de spelregels verdwijnen, kondigt de wanorde zich aan. Dan wordt het kerkrecht tot een registratie van experimenten, tot een opsomming van wat er in de kerk in feite gebeurt. Een statistisch, met de dag veranderlijk relaas van wat men momenteel doet. Zonder binding. Zonder regel. Zonder vaste orde. Open voor elk experiment, hoe zonderling ook. Zonder onderling beraad over wat in de kerk zou moeten geschieden en zou moeten worden nagelaten. We hebben van de tucht bitter weinig gemaakt. Nog veel minder dan onder de reglementen van 1816. Aan leertucht hebben we ons letterlijk minder dan niets gelegen laten liggen, Zuid-Holland uitgezonderd. Aan tucht over het gemeentelijk leven heeft het ten enenmale ontbroken. Daar weten de visitatoren tot hun verdriet van mee te spreken. Nu wordt ook de norm van het kerkrecht die al zoveel onder vrijbuiterige experimenten geleden heeft dubieus gesteld.
We onderschrijven dit van harte. Met de utrechtse hoogleraar hopen wij dat men deze voorstellen op zij zet en dat we gezamenlijk zoeken wat in de huidige omstandigheden gedaan moet worden. „De gebroeders Kreet en Experiment hebben het tegenwoordig voor het zeggen", aldus v. Itterzon. En hij vraagt: „Waarom worden de trouwe gemeenteleden die heus nog naar de kerk gaan niet geraadpleegd over de gang van zaken? " Het onbehagen onder het kerkvolk is groot. Ook dat moge de kerk er toe brengen van hoog tot laag in gehoorzaamheid aan Schrift en confessie de regels voor de orde der kerk uit te stippelen. Een chaos in het kerkrecht betekent kerkelijke anarchie. En de geschiedenis laat ons keer op keer zien dat op de anarchie de dictatuur volgt. Laat men niet meewerken dat het die kant op gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's