De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

11 minuten leestijd

Prof. dr. G. J. Schotel: Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw; Uitgave A. J. G. Strengholt, Amsterdam; 440 biz., ƒ 25, —.
In 1903 verscheen van dit boek de eerste druk. Thans is het opnieuw uitgegeven, in de oorspronkelijke spelling maar op enkele punten bewerkt en ook voorzien van gravures door prof. dr. H. C. Rogge. De titel spreekt voor zichzelf. Het gezinsleven van de zeventiende eeuw wordt in al zijn schakeringen getekend. Aan de orde komen bij voorbeeld de inrichting van het huis, de opvoeding van de kinderen, het onderwijs, de voorbereidingen voor het huwelijk, de trouwplechtigheden, het doopmaal, kinderspelen, het roken en snuiven en ook allerlei volksgewoonten. Wie nog nooit gehoord heeft van de pillegift, de Van-tijd en het theesalet, kan in dit boek vinden wat dat inhoudt. Ook de Oud-Hollandse properheid komt duidelijk uit de verf. Wat er ook in de latere tijd verbeterd mag zijn in tal van levensomstandigheden, na lezing van dit boek kom je toch ook wel tot de conclusie dat onze gestroomlijnde eeuw node bepaalde elementen mist die aan het huiselijke leven in vroeger tijd gezelligheid en fleur gaven. Bovendien was er ook veel creativiteit, soms in eenvoudige vorm, wat tot uitdrukking kwam in allerlei handwerken, maar ook in de bouwstijl van de huizen en de aangebrachte versieringen.Maar men leze dit boek zelf. Het gaat uiteindelijk over onze eigen voorouders. De schrijver heeft de gegevens die hij uit allerlei oude documenten verzameld heeft op boeiende wijze verwerkt.
H.                                                            J. v. d. G.

L. Kievit: Die Geleden Heeft, ing., 67 blz.; prijs ƒ 4, 95; Uitgave Kok, Kampen.
Een mooie bundel lijdensmeditaties ligt voor ons van de hand van ds. L. Kievit, die menige meditatie in ons blad schreef en schrijft. De omslag is bijzonder aantrekkelijk. De doornenkroon kijkt u vanaf deze omslag aan. Twaalf lijdensoverdenkingen zijn in dit boekje samengebundeld. Het zet in met een meditatie over: „Als een Lam" en het eindigt met een over „De laatste eer". Daartussen ligt de gehele lijdensgang van de Zaligmaker. Ds Kievit heeft een eigen gave om het Woord te vertolken. Dit weten onze lezers. Wanneer iemand zou menen, dat deze meditaties reeds eerder in „De Waarheidsvriend" gepubliceerd zijn, vergist hij zich. De stijl is helder. De inhoud is de vertolking van het Woord Gods in de verklarende en meditatieve zin. Hoewel het boekje reeds aangekondigd was, wil ik er onder de boekbespreking gaarne de aandacht op vestigen. Jammer, dat buiten de schuld van de auteur en de uitgever dit boekje verlaat is. Het is een uitnemend geschenk van de ouders aan hun kinderen en omgekeerd. En zo'n geschenk komt altijd van pas.

C. v. d. Haagen: Kerk Waarheen? Uitgave Ev. Pers, Dieren (GId.); prijs ƒ 1, —.
Deze brochure van 19 blz. bevat een ernstige waarschuwing tegen de nieuwe koers. Onder de woorden: verontrusting, de komende afval, een nieuw evangelie van menselijke gerechtigheid, wedergeboorte, een „sociaal evangelie", de „gerechtigheid" van de duivel, kerk en wereld, Laodicea en Filadelfia en: Houdt vast wat ge hebt, worden de bezwaren opgesomd tegen de geest van deze eeuw. Het is een kort indringend en bewogen appèl op de christenen van deze tijd, dat wij u aanbevelen. Sommige opmerkingen neem ik niet voor mijn rekening. Zo op blz. 11: De kerk heeft omtrent het reilen en zeilen der wereld, waarvan de duivel de „overste" is, geen enkele opdracht, 'k Meen, dat het volgend stukje over de dienst der verzoening geen tegenstelling is met het bovengenoemde, 'k Dacht, dat de wereld feitelijk onder de macht van de boze is, maar in principe onderworpen is aan Christus. Deze opmerking doet niets af van de waardering voor dit waarschuwend en vermanend geschrift.
K.a.Z.                                                           G. B.

S. Ph. de Vries Mzn, : Joodse riten en symbolen; Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam; 318 blz.; geb. ƒ 17, 50.
Het werk van rabbijn De Vries, die in 1943 in het concentratiekamp Bergen-Belsen omgekomen is, was jarenlang een standaardwerk voor de kennis van gewoonten, gebruiken en voorschriften van het joodse leven van elke dag. Dat er ook na de verschijning van het boek van dr. Soetendorp (Symboliek der Joodse religie) dat — beknopter — in vele opzichten dezelfde onderwerpen bespreekt, vraag bleef naar het voor-oorlogse boek van De Vries (dl. I is van '27; dl. II van 1932) verwondert ons niet en daarom kondigen wij met dankbaarheid deze tweede druk aan; de tekst is hier en daar aangepast aan de gewijzigde omstandigheden en vele prachtige foto's verduidelijken het geschrevene. Terecht lezen we in een Ten Geleide: Zijn boeken zijn een monument te zijner ere en te zijner nagedachtenis.
Het gehele joodse leven trekt aan de lezer voorbij, van de wieg tot het graf; uitvoerig wordt geschreven over besnijdenis en huwelijk, over sabbath en feesten, over de rituele spijsbereiding, over de synagoge, over de Schriftlezing en over de preek in de synagoge, over de drie tekens: De Mezoezah, teken aan het huis; over de tefillien, teken op de arm en op het hoofd; over de Tsitsith het teken aan de kleding. Treffend is het gedeelte over sterven en uitvaart. „De joodse begraafplaatsen liggen in ongereptheid te wachten op het einde der dagen, Dan. 12:13". Ten aanzien van de lijkverbranding zegt de schrijver: Wij, die het jodendom van Torah en historie naar de geest der vaderen willen doen voortleven zullen op generlei wijze enige tegemoetkoming tegenover de lijkverbranding aan de dag kunnen of mogen leggen. Een zeer aanbevolen lees-en studiewerk.

Dr. F. H. Kohlbrugge: Uit diepten van ellenden; Uitgave T. Wever, Franeker; 194 blz.; geb. f 12, 50.
Deze preken — veertien leerredenen over Ps. 118 — zijn jaren nadat zij door Kohlbrugge zijn uitgesproken (1858) in het Duits onder de titel Aus tiefer Not gedrukt. In 1869 verscheen een nederlandse uitgave, waarvan nu een tweede druk voor ons ligt. Ook dit boek verschijnt bij de Uitgeverij Wever in samenwerking met de Vereniging tot uitgave van Gereformeerde geschriften. Met dankbaarheid voor wat hier geleverd wordt kondig ik deze bundel aan. Deze stukken zijn niet uit de tijd, al is het meer dan honderd jaar geleden, dat zij werden uitgesproken! Wie dit leest komt opnieuw onder de indruk van de kracht van Kohlbrugge's prediking. Het ging hem altijd weer om Christus en om diens gerechtigheid alleen. De lezer maakt iets mee van de worsteling des geloofs bij Kohlbrugge. Deze psalm, zegt Kohlbrugge, is geen Psalm, die zo gezongen kan worden, dat men juichend alles als het ware maar wegblaast, maar een Psalm in de hoogste nood en de zwaarste aanvechting, een Psalm in de uiterste verlatenheid, als er niets meer is waaraan men zich vasthouden kan. Rijke bemoediging en ernstige ontdekking vindt de lezer op elke bladzijde: „Toen ik in de afgrond der hel lag, toen ik uit de diepte riep, toen waart gij nabij; en toen ik meende, dat Gij mij verdoemen zoudt, juist toen hebt Gij mij al mijn zonden vergeven om niet". — Welk een schoon getuigenis als Kohlbrugge schrijft over: In deze tenten is een stem des gejuichs en des heils. De Kerk heeft nog heel wat „overjarig koren".
U.                                                                           Bt.

Ds. K. Koornbos: De synode van Dordrecht 1618/19 getoetst aan het recht der kerk; Uitgave Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1967, geb. ƒ 8, 90.
Onder de literatuur, gewijd aan de herdenking van de Dordtse synode, neemt dit boek van 148 blz. een geheel eigen plaats in. Van links worden dikwijls tal van feilen, die aan de samenroeping, de werkwijze en de resultat van deze nationale synode kleven, ijverig naar voren gehaald, terwijl men van rechts doorgaans poogt, die feilen recht te zetten of goed te praten. Hier is echter een vrijgemaakt predikant van onverdacht principe doende, de achtergronden van Dordt te meten aan het recht van de kerk. En de resultaten zijn niet vleiend: vermenging van het recht van de kerk en het recht van de staat; misbruik van de overheid door de gereformeerden terwille van hun geloof aan de volkskerk; politieke doeleinden van de Staten-Generaal ter synode en van Jacobus I die zelf lang niet gereformeerd was, doch bij deze Oldenbarnevelt een hak wilde zetten; invoering van de Dordtse leerregels met het recht van de sterkste; het toekennen van plaatsen op de synode naar rang en stand en met aanzien des persoons. En zo meer.
Graag beveel ik dit kritisch geschrift ter lezing aan, doch niet zonder een enkele vraag. Laat de schrijver de voorgeschiedenis van de Remonstrantie en het gedrag der remonstranten op de synode net zo zwaar wegen als de vooringenomenheid der contra-remonstranten? Wanneer de contra-remonstranten daarin remonstrants waren, dat ze de overheid het recht toekenden om in het kerkelijk recht te treden, hoe remonstrants waren dan de remonstranten, die zelf hun zaak bonden aan de staat? Heeft Dordt zó aan de volkskerk geloofd, dat het de humanisten en de verdeeldheid in de overheid vergat? Konden niet de r.-katholieken hun gang gaan, omdat het was tegen een deel van de overheid? Heeft Dordt niet in eigen kerkelijke zaken zó onafhankelijk gehandeld, dat het Bucerus in de vertaalkomissie van het O.T. zette, precies in dat jaar, waarin hij door een neef van bisschop Carleton, namelijk door de Engelse gezant in naam van Jacobus werd vervolgd, opdat hij „dood of levend" in Engeland zou worden bezorgd? Stelde een groot deel der Noord-Nederlanders in de 16e en 17e eeuw nauwelijks prijs op de naam christen, en kan men dit meten aan hun boute optreden? Dordt is niet feilloos, maar de ietwat generaliserende konklusies van ds. Doornbos zijn het zeker ook niet.
K.                                                                           C. A. T.

Theologie en praktijk, dr. W. D. Jonker, Kamper Cahiers nr. 8, J. H. Kok Kampen, 1968.
De taak van de praktische theologie is: bestudering van het Woord Gods onder het gezichtspunt van de dienst der kerk (daarbij ingesloten kennisname van de mens in zijn situaties). Om dit uitgangspunt, zo geheel anders dan wij elders, helaas ook in de kringen van de Gereformeerde kerken tegen komen, is ons een voorlichting als deze bijzonder lief. Voor de lezer, die wat meer geïnformeerd wil zijn, wordt de lezing van deze brochure hartelijk aanbevolen.

Dr. W. D. Jonker, vanuit Zuid-Afrika benoemd tot hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Kampen, houdt zich in deze inauguratie bezig met de vraag naar de plaats van de zg. diakoniologische of ambtelijke vakken, de praktische theologie in het geheel van de theologische wetenschap. De praktische theologie is altijd al een heet hangijzer geweest. Hoe moet het theologische en praktische met elkaar worden verbonden?
De schrijver grenst zich tegen de volgende opvattingen af:
a) al zou het in de praktische theologie gaan om iets praktisch in tegenstelling tot het theoretische karakter van de andere theologische vakken. De zg. pastoraal-theologie b.v. uit de vorige eeuw suggereerde dat: toeleiding tot het ambt, praktische afronding van de theologische studie. De naam praktische theologie is misleidend: alsof de andere theologische vakken niet praktisch zouden zijn; bovendien moeten toch de „praktische" vakken een eigen theologisch object hebben, dat wetenschappelijk bestudeerd kan worden,
b) In de tweede plaats is de praktische theologie bepaald niet: het opstellen van de theorie voor de kerkelijke praktijk. Bij Schleiermacher, die de theologie als geheel gericht ziet op het leven en werk van de kerk, wordt de praktische theologie verzwolgen in de hele theologie; het karakter als theologische wetenschap wordt bovendien door hem aangetast, daar hij uitgaat van de ervaring, niet van de heilige Schrift. Dat is ook het gevaar van opvattingen in onze tijd, waarin bv. de praktische theologie tot taak krijgt empirisch tewerk te gaan (studie van de moderne mens, zijn situatie, zijn wereld, zijn denken, zijn psyche, zijn taal). De praktische theologie mag niet worden tot een soort kerkelijke sociologie of een stuk kerkelijke psychiatrie. Er is een zuiver theologisch object!
c) In de derde plaats moet er niet te eenzijdig nadruk gelegd worden op het ambt. Kuypers benaming „diakoniologische vakken" is beter dan de benaming praktische theologie. Maar dr. Jonker wil dan liever gesproken hebben over dienst. In feite moet het in de praktische theologie gaan om de functionering van het ambt en van de hele dienst van de kerk. Alle theologische disciplines hebben uiteindelijk in werkelijkheid maar één en hetzelfde object, nl. de openbaring van God in Christus. In de diakoniologische vakken komen we de theologie tegen in haar gestalte van bezinning op de dienst van de kerk binnen het raam van het heilswerk van God in Christus Jezus,
d) Tenslotte wordt de gedachte afgewezen, als zou op deze wijze toch het concreet karakter van de praktische vakken verdwijnen. K. Barth wordt dan besproken. Schrijver gaat niet akkoord met de kritici van Barth, omdat hun uitgangspunt een praktische theologie is, die met sociologische en andere methoden werkt. Hij stemt Barth toe, dat de mensen moeten worden gezien als zondaars, die vooral behoefte hebben aan het Woord van heil, dat onverkort gepredikt moet worden, zonder aanpassing aan de moderne mentaliteit en zonder weglating van wat voor de geest van de tijd onaanvaardbaar mag zijn. Niettemin pleit dr. Jonker voor grondige kennis van de situatie van de mens vandaag, al moet de eigen zelfstandigheid van deze vakken der praktische theologie niet worden prijsgegeven en het Woord van God niet onderworpen worden aan de maatstaven van de moderne maatschappij en de moderne mens.
Z.                                                                       C. d. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's