De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VREUGDE OM DE ARK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VREUGDE OM DE ARK

7 minuten leestijd

„Zo brachten David en het ganse huis van Israël de ark des Heren op met gejuich en met geluid der bazuinen.” 2 Samuel 6 vs 15

Het is er toch van gekomen, ondanks verhindering en vertraging: de ark des Heeren krijgt een plaats in de stad van David, in de tent die hij voor haar gespannen had. David heeft zijn oorspronkeHjke plan niet opgegeven en toen hij hoorde, dat het gezin van Obed-Edom gezegend werd, greep hij moed om het uit te voeren. Maar hij heeft wel leergeld betaald. Ditmaal houdt hij zich strikt aan de eis van de heiligheid des Heeren. De ark wordt gedragen, niet gereden, de offeranden ontbreken niet. Zó wil het de Heere, dat was duidelijk geworden.
In meerdere psalmen wordt op deze tocht gezinspeeld, en sommigen zijn bij deze gelegenheid gezongen. De ark wordt door liederen begeleid. Sta op Heere tot Uw rust. Gij en de ark Uwer sterkte. Kom bij ons wonen in genade, kom bij ons tronen in eer. Keer weder Heere, tot hoe lang. Laat de tijd van vervreemding en verwijdering een einde nemen; de tijd waarin de verhouding tussen u en ons verstoord was, waarin Uw dienst verwaarloosd was, Uw volk van Uw wegen dwaalde. Laten andere tijden aanbreken, tijden van heil en zegen, tijden waarin wij ons mogen verheugen in Uw blijvende tegenwoordigheid. Heere wees met ons verzoend, en zegen ons. David was voorganger in Israël, en voorzanger, hij weerde zich geducht en van ganser harte.
Terwijl ze de ark stadwaarts dragen, nodigen ze de Heere in lied en gebed uit, om tot hen te komen en met hen te blijven. De vreugde overheerst. De schok, de scheur door de dood van Uza veroorzaakt, is in drie maanden genezen aan de zegen, waarmee het huis van Obed-Edom gezegend werd. Zij halen de Heere in met blijdschap. David heeft de koningsmantel verwisseld met een eenvoudig priesterkleed, een linnen rok. Hij is een dienaar des Heeren, meer niet. Hier past geen praalgewaad en geen wapenrusting; met heel zijn volk mag hij de Heere verwelkomen, dat stemt ootmoedig en dankbaar. Zoals de ark nu gedragen wordt, even boven de deinende menigte, zo werd ze gedragen door het water en door de woestijn. Zo waren de vaderen er van verzekerd, dat de Heere in hun midden was. Geen wonder, dat de vreugde zich meester maakt van vorst en volk: heel de geschiedenis spreekt mee.
David doet mee in de rondedans, die u met een volksdans zou kunnen vergelijken. Hij keert en wendt zich op de maat van de muziek, stampt met de voeten op de grond, en springt in uitbundig vreugdebetoon. De vreugde van het hart brengt heel het lichaam in beweging. Hij klapt in de handen en huppelt als een kind. Zoals hier de klokken luiden bij plechtige gelegenheden, zo worden in Israël de bazuinen geblazen. Hoort hun geluid, hoort het gejuich. Is het niet net als bij Jericho. Toen maakte de Heere ruimte voor Zijn volk, de muren vielen, Israël mocht Kanaan binnen treden. Wij hebben van haar gehoord, van de ark, van de wonderen des Heeren. Wij hebben haar gevonden! De Heere was er wel, al die tijd, maar, nu is Hij er weer, nu wendt Hij zich weer tot zijn volk. Hij is de God van toen en toen, dat ben ik niet vergeten. Dat kan ik nooit vergeten. Maar wat een verrassing: Hier is Hij, gereed om te redden, de Heere is in ons midden! Zingt Gode, psalmzingt Zijn Naam en springt op van vreugde voor Zijn aangezicht.
Wij nuchtere, westerse mensen kijken misschien wat vreemd op van dat huppelen. Wij staan met enige moeite op van onze plaats, onze zitplaats, laat staan dat we opspringen. En zeker, de volksaard speelt mee in de bewegelijkheid. Wie de huidige joden bij de klaagmuur zag bidden en danken, belijden en jubelen, kwam onder de indruk van die bewegelijkheid. Ze doen het niet slechts met hun ziel, maar even goed met hun lichaam. Met mond en hart, met hand en voet.
Maar wel moeten wij vragen: Is deze vreugde ons soms vreemd? Deze vreugde voor het aangezicht des Heeren. Waarom glanst ons oog niet, waarom neigen wij het oor niet, waarom is de blijdschap op ons gezicht nooit te lezen? Omdat deze vreugde altijd bevreemdend is voor buitenstaanders. Als David na een lange dag huiswaarts keert, om zijn gezin te zegenen, neemt Michal hem onderhanden over zijn gedrag. Zij keek uit het raam, en zag haar man. De koele, trotse dochter van Saul schaamde zich voor hem, verachtte hem in haar hart. Was dat de koning van Israël; gaf hij zich zo bloot, liep hij er zo bij. Foei, en nog eens foei. David krijgt een koud waterbad bij zijn thuiskomst. Zoals zo vaak, wanneer de vreugde tot een hoogtepunt gestegen is, de domper er op gezet wordt, door deze en gene, ook wel door huisgenoten.
David verontschuldigt zich echter niet. Hij volstaat met de verklaring: Vóór het aangezicht des Heeren! Daarmee is alles gezegd, en daar begrijpt Michal kennelijk niets van. Voor het aangezicht des Heeren, speelde en sprong David als een kind, de blijdschap in de Heere liet zich niet bedwingen. Hij achtte het niet beneden zijn waardigheid vreugde in de Heere te bedrijven, met allen die Hem dienen. Hij, de verkoren vorst, wordt verheerlijkt met dat eenvoudige volk. Er is van Gods aangezicht een gemeenschappelijke blijdschap. Komt maakt God met mij groot. Haalt Michal daar de neus voor op, David haalt er zijn hart aan op. Die slaven en slavinnen, waar zij zo zuur over spreekt, zijn hem nader dan zijn eigen vrouw. De vlam van de vreugde zal Michal niet doven met haar wrange verwijt, met zo'n schampere opmerking. Want de vlam wordt gevoed door de kennis des Heeren, die Zijn aangezicht naar Zijn volk keerde. David wist wat hij deed, hij wist ook wat het volk bewoog.
Weten wij dat ook? Welgelukzalig is het volk, dat het geklank kent. Dat de bazuin hoort blazen, en denkt: De Heere is er weer. Hij doet grote daden. Zijn aangezicht licht over ons. Wat een vreugde. God wende zich in genade tot ons. Hij in Christus Jezus. Blaast de bazuin te Sion, laat het wijd en zijd klinken: Dan wordt de eenzame in een huisgezin gezet, dan wordt de geringe verhoogd, dan worden onwaardigen verwaardigd tot de vreugde in het heil des Heeren. Wie hier alleen maar toeschouwer is, denkt en spreekt als Michal. Raar is het, overdreven, zij doet in geen geval mee. U doet ook niet mee. U hoort in de prediking de bazuin, maar u kent het geklank niet, daarom neemt u er uw gemak van, u komt niet van uw plaats.
Wie het geklank kent, die staat op tot de vreugde; zij zullen zich de ganse dag verheugen in Uw Naam. Wat heerlijk als daarvan in de kerkdienst wat blijkt, als in ons lied, het geklank van de bazuin wordt overgenomen, zoals in de psalmen keer op keer gebeurt; lees psalm 132 maar eens na, het lied van de wederkeer van de ark.
Zeker, Michal kan dat niet goed hebben. Er schuilen heel wat Michal's onder ernstige en vrome mensen. Zij zullen het hunne er van zeggen, en reken maar dat het niet mis is. Och, wat zijn er een mensen, die niet weten wat het is, rijk te zijn in God, en blij te zijn met God. Kinderlijk rijk en kinderlijk blij. Omdat ze het aangezicht des Heeren nooit zagen lichten in Christus Jezus. Ze zijn, overigens, net als Michal, met onvruchtbaarheid geslagen, ga het maar eens na. Luister maar niet naar hen, David diende Michal van antwoord, zelden sprak hij zo scherp. Want Michal wist daarom geen weg met de vreugde bij de ark, omdat ze niet wist van de vreugde om de ark. Wordt in deze overdenking de bazuin geblazen, waar zijn dan, onder de lezers, de spelers en de zangers? Klein en groot mag meedoen, mits zij roemen in de Here. Ons hart is niet verheven, onze ogen zijn niet hoog. De Heere alleen is hoog verheven. Daarom zal mijn mond en hart des Heeren lof verkondigen van nu aan tot in der eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VREUGDE OM DE ARK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's