De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Minderheidsrapport van Drs K. Exalto

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Minderheidsrapport van Drs K. Exalto

6 minuten leestijd

Als lid van de Commissie van Rapport kon ik mij niet verenigen met het oordeel van de meerderheid dat het rapport Gemeentevormen en Gemeente-opbouw de kerk moet worden aangeboden. Vandaar deze minderheidsnota. Twee wat uitvoerige opmerkingen laat ik voorafgaan:
Ten eerste: ik acht het niet onmogelijk dat de Commissie voor Gemeentevormen en Gemeenteopbouw mij als antwoord op mijn kritiek de eis zal stellen dat ik een alternatief aanbied. Daarom wil ik reeds hier naar voren brengen de vraag of het redelijk is dat te eisen. Wanneer een hele commissie (met een vrijgestelde kracht) gedurende een heel jaar werkt aan een stuk mag daarna niet van één man geëist worden dat hij hetzelfde presteert in enkele dagen.
Niettemin, ik heb inderdaad bepaalde voorstellingen ten aanzien van zoiets als een alternatief. Zij gaan in de richting van een oproep tot de rechte bediening van het Woord in héél de kerk, tot een getrouwe en geestelijke vervulling van de ambten, en — wat de organisatie betreft — een sterke vereenvoudiging: een concentratie op de eigenlijke taken van de kerk in de plaatselijke gemeenten. Naar mijn oordeel is de kerk in haar raden en commissies topzwaar geworden, terwijl de gemeenten doodbloeden. Er was al veel gewonnen wanneer de Raden voor een groot deel werden afgeschaft zo ook commissies, als die voor Gemeentevormen en Gemeenteopbouw, de vrijgestelde secretarissen en andere functionarissen voor het grootste deel werden ontslagen, de synode werd ontlast van alle stukken die het belijden der kerk weerspreken en van stukken als hetgeen wij nu voor ons hebben, waardoor haar zittingen zouden kunnen worden teruggebracht van 3 per jaar tot 1. Welk een mankracht, vele duizenden werkuren en schatten gelds zouden daardoor vrijkomen ten behoeve van het werk in de gemeenten! Ik meen dat ik hiermee uitspreek wat er leeft bij een niet onaanzienlijk aantal kerkeraden en kerkvoogdijen.
Ten tweede, het rapport dient zich in haar ondertitel aan als Een bijdrage tot het gesprek. Op het eerste gezicht lijkt dit heel bescheiden; het is maar gespreksstof. Toch hoop ik dat de synode zich hierdoor niet zal laten misleiden. De gespreksstof die hier de kerk wordt aangeboden is alles behalve onschuldig. Zij grijpt diep in in heel het leven en werken van de kerk, raakt zelfs haar wezen; ik noem ze revolutionair. Laten wij goed weten en beseffen wat wij doen.
Mijn BEZWAREN vat ik nu samen in een aantal stellingen:
1. De band tussen belijdenis en kerkorde' (Art. 27-32 NGB) is geheel losgelaten.
2. Verwaarloosd is alles wat de H. Schrift leert over de kerk en haar ambten, over de regering der kerk en haar opzicht en tucht, en over haar vorm en opdrachten.
3. Een sociologische theorie wordt gehanteerd als een hefboom onder de van God gegeven structuren van ambt en kerk.
4. De mens is nauwelijks nog iets meer dan een cultuurprodukt. Nergens blijkt dat hij een schepsel Gods is.
5. Verwaarloosd wordt dat de mens de zich immer gelijkblijvende zondaar (Adam) is, die ten allen tijde hetzelfde Evangelie nodig heeft.
6. Ten onrechte wordt beweerd dat de mens van deze tijd niet meer uitkomt met de wekelijkse prediking van het Woord, vanwege zijn veranderde situatie en zijn verschillende sociale rollen.
7. De indruk wordt gewekt alsof het Evangelie opgaat in het stellen van ethische gedragsregels voor het leven in een nieuwe cultuur.
8. Het geloof wordt subjectivistisch opgevat als uitsluitend een fides qua; de inhoud van het geloof, de fides quae functioneert niet.
9. Vele passages deden mij denken aan de bekende kreet: Niet de leer maar de Heer.
10. De continuïteit in het geloof wordt wel genoemd maar ook niet meer dan dat; de veranderlijkheid overheerst alles.
11. Ook de ergernis van het Evangelie wordt slechts even genoemd en dan nog uitgewerkt in de richting van een verkeerd ergernis geven.
12. Ook het anders-zijn van de kerk wordt wel uitgesproken maar verder blijkt er niets van. Het lijkt of het alleen maar gezegd wordt om bepaalde delen van de kerk gerust te stellen.
13. Ik mis in heel dit rapport de ware christelijke bezorgdheid voor het heil der zielen. Het Evangelie zegt dat er mensen zijn die verloren gaan. En zelfs dat er zijn die zoeken in te gaan maar niet kunnen. Niet ieder die zich een gelovige noemt is het daarom ook. Dit is een veel fundamenteler kritiek dan in heel dit rapport wordt uitgesproken. Zij hoort thuis in alle „modaliteiten”.
14. Er wordt te gemakkelijk, ja onbarmhartig geoordeeld over ziekte en dood.
15. Het pastoraat wordt ontdaan van haar geestelijk gehalte, het is niet meer ZIELzorg; het wordt daardoor uitgehold. Laten wij blijven bij het voorbeeld van Paulus (Hand. 20 : 28—32).
16. Als het apostolaat niet meer mag zijn het pogen om het verlorene bij de kudde te brengen, beantwoordt het niet aan de bedoeling van Christus (Lukas 15:3—7).
17. De kerk schijnt niet veel meer te zijn dan een instelling voor het aanleren van een goed leven, genaamd: gehoorzaamheid aan de Heer, alsook een instelling voor het bevorderen van sociale rechtvaardigheid in deze wereld. Zij is er voor de tijd. Het gewicht van de eeuwigheid wordt blijkbaar niet gevoeld.
18. Er is zelfs niet het minste besef van de betekenis en ernst van de WAAR­HEID. Vandaar dat zo goedkoop gesproken kan worden over kerkscheuringen en modaliteiten.
19. De kerk geen grenzen. Het onderscheid tussen waarheid en leugen wordt of niet gezien of in elk geval niet hoog opgenomen.
20. De kerk wordt gedegradeerd tot een vereniging waartoe ieder behoren kan die niet ongodsdienstig is.
21. De eigenlijke oorzaak van de malaise waar de kerk in onze tijd in verkeert wordt niet gepeild. Er is een massale verlating van God en zijn Woord. De weerhoudende krachten zijn niet overal gelijk. Moderne theologische inzichten werken meer in de hand dan een zogenaamde verouderde kerkstructuur. De trouw en arbeidzaamheid van velen kan niet verhullen dat er een legitieme vraag is naar de zuiverheid van de leer.
Toen in de tijd der profeten de kerk meer dan eens tot niets scheen geworden te zijn (Art. 27 NGB), stelden zij geen herstructureringsplannen op, maar maanden zij het hele volk tot een innerlijke en daadwerkelijke wederkeer tot God.
Met name de Generale Synode heeft als eerste opdracht hierin heel de kerk voor te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1969

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Minderheidsrapport van Drs K. Exalto

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1969

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's