Boekbespreking
Het heden van de toekomst, drs. J. P. Versteeg, inaug. rede 16 januari 1969; Uitg. J. H. Kok, 1969, prijs ƒ 2, 75.
Over de toekomst wordt vooral de laatste jaren veel gedacht en geschreven. In de onderhavige brochure geschiedt dat op een Bijbels-theologische wijze door een nader onderzoek van de uitdrukking „Eersteling" des Geestes (Rom. 8:23). Door dit woord (zeer terecht) te vullen vanuit de O.T.ische eredienst (de eersteling van de oogst) komt de schrijver tot de conclusie, dat in het heden van deze „eersteling des Geestes" niet slechts een profetie van de toekomst (nl. de verlossing van ons lichaam) gegeven is, maar ook voluit een representatie daarvan. In de Geest als „Eersteling" komt — op een bepaalde wijze — de volheid van Gods verlossend handelen tot de mens. Parallel hieraan loopt de uitdrukking „de Geest als onderpand" (2 Cor. 1 : 22, 2 Cor. 5 : 5, Ef. 1 : 14). Een woord uit het spraakgebruik van het handelsverkeer: pandgeld, waarborgsom. Ook de opgestane Christus wordt in het N.T. „Eersteling" genoemd. (1 Cor. 15). Hier is geen sprake van een identificatie tussen Christus en de Heilige Geest, maar wel van een onlosmakelijke verbondenheid. Wat in de opgestane Christus werkelijkheid is, komt in de Geest tot de gelovigen: ook de gelovigen worden „eerstelingen" genoemd, maar op een heel andere wijze. (Rom. 16 : 5, 1 Cor. 16 : 15, enz.) Tenslotte toetst de schrijver verschillende hedendaagse opvattingen (Bultmann, Moltmann, Van Ruler, CuUmann, Berkhof) aan de Bijbelse gegevens, waarmee hij begon. Graag verwachten we van deze pasbenoemde hoogleraar in de N.T.-ische vakken aan de Theologische Hogeschool van Apeldoorn, dat hij ons meer van dit bijzonder instructief onderricht geven zal, mede met het oog op de theologische mode van onze dagen, waarin sprake is van een magie der futurologie, waarin Bijbelse grondlijnen amper of heel niet aan bod komen. Het trof ons zeer, dat prof. Versteeg blijkens de laatste regels van dit boekje het theologisch bezig-zijn met de Schriften in het nauwste verband wil zien met het „komen tot Christus, opdat wij het leven zouden hebben" (Joh. 5 : 39, 40).
Hoe is God? Hoe leven wij? Twee geschriftjes van dr. K. J. Kraan, uitgaven van J. H. Kok, Kampen.
Twee boekjes, waarin de schrijver zijn overdenkingen, die hij schreef in een wijkblad „De Havenloods" (R'dam), bundelde. Een voorval uit de courant, een t.v.-uitzending, zomaar een verhaal b.v. uit Engeland is vaak het materiaal, waarmee dr. Kraan werkt om zijn lezers de liefde van God en de zin van het leven voor te houden. Pakkend geschreven. Geen meditaties in de gebruikelijke zin, over bepaalde passages uit de heilige Schrift, maar meer injecties, die bedoeld zijn om een stuk chokma-levenswijsheid mee te geven. We vinden er treffende dingen in. Niettemin wordt hier in het algemeen te alledaags over God gesproken. We missen erin de worsteling van Gods kind met de grote en persoonlijke vraag naar verzoening met God. Er is bv. over de toorn van God waarlijk nog wel iets meer en beters te zeggen dan de schrijver ons her en der wil laten geloven (Ps. 90).
Z. C. d. B.
R. M. W. Kempener, Twee uit honderdduizend, Anne Frank en Edith Stein, 220 blz., paperback ƒ12, 90. Uitg. H. Nelissen, BUthoven 1969.
Lang niet alles weten wij van wat er in de dagen van de heerschappij van Hitler en zijn medeplichtigen is geschied, maar wat er bij stukken en brokken van misdaden door dit regiem gepleegd, al dan niet gedekt door een rechterlijk vonnis, bekend wordt, is zo gruwelijk en zo mensonterend, dat woorden ontbreken om zoveel goddeloosheid te tekenen. Nu en dan wordt door een zorgvuldig onderzoek of een langdurig proces een stukje van de sluier, die nog zeer vele wandaden bedekt, opgelicht. Dit geschiedde o.a. door het proces, waarover dit boek spreekt.
In 1967 stonden in München terecht dr. Harster, de commandant van de S.D. in ons land, Zoepf, hier als een tweede Eichmann beschreven en Gertrud Slottke, allen verantwoordelijk voor de massamoord op honderdduizend Joden, die uit ons land zijn weggevoerd. Met een duivelse nauwgezetheid zijn de strikken om de Joden hoe langer hoe sterker aangehaald. Het ging alles even grondig, met als uiterste doel: niemand mocht levend overblijven. In staten is alles vastgelegd, data van de transporten, namen en alles wat erbij behoort. Men heeft deze „vrachtbrieven van de dood" ontdekt. Bij het laatste transport uit Westerbork naar Auschwitz op de 3de september 1944 werd ook de familie van Anne Frank weggevoerd, verraden voor vijf gulden per persoon. — Het boek klaagt aan, maar niet alleen Harster die terechtstaat. Het is een aangrijpende aanklacht tegen een regiem, dat op zulk een geraffineerde wijze onschuldigen uitroeide. En niet alleen tegen het regiem! — De schrijver gaat ook in op de vraag: Mocht de paus (Pius XII) zwijgen? Hij brengt in herinnering het herderlijk schrijven van zondag 26 juli '42. De reactie op het feit, dat van de kansels in de roomskatholieke kerken met het protest ook het telegram, dat namens de kerk aan Seys Inquart was gezonden werd voorgelezen, leidde tot een woedeuitbarsting bij de bezettende machten zó, dat de volgende zondag de kloosters werden uitgekamd om de roomse joden te arresteren. Zij werden regelrecht van Westerbork naar Auschwitz overgebracht; zij wisten: het was wraak om de boodschap van de bisschoppen. Harster heeft dat erkend: het was een vergeldingsaktie. — Een hoofdstuk is ook gewijd aan de vervolging van de protestantse joden.
Het is een benauwend boek: Deze „onthullingen over de nazimisdaden in Nederland voor het gerechtshof in München" tekenen iets van de afschuwelijke daden van een macht, die God niet vreesde en geen mens ontzag. Een boek, dat gelezen moet worden door ouderen en jongeren.
Okke Jager, Land van Jahwe, 120 blz., geb. ƒ 24, 50, N.V. Gebr. Zomer en Keunings Uitgeversmaatschappij, Wageningen, 1969.
Niet spoedig krijgen wij genoeg van plaatwerken over het heilige land. Als men zelf het land van de Bijbel bezocht heeft dan komt bij het kijken van de foto's de herinnering aan vele bezochte heilige plaatsen boven; men reist mee of denkt: als ik nog eens de gelegenheid zou krijgen om het land van Israël te gaan bezoeken, dan moet ik hier eens heen en daar eens, plaatsen die bij een vorig bezoek er bij ingeschoten zijn. Er is ook zoveel te zien! — En de velen, die (nog) niet een pelgrimsreis naar het land der vaderen maakten vinden hier een getrouw beeld van de streken en plaatsen waarvan wij ten aanzien van het verleden zoveel weten.
Het bovengenoemde werk bevat 55 kleurenfoto's van Alfons Senfler, eerst gepubliceerd in het grote Herder Verlag (Freiburg). Okke Jager schreef een voorwoord en bij elke foto een kort bijschrift. De foto's willen ons inzicht in de blijde boodschap verdiepen, zegt de auteur. „Nooit wordt Bethlehem meer een gewone plaats". Het tegenwoordige Israël komt maar zelden ter sprake en dan alleen in verband met de bijbelse geschiedenis. Een enkele maal, b.v. de afbeelding van de Menora: ieder, die Jerusalem bezoekt wil gefotografeerd worden bij deze vijf meter hoge kandelaar, een prachtig kunstwerk, opgesteld tegenover het Israëlische parlementsgebouw: de Knesseth. Ik heb veel respect voor de uitvoering van dit platenwerk met de schitterende kleuren; u moet eens de afbeelding zien van Jerusalem bij nacht, van de weg naar de Sinaï, van de berg Sinaï, van de Olijfberg, of van het Kedrondal.
In de maand december worden heel wat geschenken uitgedeeld en het is niet altijd gemakkelijk iets te vinden. Dan moet u eens aan dit boek denken: ik geloof, dat het een zeer gewaardeerd geschenk zal zijn.
U. Bt.
David Ben Goerion: De Joden in hun land; Uitgave Het Parool, Amsterdam; 392 pagina's; ƒ 51, - .
Er zijn de laatste jaren heel wat boeken over Israël verschenen. Toch heeft dit boek naast de vele andere een geheel eigen plaats. Het is namelijk geschreven door een aantal Jóódse geleerden, die op boeiende wijze de geschiedenis van het Joodse volk door de eeuwen heen te boek hebben gesteld. Je voelt bij het lezen als het ware hoe de schrijvers wezenlijk betrokken zijn bij de geschiedenis van hun eigen volk en dat geeft aan dit boek toch een apart karakter.
In het eerste deel behandelt prof. Jochanan Acharoni de geschiedenis van het Joodse volk tot aan de ballingschap. Daarna volgt een hoofdstuk van dr. Eliahu Auerbach over de Oud.-Testamentische profeten. En in het derde deel behandelen prof. Jehosjua Guttmann en dr. Menachim Stern de periode van de Babylonische ballingschap tot aan 135 na Chr. In deze eerste drie hoofdstukken wordt uitvoerig aandacht besteed aan de Oud-Testamentische gegevens, waarbij overigens moet worden opgemerkt dat achter de historiciteit van bepaalde bijbelgegevens soms vraagtekens worden gezet.
In de laatste drie hoofdstukken, geschreven door prof. Benzion Dinur, dr. Jitschak Ben Zvi en David Ben Goerion, onder wiens redactie dit boek tot stand kwam, wordt de geschiedenis beschreven vanaf 135 na Chr. tot en met de situatie van het huidige ogenblik, nu de Joden in de moderne staat Israël weer vaste grond onder de voeten hebben. Dit alles laat niet na indruk te maken. Uit alles blijkt de innerlijke kracht van dit volk, niet in het minst door wat in het huidige Israël in korte tijd tot stand is gebracht. Wie naast elkaar ziet een foto van een stuk woestijn, waar een aantal mensen in 1908 besloten een nederzetting te vestigen, en de realisering van dit plan in de huidige stad Tel Aviv, kan niet anders dan grote bewondering hebben voor wat hier tot stand kwam. Imponerend is het boek vooral ook om de beschrijving van het lijden dat het Joodse volk in de loop der eeuwen is overkomen. Dit alles wordt op onopgesmukte wijze beschreven. Maar het confronteert ons wel met" de dramatische momenten uit de geschiedenis waarin de Joden èn door de mohammedanen èn door de christenen in de loop der eeuwen zijn vervolgd. Niet alleen de laatste wereldoorlog levert daarvan de bewijzen, maar ook de periode van de kruistochten; Genoeg in ieder geval om met schaamte te beseffen hoe de verhouding tussen christendom en Jodendom vaak is geweest.
In één opzicht blijkt inmiddels echter duidelijk de grote kloof die het christendom van het Jodendom scheidt. Aan het Oude Testament wordt uitvoerig aandacht besteed, zij het zoals gezegd helaas vaak ook Schriftkritisch, maar het Nieuwe Testament komt niet aan de orde. Aan de persoon van Christus wordt slechts terloops aandacht besteed. In één enkele passage wordt het christendom geschetst als één van de messiaanse bewegingen van die tijd, waarvan de leider echter, in tegenstelling tot de leiders van andere dergelijke bewegingen, zijn discipelen bleef inspireren. Christus, die voor de christenen het centrum van de Schrift is, is voor de Joden één van de leiders van messiaanse bewegingen. Deze tegenstelling is niet uit te wissen.
Maar men leze dit boek zelf. De moeite ervan wordt rijk beloond. Op imponerende wijze wordt de lezer meegenomen door de geschiedenis van het Joodse volk. Bovendien wordt de beschrijving geïllustreerd met tal van fraaie foto's en afbeeldingen. Daarom, van harte aanbevolen.
H. J. v. d. G.
J. S. van Weerden: Spanningen en Konflikten; Verkenningen rondom de Afscheiding van 1834; Uitgave Stichting Sasland, Groningen, 1967; 428 pagina's; ƒ 32, 50.
Onder de diverse geschriften, die verschenen zijn over de Afscheiding van 1834, neemt deze omvangrijke studie van de heer Van Weerden een bijzondere plaats in. Hij heeft de Afscheiding, zoals die in Ulrum en omgeving begonnen is, beschreven als streekgenoot en heeft daarom deze beweging, die zo diep in het kerkelijk leven van de vorige eeuw heeft ingegrepen, geplaatst in een bredere context dan anderen vóór hem hebben gedaan. Behalve aan de geestelijk-religieuze kant besteedt hij namelijk ook uitvoerig aandacht aan de sociale factoren die mede een rol hebben gespeeld bij het conflict.
Diepgaand tekent de schrijver de situatie zoals die binnen de Hervormde kerk in het algemeen en in de Marnestreek in het bijzonder was aan het begin van de vorige eeuw. Enerzijds een formeel zakelijke prediking, waarvan de inhoud vaak niet in overeenstemming was met het belijden der kerk en anderzijds bij velen onder het kerkvolk de behoefte aan een prediking waardoor het gemoed werd geraakt, zodat de woorden van eenvoudige oefenaars vaak meer ingang vonden dan die van theologisch geschoolde predikanten. Scherp wordt vervolgens getekend de hartstochtelijke strijd die gevoerd is rondom de eerste afgescheiden gemeenten en in het bijzonder rondom de figuur van ds. H. de Cock, die door zijn prediking grote scharen kerkgangers trok. Vanuit allerlei plaatselijke documenten legt de schrijver een stukje geschiedenis bloot dat naar wij menen niet eerder zó beschreven is. De felle uitlatingen over en weer, de smaadschriften waarin met niets ontziende felheid van leer getrokken werd tegen bepaalde personen, verplaatsen ons in een gedachtenklimaat dat zó in onze tijd niet meer gekend wordt, zij het dat de zaken waarom het toen ging ook in onze tijd soms nog even actueel zijn.
Wat de sociale factoren betreft wijst de schrijver erop dat het vaak de eenvoudigen waren die met De Cock zijn meegegaan. De uitvoerige vermelding van alle ondertekenaars van de acte van Afscheiding en Wederkeer maakt dat ook duidelijk. De schrijver motiveert dit door te stellen dat de gewone man vaak geen toegang had tot de kringen waarin het verlichte volksdeel binnen de kerk zich bewoog, zodat hij zich sterk tot de Afscheiding voelde aangetrokken omdat hij daar veelmeer onder gelijken vertoefde en er zijn eigen leefklimaat aantrof. In hoeverre deze sociale factor, waaraan de schrijver veel aandacht besteedt, juist is, laten wij in het midden. Een feit is wel dat hoevelen van de eenvoudigen ook uit de Hervormde kerk getrokken mogen zijn, minstens zoveel van hen binnen de Hervormde kerk zijn gebleven. Een aanwijzing in ieder geval voor het feit dat de sociale factor niet doorslaggevend is geweest.
De schrijver laat niet na de zwakte van de Afscheiding van af het begin van haar ontstaan aan te geven. De geestelijke eenheid onder de Afgescheidenen, vaak ook onder de predikanten, was vaak ver te zoeken. Leergeschillen en verschillen in opvattingen inzake ondergeschikte punten hebben van meet af aan scheuren getrokken en conflicten veroorzaakt binnen de afgescheiden gemeenten. Iets wat zich overigens tot op de dag van vandaag telkens heeft herhaald. In de diverse groepen van de Afscheiding ontstond vaak een eigen sprake, waardoor men zich van elkaar heeft afgegrendeld. Daaraan zal niet vreemd geweest zijn de grote invloed die eenvoudige, ongeschoolde oefenaars, ieder met hun eigen uitdrukkingswijze en accentueringen, hebben gehad, zonder dat er sprake was van een grondige scholing in de gehele reformatorische leer.
In één opzicht laat het boek van de heer Van Weerden vragen open. Wat de Hervormde Kerk betreft trekt hij de lijnen vaak door vanuit de vorige eeuw naar de hedendaagse situatie. Telkens b.v. vergelijkt hij de situatie onder de oude reglementen met de huidige situatie onder de nieuwe kerkorde. In het boek hebben we echter gemist een confrontatie van de geestelijke geaardheid van de Marnestreek nu met de geest van de Afscheiding in 1834. Weliswaar geeft hij wel aan welke kerkelijke stromingen daar thans zijn naast de Hervormde kerk, te weten de Gereformeerde kerken, de Vrijgemaakt Gereformeerde kerken en de Christelijk Gereformeerde kerk. Maar vergissen we ons als we zeggen dat het geestelijk klimaat van de Afscheiding, zoals dat onder andere spreekt uit de brief van de echtgenote van ds. N. H. Dosker die achterin het boek is opgenomen, thans eerder te vinden is in andere streken van het land dan in het Marne gebied? Die vraag laat het boek open. Het zou echter interessant geweest zijn als daaraan ook aandacht was geschonken.
We willen dit boek echter van harte aanbevelen. Wie kennis neemt van wat zich in de vorige eeuw in de Hervormde kerk en in de afgescheiden kerken heeft afgespeeld, krijgt ook een helderder inzicht in allerlei hedendaagse verschijnselen. De vraag is intussen of de beide beddingen, waardoor het kerkelijk leven vanaf de Afscheiding is bepaald, nog eens samen komen zullen. Een vraag die niet op te lossen is vanuit één of ander kerkelijk isolement. Voor het ooit zover nog eens komen zal zullen èn Hervormden èn Afgescheidenen lering moeten trekken uit hun eigen verleden. Daarbij zal de kritiek van het Woord veel struikgewas, dat op andere bodem groeit dan op de bodem van het Woord, moeten snoeien.
H. J. v. d. G.
Dr. O. Jager: Het klagen wordt gezang; 124 pagina's; ƒ 4, 95; Om razend te worden; 136 pagina's; ƒ 4, 95; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen.
Dat Okke Jager flitsend schrijft is bekend. Wie bovenstaande boekjes dan ook ter hand neemt wordt al spoedig door de schrijver geboeid en geprikkeld. In het eerstgenoemde boekje Het klagen wordt gezang maakt de schrijver kanttekeningen bij ons kerkelijk leven. Het tweede boekje Om razend te worden heeft als ondertitel: kanttekeningen van een krantenlezer. Uit alles blijkt dat de schrijver een scherp waarnemer is. Hij leest zijn krant en onthoudt de details, of liever, hij zal ze wel opschrijven. Zo komt in deze boekjes van allerlei ter sprake. De oecumene, de vrijmaking, de kwestie Assen, de Gereformeerde Oecumenische synode, ons koningshuis, de kwestie Israël, oorlog en vrede, de relletjes in Amsterdam, de Gaulle en zijn politiek en ga zo maar door. Soms weet de schrijver bepaalde gebeurtenissen uit het verleden zo op te halen dat je met hem zegt: Om razend te worden. Soms geldt dat echter ook voor wat hijzelf schrijft, met name in het boekje over het kerkelijk leven. In ieder geval bevatten deze boekjes een veelheid van gedachten over kerk en maatschappij waarvan het de moeite waard is er kennis van te nemen.
Dr. J. J. Buskes: Opstanding; Uitgave Zomer en Keuning, Wagenlngen; 111 pagina's.
Over welk onderwerp dr. Buskes ook schrijft, het steeds terugkerende thema is de kerk en de wereld, het persoonlijk heil en de roeping van de christen in de samenlevingsverbanden. Zo ook in dit boekje. De schrijver zet een dikke streep onder de lichamelijke opstanding van Christus. Hij werkt dit verder uit en benadrukt met Paulus dat de prediking ijdel is als dit belijden aangaande de opstanding wordt afgezwakt of geloochend. De kerk leeft vanuit de opstanding en verwacht daarom ook de opstanding der doden. Het is verheugend dat dit belijden zo duidelijk uit de verf komt in dit boekje. Het heeft bovendien een duidelijk appellerende en getuigende spits met name ook naar de kant van een theologie waar de religie uit is en alles is gezet op de kaart van de humaniteit.
Anderzijds sta je wel eens verbaasd hoe Buskes personen van de meest uiteenlopende aard in zijn beschouwingen honoreert. Om eens een handjevol namen te noemen die in dit boekje voorkomen: Luther, Karl Marx, Augustinus, Martin Luther King, J. M. de Jong, Sperna Weiland, Pascal, Buber, William Booth, van Randwijk, Blumhardt, Bekkers en Bonhoeffer. Dat roept ook wel eens vragen op. Als Buskes zich bij voorbeeld nogal ingenomen toont met wat dr. De Jong over de Opstanding geschreven heeft in de bundel Geloof en Natuurwetenschap, dan vraag je je af, als je van dat artikel kennis genomen hebt, waar die waardering op is gebaseerd In ieder geval maakt hij dat in dit boekje niet duidelijk, zodat het meer lijkt te gaan om een eerbetoon aan De Jong dan om de zaak zelf.
Maar dit alles neemt niet weg dat dit boekje prachtige momenten bevat. Bovendien is het in een voor ieder verstaanbare taal geschreven.
H. J. v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's