De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE KATHOLICITEIT DER KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KATHOLICITEIT DER KERK

8 minuten leestijd

Ik geloof een heilige, katholieke, christelijke kerk. Zo belijden wij elke zondag met de gehele gemeente. Katholiek betekent algemeen. Onder algemeenheid of katholiciteit wordt meestal verstaan: de kerk van alle tijden en alle plaatsen, die in Christus haar enige Heere is verbonden. De kerk van alle tijden. Dat is de kerk voor de lengte-as van de geschiedenis. Christus is nooit zonder onderdanen geweest. Vanaf het paradijs tot aan de wederkomst is deze kerk er krachtens Gods uitroepende daden, krachtens het eeuwig priesterschap en koningschap van Christus, krachtens de eeuwige Geest, die zondaren vernieuwt. De kerk van alle plaatsen. Dat wil zeggen, dat overal waar het Woord Gods bediend wordt, de sacramenten naar de instelling van Christus bediend worden en in opzicht en tucht ernst gemaakt wordt met de vermaningen van het Woord, er een kerk is. Tegelijkertijd wordt de nadruk gelegd op de eenheid in Christus, het Hoofd der gemeente.
Wanneer wij onze Ned. Geloofsbelijdenis (art. 27) er op nalezen treft het ons hoe diep geestelijk deze algemeenheid of katholiciteit beleden wordt.
Onmiddellijk wordt het standpunt des geloofs ingenomen: Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk. Deze kerk geloven wij. Er is geen zicht op de katholiciteit der kerk tenzij vanuit het geloof.
De vraag naar de katholiciteit der kerk kwam op na de bloeitijd van de eerste christelijke gemeenten en na het uiteenvallen van het machtige romeinse rijk. Het valt niet te ontkennen, dat in het grote romeinse wereldrijk de eenheid en de verbondenheid van de christelijke gemeenten min of meer een werkelijkheid was.
Dit werd anders toen dit wereldrijk in stukken uiteenviel. Europa werd een legkrant van kleinere stukken. Daarbij kwam, dat de toenmalige spanning tussen Oost en West mede aanleiding gaf tot het uiteengaan van de Rooms-Katholieke en de Grieks-Katholieke Kerk.
Intussen had de bisschop van Rome (de paus) gepoogd de eenheid in zijn plaatsvervanger-zijn-van-Christus te waarborgen. Ook dit is niet gelukt. Denk aan het grote schisma in 1054. In de Roomskatholieke Kerk werd de eenheid en daarmee haar algemeenheid in het leven gehouden o.a. door de ene taal: het Latijn. Zij keerde het beginsel van de Pinksterdag: een ieder hoorde de apostelen in hun eigen taal de grote werken Gods verkondigen om en deed de vele volkeren het Woord Gods horen in de ene kerktaal: het Latijn. De reformatie ontdeed zich van deze kunstmatige taal en zorgde voor vertalingen in de volkstaal. De prediking en de sacramenten werden gebracht en bediend in de moedertaal.
Vooral brak de reformatie met de hiërarchische kerkregering. Hoeveel verschillen er ook tussen de reformatoren waren inzake de kerkregering, zij braken allen met de pauselijke hiërarchie.
Daardoor verkreeg de katholiciteitsopvatting een rein geestelijk karakter. De religie kwam weer naar boven. De verbondenheid vond haar grond in het geloof in de ene God en Vader, die in de Heere Jezus Christus het ene fundament der zaligheid gegeven had, in de ene Heere Jezus Christus en in de ene Heilige Geest, die het geloof werkte. De belijdenis van de ene Vader, Zoon en Heilige Geest was voor de reformatie de kern van de katholiciteit der kerk.
Daarbij wisten zij zeer wel, dat er in de diverse kerken, die uit de reformatorische arbeid waren voortgekomen, een verscheidenheid van kerkregeringen was. Maar de eenheid in het geloof was voor hen de katholiciteit der kerk.
Dit geestelijk beginsel vinden wij terug in art. 27 van de Ned. Geloofsbelijdenis: wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk, dewelke is een heilige vergadering der ware christgelovigen, allen hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest.
De kerk is dus een geestelijke werkelijkheid, alleen voor en door het geloof waarneembaar. Haar wezen ligt dus in de vergadering van omschreven personen, want zij is een heilige vergadering der ware christgelovigen.
Deze ware christgelovigen worden nader aangeduid. Zonder meer wordt niet uitgegaan van een levend geloof. Ook wordt niet uitgegaan van de heilige doop, hoezeer deze doop een merk- en veldteken is van de Koning der Kerk en een verzegeling bevat van de beloften Gods. Neen, de ware christgelovigen worden benaderd zowel vanuit de inhoud van het geloof als vanuit het geloof, waarmee zij geloven.
Vanuit de inhoud: gewassen door Zijn bloed en verzegeld door de Heilige Geest. Dat is de geestelijke vereniging met Christus en het zegel van de Heilige Geest er op. Vanzelfsprekend brengt dit mee: allen hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus.
Vanuit deze rein geestelijke omschrijving wordt verder geleerd, dat deze kerk er altijd geweest is en altijd blijven zal. Dit is de lengte-as van de geschiedenis.
Verder wordt beleden, dat deze kerk aan geen plaats gebonden is.
Eén van de vragen, die rondom deze katholiciteitsopvatting rijst is: bedoelt men in deze belijdenis de z.g. onzichtbare kerk, en niet de zichtbare?
Afgezien van de critiek, die mogelijk is op de woorden zichtbaar en onzichtbaar, is de zaak, die bedoeld wordt, duidelijk. De kerk in haar zichtbare gestalte is nooit gelijk aan de Kerk, zoals God die kent.
De reformatie heeft de volle nadruk gelegd op het geestelijk karakter van de kerk zonder in de spirituele vervaging te vluchten.
De spanning tussen de kerk voor God en de kerk onder de mensen is in alle geloofsbelijdenissen en geschriften van de reformatoren te vinden. In de eigenlijke zin gaat het ook in art. 27 over de kerk naar haar geestelijk onzienlijke zijde, enigermate echter ook over de zichtbare kerk.
Wij mogen dus stellen dat de katholiciteit der kerk van geestelijke aard is èn dat zij te maken heeft met haar zichtbare gestalte. Met dit gegeven staan wij in de bijna onontwarbare knoop van de veelheid der kerken, van de gevarieerdheid van haar belijdenissen en kerkvormen.
De katholiciteit der kerk is ook vandaag een geestelijke zaak. Wij kunnen nooit genoeg de nadruk leggen op de geestelijke verbondenheid in het geloof, op het één plant geworden zijn in de gelijkmaking met Christus' lijden en dood en op het één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding.
Daarmee staan wij critisch tegenover onszelf en anderen. Want waar deze geestelijke realiteit van de vereniging met Christus als het Hoofd en daardoor ook met elkander ontbreekt, daar is alle oecumenische éénwording, alleen maar geknutsel.
Al te gemakkelijk wordt in onze tijd gesproken over het volk Gods in alle kerken. Het volk Gods is onderweg. Waarheen is dit volk Gods onderweg? Dit is een onontwijkbare, indringende vraag.
De kerken zijn grotendeels facades geworden, waarachter de leegte u aangaapt. Allerlei facades vallen en er blijkt weinig of niets achter te zitten.
Desniettemin is er een eenheid in het geloof van alle ware christgelovigen. Deze eenheid in het geloof werd en wordt gevoeld ook bij verschillen in de kerkregering. De vaderen van Dordt hebben de afgevaardigden van de Engelse Staatskerk met eerbied ontvangen, naar hun raad geluisterd, hen als kerk erkend, omdat zij één waren in hetzelfde geloof. Maar zij peinsden er niet over om de kerkregering van deze kerk te prijzen of over te nemen. Integendeel, zij stelden de Dordtse kerkenorde op, omdat zij geloofden, dat het leven des geloofs — in art. 27 genoemd — binnen het raam van deze kerkenorde het best gedijen kon. Intussen is duidelijk, dat de vaderen van Dordt in hun tijd de katholiciteit van de kerk beleden en beleefden.
Dat is onze roeping vandaag ook. Daarbij hebben wij te letten op de reine bediening van het Woord Gods en van de sacramenten als ook op de handhaving van de christelijke tucht, voorzover dit mogelijk is.
Deze roeping brengt ons in grote verlegenheid. Wij staan enerzijds voor een drang naar zichtbare éénwording, waarbij de inhoud van het geloof en het geloof, waarmee men gelooft nauwelijks ter sprake komt. Soms vindt men het deelhebben aan Christus en al Zijn weldaden een zo vanzelfsprekende zaak, dat men er eenvoudig van uitgaat. Dat is een feit. Punt.
Het behoeft geen betoog, dat de algemeenheid of katholiciteit van de kerk op deze wijze allerminst gediend is. Kerken, die God verlaten hebben en met elkander gaan verenigen, genezen de breuk op de meest lichtvaardige manier.
Anderzijds staan wij in de verlegenheid, omdat het katholiek geloof, aan het woord in art. 27, in de gereformeerde gezindheid zo weinig breed en diep is, dat de gemeenschap in hetzelfde geloof nog niet de ene gereformeerde kerk voortbrengt. Dat is een schande, maar helaas waar. De versplintering van de kerken is een bovengrondse aanklacht, dat de diepe geestelijke verbondenheid niet sterk aanwezig is. Vaak wordt de brede opvatting van de katholiciteit van de reformatoren ingewisseld voor een opvatting, waarin alleen secundaire en sectarische kenmerken de doorslag geven.
De oplossing van dit vraagstuk ligt alleen in een reformatie en een reveil. Wanneer de wateren van de Geest steigen, worden wij uit al onze kuilen en kuiltjes uitgetild en in dit wassend getij van de Geest meegenomen. Het staat te vrezen, dat God niet in de eerste plaats met Zijn Geest, maar met Zijn oordelen zal komen, hoewel Zijn Geest niet van Zijn oordelen is los te maken. De ware katholiciteit ligt in Christus en daardoor in allen die van Christus zijn.
Deze geloofswerkelijkheid blijft ook in de donkerste tijd gelden. God zij gedankt! Ook Vandaag geldt: Ik geloof één heilige, katholieke, christelijke kerk. Waar de Geest is, daar is ook de volheid van Christus. Waar de volheid van Christus is, daar is ook de gemeenschap.
Wij mogen èn bidden om deze volheid van Christus èn om de vervulling met de Heilige Geest.
Z.                                                                                                             G. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

DE KATHOLICITEIT DER KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's