BEWAREN EN VERMEERDEREN
Want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend. Openb. 3:8b
Het is een veelbesproken onderwerp: plaats en taak van de christelijke gemeente in de wereld van nu en straks. Talloze studies worden er aan gewijd. En je wordt wat moe van de vele „slogans" die opgeld doen: herstructurering, schaalvergroting, kerk buiten de kerk, kerk voor anderen enz. enz. De maatschappelijke veranderingen, de sociologische analyse, de politieke ontwikkelingen geven in vele beschouwingen de toon aan. Daarnaar wordt het wezen en de functie van de gemeente afgemeten.
Maar op deze wijze raken we het gezicht op de gemeente van Christus kwijt. Haar wezen en roeping, haar taak en functie wil immers afgelezen zijn uit het Woord van God. Niet de mensen maken dat uit. Het is Christus Die Zijn Kerk sticht en regeert.
Christus schrijft vanuit de hemel Zijn brief aan de gemeente op aarde. De gemeente van Filadelfia behoort mede daartoe. Dat was beslist geen imponerende gemeente. „Gij hebt kleine kracht" lezen we in de brief van de Here Jezus.
Het ledental zal stellig gering geweest zijn. De financiële draagkracht was ongetwijfeld niet groot — Filadelfia werd immers vaak door aardbevingen geteisterd. Er woonden geen mensen met wereldreputatie. Het was beslist geen gemeente, waar naar ons oordeel perspectief in zat. Wij zouden geneigd zijn te zeggen: Die gemeente is nodig aan herstructurering toe.
Wij hebben immers onze eigen rangorde. Als wij die zeven gemeenten een cijfer zouden moeten geven, zou Sardes het hoogste cijfer krijgen. Sardes had immers in de classis Klein-Azië een beste naam: volle kerken, prima collecten, veel activiteit, en noem maar op. De gemeente van Efeze zou ook hoog genoteerd staan op de ranglijst: een gemeente met klinkende namen, een gemeente die bovendien nog wist wat tucht betekende.
Maar die kleine, onaanzienlijke gemeente van Filadelfia zou in onze ogen nauwelijks een voldoende halen. De Here Jezus beziet echter de kerken anders dan wij. Van Sardes, die gemeente met dat hoge cijfer zegt Hij: U hebt wel de naam dat u leeft, maar in werkelijkheid is het de dood in de pot. En de christenen van Efeze krijgen het verwijt te horen: „U hebt de eerste liefde verlaten". Wij moeten maar heel voorzichting zijn in onze beoordelingen, rapporten en analyses. Die ons oordeelt is de Here. Zijn oordeel is beslissend. Zijn ogen gaan over heel ons kerkelijk leven. „Ik weet uw werken", zegt Hij. Beseffen we dat nog? Veler leus is: De kerk moet zich geloofwaardig maken in de wereld. En grif en gretig laat men zich door de wereld de agenda voorschrijven. Daarmee bedroeven en onteren wij de Here der Kerk. Hij richt de Kerk door Zijn Woord en door Zijn Geest.
En zijn oordeel is zo anders dan het onze. Wij verkijken ons op namen en getallen en veranderingen. Wij rekenen er zo weinig mee dat de Here Zijn kracht, de kracht van Zijn genade, openbaart in onze zwakheid.
Dat is het geheim van de gemeente van Filadelfia.
Een smalle gemeente. Maar Christus velt een ander oordeel: Ge hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend. Uit het verband waarin deze woorden staan, blijkt dat deze kleine gemeente het niet gemakkelijk had. Vooral van de zijde van de Joden ondervond ze veel tegenkanting. Hun felle haat richtte zich tegen Christus en Zijn gemeente. Wie Jezus als Messias beleed werd door hun laster getroffen.
Daarbij komt dat ook deze gemeente elke dag opnieuw te kampen had met de stugge onwil van de heidense wereld in haar omgeving. Maar tegen alle bestrijding in hebben zij het gewaagd met het Woord van Christus. Dat Woord hebben zij bewaard als een kostbare schat in een levend geloof.
Tegen alle spot en hoon in zijn ze ja blijven zeggen tegen Jezus Christus. Ze hebben het compromis geweigerd. Door de kracht van Gods genade hebben ze volhard in de belijdenis van hun Here en Heiland. Die Naam konden ze niet meer loslaten.
Kunt u daar inkomen? Als Christus rapport opmaakt over ons, kan dan ook gezegd worden: „Ge hebt Mijn Naam niet verloochend? Omdat de Heilige Geest u die Naam deed spellen als de bron van alle troost en sterkte".
Een gemeente die het Woord bewaart . . . daar gaat wat van uit. Dat geeft werfkracht. Wij menen vaak dat de gemeente sterk staat, als ze zweert bij de gewoonte, krampachtig vasthoudt aan wat men zegt, of als ze, hijgend van moeheid, achter de laatste modesnufjes op kerkelijk en theologisch gebied aanholt. Maar dat is schijn. Ons leven verarmt. Ons kerk-zijn wordt dan steriel en voos. Is dat niet ten diepste de nood van de kerk?
In plaats van het Woord te bewaren, houden wij grote uitverkoop. Wij ruilen het Woord in voor wat modekreten, of versteende meningen.
En dan dat tweede: De Naam niet verloochenen? Wat sluiten we vaak een gemakkelijk compromis, omdat we weigeren onszelf te verloochenen. Op een progressieve of conservatieve manier zweren we bij de goden van de tijd. Dan verloochenen we de Naam van Hem, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Dat heeft kwade gevolgen. Immers, als wij het Woord van Christus loslaten, als Zijn Naam ons niet alles waard is, dan ebt ook de adventsverwachting weg. De wereld hier en nu wordt dan het een en het al.
Waar de Kerk leeft bij het Woord, is dat bepalend voor de levensrichting. Er is in die kleine gemeente van Filadelfia een hunkerend uitzien naar de grote dag van Christus. Ze hebben immers, zo lezen we in vers 10, „het Woord mijner lijdzaamheid bewaard". Dat betekent toch niets anders, dan dat de christenen vast bleven houden, in weerwil van alle bestrijding en aanvechting, aan het bevel om Christus te blijven verwachten. De lampen bleven brandende! Geloof en hoop gaan hand in hand.
Hier worden ons de grondlijnen van de gemeente getekend: Het Woord bewaren in de spanning van de verwachting. De Naam niet verloochenen. Dat moge voor elk onzer de worsteling zijn. Hoe nodig is het gebed om Gods Geest, opdat wij hoorders en daders des Woords mogen zijn. U schuift dit rapport van Christus over Zijn gemeente toch niet terzijde. Het raakt ons, ook in de snelle veranderingen waarin wij staan.
Wij mogen er ook in deze adventstijd het appèl in horen om Hem te blijven verwachten. Zijn dag komt met haast. Dat is de spanning waaronder alle kerkzijn staat. Waaronder ons aller leven staat. Alleen als we door het geloof verbonden zijn met Jezus Christus, kent ons leven uitzicht. Dan gaat onze naam er aan, dan worden wij bij onze ware naam genoemd: zondaar, goddeloze. Maar in deze nood is Zijn Naam de vaste burcht, de schuilplaats voor verloornen. Die Naam wekt verwachtingen die nooit te hoog gespannen zijn. Die Naam alleen garandeert de toekomst aan de gemeente.
En waar de gemeente het Woord bewaart, vertoont ze ook werfkracht. Die kleine gemeente van Filadelfia, die met groot verlangen uitziet naar de komst van de Bruidegom, is tegelijk een zendingsgemeente, een gemeente in het offensief. De verwachting van Christus' toekomst maakt haar niet introvert, maar doet haar juist uitgaan tot de wereld met het Evangelie. En Christus geeft haar een geopende deur voor Zijn Woord.
Bewaren en vermeerderen. Wij maken daar dijkwijls een tegenstelling van. Alsof we tussen het een of het ander te kiezen hebben. Dat klinkt door tot in onze kerkelijke discussies. Enerzijds doet de leus opgeld: De kerk is er voor de wereld. Dat leidt tot een vermoeiend activisme, waarbij de kerk verwordt tot een maatschappelijk bedrijf. Van de weeromstuit trekken anderen zich terug in de verschansing van hun vastgestaafde meningen. Ook dat is de dood in de pot.
Hoe bevrijdend zich door het Woord te laten corrigeren! Filadelfia bewaarde het Woord. En Jezus geeft hen een geopende deur. „Als de kerk de ene hand stevig op de bijbel houdt, strekt de andere hand zich vanzelf uit naar een wereld verloren in schuld" (Lammens). Daarom is het voor elk onzer, voor elke gemeente, voor de kerk in zijn totaliteit, steeds weer de eerste zorg: Laten we ons regeren door Gods Woord? Is de Naam van Jezus Christus ons alles waard geworden?
Als we het getuigenis van Christus loslaten, kunnen we op allerlei manieren wellicht actief bezig zijn, maar de werfkracht is er uit. Dan zijn wij met lamheid geslagen. Een gemeente die leeft bij het Woord, zal mogen ervaren dat het Woord werkt, ook in de gesaeculariseerde wereld van nu.
Laten we daarom biddend ernst maken met het woord van Christus: „Houd wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme". Blijf de wacht betrekken bij het Woord. Dan alléén is er toekomst en perspectief. Want de belofte is niet onzeker voor elk die door de kracht van Gods Geest de goede strijd van het geloof strijdt: „Wie overwint. Ik zal hem maken tot een pilaar in de tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam mijns Gods, en de naam van de stad Mijns Gods, namelijk het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwe Naam”.
Ede A. Noordegraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's