De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

11 minuten leestijd

Inspraak of afbraak
Onder bovenstaande titel heeft prof. dr. G. P. V. Itterzon in het orgaan van de confessionele vereniging, het Hervormd Weekblad van 27 november een verslag gegeven van een door hem bijgewoonde agenderingsvergadering ter voorbereiding van de algemene kerkvergadering. Prof. V. Itterzon begint met op te merken dat de leiding van deze bijeenkomst berustte bij deskundigen van Kerk en Wereld. Z.i. heeft de synode de verantwoordelijkheid voor de organisatie der AKV in handen van „Driebergen" gelegd. Allerlei critische geluiden werden op deze agenderingsvergadering geuit. Al spoedig moest de secretaris-generaal, ds. Landsman, het ontgelden.
Hij was niet de enige, die over de tong ging. Het Utrechts Nieuwsblad van 17 nov. 1969 schreef terecht: „In uitzondering op de gebruikelijke gang van zaken in openbare kerkelijke bijeenkomsten werden er ook personen bij de kritiek betrokken: de secretaris van de synode, ds. F. L. (!) Landsman, werd „de paus van de Carnegielaan" (in Den Haag, waar de burelen van de hervormde kerk zijn) genoemd en van de coördinator van de stages van de aankomende hervormde predikanten, ds. P. Mackaay, werd op de vraag: „Maar wat heeft hij gedaan? " ronduit gesteld: „Hij doet niets, dat heb ik juist tegen hem!"
Het „boe"-geroep bij het aflezen van de namen van de leden der begeleidingscommissie, waaronder die van prof. Roscam Abbing, lag al in dezelfde lijn. Een en ander was een onderdeel van de „inspraak der jeugd".
Discussie was, zo vertelt prof. v. Itterzon, niet toegestaan. De leiding was ten enenmale incompetent deze vergadering behoorlijk te leiden. Men kreeg één minuut spreektijd, maar allerlei politieklinks-radicale elementen namen en kregen meer tijd om hun mening naar voren te brengen.
Ook de kerk moest het geducht ontgelden.
Een emeritus-predikant was van oordeel, dat de kerk de partij van de Damslapers en de oproerige studenten had moeten kiezen, tegen het kapitalisme van onze tijd moest opkomen en een nieuwe belijdenis moest hebben, opgesteld door prof. Fiolet, prof. Kuitert en mevrouw Flesseman, anders dan Klare Wijn, dat hij weghoonde. Ik ben er nog niet achter, wie deze emeritus-predikant eigenlijk wel was. Ik hoorde een naam, maar die hoort bij een emeritus, die vroeger tot de Geref. Bond behoorde en in later jaren met deze Bond volledig brak. Deze dominee kan het toch onmogelijk zijn, want de klacht ging over de kerk, die jaren geleden de arbeiders niet had opgevangen, nota bene in de jaren, toen ik hem in een eenvoudige rustige dorpsgemeente in Zuid-Holland met een enorm stemgeluid hoorde preken over het Babel der hoererijen, een uitdrukking, die hem dermate trof, dat hij haar tot vermoeiens toe herhaalde.
Ds. Ter Haar Romeny noemde, m.i. weinig sportief en allerminst collegiaal, de mentaliteit van de dominees vaak burgerlijk, zelfgenoegzaam en lui; ze beloofden vaak huisbezoek en ziekenbezoek, maar dit werd zelden gebracht. Als het huwelijk voor hen een belemmering tot werken was, moesten ze maar ongetrouwd blijven.
Een spreekster vond, dat de synode een publieke tribune moest hebben, waar we tussenbeide zouden kunnen komen, als de vragen onder de tafel gewerkt werden. Ook had de synode nooit het beleid van „Luns en consorten" aangevallen.
De machtsstructuren der kerk zouden door een bevoegd bureau objectief (!) moeten worden doorgelicht. Een spreker wees er op, dat Sjaloom al zulk een werkgroep had en dat men zich tot deze groep kon wensen. Op deze hulp ging de leiding der vergadering echter niet in.
Met triomfantelijke vreugde vonden enige sprekers elkaar hierin, dat ze niet geloofden aan een hemel, noch aan een leven na de dood!
De vergadering besloot een aparte brief naar de werkcommissie te sturen met het dringend verzoek de begeleidingscommissie met minimaal vijf kritische jongeren uit te breiden, daar deze in deze commissie niet vertegenwoordigd zijn. Er waren er ook, die aandacht schonken aan het feit, dat vele leden van deze begeleidingscommissie personen mèt titels waren. Maar dat kwam in de brief niet terecht. Misschien bedacht één der kritische jongeren, dat hij zelf doctorandus was, dus ook iemand met een titel. De commissie Kisjes-Warners zal wel niet hebben bedacht, dat het curatorium van de Stichting Kerk en Wereld ook zeven curatoren met titels telt en slechts twee leden zonder.
Zonder enige omhaal betreur ik het, dat men ooit het dwaze besluit heeft genomen deze antikerkelijke beweging in handen te geven van een Instituut, dat er zich, blijkens mijn ervaring, toe leent om wèl tegen de kerkelijke structuren te helpen aanschoppen, maar dat zijn eigen establishment, voor zover ik weet, stilzwijgend en autocratisch handhaaft. En dit zonder enige inspraak.
Inspraak of afbraak? Dat is de vraag die de utrechtse hoogleraar zich na afloop stelde. Noch de betekenis van de presbyteriale kerkorde, noch het leven uit de Schrift en bij de belijdenis van de kerk kwam ter sprake. Wie het waagde daar een goed woord voor te spreken, werd haastig het zwijgen opgelegd, onder het motief, dat er geen tijd voor discussie was. Een trieste en beschamende zaak!

Vragen voor de AKV
In hetzelfde nummer van het hervormd weekblad deelt prof. v. Itterzon mee, dat hij op de agenderingsvergadering een aantal vragen op tafel heeft gelegd.
1. Kunnen vele Raden in de kerk niet spoedig verdwijnen, nu het veelal vaste lichamen zijn geworden zonder enige daadwerkelijke inspraak: van de gemeente?
2. Is het niet noodzakelijk, dat er ook een daadwerkelijke inspraak vanuit de gemeente komt inzake het IKOR en Kerk en Wereld?
3. Zijn we metterdaad van plan het afleggen van belijdenis des geloofs af te schaffen of te vervangen door een schriftelijke aanmelding?
4. Kunnen we werkelijk het H. Avondmaal vieren met enkel ouwels, zonder brood, wijn en beker?
5. Waarom hebben kerk en zending gezwegen over de volksstemming in Nieuw Guinea? Hebben we hiermede het recht tot politiek spreken niet verloren of het tot een partijdig getuigenis verlaagd?
6. Kan de zending praktisch geheel in ontwikkelingshulp opgaan?
Wat betreft het eerste punt wijst prof. V. Itterzon ter toelichting op het werk van de Raad voor de zaken van kerk en theologie inzake het ambtsrapport. Maar dat is uiteraard niet het enige voorbeeld. Over het algemeen zijn de raden te zeer zelfstandig opererende lichamen. Wij laten nogmaals de utrechtse hoogleraar aan het woord en geven, om het belang van de zaak, het grootste deel van dit artikel hierbij aan u door:
Deze Raden komen zonder enige inspraak van de gemeente tot stand. Als men met herstructurering wil beginnen, zou hier een goede start liggen. Juist de meer naar links georiënteerde figuren in onze kerk hebben bij de totstandkoming van onze kerkorde de instelling van deze Raden geëist, omdat men de inspraak van beneden af door het benoemen van vaste Raden van „deskundigen" wilde afremmen. Merkwaardig, dat juist de linkerzijde tegenwoordig zo tegen zulke remmende structuren in verzet komt. Want het Verbond voor kerkherstel is er nooit enthousiast voor geweest.
Ad. 2: IKOR en de Stichting Kerk en Wereld functioneren zonder enige inspraak vanuit de gemeente. Kerk en Wereld is wel bezig haar medewerking te verlenen om de structuren van de kerk stevig aan te pakken, maar van een snijden in eigen vlees heb ik nimmer iets vernomen. Komt dat nog? Of krijgen we ook ten behoeve van IKOR en Kerk en Wereld, en even spontaan uit hun midden als de synode dit deed, een heirleger van agenderings- en herstructureringsvergaderingen in het gehele land? Zijn al die stichtingen zonder inspraak vanuit de gemeente wel kerkelijk verantwoord? Zijn zulke instituten, wat hun vorm betreft, niet dood-ouderwets en conservatief?
Ad. 3: Als we geen belijdenis des geloofs meer nodig hebben en ieder kan zich, als hij lidmaat wil worden, gewoon per briefkaart aanmelden, hoe moet het dan verder? De predikanten hebben dan ook geen belijdeniscatechisaties meer. Als kinderen al tot het avondmaal worden toegelaten, is elke catechisatie overbodig. Het zou dan een aanfluiting zijn, als een predikant, die zijn belijdeniscatechisanten als belijdende lidmaten bevestigt, zou verklaren (zoals dit altijd is geschied), dat ze nu tot het H. Avondmaal worden toegelaten. Het zou een schertsvertoning worden, als deze jongeren al sinds jaar en dag avondmaalgangers waren. Van hun jeugd af aan.
Eén probleem was dan de wereld uit. Of liever: de kerk uit, nl. dat van de bijdrage van de lidmaten aan de Generale kas. Want als we het doen van belijdenis als een overwonnen of overbodig en onnodig gebeuren zouden gaan zien, was het probleem van de belijdende lidmaten opgelost. Dan was de Generale kas het zieltogen nabij.
Ad. 4: Als een predikant met zijn ouderlingen en diakenen in een officiële rooms-katholieke kerkdienst de mis bijwoont en aan de communie deelneemt, met enkel ouwels, is dat een vreemde zaak. Vreemd, omdat deze theoloog met zijn kerkeraadsleden blijkbaar het brood, het broodbreken, de wijn en de beker niet mist. Op zulk een gebeuren geef ik liever geen commentaar. Wie dit doet, neemt deel aan een ouderwetse, star-conservatieve rooms-katholieke mis. Welke progressieve klanken men bij zulk een gebeuren ook doet horen, ze klinken in mijn oren vals, als men met ouwels genoegen neemt. Dat deed het 4de Lateraans concilie van 1215 al en insgelijks het bekende concilie van Trente, 1545—1563. Met ouwels alleen is er in wezen niets nieuws onder de zon. Tenzij, men voor het oog en met de mond met enkel ouwels tevreden is, maar men in zijn hart volkomen anders denkt. Maar dat is dan wel een wonderlijke zaak. Over anderen past mij geen oordeel. Wel mag ik zeggen, dat ik, als ik zelf zo iets deed, mij zelf voor dubbelhartig zou houden.
Een vraag, die dan onwillekeurig opkomt is: als dat alles zo gemakkelijk ligt, waarom worden die dominee en zijn kerkeraadsleden dan niet haastig Rooms-katholiek? In feite zijn ze het toch al? Sneller komt de oecumene niet tot stand. Dan is er ook geen discussie meer mogelijk, waar de enige schaapstal is en aan welke aardse zieleherder men zich kan toevertrouwen. Natuurlijk bedoelen die predikant en zijn kerkeraadsleden dit niet. Maar als ze zich tevreden stellen met rooms-katholieke ouwels, zonder dat hun protestantse besef hiertegen rebelleert, zijn ze ver op weg. En dat met een bekende bestemming.
Ad. 5: Wie de dagbladen leest, naar de radio luistert en televisie heeft, weet, dat minister Luns zo het een en ander over de volkstemming in Nieuw Guinea heeft gezegd en dat ook de Verenigde Naties hierover een merkwaardig duidelijk rapport hebben gekregen. De kerk heeft gezwegen. De kerk, die met kanselafkondigingen niet al te schaars is, zweeg bij dit gebeuren in alle talen. Al eerder is gevraagd, waar die Indonesië-specialisten nu blijven en waarom zij de kerk niet tot spreken (hoe dan ook, voor of tegen) hebben opgeroepen. Zijn we weer bezig een schuld op ons te laden, waarover een volgend geslacht weer boete moet doen? Is het niet veilig op deze manier alle politieke kanselboodschappen af te schaffen?
Ad. 6: Ds. Mackaay heeft de vrees al uitgesproken, dat de zending praktisch in ontwikkelingshulp zou opgaan. De kritische jongeren wijzen voortdurend in die richting. Hebben we nog een Woord voor de wereld?
Een dezer dagen hoorde ik van verschillende zijden opmerkingen, die, samengebundeld, op het volgende neerkwamen: Krijgen wij, mede als gevolg van een zwakke, onvoldoende leiding (in alle geledingen!), niet duidelijk een kerk, die uiteenvalt in twee delen. In de eerste plaats is er de gemeente, die rondom het Woord en de sacramenten wordt vergaderd, die de ambten erkent en troost vindt in de prediking der verzoening. In de tweede plaats komt er een gemeenschap op, die eigenlijk fungeert als pressiegroep in deze wereld en dat in een bepaalde politieke zin.
Mocht deze diagnose juist zijn, dan hebben we straks een kerk met twee departementen, tweeërlei ambtsdragers (evangelische en links-politieke), tweeërlei opleiding, tweeërlei zending. Een afdeling dus voor het eigenlijke werk der zending: de verbreiding van het evangelie, de medische zending en wat tot deze sector gerekend mag worden. Een andere afdeling voor ontwikkelingshulp, dat we, puur seculier, samen met ieder ander, zonder een speci­fiek kerkelijk gezicht, gaan verrichten. Met nadruk onderstreep ik, dat beide takken van arbeid noodzakelijk zijn en dat geen enkele Christen zich hieraan mag onttrekken. Maar het zijn en blijven toch twee sectoren. Het zou gewenst zijn, als het eerste gemeentetype niet, zoals te doen gebruikelijk, voor alles zou worden aangesproken, terwijl het tweede type, links-kritisch, in een oeverloze discussie, zich zou kunnen beperken tot het zeggen, wat anderen aan financiën moeten opbrengen, om dan zijn eigen aandeel te beperken tot het bepalen van de projecten, waarvoor het geld van de anderen zou moeten worden gebruikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's