De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

14 minuten leestijd

Handleiding voor de catecheet, onder redactie van De Raad voor de catechese van de N.H.kerk en De Gereformeerde werkgroep voor de catechese, Deel II: Leven met de gemeente, serie A: de eredienst van de gemeente. Uitg. Boekencentrum, Den Haag, J. H. Kok, Kampen.
De samenwerking tussen de N.H.-raad voor de catechese en de Ger. werkgroep voor de catechese heeft geresulteerd in een gezamenlijke handleiding voor de catecheet, waarvan onlangs deel II, serie A is verschenen. De algemene opzet van het geheel is als volgt: Een inleidend deel, dat de didactiek van de catechese behandelt (in de onderhavige uitgave is in dit kader een beknopte „algemene inleiding" gegeven); deel I: Leven als Christen (vier series, elk van tien lessen) over: geloof, gebod, gebed en gemeente, voor oudere catechisanten, vanaf 17 jaar; deel II: Leven met de gemeente (vier series, elk tien lessen) over: de eredienst der gemeente, de gemeente in de wereld, de gemeenschap der kerken, de Bijbel als boek van de gemeente, voor de leeftijd van 15—17 jaar; deel III: Op verkenning door de gemeente (eveneens vier series, elk tien lessen) over: bijbel, diakonaat, apostolaat en pastoraat, voor de jongere catechisanten tot 15 jaar. Aan elk onderdeel is een aantal informatiebladen toegevoegd, met fotomateriaal en overzichten, te gebruiken op de catechisaties zelf.
Elke les, die hier ter voorbereiding aan de catecheet wordt meegegeven, is onderverdeeld in vier rubrieken: A. Beschrijving („vakmatige interesse", overzicht van de stof), B. Contakt (mogelijke belangstelling en vragen van de catechisanten), C. Doel van de les (wat heeft de catecheet op het oog), D. Werkwijze (aanpak op het uur zelf).
Het gaat hier om een nieuwe methode van catechiseren, die ons bij nadere bestudering voor vele vragen stelt. Vragen, waarvan we er twee in deze boekbespreking heel kort als volgt formuleren: 1. Mag er zo beslissend als hier wordt gedaan, worden uitgegaan van de belangstelling van de jongeren? Er moet minstens grondig onderscheid worden gemaakt tussen stadsjeugd, die voor een deel onkerkelijk is en dorpsjeugd, bij wie het corpus christianum nog niet in die mate is afgebroken. Trouwens hoeveel buitenkerkelijke jeugd zit nog op de catechisaties? Is het niet zinvol allereerst de jeugd uit meelevende gezinnen, die voor een goed deel de catechisaties bezoeken, voorzover ze nog komen, op het oog te hebben? ! Hebben we hun belangstelling voor een bepaald onderwerp niet, dan is dat geen reden om het onderwerp terzijde te leggen, maar vanuit het Woord van God hun het belang van de zaak op het hart te binden. Transcendeert het Woord van God ook niet bij jongeren het belangstellingsniveau? Het draait hier vaak om heel andere vragen dan waar de mens, ook de jonge mens mee zit. Dit betekent niet, dat we niet al vragend en onderzoekend moeten proberen dicht bij de jonge mensen te komen. Maar de in deze handleiding gevolgde methode dreigt succes te prediken, wanneer slechts de jongeren aan het denken en aan het praten zijn gebracht. Hoeveel tijd zal er op het catechisatieuur wezenlijk overblijven, voor het: En zo zegt God het in Zijn Woord! De didachè, waarbij de eerste christengemeente is opgevoed, bevatte de leer der apostelen. En de kerk heeft in die dagen reeds haar weg gezocht tussen dood traditionalisme enerzijds en fundamentloze vindingsrijkheid anderzijds. De oude leer van Christus en de apostelen, niet gelegd op de basis van de nieuwsgierigheid van de Griek, maar gebracht in de springlevende en actuele gemeenschapsoefening met God door de heilige Geest. 2. Dat brengt tot een tweede vraag, samenhangend met de eerste: Niets is zo broodnodig als toereiking van het merg van de Schrift, ook aan jongeren, mede met het oog op de toekomst der gemeente (ik denk aan toekomstige ouderlingen en diakenen, die gewapend met de Schrift op pad kunnen). Is het daarom niet beter uit te gaan van de grote thèmata van de HeÜige Schrift inplaats van als uitgangspunt de gemeente te nemen? De oriëntatie op de wereld (de diaken gaat hier kennelijk voorop, denk aan Deel III) domineert. Met deze opzet hebben wij ons nooit kunnen verenigen. Wij worstelen liever ook met. de jonge mens om hem te brengen tot verdieping van de kennis van Christus ia de geest van Efeze 4, tot volmaking der heiliging. Daartoe zijn ook hier de ambten gegeven. Opdat wij niet meegevoerd worden met allerlei wind van leer. Alleen zo kan de gemeente gemeente in de wereld zijn. Dat kan in de practijk tot een ongezonde innerlijkheid voeren. Maar als de traditie wordt doorgegeven in de Geest van Hand. 2, vanuit een levende godsvrucht, komt de praxis pietaties (de practijk der godzaligheid) „vanzelf" levensecht aan de orde. Dat voert tot een Bijbelse mondigheid. Daarom kan ik met de beste wil van de wereld niet meekomen in de tegenstelling, die wordt geschapen tussen de zogenoemde vakbelangstelling van de dominee (de deskundige) en de interesse van de leerling. Hier wordt op een wereldse wijze over theologie gesproken en gedacht.
Tenslotte blijven er nog allerlei kleinere vragen over bij de bestudering van de afzonderlijke lessen, die een veel uitvoeriger bespreking vergen dan in een korte boekbespreking kan gebeuren. De waar­dering voor het vele werk, dat gedaan is ten bate van een belangrijk stuk arbeid van de dominee, blijft. Het is in ieder geval een noodzakelijk ding, dat een predikant bezig blijft met de vraag: besteed ik aan de voorbereiding voor de catechisaties voldoende aandacht? Doe ik het goed? Als zodanig helpt deze handleiding om onszelf telkens weer grondig onder handen te nemen.
Z.                                                      C. d. B.

Gustav Weth: Zwischen Mao und Jezus; Uitgave R. Brockhaus, Wuppertal; 118 pagina's; DM 6, 80.
Dr. Weth behoort tot de Rheinische Mission en heeft in Honkong gegevens verzameld over de christenen in China. Hij beschrijft in dit boek het chinese communisme met zijn religieuze verering van Mao Tse Tung en zijn permanente drang tot uitroeiing van de chinese kerk. Als zodanig is dit boek instruerend en onthullend. En toch is dit niet het enige wat gezegd kan worden. Want in China bleef een gemeente, een kerk bestaan. Een kerk die juist door de druk gelouterd is en wordt en die de kracht ontvangt om midden in de druk staande te blijven, al zijn er ook velen bezweken onder de druk van het communisme. Ook in China blijkt het zo te zijn dat martelaren het zaad zijn van de kerk. Bij dit alles laat de schrijver echter niet na het Westen op te roepen zich betrokken te weten bij wat in China aan de orde is. Boeken als deze zijn altijd aangrijpend, omdat ze ons verplaatsen in situaties waarvan wij nauwelijks weet hebben. De oproep tot gebed voor de kerk in zodanige omstandigheden is niet overbodig. Om ons die noodzaak bewust te maken kan dit boek zijn diensten bewijzen.

M. M. Bosch: Frauen von denen man spricht; Uitgave Kreuz Verlag, Stuttgart, 256 pagina's; DM 8, 80.
Door de schrijver worden in verhalende vorm allerlei bekende vrouwen uit de loop van de geschiedenis voor het voetlicht gehaald. Vrouwen die bekendheid hebben gekregen b.v. in de kunst, de literatuur, de sociale arbeid, de wetenschap, het diakonaat. Ook diverse vorstinnen worden beschreven. Zo wordt om slechts enkele namen te noemen aandacht besteed aan de grote fysica Madame Curie en haar dochter Irene Curie Juliot, aan de schrijfster Selma Lagerlöf, de diakones Amalie von Sieveking, aan Katharina van Bora, de echtgenote van Luther. Een lijst van namen is aan het eind van het boek opgenomen, voorzien van een levensbeschrijving van de betrokken personen. Bij het schrijven van dit boek heeft de bedoeling voorgezeten om de generatie van nu in de beschreven personen een inspirerend voorbeeld te geven. Wat dit betreft moet gezegd worden dat daarbij de meest uiteenlopende typen beschreven worden. Bovendien kan de beschrijving van zoveel figuren niet meer dan oppervlakkig zijn, terwijl ook de verhalende vorm — een dame maakt op haar ziekbed via de literatuur en gesprek met de historische figmen kennis — onzes inziens niet de meest geschikte is om een goed beeld van de personen in kwestie te krijgen.

Hans Franck: Annette, das Leben der Annette von Droste-Hülshoff; Kreuz-Verlag, Stuttgart; 412 pagina's; DM 16, 80.
Dit boek is een biografische roman over het leven van Duitslands grootste christelijke dichteres, die leefde van 1797 tot 1848. In haar gedichten heeft zij geworsteld met de twijfelingen en verzoekingen van de cultuur en vooral in haar eerste werken treden haar zondebesef en haar verlangend uitzien naar het heil op de voorgrond. Later werden haar werken meer lerend en vermanend. Dat zij in haar denken haar eigen tijd eigenlijk vooruit was bewijst wel haar wens om honderd jaar later gelezen te worden. Zij schreef bepaald niet alleen voor eigen tijd. De litterator Hans Franck heeft in dit boek haar leven en werk op boeiende wijze voor het voetlicht gehaald. In Duitsland werd reeds een oplage bereikt van 182.000 exemplaren. Een boek met litteraire kwaliteiten, niet eenvoudig, maar wel op niveau geschreven.

Dr. J. Verkuyl e.a.: Meegenomen voor de vrede: Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen; 1969; 108 pagina's; ƒ 7, 90.
Sinds enkele jaren beijvert het Gereformeerd Vredesberaad zich om in de Gereformeerde Kerken de discussie over het oorlogsvraagstuk te stimuleren. Na een brief die in 1967 aan de generale synode werd geschreven (opgenomen in dit boekje), volgt thans een nadere verantwoording, waarin wordt ingegaan op vragen die rezen rondom het optreden van dit vredesberaad. Prof. Verkuyl benadrukt de roeping van de kerken om de strijd aan te binden tegen het aanmaken van en het dreigen met a-b-c-wapens. Het ontwikkelen van deze wapens noemt hij duivelsdienst.
Daarna bespreken de diverse leden van het vredesberaad de vragen die gerezen zijn, o.a. over de les van München, het communistisch machtsstreven, de positie van Israël, de NAVO, eenzijdige ontwapening, een naar ons toehalen van het Rijk van Christus etc. De standpunten in het vredesberaad blij­ken genuanceerd te liggen. Niet alle leden wijzen elke vorm van geweld af, maar wel is men één in het afwijzen van de atoomwapens, omdat men meent dat de moderne vertechniseerde oorlog geen rechtvaardige oorlog meer kan zijn. Niemand zal kunnen ontkennen dat de vragen die in dit boekje aan de orde komen dringend zijn. De ontwikkeling van het kernwapen maakt ethische bezinning dringend gewenst. Het is dan ook niet de afwijzing van het kernwapen op zichzelf die ons dit boekje met gemengde gevoelens deed lezen. Maar de onzes inziens zwakke bijbelse fundering. De moderne oorlogsvoering wordt als de hoofdzonde van onze tijd gezien. Daarbij wordt echter verwaarloosd de notie dat de oorlog te maken heeft met de totale gebrokenheid van het menselijk bestaan, met de afval van God.
Zo is meer te noemen. Als gezegd wordt dat we ons moeten laten inspireren door de komst van het Koninkrijk dat dwars door onze werkelijkheid zich baan zal breken, dan kunnen we niet heen om het bijbels gegeven dat dit Koninkrijk komen zal door het gericht heen, en dat de komst daarvan gepaard zal gaan met voorafgaande tekenen, waarbij uitdrukkelijk de oorlog wordt genoemd. We menen, met één van de scribenten, dat we de komende afval niet mogen stimuleren of sanctioneren, maar anderzijds vragen we ons af of bijbels reëel over de komst van het Koninkrijk gesproken wordt wanneer deze noties worden gemist. Het zou goed geweest zijn als deze dingen meer waren uitgediept. Als bij voorbeeld ook aandacht geschonken was aan 2 Thess. 2, waarin ook het zwaard van de overheid aan de orde komt. In ieder geval menen we in dit boekje soms de gedachte aan een evoluerend Rijk op te merken dat geen recht doet aan de gegevens van de Schrift.
Wat in dit boekje ook opvalt is dat enerzijds door één van de scribenten wordt gezegd dat de Schrift gelezen moet worden in het licht van de mondiale ontwakkelingen, terwijl anderzijds de zwaardmacht van Romeinen 13 wordt ingeperkt tot de verhouding van de overheid en haar eigen onderdanen. Moet dit Schriftgedeelte dan niet mede gelezen worden in het licht van de huidige wereldontwikkeling? In ieder geval achten we de behandeling van Romeinen 13 uiterst zwak. Zo ook de behandeling van de oorlogen zoals die in de Schrift voorkomen.
Met één kernpunt van dit boekje gaan we van harte accoord, namelijk dat een christen niet uitsluitend rekent met het politiek haalbare, maar primair met de bijbelse opdracht. Maar deze, strikt theocratische gedachte is verengd tot één concreet punt, zonder dat de totale gebrokenheid van het menselijk bestaan en de totaal-opdracht vanuit de Schrift voor het poütieke leven mee doorklinken.
Maar genoeg over dit boekje. Het vraagt om kritische lezing. Temeer ook omdat de nadruk op eenzijdige ontwapening zoals die in dit boekje doorklinkt geen verantwoord alternatief is en de politicus, die voor concrete beslissingen in deze staat, eerder in gewetensnood brengen zal dan dat hij met dit antwoord geholpen is.

Watchman Nee: Tisch in der Wüste; Andachten für jeden Tag; Uitgave R. Brockhaus, Wuppertal, 214 pagina’s.
Angus I Kinear heeft stukken verzameld uit preken, brieven, boeken en andere publicaties van de bekende Chinese Christen Watchman Nee, die al zestien jaar heeft doorgebracht in communistische gevangenissen. Voor dat hij in de gevangenis kwam heeft hij zich ingezet voor de uitbreiding van het evangelie in China. In de stukken die van hem in dit boek, dat als een dagboek is uitgegeven, gebundeld zijn, confronteert Nee de mensen met de kernvragen van het leven en de roeping van de Christen. Hij doet dit op eenvoudige, directe en schriftgebonden wijze. Dat zijn woorden overkomen blijkt wel uit het feit dat de eerste druk van dit boek al spoedig gevolgd werd door een tweede.
Hartelijk aanbevolen.

Erich Sauer: Offenbarung Gottes und Antwort des Glaubens; Uitgever R. Brockhaus, Wuppertal; 168 pagina's; D.M. 9.80.
Van de schrijver wordt in een voorwoord van dit boek vermeld dat hij gedurende zijn studie een diepe geloofscrisis doorleefde, waardoor hij tot de ontdekking kwam dat God niet langs de weg van het verstand en de filosofie gekend kan worden, maar slechts in levende geloofservaring, in het geheel willen buigen voor de autoriteit van de Schrift. Tot 1958 heeft hij gedoceerd aan de bijbelschool te Wiedenest. Met zijn geschriften heeft hij de gemeenten willen dienen, méér dan dat hij er een bijdrage mee heeft willen leveren tot de officiële theologie.
Het voor ons liggende boek is een selectie uit zijn werken, door leerlingen van hem gebundeld. Het is een boek met twee hoofdthema's. In de eerste helft valt de nadruk op de openbaring zoals die in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament tot ons komt. Daarbij komen aan de orde het verbond, de wet, de profetiën, de grote heilsfeiten. De schrijver doet in deze hoofdstukken niets anders dan de Schrift naspellen, waarbij hij telkens het volle licht laat vallen op het heilsplan dat God in deze wereld ten uitvoer brengt. In het tweede deel van het boek valt de nadruk op het leven des geloofs, het antwoord van het geloof op Gods openbaring. Daarbij valt de nadruk op de noodzaak van het leven met Christus, op de strijd des geloofs, op het getuige zijn en op de hoop. Bij dit alles laat de schrijver telkens de Schrift zelf spreken. Een keur van bijbelgegevens is dan ook in dit boek te vinden. Aan het eind van het boek is een verhandeling over de Heilige Schrift opgenomen. Dan komt o.a. aan de orde de inspiratie, de menselijke factor in de Schrift, de verhouding van O.T. en N.T., het beloftekarakter van de profetiën. Vooral ook in dit hoofdstuk treffen we tal van verrassende gedachten aan. B.v. dat het vleesgeworden Woord zijn zegel zet op het geschreven Woord. Duidelijk wordt bij dit alles dat de schrijver het unieke van de Schrift niet inruilt voor menselijke speculaties, al vormt met name dit hoofdstuk door het vele dat aan de orde wordt gesteld ook wel eens aanleiding tot discussie. Maar de nadruk valt op de Goddelijke inspiratie en daarom ook op de noodzaak om te buigen voor het gezag van de Schrift. Daarom wijst hij ook de Schriftkritiek af. Het gezag van het Woord is gebaseerd op de Zichzelf openbarende God. Al met al een boek dat met eerbied voor de Schrift zelf geschreven is.
H.                                                                         J. v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's