De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Welkomstwoord voor ambtsdragers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Welkomstwoord voor ambtsdragers

7 minuten leestijd

De jaarwisseling heeft dit keer ook betekend de wisseling van een aantal ambtsdragers: ouderlingen en diakenen.

Oudere gingen heen of omdat zij reeds tweemaal herkozen waren en om die reden niet langer hun plaats mochten blijven bezetten of omdat zij op een leeftijd zijn gekomen dat herkiezing niet meer mogelijk of niet gewenst was.

Jongere zijn er voor in de plaats gekomen, of in ieder geval andere. Terwijl er intussen ook weer een aantal, hetzij voor de eerste of de tweede keer opnieuw bevestigd is.

Het kan heel goed zijn dat het een en ander de gemeente waar zulk een verandering plaatsvond, nauwelijks heeft beroerd. Het meeleven van de kant van de gemeente bij zulk soort zaken is helaas niet altijd zoals het wel zou mogen wezen. In bepaalde gevallen wordt er wel fel geijverd of zelfs gestreden wanneer het gaat om een bepaalde candidaat of bepaalde candidaten, maar wanneer dan eenmaal de benoeming is geschied en deze is aanvaard, lijkt alles voorbij. Dan is er niet het meeleven, de voorbede en ook de dankbaarheid en blijdschap.

Toch is er tot dit laatste wel reden. Niet overal is het nog gemakkelijk mannen aan te trekken tot de bediening van het ambt. In verscheidene gemeenten wordt daar erg mee getobt; is het niet alleen moeilijk om een geschikte candidaat te vinden, maar zit men bovendien ermee dat menigeen bedankt. Pas na ettelijke keren lukt het dan eindelijk de vacante plaatsen bezet te krijgen.

De broeders die er uiteindelijk toe besloten hebben om hun gaven en krachten ter beschikking te stellen voor het werk in de gemeente, mogen dan ook wel in het bijzonder welkom worden geheten. De meeste van hen zullen dit besluit pas genomen hebben na veel aarzeling en weifeling. Het is niet uitgesloten dat zij ook van de kant van hun gezinsleden bezwaren hebben gehoord. Des te meer waardering hebben wij er voor dat zij uiteindelijk, en naar wij hopen met volledige instemming van hun gezinsleden, „ja" hebben gezegd. Diezelfde waardering geldt uiteraard ook diegenen die al korter of langer tijd „zitten" en zich weer opnieuw hebben laten bevestigen.

Dat velen vooral tegenwoordig vrezen en beven als het gaat over het aanvaarden van een ambt in de kerk, is zo verwonderlijk niet. De taken zijn er niet gemakkelijker op geworden. Er is in de kerk heel wat aan de hand. Niet alleen in de kerk in haar geheel, maar ook reeds in de plaatselijke gemeenten. Wij kunnen ons voorstellen dat menigeen er tegen opziet om op bezoek te gaan, hetzij bij nieuw-ingekomenen, bij buitenkerkelij­ken of ook bij gewone gemeenteleden. Wat moet er gezegd worden? Hoe moet het worden aangepakt? Wat moet er worden gedaan in een bepaalde situatie?

Ook de diakoniezaken zijn tegenwoordig lang niet meer zo eenvoudig als vroeger. Er is de gezinszorg, vaak ook het betrokken zijn bij rusthuizen, ziekenhuizen en meer andere instellingen van dien aard, soms ook de zorg dat zieken, thuiszittenden en bejaarden de prediking van 's zondags te horen krijgen. Terwijl er dan èn voor de ouderlingen èn voor de diakenen ook nog de steeds terugkerende zorg is voor de bezetting van de predikantsplaats of zelfs meerdere predikantsplaatsen.

Konden wij nu al dit werk maar doen in rust en vrede, het zou nog te doen zijn. Maar ook dat is niet het geval. Er is een sterke daling van respekt en eerbied voor ambtsdragers. Men kan niet meer bij de mensen komen, zeker niet bij de jongeren, met een vanzelfsprekend gezag. Dat maakt de arbeid zwaarder. Men moet eerst zelf een vertrouwensbasis scheppen, zelf een gezagsvolle positie opbouwen.

Ook is er de moeilijkheid om het oude zó te zeggen dat het toch, ook door de oren van de mensen van déze tijd (en dat zijn al onze gemeenteleden) gehoord wordt. De waarheid van de Schrift mag niet tekort worden gedaan; de spreekregel van de Belijdenis mag niet worden verlaten, maar komen onze woorden nog over? Alleen al deze term is typerend voor onze tijd. Het is hèt probleem waar de kerkelijke arbeid voor staat. De overdracht van het oude evangelie aan een zo geheel andere, nieuwe generatie als de onze is of bezig is te worden.

Bij dit alles komt ook nog dat in het geheel van de kerk aan ons oude en bekende ambtenpatroon wordt getornd. Wij zullen daar al in 1970 mee te maken krijgen. Dan zal immers het zogenaamde Ambtsrapport-Berkhof de kerk ingaan, en zeker punt van discussie worden, met mogelijk al hier of daar een zekere toepassing van hetgeen er in geschreven staat. Trouwens, ook zonder dit Rapport is er toch al veel aan de gang. Vooral onze ambtsdragers in de steden zullen dit weten of alsnog ondervinden.

Al met al, geen gemakkelijke tijd om ambtsdrager te worden. Er is wel enige moed voor nodig. Ook moed om het te blijven, om trouw te zijn.

Naar mijn gevoelen kan het in de huidige situatie en zeker in de toekomst met alle ambtsdragers eigenlijk maar twee kanten uitgaan.

Wij kunnen gebukt onder de lasten en moeilijkheden die het ambt met zich mee brengt, er toe komen de moed te laten zakken. Wij blijven dan nog wel zitten maar er gaat van ons geen kracht en geen initiatief meer uit. De trouw zal dan zeker verslappen. Wij tonen geen belangstelling meer voor wat er in de kerk gebeurt, misschien nog maar alleen voor wat er gebeurt in eigen gemeente. Wij laten ons gezicht niet meer zien op de bredere vergaderingen van de kerk. De volharding is uit ons werk.

Zou deze geest der moedeloosheid en verslapping zich van ons meester maken, dan is onze kracht gebroken, is er van ons voor de kerk niet veel meer te verwachten. Dan zijn wijzelf mede de oorzaak van het verderf en de ondergang van de kerk.

Het kan gelukkig echter ook anders. Zoals een palm pleegt te groeien onder druk zo kan het ook ons gaan in ons ambtswerk. Wij kunnen er sterker door worden. Gestaald in het geloof. Wij kunnen er mannen onder worden, die weten waar zij voor staan. Voor God een kind maar voor de mensen een man! Levend en werkend vanuit de kracht van Gods eeuwige trouw. Dan zijn wij waar wij zijn moeten, waar wij nodig zijn en waar wij geroepen worden. Dan schamen wij ons niet. Dan trotseren wij desnoods smaad, maar laten ons ook niet door vleierij verschalken. Dan zijn wij banger voor de lof dan voor de kritiek, omdat wij onszelf zo goed kennen.

Wie in onze tijd ambtsdrager is, ik moet zeggen: mag zijn — want het is en blijft een voorrecht, een genade — die heeft nodig dicht te leven bij de bron van het eeuwig zekere en vaste Woord van God. Hij zal zich, zoals het bevestigingsformulier het zo schoon zegt, moeten oefenen in de overleggingen des geloofs. Hij moet geworteld staan in het Geloof der kerk. Hij moet weten wat zijn opdracht is, met welke boodschap hij komen mag tot de mens. Dan kan hij vandaar uit de woorden vinden die hij zeggen moet, mits God zelf hem licht en wijsheid schenkt.

Zo is onze arbeid toch nog zinvol. Kan zij vrucht dragen voor de kerk, voor Gods eeuwig koninkrijk. Terwijl wij bovendien zullen ervaren, dat de zegenende ziel vet zal worden (Spreuken 11 : 25). Daarom toch een welkom, een hartelijk welkom aan het adres van alle broeders, die (opnieuw) pas bevestigd zijn. De Heere sterke u. Hij geve u dat uw gezin meewerkt. Hij zij met u in al uw arbeid!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Welkomstwoord voor ambtsdragers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's