De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

11 minuten leestijd

Humanisme of Evangelie

In vele gemeenten in kerkelijk Nederland wordt als evangelisatieblad verspreid het blad „De Open Deur/Onderweg". Nu is de verzorging van een evangelisatieblad geen simpele zaak. Redacteuren van zo'n blad staan immers bij elk nummer weer voor de vraag: Hoe bereiken we met het onverkorte en onvervalste Evangelie de moderne mens? Hoe krijgen we contact zonder kortsluiting te veroorzaken? Hoe haken we in op de situatie van de mens van nu, zonder ongeoorloofde aanpassing.

Men zal daarom niet te gemakkelijk critiek mogen uitoefenen, en zeker niet uit een gewaande hoogte deze pogingen zonder meer mogen veroordelen. Wij hebben juist hen, die in de frontlinie staan van de ontmoeting met de gesaeculariseerde wereld te dragen met ons meeleven, ons gebed en onze daadwerkelijke medewerking.

Maar deze aandacht voor dit werk betekent niet dat we geen eisen zouden mogen stellen. Evangelisatiearbeid is Woordverkondiging, zeker als deze arbeid geschiedt in de vorm van de verspreiding van een blad. Daarom zal aan een blad, uitgaande van de hervormde en de gereformeerde kerken, de eis gesteld mogen worden dat het volle reformatorische geluid van zonde en genade, van Wet en Evangelie er in doorklinkt. Een critische toetsing van zo'n blad op deze punten is niet bedoeld als afbraak, maar geschiedt uit zorg voor de arbeid, en voor degenen die we met deze arbeid willen bereiken.

Tegen deze achtergrond moet m.i. een critisch artikel gelezen worden van ds. H. J. Hegger in „Waarheid en eenheid" van 25 november. Ds. Hegger vertelt in dit artikel hoe hij in een gereformeerde kerkdienst een afkondiging moest doen met betrekking tot De Open Deur/Onderweg. Toen hij 's avonds zich in dit blad verdiepte viel hij van de ene verbazing in de andere. Kan een gereformeerde kerkeraad zich achter een dergelijke inhoud stellen, zo vroeg hij zich af.

Laat ik beginnen met de artikelen van de eindredakteur, nl. ds. G. P. Klijn (hervormd) en ds. E. Pijlman (gereformeerd).

Ds. Klijn opent met een politiek betoog, waarin hij o.a. beweert: „Het zou uitstekend zijn, als de regering terwille van de werkgelegenheid van tienduizenden, krachtige zeggenschap in de eventuele stillegging van bedrijven zou krijgen." Veronderstel dat hij hierin helemaal gelijk heeft, dan blijft toch de vraag: Wat doet zo'n politieke uitspraak in een evangelisatieblad? Mag een kerkeraad zich stellen achter een bepaalde politieke propaganda? Ik ben van oordeel dat dit beslist buiten de direkte roeping van de gemeente van Christus is. Daarvoor gaan we toch zeker des zondags niet naar de kerk om een politiek blaadje in de handen gestopt te krijgen.

Aan het slot zegt hij: „God bedoelt de eenheid van 't mensengeslacht. Hij is tegen de wet van het oerwoud, waarin ieder leeft voor zichzelf. Hij stelt ons voor elkaar verantwoordelijk. Opdat iedereen kan leven in vrijheid, vrij van zorg en angst, en met vreugde onder Zijn ogen.”

Wij hebben immers in Adam door onze zonde die eenheid voor altijd onmogelijk gemaakt. De Here roept thans zijn kinderen op om slechts een eenheid onder elkaar te vormen. De Bijbel waarschuwt ons er telkens voor dat we geen eenheid moeten vormen met dat andere deel van de mensheid, met hen die worden aangeduid als „kinderen der duisternis" of ook wel „de wereld”.

En in Mattheüs 25 wordt ons het oordeel van de Zoon des Mensen getekend, waarbij een eeuwige scheiding voltrokken wordt tussen hen die aan Zijn rechterzijde en die aan Zijn linkerzijde staan. Tot de eersten zegt Hij: „Komt, gezegenden Mijns Vaders...". Tot de anderen: „Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur."

Dan het artikel van ds. Pijlman. Hij schrijft: „Door wat Gods Zoon, Jezus, de Messias, hier op aarde geweest is en gedaan heeft voor ons, mogen we weer voor God rechtop staan. Zijn we weer aangenomen. We hebben door Hem weer vrede mêt God.”

Wie zijn die „we"? Dat wordt op geen enkele wijze nader gepreciseerd. We weten toch uit de Bijbel dat alleen degenen die wedergeboren worden en tot bekering komen, door Jezus Christus worden aangenomen en in Hem door de Vader. Nü moet de buitenkerkelijke toch wel de indruk krijgen: O, dat is mooi. Het zit wel snor met ons. Die Christus heeft het voor ons allemaal in orde gemaakt.

Of is ds. Pijlman misschien zelf ook de mening van de alverzoening toegedaan?

Me dunkt, ook elk hervormd gemeentelid en elke hervormde ambtsdrager zal zich met verontrusting moeten afvragen: Hoe rijmt zich dit met belijden van onze kerk, zoals dit in artikel X onder woorden is gebracht?

Terecht critiseert ds. Hegger de politisering van de evangelieboodschap. De kwestie van de Bredase oorlogsmisdadigers wordt direct verbonden met de genade en de gerechtigheid van God. Het gevolg is dat het genadebegrip wordt uitgehold en verhumaniseerd.

Humanisme of Evangelie? De kerk zal hier moeten kiezen. Te vrezen is dat de inhoud van het hierboven genoemde evangelisatieblad een symptoom is van het verschijnsel dat veelvuldig gesignaleerd wordt: Een vervlakking van de bijbelse boodschap in de richting van een religieus humanisme.

Gevaarlijke voorlichting

Ronduit bedroevend is het verhaal wat er voor de jeugd in staat. Ds. Hegger schrijft in dit verband:

Nog erger vind ik het artikel voor de jeugd „Woord voor Woord". Daarin lees ik over Jesaja: „Jesaja was een profeet, dat is een man die de mensen over God moet vertellen. Jesaja zei: „Ik geloof dat er een nieuwe koning komen zal, en dat zal heel gewoon beginnen, tussen de mensen. Een vrouw zal een kind krijgen, een zoon.”

Eerste suggestie die hierin ligt: de geboorte van Christus had niets bijzonders, was heel gewoon, dus geen maagdelijke geboorte.

Dan gaat het verder: „Jesaja was niet de enige, die bedacht hoe het eigenlijk zou moeten. Dat doen zoveel mensen. Kijk maar eens naar het verhaal over de nieuwe leraar."

Daarna volgt een verhaaltje over een school, waar een oude leraar vertrekt en dan gaan de kinderen fantaseren over de nieuwe leraar, hoe die volgens hen zou moeten zijn. Daar bij wordt dan vooral de voorstelling die een zekere Helge zich van de nieuwe leraar heeft gemaakt, geprezen.

En onder het kopje „Wat Jesaja nog meer bedacht" lezen we dan: „Maar ondertussen had die Helge toch maar voor het eerst van z'n leven zelf verzonnen hoe het zou kunnen zijn, en daarbij hoe je zelf kan zijn. Nou, en dat is heel erg belangrijk, want op zo'n zelfde manier had Jesaja voor het eerst over zo'n nieuwe koning gedacht. Hij was een van de eersten die had verzonnen hoe zo'n koning zou kunnen zijn en dat was heel anders dan die koning die daarna kwam.”

Dit is je reinste Schriftafbraak. Jesaja zoog dus wat uit zijn duim, sprak een wensdroom uit over een nieuwe koning „op zo'n zelfde manier" als Helge had uitgesproken, hoe hij zou willen dat de nieuwe leraar zou zijn. En net zoals bij Helge kwam het toch weer anders uit. De werkelijkheid is anders. Op wensdromen kun je niet vertrouwen.

Inderdaad, maar het verschrikkelijke is dat hier de profetie van Jesaja gelijk wordt gesteld met „ikzou-zo-graag"-praatjes van een leerling van de middelbare school.

Boven dat artikel staat een foto van Aart Staartjes, de verteller van de televisierubriek „Woord voor Woord", de Bijbelvertelling die elke zondagavond om zeven uur wordt gehouden voor de kinderen. Als dit inderdaad de inhoud is van die „Bijbelvertellingen", dan wordt aldus druppel voor druppel het vergif van de lastering van het gezag van Gods Woord in de ziel van de kinderen overgebracht. Deze t.v.-rubriek gaat uit Van de voze IKOR, van het weifelende Convent van Kerken en van de r.k.-kerk van Nederland die tegenwoordig met alle vrijzinnige winden meewaait. En naar zulk een rubriek wordt verwezen door een blad dat door een gereformeerde kerkeraad wordt aanbevolen om het aan buitenkerkelijken door te geven.

Het is een verdrietige zaak wanneer de moderne communicatiemiddelen, die een machtig medium kunnen zijn voor de evangelieverkondiging, op deze wijze misbruikt worden. Het is evenzeer verdrietig

(Zie verder pag. 6)

dat vele kerkeraden dit maar slikken om de lieve vrede wil maar zwijgen, en doorgaan met dit blad aan buitenkerkelijken ter hand te stellen. Is het dan een wonder dat het onbehagen en de verontrusting toeneemt?

Het I.K.O.R. en de democratie

Dat dit onbehagen bij velen leeft, blijkt uit allerlei artikelen. Mij werd toegezonden het weekblad voor de Ring Beijerland van de Ned. Herv. Kerk van 21 november. Daarin schrijft ds. mr. Q. Rovers een artikel, getiteld „Democratie in opspraak". Ds. Rovers bespreekt in dit verband de door de synode uitgegeven nota „Revolutie en Gerechtigheid". Zijn grote bezwaar tegen dit geschrift is onder meer dat in dit synodale schrijven de betekenis van de nederlandse democratische samenleving miskend wordt. Er wordt alleen maar geschopt tegen de bestaande orde en meegedaan met kreten van allerlei protesterende en revolterende pressiegroepen.

In dit verband schrijft ds. Rovers ook over het IKOR. Men kan de vraag stellen of dit verband niet wat kunstmatig is, maar de woorden van deze predikant over dit invloedrijke publiciteitsmedium zijn de moeite waard. We citeren uit dit artikel:

En nu ga ik mijzelf schijnbaar tegenspreken. Op één punt is er in Nederland inderdaad een ernstig gebrek aan democratie. Maar daarover spreekt de Synode niet. Ik bedoel het beleid inzake de uitzendingen van het IKOR. Het is de bedoeling dat het IKOR verklankt en in beeld brengt, wat er in de kerk leeft. Ten aanzien van de wijze waarop het IKOR die taak vervult, moet er inspraak en kritiek mogelijk zijn. Die mogelijkheid is er niet voldoende. Wanneer een medelevend kerklid ernstig bezwaar tegen bepaalde uitzendingen heeft, kan hij alleen maar een protestbrief schrijven. Voor een gewone omroepvereniging kan hij bedanken, voor het IKOR niet.

Leidinggevende figuren van het IKOR hebben eens in interviews verklaard: „Wij proberen de tolerantie en het incasseringsvermogen van kerkmensen te verbreden door hen te confronteren met het feit dat er mensen zijn die zeer kritisch over de kerk denken. Daarom laten wij veel niet-gelovigen in onze programma's aan het woord”.

En zo krijgen wij te zien en te horen forums, kruisverhoren e.d., waarbij mensen, die buitenkerkelijk en zelfs anti-kerkelijk zijn, vrijmoedig hun gal uitspuwen tegen de kerk. Meestal is het deze opponenten niet om een echte dialoog 'te doen. Zij beschuldigen de kerk agressief van conservatisme, partij kiezen voor de machthebbers en bekrompenheid, terwijl zij voor hun eigen opvattingen alle begrip opeisen. Kenmerkend is, dat deze opponenten de kerk alleen maar zien als een soort Instituut voor wereldverbetering, dat als zodanig altijd gefaald heeft. Hun vragen zijn alleen maar agressief en beschuldigend bedoeld.

Ik beklaag bij dergelijke uitzendingen personen als prof. Berkhof en prof. Van Niftrik, die het standpunt der kerk moeten vertolken. Het is voor hen een onmogelijke opgave om in enkele minuten een berg van vooroordelen en misverstanden op te ruimen bij opponenten, die geen enkele bereidheid tonen zich door een objectief betoog te laten overtuigen.

Hoort u bij het IKOR ooit het principiële. Bijbelgetrouwe en offervaardige kerklid aan het woord; het gemeentelid dat zich houdt aan een kerkelijk leven in gemeenschap met de belijdenis der vaderen? Hoort u bij het IKOR ooit de gewone rustige jongelui aan het woord, die de meerderheid vormen op de catechisaties der predikanten? Neen, stelselmatig wordt het gewone kerkelijke leven en werken als conservatief en verouderd voorgesteld. Het is een wonderlijke zaak. Kent u in Nederland één politieke partij, die in de haar ter beschikking gestelde zendtijd bij voorkeur tegenstanders aan het woord laat voor het spuien van grieven op de eigen partij? Geen partij zal dit in haar hoofd halen. Maar in de zg. kerkelijke uitzendingen van het IKOR gebeurt zoiets wèl!

Dit lijkt mij in strijd met de opdracht die de kerken van Christus gekregen hebben. Die opdracht is: de genade van het kruisoffer van Christus en Zijn overwinning op satan en dood te verkondigen en de machtige media van radio en televisie daarvoor dienstbaar maken.

Ds. Rovers is niet de enige die klaagt over deze gang van zaken. Velen zijn hem daarin voorgegaan. Maar het lijkt weinig uit te halen. Men krijgt de indruk dat de leiding van het IKOR onmachtig is om in de gang van zaken in te grijpen. Of moeten we spreken van onwil? Duidelijkheid is hier dringend geboden. Laat men niet met wat sussende woorden de zaak op dood spoor rangeren. Voor mij ligt het Kerstnummer van Hervormd Nederland met de uitzendingen van 21 t.m. 28 december. Wat wordt de kijkers en luisteraars geboden met de Kerstdagen? Een oecumenische kerstnachtdienst, waarin gereformeerden, rooms-katholieken en hervorröden broederlijk verenigd samen komen; een cabaretprogramma, getiteld: „Waar geloof je nog in? ", een Agapè-viering na een kerst-voettocht, en een samenkomst uit Dronten voor allen die de kerstmorgen een bijzonder tintje willen geven. Elders blijkt dan dat dit laatste georganiseerd wordt door een comité ontwikkelingshulp, met medewerking van combo, fanfare, kinderkoor en een aantal geestelijken uit verschillende kerken.

Maar een gewone kerkdienst met een gewone orde van dienst en een gewone Woordverkondiging ontbreekt. Triest en verdrietig voor diegenen die op de radio zijn aangewezen! Inderdaad, dit is in strijd met de opdracht die de kerken van Christus gekregen hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's