De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dr. H. F. Kohlbrugge 1803-1875

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. H. F. Kohlbrugge 1803-1875

8 minuten leestijd

I

Merkwaardig is het woord uit het 11e hoofdstuk van de Hebreënbrief, waar van Abel geschreven staat, dat hij door zijn geloof nog spreekt, nadat hij gestorven is. Ons dunkt, dat dit woord wel bijzonder van toepassing is aangaande Hermann Friedrich Kohlbrugge, die in onze eeuw herontdekt werd en wiens getuigenis belangstelling kwam wekken in kerkelijke kringen, die tevoren hoogstens zijn naam weleens hadden horen noemen. De toenemende vraag naar zijn geschriften, die vroeger slechts tot een beperkte kring toegang gevonden hadden, en die thans opnieuw gedrukt worden, is daarvan het bewijs.

In de 19e eeuw, toen de strijd der geesten pro en contra de reformatorische belijdenis van het Evangelie naar de Schriften tot scherpe positie-inneming leidde, heeft Kohlbrugge slechts het oor gehad van een betrekkelijk kleine kring, te vinden onder bepaalde predikanten, maar ook onder vaak eenvoudige gemeenteleden. Die werden dan „kohlbruggianen" genoemd, zeer ten ongenoegen van hun leermeester, die eens opgemerkt moet hebben:  „Aan het Evangelie is niets kohlbruggiaans. Ik heb er dan ook niets aan toegevoegd en niets van afgedaan". Evenwel hier en daar in ons vaderland vertoonde zich zulk een vogel op de kansel, die in de melodie van zijn prediking geluiden liet horen, die voor de terzake kundigen duidelijk de invloed van Kohlbrugge's geschriften verrieden. Maar er was geen sprake van, dat genoemde geschriften gemeengoed waren, Kohlbrugge is tot voor lang „particulier eigendom" geweest, om met dr. Noordmans te spreken. Dat er b.v. te Amsterdam, te Utrecht, te Groningen en te Leiden en in verscheidene andere kleine steden en dorpen gepredikt werd in de geest van Kohlbrugge, hoe genuanceerd dan ook, doet aan het wezen van deze stelling niets af. Schrijver dezes herinnert zich niet, in de college's van zijn professoren aan de universiteit ooit de naam van Kohlbrugge te hebben horen noemen, behalve op het door prof. A. M. Brouwer gegeven college kerkgeschiedenis van Nederland, waar zijn naam ter sprake kwam bij een beschouwing over de mannen van het Réveil en ook, voor zo ver ik mij herinner, in verband met de befaamde briefwisseling tussen Kohlbrugge en da Costa over het stuk der heiligmaking. U moet nl. weten, dat Kohlbrugge een preek had uitgegeven over Rom. 7 : 14, waarin hij radicaal afgerekend had met een trapsgewijze heiligmaking als prestatie, zij het ook „met Gods hulp" van de vrome mens. Indien er ooit één preek de knuppel heeft geworpen in het theologisch hoenderhok, dan is het deze geweest. De hoogleraar achtte Kohlbrugge's „eigenaardige" opvatting alleen historisch nog van belang.

Evenwel, in die tijden der „bedaardheid", welke volgens Jacob van Lennep, die het weten kon, „een vaderlandse deugd van de beste soort" mocht heten — en hij meende het ook nog — had men, behoudens markante uitzonderingen, maar weinig oor voor het aan de felheid van Paulus' Galatenbrief herinnerend pleidooi van deze door de waarheid als het ware verteerde figuur, en men leg­de zijn getuigenis als „eenzijdig" en vooral „gevaarlijk" ter zijde, al wilde men hem dan wel de beste bedoelingen toeschrijven. Ook bij de zgn. Afgescheidenen was er weinig waardering. Is het te veel verondersteld, wanneer wij het vermoeden uitspreken, dat heel wat burgerlijke „orthodoxie" zich onder vuur genomen voelde door een prediking, die de mens de laatste illusies aangaande zichzelf uit de handen sloeg?

Als men de tijd, waarin Kohlbrugge leefde, bestudeert, is het dan ook geen wonder, dat niet alleen het liberalisme zich moest ergeren aan deze leer, die zo geheel indruiste tegen de geest der eeuw. De zgn. „Verlichting" der 18e eeuw werkte nog na. In de „Evangelische Gezangen" (1805), loffelijke uitzonderingen daargelaten, vindt men het „God - deugd - onsterfelijkheid" der natuurlijke theologie meer dan eens terug. Men huiverde voor een prediking, die zó onverbloemd het offensief opende tegen een moralisme-met-orthodox-vernis, waarbij Gods genade hoogstens mocht dienst doen als „aanvulling" van menselijk tekort aan deugd en plichtsbetrachting. In het algemeen werden wedergeboorte, voldoening aan Gods gerechtigheid door het bloed van Christus, om nog te zwijgen van de verkiezing en verwerping, zoals Dordt die leerde, weggehoond als reeds lang versleten leringen van de nachtschool. Nog was de „moderne" theologie in haar niemand en niets ontziende afwijzing van het historisch Christendom niet in het kerkelijk strijdperk verschenen, maar in de zgn. „Groningse" of „Evangelisch" zich noemende theologie met haar duidelijk arminiaans, humanistisch en anti-trinitarisch program, waarbij men zich op Erasmus beriep tegen Luther en Calvijn, voelde de zgn. beschaafde burgerstand zich verre verheven boven de achterlijkheid van dat gedeelte van het volk van Nederland, dat nog met hart en ziel aan de gereformeerde belijdenis vasthield en daarbij leefde.

Trouwens, het misverstand is altijd groot geweest. Noemde de een hem zeer ten onrechte een anti-nomiaan, een ander meende perfectionisme te moeten constateren. Aan misvattingen geen gebrek. Ik herinner mij een student uit mijn academietijd — hij is een niet onbekend goed confessioneel predikant geworden, en ik weet niet, of hij er nog zo over denkt — die beweerde, dat Kohlbrugge voor de gemeente het einde van alle activiteit betekende en traagheid in de hand werkte, quietisme zelfs. Nu is het zo, dat Kohlbrugge er steeds op gehamerd heeft, dat het Woord en het Woord alléén het moest doen, maar deze geweldige prediker was ook een pastor van groot formaat. Ik kom daar straks uitvoeriger op terug. Overigens is daar in het geloof ook altijd die geheiligde passiviteit, die niet vecht voor eigen standje, maar het in de hand des Heeren geeft. Wat niet wil zeggen, dat men zwijgt, als de waarheid geweld aangedaan wordt. Want deze onverschrokken man des geloofs, die nimmer mensenvrees getoond heeft, heeft in de moeilijkste omstandigheden alléén durven staan in de kracht Gods. Om des Woords wil heeft hij geleden en .. gestreden. En terecht schrijft een van hen, die hem het diepst verstaan hebben: „Hier is een man, die zichzelf als vlees kent, die Gods Woord handhaaft tegen zichzelf in de eerste plaats, die roemt, niet in de vrome mens, maar in de heerlijkheid van Christus”.

Daarom heeft Kohlbrugge ook voor onze tijd nog een boodschap. En die boodschap is een uitdaging. Want talrijk zijn naast zijn vele preken de geschriften, waarin hij met onwrikbare standvastigheid opkomt voor het gezag der Heilige Schrift. Het gaat daar altijd weer om de gerechtigheid Gods en om Gods eer, en onvermoeid getuigt hij van de algenoegzaamheid van het Lam Gods, de Christus der Schriften.

Welke, ook gefundeerde, bezwaren men hebbe tegen dr. Kuyper, déze was het, die op 12 november 1871, Kohlbrugge in diens ten einde spoedend leven zijn avondbeurt afstond in de Zuiderkerk van Amsterdam, waar deze eerst door de besturen onzer kerk immers niet gewenste predikant voor een schare van 3000 mensen op indrukwekkende wijze het Woord kreeg te bedienen. En het was dezelfde Kuyper, die, hoe ook theologisch in menig opzicht van andere ligging, breed genoeg van visie was, om via Kohlbrugge's sterven in een machtig „in memoriam" de overledene te eren en daarbij o.a. op te merken: „Kohlbrugge was in hart en nieren gereformeerd, door het enkele feit, dat hij nooit en in niets de levende God voor de mènsen pasklaar maakte, maar in alle ding de mensen voor de levende God trok, en niet afliet, vóór ze zich schikten naar Zijn heiligheden". En voorts merkt hij op: „Wijlen dr. Kohlbrugge is in zijn tijd een zeer uitnemend leraar in de kerk van Christus geweest, een dier weinige mannen, met wie God de Heere in Zijn kerk iets bijzonders voor had, en die, met nog zeer enkelen, door bange strijd en geestelijke ervaring in de waarheid van Gods Woord ingeleid, onder alle leraren dier dagen schier alleen stond, als een getrouw prediker der gerechtigheid. Na Luther is de strijd om de gerechtigheid voor God door weinigen zó diep en zó veelzijdig gegrepen als door hem. De macht zijner persoonlijkheid, de vurige taal, die van zijn lippen stroomde, de rijkdom van zijn schitterend talent, ja geheel zijn verschijning schonk hem daarbij dat echt patriarchale, waardoor hij in geheel de kring van zijn aanhangers als een aartsvader onder zijn geslachten was. Hij was een klein kind voor God gemaakt en daarom groot in het Koninkrijk der hemelen". En dan gaat hij voort, te zeggen, dat „ook uit gans deze eeuw geen enkele collectie predicatiën aanwijsbaar is, die, wat omvang en diepte en kracht betreft, ook maar van verre wedijveren kan met Kohlbrugge's predicatiën in mogendheid, om de dorstenden naar gerechtigheid te vertroosten”.

Wij mochten u dit brede citaat niet onthouden. Zo sprak Kuyper. Maar bij zijn volgelingen is het mij slechts éénmaal overkomen, dat een predikant der Gereformeerde kerken mij een boek van Kohlbrugge getoond heeft uit zijn overigens welgevulde boekenschat en daarbij uitriep: „Het was voor mij een openbáring!

Wat zullen wij zeggen? Voor een ieder, die uit het Woord en door bevinding des geloofs weet goddeloos te zijn en die een Borg voor zijn ziel zoekt, kan de prediking van de leraar van Elberfeld, zelf als een brandhout uit het vuur gerukt, tot zulk een openbaring worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Dr. H. F. Kohlbrugge 1803-1875

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's