De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Immanuel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Immanuel

7 minuten leestijd

„en gij zult zijn naam heten Immanuël; hetwelk is overgezet zijnde: God met ons." Mattheüs 1 : 23b

Wat zijn we tegenwoordig toch haastig gebakerd; alles trekt inderhaast aan ons voorbij, en wij haasten ons de dagen door. Inderhaast, dat dreigt als in een droom te worden. Beleven, wij het leven wel, of verbeelden wij ons dat maar. Nauwelijks zijn de kerstdagen voorbij — ja, het was kerstfeest — of het Nieuwe jaar meldt zich. Voor we het weten, zitten we er al weer twee, drie weken in. En zo maar voort. Als in een droom, maar dan wel een wat benauwde droom.

Wij schrijven 1970! Dat is even een schok: een nieuw tiental doet zijn intrede. Maar dat was in 1960 ook het geval, en wat maakt het eigenlijk uit? Dat het zo snel gaat, dat weten we immers. En dat we nergens zeker van zijn, van morgen niet en van overmorgen, dat weten we ook. Mens, wordt toch wakker! Hoor de naam, die de eeuwen verduurt, die houvast biedt, de naam Immanuël.

Deze naam heeft een hele geschiedenis. De profeet Jesaja staat voor de koning; zijn fiere gestalte, zijn felle blik moeten Achaz wel treffen. Vraag een teken, o koning, luidt zijn vlammend woord. Een teken, dat uw wantrouwen overwint, dat kracht bijzet aan het Woord des Heeren. Vraag een teken, onverschillig welk! Vraag het, opdat gij en uw volk eindelijk bevrijd worden uit de kringloop van uw angst. Of waagt u het liever met de koning van Assur, dan met de Heere uw God?

Achaz houdt zich van de domme. Hij is van streek, nu de vijanden zijn land naderen en hij geen bondgenoten heeft, tenminste nu nog niet. Wat helpt het hem, dat Jesaja in de naam des Heeren belooft: De vijanden zullen het onderspit delven, hun plan valt in duigen. Dat zijn profetenpraatjes, daar geeft Achaz niets voor, daar hecht hij geen geloof aan. En nu wil de man hem dwingen een keuze te maken, een teken te vragen. Hij durft niet botweg te weigeren, maar hij denkt er niet aan zich te laten strikken. Hij gooit het over een vrome boeg: Ik zal de Heere niet verzoeken.

Verontwaardigd dient Jesaja hem van antwoord. Is het u te weinig, dat gij de mensen moe maakt; dat gij ook mijn God moe maakt? God wordt moe van mensen die Hem niet helemaal en van harte vertrouwen, die een slag om de arm houden, en dan nog vroom doen bovendien. Maar Hij laat zich door hen niet om de tuin leiden en Hij laat Zijn voornemen niet varen. Hij zal, ongevraagd, een teken geven: ziet, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren. Het wordt wat geheimzinnig gezegd: dé maagd. Wie is het en hoe zal het gaan? Haar Kind zal het teken zijn van de komende verlossing. Zijn náám zal het teken zijn: Immanuël. Met ons is God. In de belegerde stad of op het geplunderde platteland zal een jonge vrouw het leven schenken aan een zoon. Zij zal hem de vreemde naam Immanuël geven, en daarmee haar Godsvertrouwen uitspreken.

In de tijd die komt, een tijd van oorlog, honger en ellende, zal deze vrouw getuigen van de naam des Heeren die nabij is om te redden. God zal haar geloof niet beschamen. Het Kind zal niet van gebrek omkomen; als het groter wordt, zijn de vijanden verdreven. Iedereen zit in zak en as: de vijand, de vijand! Door de stilte van de avond roept een moeder haar kind: Immanuël. De buren horen het, wat een naam: Met ons is God. Zou het waar zij, zou het toch waar zijn? De Heere zal u een teken geven.

Dit is nog maar de voorgeschiedenis van het teken, van het Kind, van de naam. Mattheüs moet er aan denken, nu hij de geboorte van Christus te boek stelt. Verrast voegt hij aan de woorden van de engel toe: En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden. Als de volheid van de tijd komt, dan komt het woord tot zijn volheid. Dan komt de zaak rond, dan krijgt het woord zijn volle betekenis. Dat woord van de maagd, van de zoon, van die naam. Immanuël. Sindsdien zijn er eeuwen verstreken, maar door de tijden heen, houdt de naam zijn kracht. Wij mogen hem meenemen, met hart en mond, in een nieuwe tijdsronde.

Wat een naam. God met ons. Eerst nu weten wij voluit wat hij betekent. Dat Kind in de dagen van Achaz kon het ons niet verklaren; het teken was niet meer dan een teken. Maar Christus maakt het duidelijk: Met ons is God. Klinkt ons dat bekend in de oren? Maakt dat misschien niet veel voor ons uit? Het is, dunkt mij, nodig wat misverstanden uit de weg te ruimen, willen we verstaan wat de naam inhoudt.

Velen — en het worden er steeds meerderen — vinden de naam dwaasheid. Er gebeuren zulke vreselijke dingen, de mensen razen en tieren tegen elkaar, er is verdrukking van minderheden. Wat een wereld! Biafra, Vietnam, de Joden, de negers, heel het raderwerk van de bestaande orde, waaraan wij stuk gaan. God met ons? Er is niemand met ons, God bestaat niet; want een God die er zich kennelijk niet mee bemoeit, kan men gevoegelijk uitvlakken. Wij zullen het alleen moeten klaren.

Anderen houden er nog even aan vast: God met ons. Natuurlijk, Hij helpt ons, wij kunnen op Hem aan. Hij is er immers voor ons. In tegenspoed spreken wij over kracht naar kruis, en in voorspoed zeggen we: wat een zegen. Waar zou die kracht en die zegen vandaan komen? Van God. God met ons. Maar ondertussen vertrouwen wij op geld en goed, macht en inzicht. Er is geen sprake van een persoonlijk en diep geloof, net zo min als bij Achaz. Met zulke gevoelens, godsdienstige gevoelens, wordt de naam Immanuël alleen maar miskend.

Weer anderen nemen het voetstoots aan. Het is zo geruststellend, dat het goed zit tussen God en ons. Wij leven verder, wij sterven, straks, met dat vage gevoel: God met ons. Alsof dat vanzelf spreekt. Alsof het niets met kerstfeest te maken had! Vele godsdienstige gevoelens sterven heden ten dage af, haast ongemerkt. Wat de ouders nog vasthielden, laten de kinderen los. Wat hielden ze vast, wat laten ze los? Had het inhoud, was het waarheid?

Immanuël! Hetwelk is, overgezet zijnde: God met ons. Het is geen spreuk, die de rand van onze rijksdaalders of de wand van onze huiskamers siert. Het is geen tekst, die wij woordelijk kunnen herhalen in allerlei omstandigheden. Het is geen leuze, waarmee wij de zeventiger jaren ingaan. Nee, het is een naam. Het is de naam van Hem, Die in de wereld kwam als Zoon van God en Zoon des mensen. God! Waarachtig God, uit waarachtig God. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. God is, zegt Luther, in ons vlees gekropen. Wie kan het bevatten? Het geloof leeft ervan, en spreekt er van. Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; ik ben zeer bedrukt geweest: Immanuël. In Christus hebben wij met God te maken. God van vlakbij. In Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk. Hij die over de aarde wandelde is de Heere uit de hemel. Randt dat geheim niet aan, want hier waait de hoge wind van het heil des Heeren.

God met ons. Dat ligt in Christus verankerd en verklaard. Daarom zal men, vóór men zich van spreuk en tekst bedient, Hèm deze naam geven, uitsluitend Hem. Het gaat er weer om, mijn lezer, dat wij het Kind bij zijn naam leren noemen. Pas waar Hij zich openbaart, wordt de naam van kracht. Dan is die naam de eigenlijke grond van het godsvertrouwen. In al de beloften, die spreken van hulp en heil, wordt deze naam verborgen. Wat ligt er een vastheid in, en een verrassende volheid. God bij ons, en voor ons en met ons, dat is geweldig. Dat is genoeg. Zonder de naam, die aan Christus gegeven wordt is het niet waar te maken, door niemand en voor niemand.

Christus maakt het waar door Zijn Woord en Geest. Met ons is God. Kijken de mensen ons wat meewarig aan, denken ze, dat is uit de tijd, dat is waardeloos? Als u maar weet, dat het waar is, en wat het waard is, zult u de naam noemen, eenvoudigweg en met grote vreugde. Immanuël, hetwelk is, overgezet zijnde: God met ons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Immanuel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's