De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

Particuliere genade

Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Theologische Hogeschool der chr. geref. kerken te Apeldoorn verscheen een boekwerk onder de titel „Woord en Kerk". Dr. M. J. Arntzen wijdt in het Geref. Weekblad (Kok, Kampen) van 2 januari j.l. een artikel aan deze bundei. Terecht wijst Arntzen op de betekenis van de Apeldoornse Theologische Hogeschool in het geheel van de reformatorische kerken. Juist in deze tijd nu helaas aan de VU en in Kampen allerlei geluiden gehoord worden die moeilijk te verenigen zijn met het reformatorische belijden, mogen we dankbaar zijn voor de bijdrage die „Apeldoorn" levert, een bijdrage waar elk die doordrongen is van de betekenis van de belijdenis der Reformatie ook voor onze tijd, zijn winst mee kan doen.

Dr. Arntzen gaat in zijn artikel in het bijzonder in op de bijdrage van prof. dr. J. v. Genderen in genoemde bundel onder de titel „Roeping en verkiezing". De leer van verkiezing en verwerping, zoals deze in de Dordtse leerregels vertolkt is heeft tot op onze tijd allerlei vragen opgeroepen. Een van de vragen die men tegen „Dordt" inbrengt is de vraag, of de belijdenis van de eeuwige verkiezing niet een domper zet op de heilszekerheid.

Arntzen herinnert er in zijn weergave van Van Genderens artikel aan hoe de vaderen van Dordrecht enerzijds met grote nadruk het particuliere karakter van de genade leerden: God heeft een zekere menigte van mensen uitverkoren. Dat is maar niet iets bijkomstigs in de belijdenis. Anderzijds werpt de belijdenis van de particuliere genade geen schaduwen op de prediking en het aanbod der genade. De leerregels laten de spanning hierin bestaan. Allen worden ernstig geroepen. De belofte van het Evangelie moet allen verkondigd worden. De genade is particulier en toch wordt ieder ernstig geroepen. Dat is gedurende de gehele kerkgeschiedenis beleden.

De oorzaak van de eeuwige verkiezing is het welbehagen van God, die van de verwerping het ongeloof en de schuld waarin de verworpenen volharden. Juist dat laatste betekent dat de beschuldiging als zouden de leerregels leiden tot een fatalistische beschouwingswijze ten enenmale ongegrond is. Arntzen onderstreept terecht dat de leerregels zeer pastoraal zijn ingesteld. Wij citeren uit zijn artikel het volgende:

Dat de verkiezing niet een besluit is in de tijd, maar voor alle eeuwen, blijkt wel duidelijk uit Efeze 1:4. Daar staat, dat God uitverkoren heeft voor de grondlegging van de wereld. Merkwaardig is, dat sommige uitleggers, tegen de duidelijke taal van de bijbel in, het toch willen doen voorkomen, of het hier gaat om hetgeen God door Christus in de menselijke geschiedenis doet. Terecht schrijft H. Ridderbos, dat men de vóórtijdelijke elementen in de verkiezingsleer van Paulus niet kan verloochenen. Toch wordt dit alles door sommige moderne dogmatici weer anders (en m.i. onjuist) uitgelegd. Men spreekt dan over het diepte-aspect, of over het genadekarakter van het heil (zie Van Genderen, pag. 108).

De verdienste van Van Genderens artikel ligt m.i. in de evenwichtige wijze, waarop hij de vragen behandelt, en ook in zijn nuchtere exegese. Dit blijkt b.v. als hij bij Matth. 22:14, alweer in navolging van H. Ridderbos spreekt van een universeel karakter van de heilsbedeling en het particulier karakter van de genade (pag. 114).

Tegenover een strakke leer van de verkiezing, waarbij men eigenlijk niet meer kan spreken van een welgemeend heilsaanbod voor allen (in dit verband wordt ook genoemd de Engelsman J. Hussey uit het begin van de achttiende eeuw) staat een zeker heilsuniversalisme, waarbij de verkiezing haast geheel in de roeping opgaat. Op deze wijze omvat de verkiezing dan in feite allen, en kan van een scheiding of schifting nauwelijks meer worden gesproken. Van Genderen noemt in dit verband de namen van Karl Barth en ook van de r.k. geleerden Karl Rahner en Teilhard de Chardin. We geloven niet, dat dit heilsuniversalisme dat duidelijk tendeert naar de algemene verzoening zonder invloed is in gereformeerde kring.

En daarom moeten we het artikel van Van Genderen maar eens goed lezen en op ons in laten werken. Bij de leer van de uitverkiezing gaat het uiteindelijk niet om leerstellige systemen, maar om wat de bijbel duidelijk leert. En de bijbel is niet onduidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar, als deze spreekt over de dubbele uitkomst, een eeuwig leven en een eeuwige dood (Matth. 25 : 41 vv., Lucas 13 : 22—30, 2 Thess. 1 : 9, 10, Openb. 20 : 15, 22 : 14, 15 en vele andere plaatsen). Uiteindelijk komt het kruisoffer van Christus niet aan alle mensen ten goede. Deze aangrijpende waarheid is niet weg te redeneren. In nieuwere studies over de uitverkiezing mist men wel eens te veel, wat de Schrift met zo indringende ernst over deze dingen zegt.

En pas zó krijgt de prediking haar laatste ernst. Die heeft de verkondiging niet als Barth gelijk heeft, die niet verwacht, dat de goddelozen uiteindelijk door het zwaard van God getroffen worden (a. art. pag. 111). Maar op het standpunt van het gereformeerd belijden blijft juist het dringend beroep in de bijbel van kracht: Laten wij daarom op onze hoede zijn, dat niemand van u, terwijl nog een belofte van in zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven" (Hebr. 4 : 1).

Dit heilsuniversalisme speelt een rol zowel binnen de r.k.-kerk als binnen de reformatorische kerken. We denken om een voorbeeld te noemen aan allerlei beschouwingen over de kerk buiten de kerk, waarbij zo ongeveer de gehele wereld binnen de cirkel van het heil geplaatst wordt, aan elementen uit de zendingstheologie waarin gepleit wordt voor een dialogische benadering van de aanhangers van andere godsdiensten en de oproep tot bekering nauwelijks meer een plaats heeft, aan de eschatologie waarin op allerlei wijze de gedachte aan de alverzoening terugkeert. Dat moge ons duidelijk maken dat het in de leer van de verkiezing niet gaat om een abstracte speculatie. Afwijzing van de reformatorische belijdenis op dit punt raakt het leven der kerk in prediking en catechese, zielszorg en apostolaat.

Vrijzinnige tendenzen

In het januarinummer van „In de rechte straat", het maandblad voor het getuigend gesprek met Rome, wordt de aandacht gericht op een aantal uitzendingen, die in het afgelopen jaar verzorgd werden door de K.R.O., en die een symptoom zijn van de vrijzinnige tendenzen die hoe langer hoe meer merkbaar worden in de r.k. kerk. De schrijver van dit artikel zegt onder meer:

De grondgedachte van deze uitzendingen is de evolutie van de mens naar zijn uiteindelijke voltooiing. In het inleidend woord schrijft de pater jezuïet, dr. G. J. Mulders: „Wie met de makers en denkers uit deze programma's kan geloven dat de weg naar de uiteindelijke voltooiing van de mens open ligt — zij het alleen tegen een hoge prijs — wil meedoen met de Geest die in onze geschiedenis is mens geworden en tot steeds hoger menselijkheid dringt". Die hoge prijs is niet de prijs van het bloed van Christus, maar van de menselijke inspanning.

Wilt u weten hoe de menselijke geest ontstond? „De ontstane energie werd op de duur opgevoerd tot voorbij een kritisch punt, er schoot een vonk over, het licht van de menselijke geest was geboren" (p. 6). Men mag blijkbaar alle mogelijke fantasieën tevoorschijn toveren, mits men maar niet aan komt dragen met het eenvoudige Bijbelverhaal, dat God de ziel van de mens direkt heeft geschapen door een wonderlijk ingrijpen.

En hoe ontstond de godsdienst? „Maar er waren in de natuur ook onbekende krachten waar ze (de allereerste mensen) bang voor waren. Die hielige toorn moest kost wat kost tot bedaren worden gebracht: door het brengen van offers — met mensen — met zingen. De eerste primitieve godsdienst doet zijn intrede" (p. 8). Geen rechtstreekse openbaring van God aan de eerste mens, zoals Genesis leert! En er is geen sprake van dat „Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid uit de schepselen doorzien en verstaan" zou worden (Rom. 1 : 20); nee, de primitieve godsdienst is slechts het gevolg van een schrikreaktie.

De K.R.O. zal ook eens eventjes vertellen, hoe dat in elkaar zat met dat verhaal van het offer van Izaäk. Natuurlijk was dat niet zoals de Bijbel het voorstelt. De K.R.O. weet het beter. Luistert u maar:

„Van hieruit trok Abram naar Kanaän. Volgens de gewoonte van die tijd nam hij de godsdienstige gebruiken van de streek aan. Naast zijn eigen huisgoden vereerde hij de plaatselijke God, maar dat was er een die gruwelijke dingen vroeg: kinderoffers.

Op een morgen die pas later goed zou worden, trok hij met zijn zoon de berg op. Ze hadden al drie dagen gereisd: Abram, Izaäk, twee knechten en twee ezels. Samen met zijn zoon ging Abram een zware gang. Maar boven op de berg, op het beslissende moment, besefte hij dat God dit niet van hem vroeg. Hij offerde een ram in plaats van zijn zoon en behouden keerden zij naar huis terug. Abram is de eerste binnen onze menselijke geschiedenis die zijn bijgelovige angst voor de natuur overwint. Hij verbrak de oude toverban die over zijn omgeving lag. Door niet aan die oude natuurgoden te gehoorzamen had hij zichzelf ook losgemaakt uit zijn omgeving. Hij was een persoonlijkheid geworden, hij volgde zijn eigen geweten.

Aanvankelijk aarzelde hij. „Hadden de buren geen gelijk? ”

Moesten de eerstelingen niet geofferd worden?

Maar boven op de berg vertelt zijn eigen god hem dat hij zo'n offer niet wil hebben. Die eigen god bevrijdt Abram van de overtuiging. De vloek wordt weggenomen" (p. 14).

De God, die met Abram het Verbond sloot, wordt dus hier aangeduid met een verzamelnaam: „zijn eigen huisgoden". En van het offer van zijn eigen zoon als proefgebod van God blijft niets meer over.

Van die God van het Oude Testament wordt overigens nog gezegd: „Jahweh was een oorlogsgod, net als de goden van de omliggende volkeren". Net als...

Terwijl deze God door Jezus wordt aangesproken met: Heilige Vader". God de Here bewijst de opstanding der doden met een beroep op de God van Abram, Izak en Jakob (Matth. 22 : 31—32).

„Jezus Christus wees de mens op diens groeiende geest, die van God komt, en waaruit hij moet gaan leven.”

Over de opstanding van Christus: „Maar zijn volgelingen, een handjevol analfabeten, verspreidden het gerucht dat Hij uit de dood was opgestaan en dat ze Hem gezien hadden". Het gerucht...

De boodschap van Christus wordt vervlakt tot een „boodschap van liefde en broederschap, van vrijheid en gelijkheid voor iedereen" (p. 28).

En tot puur aardsgezind horizontalisme: „Eigenlijk zei Karl Marx precies het zelfde als de engelen na de hemelvaart, toen de apostelen Jezus na stonden te kijken. „Sta toch niet omhoog te staren. Op aarde ligt jullie taak. Ga naar Jeruzalem, daar is nog een hoop werk te doen". Dat is gewoon een stuk evangelische inspiratie" (p. 46).

De door de schrijver gesignaleerde tendenzen staan niet op zichzelf. Uit allerlei uitlatingen blijkt dat het evolutionisme hoe langer hoe meer veld wint. Juist dergelijke uitlatingen, als de hierboven genoemde, die volstrekt in strijd zijn met de Bijbel, laten ons zien hoe belangrijk daarentegen de voorlichting is die gebaseerd is op een gehoorzaam luisteren naar de Schrift.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's