De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPEN BRIEF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPEN BRIEF

8 minuten leestijd

Met onderstaande „Open Brief, richt de vereniging Protestants Nederland zich in eerste instantie tot de Rooms - Katholieke kerk in Nederland, maar indirect ook tot de kerken der Reformatie. De brief is gezonden naar kardinaal Alfrink en de andere Nederlandse bisschoppen en in eerste oplaag aan 12.000 andere personen.

AAN

Zijne Eminentie Bernard Kardinaal Alfrink, Aartsbisschop van Utrecht. Aan de Bisschoppen en alle andere Geestelijken en Gelovigen der Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.

De zittingen van het Pastoraal Concilie van de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerkprovincie hebben ons aanleiding gegeven, ons na ruim acht jaren opnieuw tot u te richten, om uitdrukking te geven zowel aan ons medeleven met als aan onze verontrusting omtrent de ontwikkelingen die zich in uw kerk gedurende de laatste tijd hebben voorgedaan.

Wij hebben alle begrip voor de moeilijkheden waarin u heden verkeert, nu uw kerk, die vanouds een statische, van bovenaf geregeerde kerk was, zich ineens midden in de maalstroom van de moderne tijd bevindt.

Het is ons bekend, dat u de opdracht die daaruit voortvloeit positief hebt aanvaard, door de kerk vooral te typeren als „het volk van God, dat onderweg is”.

Maar juist daarom lijkt ons de vraag dringender dan ooit, naar welke maatstaf u de vragen van de tijd onder ogen ziet en door welke gids u zich wilt laten leiden. Het zou immers onverantwoord zijn om in een proces van verandering en nieuwe oriëntatie zich niet de vragen te stellen: waar gaan wij heen? en: wie en wat bepaalt onze marsroute?

Gelukkig is het zó, dat zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de Kerken der Reformatie in het bezit zijn van de Heilige Schrift, waarin God ons Zijn wil voor ons persoonlijk leven alsook voor het leven van de kerk duidelijk en klaar heeft geopenbaard.

Al moeten wij hier wel onmiddellijk aan toe voegen, dat het ons altijd heeft verdroten, dat dit door de Rooms-Katholieke Kerk nimmer zo krachtig, onvoorwaardelijk en onbeperkt beleden is als wij wel wensten. Nog in uw Constitutie „Dei Verbum", immers één van de belangrijkste stukken van uw laatstgehouden Vaticaans Concilie, lazen wij, dat de traditie met een zelfde liefde en eerbied als de Schrift moet worden aanvaard.

Het is ook opgevallen, hoezeer in de stukken van genoemd Vaticaans Concilie de kerk naar voren treedt, waarbij wij dan uitsluitend aan uw eigen kerk moesten denken. In „Lumen Gentium", de Constitutie over de kerk, kwamen wij tegen, dat er naar uw oordeel wel positieve elementen in de reformatorische kerken zijn te waarderen, maar dat uw eigen kerk toch alleen maar de volheid van het heil bezit. Aan haar onfeilbaarheid wordt vastgehouden.

Uit de in 1969 verschenen „Aanvulling bij de Nieuwe Katechismus" bleek ons dit opnieuw heel duidelijk. Immers daarin komt de zinsnede voor: „De speciale taak van de bisschop van Rome is dezelfde als die van Petrus: de kerk bijeenhouden, haar in eenheid van belijden en leven bewaren". En verder: „Wanneer hij duidelijk zijn bedoeling te kennen geeft om aan heel de kerk een leer als definitief mee te delen — wat zelden gebeurt — dan is deze uitspraak zeker vol van de waarheid van Gods Geest; de aanvaarding ervan is een toetsteen voor de volledige deelname aan de gemeenschap der kerk”.

Met dit schrijven willen wij u oproepen toch niet zonder meer te vertrouwen en te steunen op wat de traditie u heeft geleerd, evenmin op uzelf als kerk of op de leiding van het leergezag, maar vóór alle dingen te vragen naar wat de H. Schrift u en ons leert. De leiding van de Heilige Geest is immers, zoals de Bijbel zelf leert, gebonden aan het getuigenis van de apostelen en profeten (Joh. 14 : 26).

Temeer nu uw kerk meer dan ooit een katholieke wil zijn, achten wij het nodig u te wijzen op de noodzaak, dat zij zich vooral beijvert een apostolische kerk te zijn. Zonder apostoliciteit wordt de katholiciteit een vage algemeenheid, waarin het specifiek-christelijke dreigt verloren te gaan.

Wat ons in het bijzonder is opgevallen en minstens evenzeer verontrust, is, dat binnen het huidige proces van verandering en heroriëntatie in uw kerk de openheid naar de kant van de moderne wereld, naar een geseculariseerd levensbesef, alsook naar een revolutionair-humanistische ethiek zo groot is. Wij hebben de indruk, dat de moderne tijd in uw kerk, in haar leven en denken, maatgevend dreigt te worden. In plaats van het Evangelie krijgt een nieuw humanisme, dat wel enkele christelijke elementen bevat, maar in feite toch uit andere bronnen is ontstaan en leeft, alle kansen zich in de verkondiging en arbeid van de kerk breed te maken.

De door uw kerk op Vaticanum II met zoveel enthousiasme aanvaarde aggiornamento, zien wij in de praktijk uitlopen op een onbezonnen aanpassing aan de moderne tijd en wereld. De kerk lijkt niet veel méér te zijn, dan een groep van op wereldverbetering gerichte mensen, die experimenteren met nieuwe gestalten van maatschappij en cultuur. Een Erasmiaans vertrouwen op de goede krachten in de mens draagt dit streven. Hierdoor gaat verloren het besef van de zonde, schuld en verdorvenheid van de mens voor het aangezicht van God. Het Evangelie is niet meer de boodschap van Gods reddende genade in Jezus Christus. De prediking der verzoening verdwijnt. Tot ons leedwezen hebben wij ook in uw Nieuwe Katechismus tendensen in deze richting bespeurd.

Het is echter allerminst onze bedoeling u deze dingen onder ogen te brengen in een houding van zelfverzekerdheid en hooghartigheid. Daarvoor zijn we ons te diep bewust, dat hetgeen wij u verwijten ook in onze kerken volop aanwezig is. Wij zijn ten aanzien van onze eigen kerken evenzeer verontrust als ten aanzien van uw kerk. Wat eens de kracht van de Reformatie is geweest: de prediking van de vrije en souvereine genade Gods in Jezus Christus aan zondaren die voor God geen enkele gerechtigheid bezitten, is ook onder ons, althans in vele delen van onze kerken, erbarmelijk verzwakt. Ook onder ons is dikwijls meer een luisteren naar wat de tijdgeest zegt dan naar wat God ons zegt in Zijn Woord. De reformatorische kerken in hun algemeenheid achten wij nauwelijks nog echte partners te zijn in het gesprek, dat tegenwoordig tussen Rome en de Reformatie wordt gevoerd. Met een diep gevoel van schuld belijden wij, dat het echte reformatorische geluid vanuit onze kerken aan het adres van de Romana nog maar zelden wordt gehoord. Vandaar ook dat wij de eenheid, die in de laatste jaren van beide kanten wordt nagestreefd onmogelijk kunnen houden voor een echte en van God gewilde eenheid. De meest-wezenlijke vragen worden in dit gesprek ofwel verzwegen of zelfs niet eens meer gezien.

Daarom roepen wij in deze brief niet alleen u, maar tegelijkertijd ook onszelf en allen die tot de reformatorische kerken behoren op tot een nieuw en waarachtig luisteren naar het Woord Gods alléén. Wij hebben daarbij nodig de zeer krachtige leiding en verlichting van de Heilige Geest. Naar onze overtuiging zullen wij daardoor als christenen en als kerken op een geheel nieuwe wijze komen te staan in onze moderne wereld, met haar vele vragen. De kerk zal het moeten aandurven om samen met Christus en Zijn Woord in deze wereld een vreemde en eenzame te zijn. Haar boodschap zal een andere moeten zijn dan de vele boodschappen van allerlei filosofieën, en ideologieën van deze tijd.

Als vanzelf zal de kerk daarmee op een geheel eigen wijze een bijdrage leveren aan de cultuur. Want ook hier geldt, dat wij het koninkrijk Gods eerst moeten zoeken en dat dan alle andere dingen ons zulworden gegeven, „toegeworpen". (Matth. 6:33).

Opdat u zult weten vanuit welke achtergrond wij deze brief hebben geschreven, stellen wij er prijs op te citeren een veelzeggende zinsnede betreffende het gezag van de H. Schrift uit één van onze reformatorische belijdenissen, namelijk deze: „En wij geloven zonder enige twijfel al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat ze de kerk aanneemt en voor zodanige houdt, maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn; dewijl zij ook het bewijs van dien bij zichzelven hebben: gemerkt de blinden zelven tasten kunnen, dat de dingen die daarin voorzegd zijn geschieden”.

Dit geloof steunt op wat de H. Schrift van zichzelf zegt: „Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad" (Psalm 119:105).

Wij eindigen met enkele — naar ons dunkt indrukwekkende — woorden uit één der brieven van de door u (en ons) zo hoog gewaardeerde apostel Petrus: „En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is en gij doet wel dat gij daarop acht hebt, als op een licht schijnende op een duistere plaats, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in uw harten. Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift zaak is van eigen uitlegging; want de profetie is voorheen niet voortgebracht door de wil van een mens, maar de heilige mensen Gods, door de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken". (2 Petrus 1 : 19—21).

Uit naam van het hoofdbestuur van de Ver. „Protestants Nederland”,

15 januari van het Jaar onzes Heren 1970

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OPEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's