BOEKBESPREKING
W. F. Klein, M. Kopuit: De Joden in Nederland; Uitgave van Gorcum en Co, Assen, 1969; 143 pagina's, ƒ 9, 90.
De schrijvers van dit boek zijn journalisten, de één van een aantal Joodse bladen, de ander van een vooraanstaand weekblad. Aan de hand van een aantal interviews, die ze hebben gehad met vooraanstaande Joden in Nederland, geven ze een beeld van de Joodse gemeenschap zoals die zich in Nederland na 1945 heeft ontwikkeld. Onder de geïnterviewden treffen we vertegenwoordigers van de Liberaal Joodse Gemeente, b.v. rabbijn J. Soetendorp, van de Nederlands Israëlische Hoofdsynagoge, b.v. opperrabbijn Aäron Schuster, van de Portugees Israëlische Gemeente, b.v. rabbijn Barend Drukarch, en van de Nederlandse Zionisten Bond, dr. Jores Salomon van der Hal.
Duidelijk komt in dit boek tot uiting dat, hoewel de Nederlandse Joden gemeen hebben hun oriëntatie op de huidige staat Israël, die nog versterkt is door de zesdaagse oorlog, ze in religieus opzicht toch vaak grote verschillen vertonen, bij voorbeeld in de naleving van de leef - en spijswetten en in hun verwachting van de Messias. Volgens de liberale Joden heeft Mozes met goddelijke inspiratie bepaalde dingen gezien, maar de wet moet telkens weer in eigentijdse termen worden vertaald. Voor de orthodoxe Joden zijn de wet en de daaruit voortvloeiende leef - en spijsregels onveranderlijk, voor alle tijden geldend.
Wat de Messiasverwachting betreft is voor de één de Messias een idee, die gestalte zal krijgen in de Messiaanse tijden, voor de ander is deze een persoon, maar niet goddelijk, weer een ander weet niet wat de Messiaanse tijd inhouden zal. Maar Christus is de Messias niet. Rabbijn Soetendorp vindt het jammer dat de Christen zijn „grote, boven alles verheven God als één mens op aarde heeft moeten laten lopen om Hem te herkennen”.
Zo geeft dit boek veel informatie omtrent de huidige gedachtensfeer van de Joodse gemeenschap in Nederland. Wie meer hierover wil weten, bij voorbeeld over het Zionisme, de diaspora of het godsgeloof van de Joden, kan in dit boekje terecht.
William D. Thompson: De ongezonde kerkslaap; Uitgave J. H. Kok, N.V., Kampen, 1969; 59 pagina's; ƒ 3, 50.
De schrijver van dit boekje, hoogleraar in de homiletiek en welsprekendheid aan een theologische hogeschool in Philadelphia, geeft in kort bestek een uiteenzetting over allerlei factoren die van belang zijn wil een preek bij de gemeente overkomen. Hij geeft adviezen aan predikanten maar ook aan gemeenteleden. Vooral de voorbereiding op de preek door de gemeenteleden — b.v. als zij van te voren de tekst van de prediking weten — krijgt aandacht, alsook de noodzakelijke concentratie van de gedachten tijdens de preek. Ook pleit de schrijver voor een reageren door de gemeenteleden op de preek doordat zij hun gedachten erover aan de predikant kenbaar maken.
Een aardig boekje dat de waarde van de preek als woordverkondiging wil accentueren en daarvoor aan allerlei practische punten aandacht besteedt, maar overigens toch niet zo heel veel verrassende dingen oplevert. Bovendien ontbreekt in dit boekje toch wel het element van het werk van de Heilige Geest, waardoor mensen zodanig worden aangesproken dat de gedachten gevangen gehouden worden onder de prediking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's