Schepping of geschiedenis *)
In dit nieuwe boek geeft dr. Aalders rekenschap van de inzet van zijn theologische positiekeuze, zoals deze tot uiting is gekomen in zijn boeken „In verzet tegen de tijd" en „Theologie der verontrusting”.
Van verschillende kanten kreeg hij het verwijt te horen, dat er in zijn beschouwingen te weinig plaats was voor de mens, de wereld, de geschiedenis en te veel gesproken werd over geloof, gemeente en ervaring.
Dr. Aalders geeft toe, dat deze geschriften een polemische instelling hadden. Daar was en is de situatie dan ook naar! Immers vanuit het moderne, humanistische, wetenschappelijke denken is het historisch evolutionisme de theologie binnengedrongen. Dit blijkt uit de wijze, waarop men over de schepping denkt en spreekt. Verder komt dit uit in de voorstelling, dat men God in Jezus Christus in Zijn heilshandelen als ook de Heilige Schrift in dit historisch-evolutionistisch denkraam plaatst. Daardoor is de christelijke waarheid voorlopig. Zij heeft slechts onderweg-karakter. Geschiedenis is openbaring van het heil.
***
Deze gedachten worden over ons volk uitgestort. Velen worden er door meegesleurd. De gemeente raakt in verwarring.
Daarentegen rees protest. De visie, die achter dit verzet stak wordt in dit boek nader ontvouwd en dieper gefundeerd.
Het is dus geen strijdschrift, al is het, dat de verontrusting eerder toeneemt dan afneemt.
Deze studie heeft geleid tot een onderzoek van de Brief aan de Hebreeën. Daaruit is dr. Aalders een nieuw licht opgegaan met betrekking tot de huidige theologische problemen. Hij vond daarin een goudmijn van wegwijzende gedachten. De hoop wordt uitgesproken, dat dit bijbels-exegetisch onderzoek aanleiding geeft tot een Schriftuurlijke revisie. Het Woord Gods is en blijft de beslissende instantie. Aldus de „Verantwoording".
***
’k Hoop, dat de lezers intussen geroken zullen hebben over welke belangrijke vragen dit boek handelt en dat hun belangstelling gewekt is om een korte wandeling door dit boek te gaan maken. Daarna willen wij ons aan een bespreking wagen.
***
In de inleiding wordt als kernvraag van de brief aan de Hebreeën genoemd: Hoe houdt het apostolisch geloof het uit in de wereld en de tijd, nu blijkt dat de komst van de Heere Jezus langer op zich laat wachten dan men aanvankelijk meende? De verachtering in de genade was een bedreiging. Het apostolisch geloof was in het geding. Vandaar dit woord der vermaning met als kern: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.
Dat wil zeggen: het apostolisch geloof is onaantastbaar voor de tijd en het tijdsgebeuren. Verder, dat het heil — in overvloediger mate aanwezig — van een andere orde is dan de wereld en de geschiedenis. Tenslotte, hoe de gemeente in alle verleidingen door haar geloof overwinnen kan.
***
In hoofdstuk I wordt er de nadruk op gelegd, dat de brief begint en eindigt met de belijdenis, dat Jezus de Zoon van God is en dat het spreken Gods in en door de vaderen zijn hoogtepunt vindt in de openbaring in de Zoon.
Breedvoerig gaat de auteur dan in op tweeërlei openbaring, n.l. de openbaring door bemiddeling van de engelen èn door bemiddeling van de Zoon.
Om dit te verstaan wordt ons voor ogen gesteld, dat o.a. via de Septuagint (de Griekse vertaling van het Oude Testament) de engelen als openbaringsmiddelaars duidelijker naar voren gekomen zijn.
Via het Hellenisme (Philo!) hebben de Joden de invloed ondergaan van de gedachte, dat onder de ene Oppergod vele archonten (heersers, engelen) waren.
Israël ziet deze archonten als engelen, die dienaren zijn van de levende God. De openbaring Gods aan Israël aan de Sinaï was een indirecte openbaring door bemiddeling van de engelen. Nu heeft God gesproken door de Zoon. De Zoon is meer dan de engelen. Hij is God Zelf!
***
In hoofdstuk II veronderstelt de auteur, dat de schrijver van deze brief bekend geweest is èn met de Israëlietische Wet èn met de Griekse filosofie. Hij kent het bijbelse èn Griekse denken en heeft de invloed van Plato ondergaan. Alleen, deze Hebreeuwse en Griekse woorden hebben hier een nieuwe, rijkere, andere zin gekregen. Het allesbeheersende gezichtspunt is: Wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.
Naar aanleiding van de betekenis van het woord „zien" worden de overeenkomstige gedachten uit Plato vermeld, maar ook het verschil met Plato duidelijk gemaakt. Wij komen daarop in de bespreking terug.
***
In hoofdstuk III (Wereld en Geschiedenis) wordt èn de wereld èn de geschiedenis getekend als behorend tot het machtsgebied van de dood en de duivel. De kosmos is in een desintegratie-proces terecht gekomen. De geschiedenis is ontschepping en daarom eeuwigheid in staat van verval.
Maar door de heerschappij van de engelen, de bemiddelaars van de openbaring Gods, oefent God invloed op tijd en geschiedenis uit. De engelen houden de herinnering levend aan het oerverleden, dat aan de tijd en de geschiedenis is voorafgegaan.
Dat is ook het geval bij de andere volken. Hun mythisch bewustzijn ging gepaard met droefgeestigheid (Plato). Ze willen terug naar het oerbegin en zoeken een uitweg uit de geschiedenis.
Israël leefde ook uit engelenopenbaring (Michaël), maar stond niet statisch en reactionair in de geschiedenis. Egypte was statisch, maar God leidde Israël uit. Deze exodus betekent echter geen breuk met de schepping. Integendeel! Israël heeft de geschiedenis onderkend als de zondeval!
Om dit te verstaan moeten wij volgens dr. Aalders begrijpen, dat de schepping uitmondde in de sabbath als een vervuld heden. Zij is dus een kosmos in rust. Daarom is de sabbat heilig, maar de historische tijd is zondig (onderstreping van mij, G. B.).
Het historische tijdsgebeuren is als zonde, rebellie en oordeel van buitenaf in de kosmische orde doorgebroken. Geschiedenis is „de dood sterven”.
Vandaar dat Israël de sabbat zo hoog eerde. Zij is herinnering aan de goddelijke orde. De taak van Michaël (de engel van Israël) was om de herinnering aan de schepping als een vuur te doen branden.
Daarom is er (o wonderlijke tegenstrijdigheid!) geen anti-historischer volk dan Israël. Het statische van Egypte is van versteend lava in Israël geworden tot vulkanisch vuur. Daarom pelgrimeerde Israël uit de tijd en de geschiedenis tot de schepping, tot God! Israël was een dynamisch volk, maar anti-historisch. Want historische tijd is gebondenheid en slavernij van de dood (Hebr. 2 : 14, 15).
Israël voelde de tijd als doem, oordeel. Christus heeft door een historische daad (kruis en opstanding) de geschiedenis en de duivel te niet gedaan en de beweging van de historische tijd tot stilstand gebracht in een nieuwe sabbat (Hebr. 4 : 9—11). Deze is meer dan de oorspronkelijke scheppingssabbat. Hij brengt de vrede.
Het engelenregiment is overgegaan in de alleenheerschappij van de Zoon. Zo wordt de schepping een vast en onbeweeglijk koninkrijk! Daarom heet ze voortaan oikoumene.
***
In het vierde hoofdstuk gaat dr. Aalders nader in op mythe, Wet en Evangelie.
Hoe blijft de gemeente trouw in de voortgang van tijd en wereld? Door de volle ontplooiing van de hoop (Hebr. 6:11). Deze hoop is niet op de toekomst in lineaire zin gericht, ligt niet in het verlengde van de aardse tijd, maar in het verlengde van de belofte aan Abraham, aan Israël geschonken. Wet en hoop hangen in het O.T. nauw samen.
Dan volgt een excurs over de mythe in Egypte, bij Plato en Vergilius. Daarna gaat de auteur in op de mythe bij Israël, de betekenis van de Wet (de levende woorden), die de band aan de schepping onderstreept.
De conclusie hieruit is, dat de hoop op geen enkele wijze met de geschiedenis in betrekking staat, zij is niet van horizontaal, maar van verticaal karakter. Zij is de antipode van de zondeval (val van God af in de tijd) en terugkeer tot het begin.
Ook de openbaring door de Wet in haar tweevoudig karakter (Wet en Evangelie) is in deze hoop. Er staat een tabernakel. Uit Hebr. 11 blijkt, dat geloven, hopen een beweging is in de tijd van geheel eigen orde.
Hopen is een stervensbeweging aan de wereld en de geschiedenis. Het Evangelie is de volle ontplooiing van de Wet. De Wet is de ontplooiing van de mythe.
*) Dr. W. Aalders, Schepping of Geschiedenis. Over de tegenstelling tussen de christelijke hoop en het moderne vooruitgangsgeloof. Geb., 179 blz. Uitgave J. N. Voorhoeve, Dunne Bierkade 17, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's