WIE IS HIJ?
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komen, en zeide: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Joh. 1 : 29.
Het gaat in het Koninkrijk Gods altijd anders dan in de wereld, waarin wij leven. Deze laatste, de wereld waarin wij leven, meet iemands betekenis en waarde af naar de successen, die hij geboekt heeft. Wie het verst gekomen is, is de meeste, en de verliezers worden vergeten.
In het Koninkrijk Gods liggen deze dingen anders. Wie hier de minste is, is de meeste, en de verliezers blijken overwinnaars te zijn. Wie de wapens inlevert, wordt gekroond met genade en eer, en wie zichzelf handhaaft tot het einde toe, blijft achter.
Johannes de Doper heeft daar iets van geweten. In deze man is de oud-testamentische profetie nog eenmaal herleefd. Hij heeft een boodschap voor heel het volk. Vervuld van Geest en kracht verkondigt hij de Christus, die komen zal, en menigeen keert naar huis terug, gewond door het woord van deze gezant des Heeren: hij spreekt immers van gerechtigheid en van het oordeel Gods?
Maar dan nadert Jezus tot hem. En nauwelijks heeft Johannes Hem bemerkt, of hij breekt af en hij zegt tot de mensen: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.
Dat is ingrijpend. Want juist op dit moment zijn er al zovelen gekomen om Johannes te horen en het worden er nog steeds meer. En zelfs van officiële zijde wordt belangstelling getoond. En nu komt Jezus er aan! Hij, naar Wie Johannes gewezen had! Dat wil zeggen: nu zal Johannes aan de kant moeten gaan staan om alle plaats te laten aan Hem!
En hij doet het. Hij beseft: nu raakt mijn werk ten einde. Nu is Hij gekomen, die méér is dan ik. Mensen, hoort het goed, voortaan kunt u bij mij niet meer terecht; u moet bij Hèm zijn: Hij kan u alles geven, wat u nodig hebt en ik heb u tot Hem mogen leiden.
Dat is een ambtelijk sterven. Een sterven, een teruggaan en een wijken, waarin droefheid zit, gemengd met een wonderlijke blijdschap. Het gaat om Hèm, zegt Johannes. Om Hem, die het Lam Gods is. Denken wij bij deze woorden niet aan Jesaja 53: als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij zijn mond niet open?
Zie, zegt Johannes.
Hij vestigt dus de aandacht op Hem, en dat is nodig. De mensen, en ook wij, zouden licht aan Hem voorbijzien. Hij heeft immers geen gedaante noch heerlijkheid? Zeker, men is er wel van op de hoogte, dat Hij uit Nazareth komt, en misschien ook, dat zijn vader en moeder Jozef en Maria zijn, maar wie zou er erg in hebben, dat Hij de Christus is, het Lam Gods?
Daarom is nodig, dat Johannes Hem aanwijst. En dat aanwijzen sluit dan in: een oproep om nu bij Hem te blijven en Hem te volgen; naar Zijn woord te horen. Dat zal immers nu de weg zijn om tot Hem te komen en Hem te kennen. Johannes bedoelt dan ook met het woordje „zie" méér dan alleen maar: kijk eens om; vestig uw ogen eens op Hem. Dan zullen de mensen straks toch weer naar Johannes kijken en naar hèm luisteren. Of weggaan en alles vergeten. Zie! Dus: kom tot Hem en volg Hem!
En zo mogen wij Hem ook aan elkaar aanwijzen. Zie, het Lam Gods. Alleen mogen ook wij dan niet vergeten, dat dit zien van een bijzondere betekenis, van een bijzondere orde is. Ook voor ons geldt: ge zult Hem alleen maar zien zo ge bij Zijn Woord blijft en in Zijn Woord blijft. Ge zult Hem alleen maar zien in het licht van Zijn Woord, dat als een lamp is, die God ons aanreikt. En ook voor wat betreft dit zien liggen de dingen in het Koninkrijk Gods anders dan in deze wereld. Nietwaar: wanneer deze wereld zegt: zie, dan bedoelt ze: zet nu uw ogen wijd open. Hier gaat het eerder om een zien met gesloten ogen; liever nog: met ogen, geopend door de Geest Gods.
Zie, want Hij is het Lam Gods. In het licht van het Woord is Hij te zien, zoals Johannes Hem heeft aangewezen. Dan zullen wij tegelijk beseffen, hoezeer de benaming, die Johannes Hem heeft gegeven, te maken heeft met schuld en met verzoening; met een offer, dat niemand van ons geven kan. Hij is het Lam Gods. Er zijn er, die het als de last van hun leven ervaren, dat zij God niet de eer hebben gegeven, terwijl zij niet bij machte zijn, de scheiding op te heffen. Er zijn er, voor wie het de smart van hun leven betekent, dat zij het doel, Zijn doel niet bereiken, en hoe zullen zij tot Hem komen? Voor hen allen heeft Johannes een woord: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Johannes gaat opzij, opdat een ieder Hem mag zien. Hij is immers gekomen om een werk te doen, waarin niemand Hem ter zijde kan staan. Om de zonde der wereld weg te nemen, zegt de tekst. Let er eens op, dat er in dit woord zo'n ontzaglijke ruimte zit. De zonde der wereld. Dus niet de zonde van die ene man alleen, die als voor een muur staat en geen uitzicht kent. En zelfs niet de zonde van één volk alleen. Heel het wereldgeheel, heel de kosmos heeft zich van God losgerukt en Hij komt nu om die kosmos weer tot God terug te brengen. Dan zit er in Zijn naam een oneindige ruimte. Een ieder kan dus bij Hem terecht, al zouden zijn zonden nog zo groot zijn, bloedrood zijn. Zie, het Lam Gods! Maar zie dan toch! Leg al het uwe dan aan de kant. Er is leven, er is verzoening, er is vrede door Hem in de weg van bekering en waarachtig geloof, maar dat betekent tegelijk een sterven, een uzelf overgeven. Wilt u dat wel?
Wie Hem ziet, en dat is in feite: wie Hem kent, die heeft het eeuwige leven. Haast u, om het te vinden, want Jezus gaat u voorbij en heden wordt u gezegd: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's