De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oecumenische stroomversnelling in de classis Nijmegen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oecumenische stroomversnelling in de classis Nijmegen

6 minuten leestijd

De classicale vergadering van Nijmegen ontving in januari 1970 een ongewone convocatie van haar moderamen voor een classicale vergadering op 24 januari 1970.

Ongewoon vanwege agenda en bezoekers van deze vergadering.

O.l.v. prof. Haarsma uit Nijmegen (r.k.) stelde men voor zich te bezinnen over het ambt (vragen in de convocatie: is er een vast ambtspatroon uit het N.T. af te lezen; is er in de Ref. kerken plaats voor een stimulerende, bovenregionale ambtsdrager, die dan ook bevoegdheden bezit voor zijn gebied; valt zijn ambt samen met dat van de R.K. bisschop; heeft de wederzijdse erkenning van de ambten in de verschillende kerken ook praktische consequenties?)

In verband met het gewicht der vragen, aldus de convocatie, zijn ook uitnodigingen verzonden naar de Raad van Kerken in Nijmegen en naar de Dekenaten Nijmegen en Elst (Gld.). Dit laatste vanwege hun inbreng in het gesprek.

Via een meditatie (!) in een streekblad en een advertentie gaf het moderamen ruime bekendheid aan deze bijeenkomst en heette er ieder belangstellende welkom. Leden der classis werd verzocht dit via hun kerkblad eveneens te doen.

De redactie van „De Waarheidsvriend" verzocht mij, haar een verslag van deze bijeenkomst te geven. Nu ook het moderamen deze zaak in de openbaarheid heeft gebracht, voldoe ik gaarne aan dit verzoek.

Als lid der classis heb ik, mede namens de gemeenten Heteren, Valburg, Zetten en Andelst en Randwijk, geprotesteerd tegen deze gang van zaken en er op geattendeerd dat deze creatie van het moderamen een „novum" is; zij kan generlei kerkordelijke pretentie voeren en op zijn best een vergadering binnen de classis heten. De classicale vergadering is een werkvergadering der ambten; als wij dit gezichtspunt uit het oog verliezen, manipuleren wij wel zeer ongeestelijk met het ambt en zijn wij druk bezig met niveauverwarring. Van verschillende zijden kwam bijval.

Het moderamen liet het praedicaat „classicaal" vallen en verklaarde deze bijeenkomst tot een bijzondere.

Een verslag van een dergelijke bijeenkomst is geen simpele zaak. Natuurlijk leed zij — dit is geen enkele diskwalifikatie van de referent — door een zeker éénrichtingsverkeer in de voorlichting. Hij gaf een sympathieke benadering der dingen, ging uit van het bisschopsambt, waarin hij alleen een instrument wilde zien voor een zo goed mogelijk funktioneren der kerk. Vaste en blijvende patronen voor ambt en kerkorde moest men, volgens hem, in het N.T. niet zoeken. Hij herinnerde aan Noordmans' stelling (kerkorde heeft te maken met de erfzonde) en aan de stellingen van prof. Plomp, gaf vervolgens drie modellen van episcopaat, die zouden kunnen inspireren:1. Ignatius van Antiochië; 2. de visie van Vaticanum II; 3. de bisschop, zoals bijv. de Amsterdamse studentenpastores die zien. In een flitsend verhaal wist prof. H. op boeiende wijze theologische en practische vragen aan de orde te stellen. Volgende vragen leken mij in deze materie van belang om ter discussie te stellen (keuze wegens ruimte):

1. U start in de traditie. Dat kunnen wij in dit verband zeker niet mee maken. De Schrift! Antwoord: niet van de controverse uitgaan, maar van de dialoog en naar de toekomst gericht.

2. Moet de „zondeval van het ambt en van de kerkorde" niet uitgerekend bij Ignatius worden vastgesteld? En „valt" er bij hem niet veel meer? Avondmaalsopvatting en hellenistische mystiek! Kan hij ons als „regeer"-model inspireren? Antw.: u hoeft Ignatius niet te kiezen.

3. Ook Vatic. II noemt bisschoppen opvolgers der apostelen. In de Schrift funderen de laatsten de kerk (Efeze 2!). Is dan de overgang naar de bisschop niet een „sprong"? Antw.: heel de kerk is apostolisch, ook het ambt.

4. Als er geen vast ambtspatroon in het N.T. is, kunnen dan te enigertijd bisschop en paus niet discutabel worden gesteld en (ondeugende vraag!) komt u dan niet in de positie van Bileam te verkeren, geroepen om te vloeken, gedwongen om te zegenen? Antw.: Mogelijk. Voorshands zag prof. H. toch nog veel in de bisschop van Rome.

5. Kunt u ons (practisch) werkelijk de bisschop als inspirerend „regeer"model aanbevelen, gezien de permanente wederzijdse frustraties en spanningsrelaties ? ( Noordwijkerhout-Ned. Episcopaat enerzijds; Utrecht-Rome anderzijds?)

Antw.: Dat is een constatering!

Gezien zijn eigen visie op de ouderling (= ambt van de leek) was voor insiders niet vreemd, dat deze voor ons zo centrale ambtsfiguur niet erg uit de verf kwam. Bijzonder verheugend was daarom de deelname der ouderlingen (o.a. uit Nijmegen) aan de discussie. Eén van hen vroeg naar de verhouding hiërarchie en profetie („zó spreekt de HEERE!"), naar de plaats en functie van de ouderling bij Calvijn. Zulks ook i.v.m. het rapport-Berkhof, met wie prof. H. wel gezamenlijk een „kerkorde" dacht te kunnen schrijven (onderget. vroeg, of hij dan niet lelijk tussen „Rom und Sohm" zat). Veel werd gesproken over de bekwaamheid van de ouderling, te weinig m.i. over het essentiële: roeping en verkiezing. Een ander ouderling merkte op, dat het woord en het ambt van bisschop voor ons toch wel zeer belaste zaken zijn.

Eén der predikant-afgevaardigden maakte kritische opmerkingen over de apostolische successie en stelde in deze prof. H. enkele vragen (ter informatie).

Iemand stelde, dat ook het Synodebeleid centraliserende tendenzen vertoont. (Wie zal dat loochen? Het is juist veler zorg. C. G. B.).

Een ander (predikant) bracht de in onze kerk bekende figuur van de visitator naar voren. Wanneer de visitatie funktioneert, hebben wij geen bisschop nodig.

Diepe indruk maakte op velen de duidelijk uit het hart komende vraag van een oudere pastoor, die i.v.m. de conflictsituatie Ned. Kerkprovincie—Rome, vroeg: wat moeten wij doen, breken en bij u komen, of blijven?

Het werkelijk pastorale advies gaf m.i. een predikant, die zei: goed naar het Woord luisteren, dan wijst God u de weg!

Samenvattend zou ik willen zeggen: deze bijeenkomst was instructief en illustratief t.o.v. wat in onze kerkelijke situatie op de voorgrond treedt. Zij toonde heel duidelijk, hoe er bij Rome veel en in wezen toch niets veranderd is; zeer progressief en toch . .. nog iets zien in de paus. En bovenal: hoe broodnodig onze ambtsdragers de schriftuurlijke achtergronden van hun ambt moeten kennen, van waaruit alleen hun ambt gevuld en vervuld kan worden.

Men kan wel spreken over de funktie van het ambt in onze kerk en wereld van 1970, maar wie zich daaraan alleen oriënteert, komt bij de anarchie der Richterentijd terecht, ook al voeren wij een dialoog en kijken wij naar de toekomst.

De Reformatie leerde ons veritatief denken, vanuit de Waarheid Gods, de Openbaring. Deze Waarheid is voor ons onopgeefbaar. Daarom moeten wij niet voorbarig van wederzijdse ambtserkenning spreken, zoals de convocatie doet. Dit is minstens gevaarlijke beeldvorming.

Het geschrift „Onze verhouding tot de r.k. kerk" 1969 (p. 41) drukt zich veel voorzichtiger uit. Want wat gebeurt er met het ambt, de ambtsdragers en de gemeente, als het Woord in de schaduw blijft? Niemand zal de echte vragen, die gesteld worden door het N.T. zelf, mogen ontwijken of verdoezelen, maar laat ons bij het begin beginnen. Anders zullen wij met de Ambrosiaster, een commentaar op Paulus' brieven, uit de 4e eeuw, opnieuw en zeker dieper, moeten verzuchten: „de zaak is anders geworden, dan zij begon”.

Aan deze woorden moest ik, wegrijdend uit Elst, denken. Schuilt hierin voor ons allen geen ernstige waarschuwing?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Oecumenische stroomversnelling in de classis Nijmegen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's