De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bejaardenwerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bejaardenwerk

7 minuten leestijd

II.

Een andere visie op jeugd en ouderdom

Er was een tijd dat bijna vanzelfsprekend aan oudere mensen de leiding toeviel zowel in het maatschappelijke en politieke als in het kerkelijke leven. En nog is dat niet helemaal verdwenen: nog zijn er bejaarde politici en nog zijn er bejaarde en zelfs hoogbejaarde kerkelijke leiders.

Het is nog maar sinds kort dat in de rooms-katholieke kerk er een begin aan is gemaakt hoge kerkelijke ambtsdragers op een bepaalde leeftijd te laten aftreden. In de Hervormde kerk dateert het stellen van een leeftijdsgrens voor ambtsdragers (predikanten 65 jaar, ouderlingen en diakenen 70 jaar) nog maar vanaf de invoering van de nieuwe kerkorde in 1951.

Tot voor kort werd dus naar het schijnt aan de wijsheid, de praktische kennis en ervarenheid der ouderen grote betekenis toegekend. Omdat jongeren werden geacht die in mindere mate of in het geheel niet te bezitten werden zij vaak gepasseerd, moesten zij hun tijd afwachten.

Uiteraard hadden de ouderen in deze situatie een speciale opdracht. Zij moesten leiding geven, maar bovendien hun kennis, bekwaamheid en ervaring overdragen aan de komende generatie. Hiermee gepaard ging als vanzelf ook de overdracht van een bepaalde levensstijl.

Dit alles heeft duidelijk samen gehangen met heel het karakter van onze cultuur in het verleden. Toen deze nog niet overwegend industrieel van aard was, was zij agrarisch-ambachtelijk. In het maatschappelijke leven kon het gewoon niet anders dan dat de ouderen de toon aangaven. Zij alleen waren de geoefenden en er was voor de jongeren om er „in" te komen geen andere weg dan die van de praktische scholing door middel van de ouderen.

Intussen is echter heel onze cultuur grondig gewijzigd. Wij leven thans in het tijdperk der voortgaande industrialisatie, met als nevenverschijnselen: de verstedelijking (urbanisatie) en een opzienbarende ontplooiing van het schoolwezen.

Als vanzelf brengt dit met zich mee een zogenaamd „functieverlies" der ouderen; scholen van allerlei aard nemen hun taak over. Zelfs in de agrarische sector van de maatschappij, want daar vindt men de landbouwscholen. Stellig is dit een der oorzaken waarom heden heel anders tegen de ouderen en zeker tegen de bejaarden wordt aangekeken dan vroeger het geval was.

Een tweede oorzaak hiervoor is echter de welvaart. Deze heeft onze jeugd de gelegenheid gegeven de jonge jaren van het leven bewuster door te maken dan ooit. Zij zijn niet meer de „kleine volwassenen" die al op jonge leeftijd worden ingeschakeld in het arbeidsproces. Zij doen aan vrijetijdsbesteding en voor een groot deel ook aan sport. Zij treden als een aparte groep op de voorgrond en doen zich als zodanig zelfs sterk gelden. Het goede en mooie van het leven is vaak duidelijk aan hen af te lezen. En schril steekt daarbij af het verval van de ouderdom. Jong zijn wordt als een voorrecht beschouwd; ieder doet zijn best het zo lang mogelijk te blijven; oud worden is zelfs voor velen een schrikbeeld.

Van belang is in dit verband ook de overdreven hoge waardering van de sexualiteit in onze tijd. Zij brengt met zich mee een negatief oordeel over de ouderdom, waarin de mens zijn aantrekkelenkheid in dezen heeft verloren.

En als laatste punt wil ik nog noemen, dat onze maatschappij steeds meer ingesteld raakt op zakelijkheid (efficiency). Er wordt in toenemende mate een dusdanige kennis, bekwaamheid en handigheid vereist dat ouderen er vaak moeite mee krijgen nog mee te kunnen. Men kan er de personeelsadvertenties op naslaan in onze dagbladen, hoe vaak er bij staat dat alleen mensen tot 35 of 40 jaar kunnen solliciteren. Ouderen zijn niet meer in de gratie. Zelfs in het beroepingswerk in de kerken speelt dit soms een rol; ook daar geeft men vaak de voorkeur aan jonge krachten.

Geen discriminatie

De kerk is er niet toe geroepen de waarderingsoordelen en de maatstaven van de wereld: de maatschappij, de cultuur, enz. over te nemen. Zij is er voor alle generaties, voor mensen van alle leeftijden. Gelijk ook het evangelie er voor alle generaties is. Ook Christus zelf heeft nimmer voorkeur uitgesproken voor een bepaalde leeftijd. Hij ontving kinderen om ze te zegenen, was onder de bruiloftsgasten te Kana, maar hielp ook weduwen als die te Naïn. Er is bij God geen aanneming des persoons. Hij bewijst niet jongeren zijn genade omdat zij jong zijn en evenmin ouderen omdat zij oud zijn. De kerk mag zich daarom niet uitsluitend of overwegend richten of op de ene of op de andere groep. Zij heeft een taak voor allen!

Het is onmiskenbaar dat in de Bijbel de jongeren ingeprent wordt eerbied te betonen jegens de ouderen. Op het hoofd der ouderen ziet de Bijbel de kroon der grijsheid en die kroon moeten jongeren eren. Vooral in het Spreukenboek staan in dit verband heel wat vermaningen aan het adres der jongeren, welke nog hoogst aktueel zijn. Het ontbreekt vele jongeren tegenwoordig zelfs aan elke vorm van wellevendheid en hulpvaardigheid ten aanzien van bejaarden. Daar moet op gewezen worden. Al wat de Schrift ons op dit punt leert, blijft van kracht.

Maar er staat tegenover dat de Bijbel ook weet van het treurig verval van de mens op zijn oude dag. 's Mensen ontluistering. Men leze slechts Prediker 12. De sombere Palestijnse winter moet daar dienen als beeld voor de ouderwordende mens. Er gaat aan vooraf (vers 1) de opwekking om de Schepper te gedenken in de dagen dat men jong is, eer de „kwade dagen" komen, de jaren waarin men er geen lust meer in heeft. En in Psalm 78 staat zelfs dat de kinderen maar niet moeten worden als hun ouders, hun vaderen, want dat was een ongehoorzaam en weerspannig geslacht, dat Gods verbond niet heeft gehouden.

Zo staat de Bijbel met zijn boodschap niet alleen midden onder de generaties maar ook er tussen. Hij kiest noch voor de ouderen noch voor de jongeren op grond van hun leeftijd. Hij roept allen tot het gedenken aan God en het houden van Zijn verbond. De Bijbel discrimineert niet. De kerk mag dat ook niet doen.

Gemeten naar wereldse maatstaven was in vroeger dagen de ouderdom wellicht te verkiezen boven de jeugd, en is het in onze tijd net andersom. Maar gemeten naar de maatstaven van God en Zijn Woord valt deze keus in het niet. Als mens, als schepsel, als zondaar en zondares zijn wij allen voor God gelijk. Wij hebben allen hetzelfde heil nodig. Vlees en bloed beërven niet het koninkrijk Gods, maar alleen zij die Gods wil doen blijven tot in der eeuwigheid. Wij mogen niet de ouderen eren ten koste van de jongeren; evenmin de ouderen verwaarlozen ten bate van de jongeren.

Volwaardige mensen

Soms doen wij zelf, zonder het te bemerken, mee aan de moderne discriminatie van bejaarden. Hierop ben ik attent gemaakt door het boekje van dr. J. C. Schreuder, Als daar muziek voor is ... (Overwegingen over de ouderdom) (Den Haag 1965). Er is vaak een zeer bepaalde manier waarop wij bejaarden aanspreken en behandelen. Is zij een vrouw dan spreken wij haar aan met „moedertje". Het klinkt erg vertrouwelijk en gemoedelijk. Je vindt dit bij artsen en predikanten vooral, maar soms ook wel bij jongere familieleden. De bejaarden nodigen er soms zelf als het ware toe uit. Wellicht vinden zij het zelfs wel prettig om op deze manier aangesproken en behandeld te worden. Zij laten zich graag weldoen, zelfs be-moederen, als waren zij kinderen. Maar het is de vraag of het mag en of het juist is. Ook zij zijn volwaardige mensen, net zo goed als hun dominee, ouderling of familielid. Of zij het zelf begeren of niet, maar zij hebben er recht op als zodanig behandeld te worden. Wij zullen ze in hun verantwoordelijkheid moeten blijven respecteren. Hiermee naderen wij de kern van het pastoraat onder bejaarden. Daarover dan de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bejaardenwerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's