BOEKBESPREKING
Bo Reicke, Leonhard Rost: Bijbels Historisch Woordenboek, deel III en IV; Uitgave Het Spectrum, Utrecht; Aulareeks; prijs per deel ƒ7, - .
Al eerder hebben we van dit bijbels historisch woordenboek, dat in zes delen verschijnt, de eerste twee delen besproken. Allerlei bijbelse namen en begrippen komen in alfabetische volgorde aan de orde. De archeologie neemt een belangrijke plaats in. Daardoor heeft dit bijbels lexicon niet zozeer een bijbels theologisch maar meer een historisch karakter.
Al met al een uitgave die een schat aan informatie biedt. Door de pocketuitgave is de prijs van dit omvangrijke werk aanzienlijk lager dan van de Duitse originele uitgave. Van harte aanbevolen.
R. Hovenga: Lifter of reisgenoot, ontmoeting tussen kerk en geestelijk gehandicapte; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen; 110 pagina's; ƒ 7, 90.
De schrijver van dit boekje is als sociaal-pedagoog werkzaam bij de Provinciale Stichting voor Chr. Sociaal Pedagogische zorg en nazorg voor geestelijk gehandicapten in Noord-Holland. In dit boekje heeft hij het vraagstuk van de verhouding tussen de kerk en de geestelijk gehandicapten aan een grondige analyse onderworpen. Bij een vijftigtal gezinnen, waarin geestelijk gehandicapten voorkwamen, is een onderzoek uitgevoerd waarbij aan de hand van een aantal vragen inzicht werd verkregen in de pastorale zorg van de kerk voor de gehandicapten, alsook in de wijze waarop de ouders daarop reageren. Verder gaat de schrijver uitvoerig in op de gedachtenwereld van de gehandicapten, waarin vooral aandacht wordt besteed aan het godsdienstig besef en de religieuze beleving.
Van veel belang is het slothoofdstuk, waarin de schrijver ingaat op de aparte kerkdiensten voor geestelijk gehandicapten. Hij waarschuwt tegen een al te vanzelfsprekende positieve waardering van deze diensten. Het houden van zulke diensten kan het probleem namelijk wel eens meer vergroten dan verkleinen, namelijk wanneer er geen sprake is van een integratie van deze diensten in het geheel van de gemeente. Veel van die aparte diensten zijn geen ambtelijk geleide diensten. Hij waarschuwt er dan ook voor dat deze diensten gaan behoren tot de „liefhebberij" van een commissie. Ook vraagt hij zich af waarom bepaalde predikanten menen zich in deze diensten allerlei liturgische vrijheden te moeten veroorloven die ze zich anders niet veroorloven. Gepleit wordt dan ook voor echt kerkelijke regels in ambtelijk geleide diensten, waar ook andere gemeenteleden aanwezig zijn.
We zouden met nadruk de lezing van dit boekje willen aanbevelen. Soms rijzen er wel vragen, bij voorbeeld wanneer de schrijver het vraagstuk van het avondmaal aan de orde stelt. Maar voor ieder die met deze zaak te maken heeft is in dit boekje veel goeds te vinden dat bij de doordenking van dit verantwoordelijke werk van belang is.
Naast de taak voor de verenigingen, die zich bezig houden met het werk voor de geestelijk gehandicapten, liggen hier ook directe opdrachten voor de plaatselijke gemeenten. In toenemende mate wordt dat beseft. Daarom is een boekje als dit een welkome handleiding.
Democratisering en Samenleving, Themanummer van Onderling Kontakt, studieblad voor Gereformeerd zicht op politiek en maatschappij; 60 pagina's; bestelbaar door storting van ƒ 2, 50 op gironummer 52 63 17 t.n.v. adm. O.K., Moerkapelle. Abonnement ƒ5, 50 (studerenden ƒ 4, 50), dit nummer gratis.
De redactie van Onderling Kontakt besteedt in dit themanummer aandacht aan de democratiseringstendensen die momenteel allerwege te signaleren zijn. De heer D. A. Roozemond behandelt de democratisering als cultuurmotief, waarbij aandacht wordt besteed aan bepaalde filosofische achtergronden. De heer M. Golverdingen neemt D '66 met zijn streven naar radicale democratisering onder de loep, waarbij hij ingaat op de kwestie van een gekozen minister-president en het districten-stelsel. Een onbedoelde dubbelzinnigheid is in dit artikel te vinden in een drukfout. Democraten is namelijk een keer gewijzigd in demoncraten. De heer Golverdingen pleit voor een schriftuurlijk geïnspireerde politiek met zicht op continuïteit met het verleden en besef van de doorbreking van de zonde in de maatschappelijke structuren.
Verder staat in dit nummer een instruerend artikel van de heer H. A. Abma over het studentenprotest. Hij merkt op dat het niet toevallig is dat de studenten de problemen van de derde wereld nodig hebben ter rechtvaardiging van de revolutie in het Westen. Het huidige revolutionaire streven wordt door hem scherp becritiseerd. Anderzijds waarschuwt hij tegen een ageren tegen de goden van deze eeuw vanuit wat hij noemt een farizeïstische houding. In dit verband willen we wel een critische kanttekening maken bij de opmerking dat we in ons maatschappelijk handelen, vanuit de totale herschepping die alles nieuw maakt, anticiperen moeten op het Godsrijk. Deze laatste opmerking is naar het ons voorkomt voor misverstand vatbaar. Gezien de Rijksideologieën die momenteel te signaleren zijn zou het beter geweest zijn als in dit verband gesproken was over het oprichten van tekenen van het komende Koninkrijk dan van anticipatie op het Rijk.
Maar dat neemt niet weg dat dit nummer zeer de moeite van het lezen waard is. Het is geen overbodige luxe om in onze tijd vanuit het gereformeerd belijden bezig te zijn met de vragen van Schrift en Maatschappij. Daarom bevelen we dit nummer van harte aan. De uitgave is keurig verzorgd.
Ds. H. Knoop: Pastoraal Deposito; Uitgave De Vuurbaak, Groningen; 124 pagina's; ƒ 9, 90.
Ds. H. Knoop, emeritus predikant van de Geref. Kerken (Vrijgemaakt), geeft in dit boekje 25 korte verhalen over personen die hij in zijn ambtelijke loopbaan op het pastorale vlak heeft ontmoet. Personen van allerlei slag, die elk voor zich een aparte benadering nodig hadden. Het zijn vlot geschreven stukken, waaruit een jarenlange ervaring spreekt.
Toch kunnen we niet zeggen dat we erg content zijn met dit boek. Overvloedig komen mensen ter sprake die „waarheden kregen", „bekommerd waren" of meenden dat er met een mens toch „iets gebeuren moest". En daarbij laat de schrijver telkens een nauwelijks verholen aversie blijken tegen de bevindelijke kringen, waarbij hij niet schroomt soms generaliserende opmerkingen ten beste te geven over deze kringen die door hun eenzijdigheid bepaald caricaturaal zijn. Bij voorbeeld als gesproken wordt over de onverschilligheid die men vaak bij jongeren uit dat milieu aantreft, of over de ongeestelijke erfenis die iemand uit die kring had meegekregen. We hebben er geen enkele behoefte aan om allerlei eigenaardigheden of ontsporingen, die hier en daar voorkomen, te ontkennen, maar de schrijver blijkt weinig begrip te hebben voor de bevinding al zodanig, voor de worsteling om genade, voor de diep bijbelse noties als schuldbesef en bekering. En daarom mist het geloof waarover steeds gesproken wordt aan bijbelse diepte en warmte.
Door dit alles worden de mooie passages die in dit boekje voorkomen naar de achtergrond geschoven.
Nico J. van Vliet, Apartheid in Zuid-Afrika, 132 blz., ƒ7, 50, N.V. De Graafschap, Aalten/ Wever, Franeker z.j.
Het is „in" om zonder meer tegen apartheid te zijn. Het is niet „in" om zich eerst op de hoogte te stellen en pas aan de hand van verkregen informatie zich een oordeel te vormen.
Het eerste is letterlijk een voor-oordeel. Maar dat is in ons Iand niet zo erg, als het maar (theologisch) in de buurt van medemenselijkheidsidealen schijnt te komen en (politiek) een beetje rood is. Of erg rood.
De informatie die door de heer Van Vliet in '65/ '66 per televisie is gegeven, en die in dit boek met nieuwere gegevens werd aangevuld, hoort tot de tweede categorie. Ze onderscheidt zich daarmee zeer gunstig van verreweg het meeste wat in dit opzicht via de publiciteitsmedia wordt geboden.
Schr. heeft belangrijke figuren onder voor-en tegenstanders in Zuid-Afrika gelijkelijk ondervraagd, en ook antwoorden die hemzelf minder te pas kwamen (hij distantieert zich van het apartheidsbeleid) eerlijk en ronduit weergegeven. Zo krijgen wij een indruk van de apartheid zoals die doorwerkt in het onderwijs, de werkgelegenheid, de pers, de kerk en in de vorming van Bantoe-stamlanden en waar de niet-blanken hun eigen ontwikkeling kunnen doormaken — naar althans de bedoeling is.
Zo voor en tegen naast elkaar zettend, liep schr. het risico dat anderen (zoals uw recensent) zullen vinden dat zijn uiteindelijke afwijzing van het apartheidsbeleid toch nog te veel uit bepaalde Nederlandse denkpatronen opkomt, en dat hetgeen hij aanvoert welbeschouwd een weinig stevige basis voor die afwijzing lijkt te bieden. Nochtans is het zeer loffelijk dat hij dat risico wilde nemen. Daarbij weet schr. te luisteren, er is om zo te zeggen met hem te praten. Hij houdt zich verre van het gebruikelijke laakbare ongenuaceerde afwijzen, ja zelfs honen van de Zuidafrikaanse regering en (blanke) bevolking. Hij irriteert daardoor niet hen, die menen inzake de hoofdlijnen anders te kunnen concluderen.
Zeer aan te bevelen voor wie zich voor deze stof interesseert.
Dr. M. A. Beek, Wegen en Voetsporen van het Oude Testament. 326 blz., geb. ƒ 25, —. Het Wereldvenster, Baarn 1969.
Wij hebben hier voor ons de zesde (omgewerkte) druk van een boek dat reeds brede bekendheid heeft gekregen.
Dit laatste verwondert ons niet want het is inderdaad een mooi en interessant boek. Het bevat een „wandeling" die de schrijver maakt door heel het Oude Testament, waarbij hij zijn lezers op allerlei attent maakt, hen een toelichting geeft bij hetgeen zij zien en zo hun belangstelling voor de heilsgeschiedenis gaande maakt.
Prof. Beek verstaat de kunst van het vertellen; zijn stijl is boeiend en levendig; het boek Iaat zich graag lezen.
Vaak las ik verrassende opmerkingen die licht werpen op een bepaalde geschiedenis, en waar winst mee gedaan kan worden.
Het geheel eigene van het Oude Testament als Heilige Schrift wordt niet zonder meer verwaarloosd maar had toch, naar ons oordeel, sterker aan de dag moeten komen. Wij kunnen het er niet mee eens zijn dat het verhaal van Bileam een sprookje zou zijn, het verhaal van het stilstaan van de zon ten tijde van Jozua een sage — om slechts enkele van dit soort uitspraken aan te halen. Over het algemeen weegt de historiciteit der verhalen in het O. Testament prof. Beek niet zwaar, veel meer wat de vertellers met hun verhaal voor ogen hebben gehad. Daarachter zit een benadering van de Schrift die niet de onze is.
Het neemt niet weg dat van zijn boek veel te leren valt, en dat wij het een mooi boek vinden.
Er komt bij: de uitgever heeft het een fraai uiterlijk gegeven.
Dr. H. Faber, Geloof en ongeloof in een industrieel tijdperk. 123 blz., ƒ 9, 80, Van Gorcum, Assen 1969.
Dr. Faber, de schrijver van dit boek is zowel doctor in de theologie als in de psycholgie en is lector aan de rijksuniversiteit te Leiden.
Zelf noemt hij zijn boek een verkenning. Dat doet denken aan onbekend gebied. Het viel me, eerlijk gezegd, niet helemaal mee te ontdekken wat nu precies het nieuwe is dat door deze verkenning aan het licht is gebracht. De schrijvers die door dr. Faber worden aangehaald hebben elk voor een deel al hetzelfde gezegd. Reeds meermalen is er verband gelegd tussen bepaalde verschuivingen op het terrein van godsdienst en kerk én de wijzigingen in ons huidig cultuurpatroon; ook tussen de wijzigingen in onze cultuur én in de mens zelf. Alleen: bij dr. Faber komt het alles wat scherper naar voren, nadat eerst een hele materiaalverzameling heeft plaatsgevonden.
Vooral zijn ordening van dit materiaal, vanuit een bepaalde interesse, vind ik het informatieve en ook interessante van zijn boek.
Overigens: het spoor waarop gereden wordt is naar mijn gevoelen wel wat smal. Op bladzijde 23 worden door hem drie typen buitenkerkelijken genoemd, men zou ze (als ik ze met mijn eigen woorden mag weergeven) kunnen noemen: de onverschillige, de protesterende en de geërgerde. Maar Faber weet eigenlijk alleen met het tweede type raad. Vooral over het derde, dat van mensen die zich aan de inhoud van het evangelie ergeren horen wij niets.
Een tweede bezwaar is dat de theorie op verschillende plaatsen toch wel te veel aan het materiaal wordt opgelegd, dat er soms naar mijn inzicht wat al te haastige conclusies worden getrokken, en dat de schrijver teveel in Freud bevangen blijft.
Dit raakt mijn hoofdbezwaar. Faber gaat uit van de mens en zijn cultuur; niet van de openbaring Gods in de Schrift. Mogelijk hangt dit samen met zijn visie op de verhouding van theologie en psychologie, maar deze visie meen ik dan ook te moeten afwijzen. Vele uitspraken in dit boek keerde ik al lezend, voor mijzelf geheel om, en dan kwamen zij mij als juist voor.
Dit neemt niet weg, de verbanden die door dr. Faber aan het licht worden gebracht zijn er ontegenzeggelijk. Het is een boekje dat veel inzichtelijk maakt. Dat ik als zodanig dan ook hoog waardeer. Wie het koopt moet goed weten wat hij leest, maar hij zal er dan ook geen spijt van hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's