De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bejaardenwerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bejaardenwerk

8 minuten leestijd

III

Is bezoek nodig?

Een typisch verschijnsel in allerlei moderne ontwerpen van de arbeid der kerk in onze tijd is, dat men aan de pastorale zorg aan mensen die zich in een „grenssituatie" bevinden, zoals ziekte en dood, weinig waarde hecht. Immers, volgens het nieuwe theologische denken is de mens er niet voor de eeuwigheid maar voor de tijd. Dientengevolge is er in vele kerkelijke kringen weinig bezorgdheid meer voor het heil der zielen.

Ook het pastoraat heeft hierdoor een diepingrijpende wijziging ondergaan. Het is uit de „religieuze" sfeer overgebracht in de „ethische". Het richt zich tegenwoordig vooral op de mens als iemand die leeft in de tijd, in een bepaalde maatschappij en cultuur, het doet een beroep op zijn mondigheid en wereldwijde verantwoordelijkheid.

In de kerk van de toekomst, zoals velen die zich voorstellen, zal het bezoeken van zieken en bejaarden niet meer het werk zijn van opgeleide zielzorgers en ambtsdragers; dit werk zal worden overgelaten aan particuliere initiatieven die opkomen uit lekengroepen. Enige vrees dat heel dit werk daardoor weleens in het slop zou kunnen geraken, schijnt er niet te zijn.

Ook wanneer wij afzien van hetgeen er theologisch achter deze ontwerpen van de kerk van de toekomst schuilgaat, willen wij ook uit practische overwegingen pleiten voor een toch niet verwaarlozen van deze groep gemeenteleden. Wij hebben daarvoor de volgende overwegingen:

1. Vele bejaarden kunnen niet meer naar de kerk komen om daar de zondagse diensten bij te wonen. Misschien hebben zij kerktelefoon. Dan nòg blijft het van belang dat de kerk, bij tijden, in de figuur van een ambtsdrager hen opzoekt.

2. Vele bejaarden zijn hardhorend; kunnen de preek niet meer verstaan of slechts gedeeltelijk. Toch dient het Woord Gods ook tot hen te komen. Dat kan in dit geval alleen door bezoek.

3. Vele bejaarden missen een deel van een normaal opnemingsvermogen. Ook al komen zij dus nog wel naar de kerk, zij kunnen toch niet alles meer opnemen en verwerken. Dat euvel kan alleen in een persoonlijk gesprek worden opgevangen. Daarin kan het tempo waarin gesproken wordt worden aangepast aan de persoon in kwestie. Een zin kan zonodig nog eens worden herhaald. Er is ook niet zoveel ineens te verwerken.

4. Vele bejaarden hebben een bewogen levensgeschiedenis. De meeste van hen hebben één of meer zware verliezen geleden, of andere schokkende ervaringen opgedaan. Alleen bij een bezoek kan men op al die verschillende persoonlijke lotgevallen ingaan. De Schriftlezing kan er bij worden aangepast. Het gebed zal er de sporen van dragen. Het is dan het leven van déze mens dat in het licht gesteld wordt van het Woord Gods en ook is het déze mens die dan vanuit dat Woord licht en leiding, vermaning en vertroosting ontvangt. Alleen in een persoonlijk bezoek is dit mogelijk.

Wij geven toe: voor dit alles is niet persé nodig het bezoek van iemand die in de kerk ambtsdrager is. Ook gemeenteleden kunnen anderen, in dit geval bejaarden vermanen en vertroosten. Maar enige gewèndheid hierin is toch ook niet te verachten; en die mag bij ambtsdragers worden verondersteld. Bovendien: er is ook nog zoiets als een ambtelijke volmacht. Dit werk is en blijft daarom toch wel de taak die speciaal op ambtsdragers rust.

De ontmoeting

In de meeste gevallen is bij bejaarden de kerkelijke bezoeker welkom. Dat is een groot voordeel. Zij hebben de tijd om iemand te ontvangen. Bezoek wordt zelfs vaak zeer gewaardeerd. Ook wel bij mensen die overigens weinig gedaan hebben aan kerk en godsdienst. Hier liggen dan ook mooie en belangrijke kansen.

Een goede bezoeker zal altijd zijn ogen goed de kost geven. De inrichting van het huis, de manier waarop men (uiterlijk gezien) woont en leeft is niet een toevallige. Zij zegt ons iets omtrent de mensen zèlf bij wie wij op bezoek zijn. Wij moeten de sfeer van het huis als het ware proeven. Wij kunnen daar dan mee rekenen in de wijze waarop wij deze mensen benaderen.

In vele gevallen moeten wij leren geduld te oefenen. De ontvangst gaat niet zo vlot als bij jonge mensen. Wie zelf een gejaagde is is niet bepaald geschikt om oude mensen te bezoeken. Men begrijpt ons niet zo gauw of verstaat ons verkeerd; het duurt enige tijd tot het tot een werkelijk gesprek kan komen. En ook dan is men er nog niet. De verhalen zijn vaak lang, soms met vele herhalingen. In het ene geval zal men als bezoeker de ander moeten laten uitpraten, in het andere geval is het zaak om op een bepaald moment, zo tactisch mogelijk, het gesprek over te brengen op iets anders.

Laten wij ook niet te haastig zijn met onze eigen opvattingen, hoe goed en waar ook, in het midden te brengen. Wie dat abrupt doet, slaat bij de ander alles dicht. Word niet heftig tegen een oud man, staat er ergens in de Schrift. Wij moeten wat kunnen verdragen. Wat verderop in het gesprek krijgen we wellicht nog alle gelegenheid om op de juiste tijd en plaats wat recht te zetten.

Het gesprek

Een groot gevaar is dat ons bezoek ontaardt in een gezellig samenzijn. Dat gevaar is extra groot wanneer wij ons bezoek te lang maken. Men houde de klok in de gaten, zonder overigens gehaast te doen. Komt er visite, dan kan men in vele gevallen het best opstaan, en zeggen dat men nog eens terug hoopt te komen (een belofte die schuld maakt), natuurlijk met de nodige excuses aan het adres van de nieuwe bezoekers.

De dingen waarover gesproken moet worden bij het bezoeken van bejaarden zijn in principe niet verschillend van die waarover gesproken wordt bij jongere mensen. De Schrift wil een boek zijn voor 's mensen hele leven; zij wil echter bovenal een wegwijzer zijn ten eeuwigen leven.

Toch komen in bezoeken bij bejaarden bepaalde onderwerpen als vanzelf sterker naar voren dan in andere bezoeken. De beproevingen van Godswege zijn veelvuldiger. Er zitten soms jaren-oude „waaroms". Men kan totaal vastgeroest zitten in oude dwalingen, ook ten aanzien van het verkrijgen van eigen zieleheil. In een enkel geval constateert men als bezoeker een jammerlijke afstomping. Bij menigeen is een sterk gevoel van de vergankelijkheid van het leven. Op de bodem van het hart is er de gestadige wetenschap dat het naar het einde gaat. Ook al lijkt het soms dat door hem of haar daar maar weinig aan gedacht wordt, men kan zich vergissen. Er zijn de slapeloze uren van de nacht waarin meer getobd wordt dan anderen vermoeden. Er is elke avond bij het naar bed gaan de gedachte: zal ik morgen weer wakker worden? Soms zijn er ook oude schuldgevoelens. Er is soms ook de grote vrees verloren te zullen gaan.

Zo is er een ruim veld voor gesprek. Talloze gedeelten uit de Schrift kunnen daarin, elk op hun tijd, naar voren worden gebracht. Als bezoeker moet men zelf goed thuis zijn in die Schrift. Naar mijn gevoelen heeft het pastoraat hier bijzondere kansen; en is het een mooi en dankbaar werk.

In het algemeen gesproken, dient het bezoek en dus ook het gesprek uit te lopen op een gebed. Dit is dan zowel een bidden voor de bejaarden als tegelijk ook een bidden met hen. De woorden die er zojuist wederzijds gewisseld zijn, maar bovenal het samen gelezen Woord Gods mag in dat gebed resoneren. Daarna blijve men niet nòg weer praten; dat verdringt maar hetgeen vàn en tòt God zojuist gezegd is.

Hoe iemand heengaat

De ouderdom is onmiskenbaar de voorbode van de dood. De dag komt waarop het levensboek van déze man of van dié vrouw voorgoed wordt gesloten. Alleen God komt het toe dat boek te openen en Hij zal dat ook gewis doen. 's Mensen dood is onherroepelijk, het leven kan niet worden overgedaan; er valt met de dood een beslissing voor eeuwig. Wij moeten allen, maar zeker ook als ambtdragers, hiervan diep overtuigd zijn. De zorg en het heil der zielen staat in de Schrift voorwaar niet achteraan. In de reformatietijd kwam de zorg daarvoor weer opnieuw naar voren. In de tijd der Nadere Reformatie werd het extra onderstreept. Niet één mens kan ons onverschillig zijn. Er is naast de mogelijkheid om behouden te worden ook de mogelijkheid verloren te gaan, dat zal aan onze prediking en ons pastoraat een laatste ernst moeten geven. Het gewicht van de eeuwigheid dient er in voelbaar te zijn. Hoe iemand heengaat .. . dat vinden wij hoogst belangrijk. Belangrijker dan vele andere dingen, ook zulke waar men in onze tijd zich zo druk over maakt. Wat een troost, ja blijdschap zelfs, wanneer wij aan het eind mogen weten: hij of zij ging van ons heen in de hope des eeuwigen levens! Heeft onze HEERE God ook ònze arbeid daartoe willen gebruiken, het is onze beste en hoogste beloning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bejaardenwerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's