Psalmberijming 1968
Vanwege het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is de Psalmberijming 1968 bestudeerd door een commissie bestaande uit vijf leden, onder wie twee theologen en twee neerlandici.
Deze studie leidde voor het hoofdbestuur tot de volgende overwegingen.
1. Het boek der Psalmen is van bijzondere betekenis voor het geestelijk leven van de Kerk. Luther noemde het boek der Psalmen een kleine Bijbel, die ons lief en dierbaar is, alleen al omdat het van Christus' sterven en opstanding zo klaar spreekt en Zijn Rijk ons afbeeldt en de stand en het welzijn van de gehele christenheid.
Het zingen van de psalmen is een onmisbaar bestanddeel van de eredienst, waaraan niet genoeg aandacht kan worden besteed. Daarom moet een berijming van de Psalmen aan zeer hoge eisen voldoen. Daarbij komt, dat een berijming is bestemd, dat is althans de bedoeling, voor meer dan een geslacht. De verantwoordelijkheid, die een kerk of een gemeente op zich neemt bij de invoering van een nieuwe berijming, welke dan ook, is groot.
2. Wat de werkwijze van de commissie aangaat, het onderling vergelijken van grondtekst, oude berijming en nieuwe berijming voor alle psalmen bleek vooralsnog praktisch niet uitvoerbaar. Daarom is een achttiental psalmen geselecteerd, dat representatief kan worden geacht voor de gehele bundel. Enkele malen zijn, ter betere afronding van de beoordeling van bepaalde aspecten, ook psalmen buiten het achttiental in het onderzoek betrokken.
3. De Kerk doet ook in haar liturgie belijdenis van haar allerheiligst geloof. En daarom staat of valt een berijming van de psalmen met de mate van haar overeenstemming met de onberijmde tekst.
4. Het gehele Oude Testament is een deel van de Heilige Schrift. Als boek der verwachting is het open naar de toekomst. Zo wil de gemeente de psalmen lezen en zingen, d.i. bij nieuwtestamentisch licht. De nieuwe berijming daaraan toetsend blijkt
a. dat in meer dan één psalm het messiaans-eschatologische element tekort komt — in ps. 16 b.v. wordt Hand. 2 : 31 en 13 : 25 niet gehonoreerd; voor ps. 40 geldt hetzelfde ten aanzien van Hebr. 10 : 5b en 10a;
b. dat de nieuwtestamentische vervulling van bijbelse noties als bevrijding, verzoening, heil, de Naam Gods niet of niet voldoende wordt opengehouden;
c. dat een aantal verzen te nuchter, te mat is en de sterke bewogenheid van de psalmist in tijden van strijd en twijfel mist; terwijl één en ander in de oude berijming in het algemeen wel goed doorkomt.
5. Het taalgebruik in de nieuwe berijming is doorgaans waardig en verstaanbaar, zonder profaan te worden. Te moeilijke of te alledaagse uitdrukkingen komen voor, doch zelden. De nieuwe berijming bevat minder toevoegingen aan de onberijmde tekst dan de oude berijming. In de nieuwe berijming heeft men, zich beijverend om modern Nederlands te gebruiken, zich vele malen losgemaakt van uitdrukkingen, die tot het karakteristieke bijbelse taaleigen behoorden, zoals b.v. goedertierenheid, dat slechts een enkele maal voorkomt, terwijl het in de vertaling van het N.B.G. ongeveer honderd maal gevonden wordt. Dit is een verarming van de taalschat.
Er zijn psalmen die in de nieuwe berijming verder van de grondtekst staan dan in de oude, maar ook het omgekeerde komt voor. Voorbeelden van slecht berijmde psalmen zijn Ps. 56 en 146.
6. Bij een nieuwe berijming is in de eerste plaats norm voor de beoordeling de mate van overeenstemming met de onberijmde tekst (zie 3). Taalkundige argumenten, hoe belangrijk ook, komen op de tweede plaats. Het hoofdbestuur ontveinst zich niet, dat daarnaast nog andere momenten een billijke beoordeling kunnen belemmeren. Al te gemakkelijk wordt een generaliserend oordeel over de nieuwe berijming uitgesproken, waarin te weinig respect uitkomt voor de vele ernstige arbeid, die er achter ligt. Anderzijds wordt soms de oude berijming even ongenuanceerd afgewezen om archaïstische woorden en uitdrukkingen en andere gebreken, waarbij niet wordt gerekend met de bijzondere betekenis van deze berijming voor het kerkelijke en geestelijke leven, dat twee eeuwen lang de invloed ervan onderging. Het nieuwe zal een zeer sterk prae moeten hebben, zal dit het oude kunnen verdringen en vervangen. Invoering van een nieuwe berijming met algehele eliminering van de oude, acht het H.B. altijd onjuist. Altijd zal nodig zijn een lange periode van overgang van de ene naar de andere.
7. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond komt tot de volgende conclusies:
a. Ondanks bezwaren, die kunnen worden aangevoerd tegen de oude berijming, blijft het H.B. de voorkeur geven aan de oude boven de nieuwe berijming.
Daarbij herinnert het H.B. mede aan de les van de geschiedenis, die Iaat zien op welke ernstige bezwaren een verandering in de liturgie van zulk een diep ingrijpende aard als een nieuwe psalmberijming, stuit. Meer dan eens heeft een kerkeraad een deel van de gemeente van zich en van de kerk vervreemd door niet dringend noodzakelijke veranderingen aan te brengen.
b. De Kerk heeft haar eigen weg te gaan. Zij behoort zich niet door bepaalde beslissingen van verenigingen of schoolbesturen te laten leiden, al is ook hierin overleg en gezamenlijke bezinning nodig.
c. In de verwarde kerkelijke situatie van deze tijd kan met name in gemengde gemeenten, zeker in een belangrijke zaak als de invoering van een nieuwe berijming, niet altijd de weg worden gegaan, die als de meest gewenste voorkomt. Kerkeraden, predikanten en gemeenteleden zullen dit moeten verstaan.
d. Waar men in gemengde gemeenten de nieuwe berijming abrupt wil invoeren zal overwogen moeten worden, dat dit voor de jongeren niet zinvol is omdat bij hen een meer dan oppervlakkige kennis van de nieuwe berijming (nog) niet aanwezig is, terwijl zulk een plotselinge algehele verandering voor de ouderen onbarmhartig is.
e. Het H.B. wil uitdrukkelijk uitspreken, het te betreuren dat een uitgave waarin de oude en de nieuwe berijming naast elkaar voorkomen niet mogelijk schijnt te zijn. Afgewezen wordt, dat kerkeraden inzake de liturgie dwangmatig ingrijpen in de leiding van de kerkdienst door de predikant. Soms wordt een kerkeraad of een predikant voor een onontkoombare keuze gesteld ten aanzien van het gebruik van de oude en de nieuwe berijming in een bepaalde dienst; dan zal de dienst des woords prevaleren.
8. Bij het vasthouden aan de oude berijming wil het hoofdbestuur nog het volgende opmerken:
a. Een verantwoorde restauratie van de oude berijming lijkt niet onmogelijk en is te verkiezen boven deze nieuwe berijming.
b. Een aantal psalmen uit de nieuwe berijming te selecteren, die in de eredienst zouden kunnen worden gebruikt, stuit op praktische bezwaren en is ook overigens ongewenst.
c. Het lijkt het H.B. nodig nu zo vele moeilijkheden in de Kerk betreffende de berijming zich voordoen, dat de mogelijkheid onder ogen gezien wordt om in de eredienst onberijmde psalmen te zingen.
Gezien het grote belang van deze zaak meent het hoofdbestuur er goed aan te doen deze overwegingen ter kennis te brengen van kerkeraden en afdelingen.
U des Heren zegen voor al uw arbeid toewensende, met vriendelijke groeten,
namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond,
W. L. Tukker, voorzitter
H. Bout, secretaris
Utrecht, januari 1970 . Jak. Grimmstraat 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's