De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De beker en de doop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De beker en de doop

7 minuten leestijd

De drinkbeker, die Ik drink, zult gij wel drinken, en met de doop gedoopt worden, waar Ik mee gedoopt word, maar.... Marcus 10 : 39

In de vraag van Johannes en Jacobus vindt de Heere Jezus aanleiding, om nog eens over Zijn lijden en sterven te spreken. Niet dat hun vraag daarop betrekking had; ze vroegen naar Zijn toekomstige heerlijkheid, en hun plaats naast Hem. Daar dreigt het misverstand: Met Christus, dat is een en al heerlijkheid. Terwijl Hij de weg naar het kruis inslaat! Zien wij Hem gaan, dan is er geen gedaante en geen heerlijkheid aan Hem. Dan begeren wij Hem niet; het zal deze jongeren zo tegenvallen, en zij zullen er zich zo aan ergeren.

Kunt gij de drinkbeker drinken, die Ik drink? en met de doop gedoopt worden, waar Ik mee gedoopt word? De doop beduidt hier: de dood. De doop waarmee Hij door Johannes gedoopt was, was het kort begrip van Zijn dood. De wateren zwellen aan tot een vloed, die Hem overstroomt en meesleurt. Al Uw golven en Uw baren zijn over Mij heengegaan. De machten van de dood overweldigen Hem. Het water van de doop overspoelt Hem! Maar net als toen, is de doop de poort tot het leven, tot de heerlijkheid. Hij doet die poort open, voor mensen die in de eeuwige dood zouden verzinken.

Hij moet met die doop gedoopt worden. Weer roert Hij het geheim van Zijn lijden en sterven aan. Beker en doop, spellen ons de diepte van het lijden en wij staan er sprakeloos bij. Hoe zullen wij het wagen hier in te grijpen. Christus heeft de dood moeten smaken, de van oordeel en vloek vervulde dood. Ik kan die beker niet drinken; ik kan met die doop niet gedoopt worden. Niemand kan dat immers van Hem overnemen.

De beide broeders antwoorden: Wij kunnen! Hoe is het mogelijk; Jezus verwachtte een ander antwoord! Maar zij menen het eerlijk. Als er strijd en nood aan de heerlijkheid vooraf gaat, dan zijn zij bereid daarvan een deel voor hun rekening te nemen. Wat klinkt het kinderlijk: Wij kunnen! Zij kunnen níet. Zij kunnen nog niet één uur met Hem waken. Zij willen naast Hem zitten; ze zullen zich weldra uit de voeten maken en Hem alleen laten. Alléén met de beker en de doop. Dat wordt gaandeweg duidelijk; het antwoord geven zij straks tegen wil en dank, en het luidt dan ontkennend. Nu niet. O nee, nu zien ze nog niet waar het naar toe gaat, wat er op het spel staat; hóe Christus vele kinderen naar de heerlijkheid leiden zal.

Wij kunnen! Daar haalt u de schouders over op, u weet beter. Inderdaad, u weet beter. En toch ... Het is opmerkelijk, dat Jezus niet geërgerd zegt: Daar komt niets van in. Tot onze verwondering neemt Hij hun antwoord ernstig: Gij zult, zegt Hij. Gij zult drinken, en gedoopt worden. In het gesprek met Hem, krijgen hun oppervlakkige woorden een diepere betekenis. Christus diept ze uit. Want al is er geen sprake van dat zij zijn beker kunnen drinken, en met Zijn doop gedoopt worden, het zal toch niet aan hen voorbijgaan. Zij zullen nader kennis maken met de beker en de doop. Net als wij, trouwens. Wie in deze weken geen toeschouwer is, maar wie achter de lijdende Christus aan gaat, zal wel merken, dat Hij de beker alléén drinkt, dat Hij alleen ondergedompeld wordt in dat zwarte water. Daar kom ik niet aan te pas!

Tegelijk echter, wil de Heilige Geest ons leren, wat de beker inhoudt en de doop beduidt. Het is ontstellend hoe weinigen weten van de beker en zijn inhoud: de toorn van God over de zonde. Wat de doop beduidt: dat wij ons leven in de dood moeten overgeven, omdat het ter dood veroordeeld is. Glijdt daar niet overheen. Juist als we het lijdensevangelie horen, ontdekken we dat het bitter is tegen God te overtreden en dat wij geen leven overhouden in onszelf. Dat wordt ons aan Christus duidelijk. Wij kunnen Hem niet houden voor een van de velen, die lijden en sterven; Hij is in Zijn lijden en sterven geheel enig, omdat Hij daarin met God te maken krijgt. En wie zijn lijden recht betracht, krijgt met God te maken. Dat willen wij bepaald niet. Misschien dat we nog verklaren: Hij voor mij. Dan raakt het mij verder niet; dan ging het buiten mij om, en mag ik er voortaan buiten blijven. Daartegenover verklaart Christus: Gij zult. Het woord betrekt er ons bij en de sacramenten verzekeren het: daar ik anders .... De gemeenschap van Zijn dood, is een gemeenschap met Hem. O nee, wij doen het niet dunnetjes over, dat behoeft niet. Maar wij blijven geen buitenstaanders.

Door deze gemeenschap, wordt het middelpunt van ons leven verlegd. Het draait niet om ons, het draait om Hem, Hij is de spil van die gemeenschap. Het eigen ik, dat rechtopstaande ik, daar gaat een streep door; teken het maar na, dat wordt een kruis. Gij zult. . . Jacobus wordt gedood met het zwaard, Johannes wordt verbannen. Wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, neme zijn kruis op en volge Mij. Wie dicht achter Christus begeert te blijven, komt in strijd en nood. Beker en doop. Nee, en ja. Kunt gij? Nee. Zult gij? Ja. Het hangt er maar vanaf of u Christus verstaat.

Komt het er van, dan zijn we er echt niet zo op gesteld. Ik laat de beker liever staan, en ik ontloop de doop. Maar Christus maakt Zijn Woord waar: Gij zult. Hij drukt u de beker in de hand. Hij dompelt u onder, al spartelt u tegen. Hij geeft een andere zin aan de vraag: Geef ons, dat wij naast U mogen zitten in Uw heerlijkheid. Naast Mij, is allereerst met Mij. En als er iemand is, die tot Zijn heerlijkheid niet kan doordringen, iemand, die rechts van Hem hangt, in het zelfde oordeel, doch rechtvaardig, dan mag Hij deze Christus aanklampen: Gedenk Mijner.

Zo gaat het er naar toe in het Koninkrijk Gods. Sterven om te leven! Wij verlangen te leven. Dit leven; alles wat het biedt aanvaarden wij met graagte. De heerlijkheid krijgen we op de koop toe. Mijn leven, dat wil ik vasthouden, verlengd, vervuld hebben. Als ware het eeuwige leven, de verlenging en vervulling van mijn leven. Nee, de heerlijkheid van het eeuwige leven, is de heerlijkheid van Hem Die zegt: Ik ben de opstanding en het leven. Waar van opstanding gesproken wordt, daar zijn graven, daar zijn doden.

Dat is wel ontnuchterend voor de vragers; het is echter niet het laatste woord. Het zitten aan Zijn rechterhand en aan Zijn linkerhand zij hun van harte vergund! Het staat niet bij Mij, om over deze ereplaatsen te beschikken en te beslissen. Ik ben daar nog niet aan toe, het is ook wat voorbarig om het Mij te vragen.

Maak u daarover maar geen zorg Johannes; dat komt in orde Jacobus. Volg Mij maar. Ik zal tot mijn heerlijkheid ingaan. En waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn: het zal gegeven worden, wien het bereid is! Christus kan geen plaats bespreken. Hij gaat plaats bereiden. Ik ga heen, om u plaats te bereiden. Dat kan niet missen! Een ereplaats? Ach, wie door het lijden gelouterd wordt, zal geen beslag op een ereplaats willen leggen. De plaats achteraan, de laagste, de laatste ... Maar bij Christus zijn alle plaatsen, ereplaatsen. Hij krijgt er de eer van.

Beker en doop? Alles behalve een plaats in de heerlijkheid. Beker en doop! Zo zal Hij onze wens vervullen. Het wordt een overwinnen, omdat Hij ons bij zich houdt en tot Zich neemt. Wat wacht hen, die de beker leren drinken? De kelk, boorvol van het eeuwige leven. Wat wacht hen, die met de doop gedoopt werden? De wederopstanding uit de dood en alweer, het eeuwige leven. Dat is de heerlijkheid, die Christus voor hen wilde verwerven. Wie overwint Ik zal hem geven, met Mij te zitten in Mijn troon. Mèt Mij! Daar ging het om.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De beker en de doop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's