De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GUYDO DE BRÈS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GUYDO DE BRÈS

De opsteller van de Nederlandse geloofsbelijdenis

10 minuten leestijd

In het raam van een behandeling van de artikelen des geloofs, onze Nederlandse geloofsbelijdenis, past een korte weergave van het levensverhaal van de opsteller, Guydo de Brès, of zoals zijn naam eigenlijk luidt: De Bray. Dat is meer dan goede gewoonte of passende mode. Onze N.G.B. is met bloed geschreven. Zij is het schild, dat werd opgeheven om de moordende pijlen van de tegenstanders te weren. Maar in het strijdperk van dit leven is de schilddrager zelf omgekomen. Van meet af aan is duidelijk, dat al de zaken des geloofs, in onze N.G.B. vervat, het waard zijn, dat wij ervoor door het vuur gaan. Toen, ook nu.

Een kind des gebeds

De met name niet bekende moeder van Guydo de Brès heeft eens staan luisteren naar een monnik, die de vrije genade van Christus predikte in de straten van Mons. Dat was in 1522. En zij heeft, al luisterend naar dit woord der genade, aan God gevraagd of Hij haar een kind wilde geven als deze prediker. Kort daarop werd Guydo geboren. Een gebed was verhoord, meer dan de eenvoudige wolverversvrouw van Mons kon vermoeden. Van vader Jean weten we weinig, van de drie broers en de éne zuster van Guydo evenmin, van Guydo des te meer, ook al zijn er leemten in zijn levensrelaas, die waarschijnlijk nooit gevuld zullen worden. Hij is rooms opgevoed. Dat staat vast. En ook is het bekend, dat Guydo glasschilder is geweest in zijn jonge jaren. Maar dat hij de Bijbel heeft gelezen en reeds voor zijn vijfentwintigste jaar tot verandering kwam, zodat hij innerlijk de Rooms-katholieke leer de rug toekeerde, dat interesseert ons meer. Een jonge man, die in de weinige jaren, die hem nog restten, door God gebruikt is in Zijn heilige dienst. Hij is vijfenveertig jaren oud geworden. Niet te jong noch te oud voor God om afgelost te worden van zijn aardse post. Maar daarover straks.

Gezegende vlucht

In 1547 vinden we De Brès in Londen. Zijn leven is sinds zijn verandering niet veilig geweest op aarde. Het was de tijd van inquisitie, brandstapels en felle haat jegens de zuivere genadeleer. Naar Londen gevlucht, waar hij in de Nederlandse vluchtelingengemeente terecht kwam, heeft De Brès ontmoetingen gehad met Datheen en Joh. à Lasco en is hij zeer waarschijnlijk door trouwe deelname aan de profetie-samenkomsten, gevormd tot een man, die leiding wist te geven in geestelijke en gemeentelijke dingen. Het is trouwens niet de enige keer, dat Guydo de Brès in het buitenland heeft vertoefd. Hij is als een hert opgejaagd. En het is hem tot zegen geworden. Van 1552 tot 1556 heeft hij als rondreizend prediker vooral gewerkt in Rijssel, waar hij een geordend en rijk gemeenteleven opbouwde. Maar ook daarna moest hij weer uit z'n land vertrekken, om een toevluchtsoord te vinden in Frankfort. Vandaar uit is hij naar Zwitserland gegaan (Lausanne en Genève). En het is haast zeker, dat hij toen ook Calvijn heeft ontmoet. In 1559 is hij weer terug in de Nederlanden. En vermoedelijk aan het eind van het jaar trouwt hij met Catherine Ramon. De oudste zoon uit dit huwelijk „Israël" heeft aan zijn vader wellicht nog herinneringen gehad, de andere vier kinderen weinig of heel niet. Ze waren nog zo jong, toen vader De Brès afscheid van hen nam om zijn hals te geven voor de zaak van Koning Jezus. Misschien heeft De Brès wat meer tijd gehad voor een huiselijk leven, toen hij na de troebelen rondom de Nederlandse geloofsbelijdenis, eind 1561 opnieuw moest vluchten. In Sedan (Frankrijk) heeft hij toen vertoefd, met zijn gezin. Een ballingschap, die duurde tot 1566. Laten we echter niet vergeten, dat De Brès in deze tijd bepaald niet stilgezeten heeft. Hij heeft ijverig gestudeerd, getuige zijn grote kennis van de zogenaamde kerkvaders. Hij heeft zijn ongeestelijke en dwaalzieke Roomskatholieke tegenstanders met oud-katholieke wapenen kunnen bestrijden. Daar komt nog bij, dat hij gewoon was fel van leer te trekken tegen de misvattingen van de wederdopers. En het zal vast niet om redenen van verveling zijn geweest, dat hij in deze periode een boek schreef tegen deze sectarische tak van de reformatie: „La racine, source en fondement des Anabaptistes" (De wortel, den oorspronck ende het fondement der wederdooperen oft herdoperen van onsen tijde, Ned. vertaling). Om dan nog maar te zwijgen over de vertaling van een Vlaams boek in het Frans (De Brès sprak kennelijk beide talen) over het leven en de marteldood van Fabricius. Bovendien moet De Brès in deze zelfde tijd in het „Kapernaüm" van het protestantisme (Antwerpen) zijn geweest om de zaken van de reformatie te bespreken met Prins Willem van Oranje.

Guydo de Brès is een balling geweest. Maar hij heeft de harp nooit aan de wilgen kunnen hangen. Hij heeft rusteloos gearbeid. Dat geldt zeker van de perioden, waarin het hem door de voorzienigheid van God was toegestaan te werken onder het volk, dat hem zo lief was: van 1552—1556 in Rijssel, waar hij de „Stok des geloofs" (Le baston de la foy Chrestienne) schreef, een verdedigingsgeschrift; van 1559 tot 1561 vooral in Doornik en van daaruit ook in Valenciennes en Rijssel; en tenslotte van 9 augustus 1566 tot 31 mei 1567 in Valenciennes. We zullen nu echter zien, dat hij van zijn God nooit de ruimte heeft gekregen om echt thuis te zijn op aarde. Gij weet, o God, hoe 'k zwerven moet op aard ...!

Een zwerversdominee

Het zijn vooral de twee laatstgenoemde perioden, die we nu heel kort bespreken. Eigenlijk had De Brès geen vaste woonplaats, laat staan standplaats. In Doornik werkte hij in het geheim onder de schuilnaam Jérome. Slechts enigen kenden de naam van hun predikant. Men leze het uitvoeriger verhaal hierover in de dissertatie van L. A. van Langeraad (1884) en in: De Voorzeide Leer (Deel III) van ds. C. Vonk. In het verborgen kwam men samen. In de gezinnen, waar de harten opengingen voor de leer van Gods vrije genade, at De Brès zijn brood. Clandestien huisbezoek. En ondertussen verdiepte hij zich in de geschriften van de reformatoren, die hij in een tuinhuisje bij de stadsmuur had opgeborgen, de studeerkamer van zijn woning, die hij van een vertrouwde vriend had gehuurd. En zo zou dan het Evangelie als een zuurdeeg doorgewerkt zijn, ware het niet, dat op de avond van de 29-ste en van de 30-ste september van het jaar 1561 al te vrijmoedige protestanten psalmenzingend door de straten van Doornik waren gegaan. Het spreekt vanzelf, dat de overheid deze „chanterie" bepaald niet waardeerde. En het moet gezegd worden, dat ook De Brès zelf tégen dit overmoedig optreden was. Niettemin heeft hij gedaan wat hij kon om voor de vervolgden, op wie nu opnieuw heel scherp de aandacht was gericht, op te komen. En hoe kon hij dat beter doen, meende hij, dan door de officiële overheidsinstanties en vooral ook de koning van Spanje te laten weten, dat de protestanten geen oproerkraaiers waren, zoals de wederdopers veelszins. In de nacht van 1 op 2 november van dat jaar (1561) wierp Guydo de Brès een pakje over de kasteelmuur van het kasteel te Doornik. Daarin een exemplaar van de Nederlandse geloofsbelijdenis, die reeds eerder in klein formaat onder de verstrooide christenen van Doornik en omgeving in omloop was. De Waarheid zou voor zichzelf strijden. En dat heeft zij ook gedaan. Maar de dienaren daarvan werden niettemin gezocht en waar mogelijk gedood. Guydo de Brès moest vluchten. Op 10 januari 1562 werd zijn armzalige studeerkamertje ontdekt. Al zijn boeken verbrand. En zijn naam voortaan bovenaan de lijst van de inquisiteurs. Men wist nu in ieder geval, wie men na moest jagen.

9 augustus 1566 is De Brès terug. Het getij schijnt gekeerd. De lagere overheden (de edelen) lijken succes te hebben met hun smeekschrift bij de landvoogdes. Er wordt in 't openbaar gepreekt (hagepreken). In Brabant en Vlaanderen worden vierhonderd kerken van hun beelden beroofd (beeldenstorm). Peregrin de la Grange, de predikant van de verdrukte gemeente te Valenciennes heeft een ontstellend groot gehoor. Guido de Brès komt ogenblikkelijk terug. Zestig gewapende ruiters brengen hem naar de plaats waar hij preken zal, zelfs voor de meest aanzienlijke burgers van Valenciennes, anderhalf uur lang. De ruiters brengen hun dominee met ontladen pistolen naar zijn woning in de stad terug. De meerderheid van het volk staat achter de zaak van het protestantisme. Zelfs wordt er gepreekt in twee officiële kerkgebouwen. Dat gaat te ver. Noircarmes, de gouverneur belegert de stad in opdracht van Margaretha. Drie maanden lang wacht men tevergeefs op de hulp van de prins en van de edelen. Dan volgt de overgave van de stad. De predikanten zijn ondergedoken, weten te ontvluchten via de stadsmuur. Maar. . . als Guydo de Brès van de honger voor de dag moet komen en in een herberg terecht komt, wordt hij herkend, gegrepen en in het kasteel te Doornik opgesloten. Het begin van het eind. Te hoog spel?

Wacht op Hem.. .!

Eén en andermaal blijkt uit de houding van De Brès, dat hij liever heeft willen wachten op de trouwe hulp van boven dan zijn eigen lot in handen te nemen. Het openbaar psalmen-zingen heeft hij veroordeeld. De al te grote haast, waarmee de la Grange in Valenciennes de zaak wilde doorzetten, had zeer waarschijnlijk zijn sympathie niet. Zelfs op de ladder, die hij moest beklimmen om aan de galg te gaan, heeft hij het volk nog vermaand zich te onderwerpen aan de overheid, die God aangesteld had. Guydo de Brès was geen revolutionair, en al helemaal geen doperse dweper. Zeker, hij zal ook geweten hebben van het goed recht van de lagere overheden (de edelen). Maar hij heeft op God willen wachten. En Gods tijd, dat kunnen we weten, is een andere als de onze, o zo vaak. Het koninkrijk Gods komt in de gestalte van het zuurdeeg, van het mosterdzaadje, van het zout. Petrus moest in Gethsémané het zwaard in de schede steken. Een theologie van de revolutie is reformatorisch en Bijbels gezien een tegenstelling in zichzelf.

En uw kind dan ...?

Vanuit zijn ellendige gevangenis schrijft De Brès brieven, zolang als 't nog kan. In één daarvan, aan zijn moeder gericht, vertelt hij een oud verhaal, waardoor hij het zijn moeder op het hart wil binden dankbaar te zijn voor het feit, dat haar zoon lijden mag voor de zaak van Jezus. Had zij niet vurig om zo'n kind gebeden? Het oude verhaal is als volgt. In de tijd van de eerste christengemeente, toen men alleen op straffe des doods kon samenkomen, gebeurde het eens, dat de christenen samen waren en een officier opdracht gekregen had om ze allemaal om te brengen. Toen een vrouw in de stad dat hoorde, ging zij met haar kind op de arm naar de vergaderplaats van de christenen. De officier vroeg haar, waar ze heenging. „Naar de vergadering der christenen”, antwoordde ze. „Maar weet je wel, dat ik daar naar toe ga om ze allemaal om te brengen? ", zei de officier. „Ja", sprak de vrouw, „daarom ga ik er juist heen om met hen mee te mogen lijden". „Maar uw kindje dan? ", vroeg de soldaat. „Dat neem ik mee, dan krijgt dat ook de martelaarskroon” ...

Ook de martelaarskroon. Een beter deel dan dat van de dronken pastoor, die De Brès in zijn gevangenis kwam opzoeken om met hem te praten over de heilige communie. Ook de martelaarskroon? Guydo de Brès had de orde verstoord, hij moest sterven. Want vrije genade wordt niet geduld, noch de leer daarvan.

In de nacht van 30 op 31 mei om drie uur in de morgen wordt het hem gezegd, dat hij drie uur later zal worden opgehangen, 't Is niet teveel gezegd: De Nederlandse geloofsbelijdenis is met bloed geschreven.

Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond ...! Dat was in een tijd, waarin een hartelijk geloof en een mondbelijdenis samengingen, kostte wat het kostte. En wij kunnen niet geloven, dat dat voor onze tijd een afgedane zaak is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

GUYDO DE BRÈS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's