Een interkerkelijke nota over het gemengde huwelijk
Een gespreksgroep van R.K. en Protestantse theologen heeft een verklaring opgesteld inzake het kerkelijk gemengde huwelijk. In de gespreksgroep participeerden gedelegeerden van de Ned. Herv. Kerk, van het Nederlands Episcopaat, van de Gereformeerde Kerken, de Evangelisch Lutherse Kerk en de Remonstrantse Broederschap. Vandaar dat de verklaring ter goedkeuring aan de participerende kerken werd voorgelegd.
In de praeambule van dit stuk wordt opgemerkt dat de diverse kerken in een gemeenschappelijke verklaring elkaars doop hebben erkend. Op grond daarvan moet beraad over het huwelijk tussen R.K. en Protestantse partners mogelijk zijn. Gezegd wordt in de nota hierover: „Het blijft de voornaamste roeping van de kerken met hen die tot een dergelijk huwelijk besluiten, de weg te zoeken naar een gezamenlijke beleving van het huwelijk als een afbeelding van de band tussen Christus en Zijn gemeente, ondanks de geschondenheid van de kerken en de gevolgen hiervan in het huwelijk.”
Bij de uitoefening van het pastoraat moet, aldus de nota, het accent niet vallen op wat de kerken verdeelt, maar op wat hen verenigt. Als één van de partners besluit tot de kerk van de ander over te gaan, behoort deze beslissing gerespecteerd te worden. Als beide partners van hun eigen kerk lid willen blijven dan dient de huwelijksinzegening in één der kerken plaats te vinden, waarbij predikant en priester zich samen beraden over de wijze van de voltrekking van het huwelijk.
De kerk die het huwelijk inzegent moet bereid zijn de predikant of de priester van de andere betrokken kerk uit te nodigen om bij de dienst aanwezig te zijn en op verantwoorde wijze aan de dienst deel te nemen. De orde van dienst dient als regel de orde te zijn van de kerk waarin het huwelijk wordt ingezegend. Vragen die t.a.v. de Doop en de opvoeding van de kinderen worden gesteld dienen met het bruidspaar vooraf besproken te worden. De keuze voor de kerk waarin de kinderen gedoopt worden ligt bij de ouders.
De synode heeft deze verklaring aangenomen, maar niet nadat door diverse synodeleden heel wat kritiek was geleverd. Ds. K. A. Abelsma (Wateringen) vond het een verdrietig stuk. Hij meende dat de partners voor een bewuste keus moeten worden geplaatst. „Kiezen of delen" zei hij. Hij vond de verklaring oneerlijk t.o.v. de partners zelf, omdat na de huwelijkssluiting onvermijdelijk de moeilijkheden komen, o.a. in verband met de Doop. En bovendien vond hij het oneerlijk in verband met de werkelijke stand van zaken in de verhouding Rome-Reformatie. We moeten Rome, aldus ds. Abelsma, beoordelen op haar kerkrecht en dan is er nog steeds de kloof tussen Rome en de Reformatie.
In dezelfde zin liet ds. K. Exalto zich uit. Hij vond het stuk onaanvaardbaar. De kerk moet zich niet vastpinnen op de huwelijkspartners maar dient ook bij de kerkelijke huwelijkssluiting het eigene van haar kerkzijn in te dragen. Ds. Exalto stelde dat in dit stuk een Christendom boven geloofsverdeeldheid doorklinkt en dat vooruitgegrepen wordt op een kerkelijke eenheid die er niet is. Zo'n huwelijkssluiting wordt een vertoning.
Ds. G. H. Würsten (Sprang Capelle) stelde dat het in de R.K. leer gaat om een andere religie dan in de Reformatorische. Het is dan ook onmogelijk dat een goed protestant en een goed rooms katholiek hun gemeenschap beleven in de ene Heere. Zo'n gemengd huwelijk wordt naar zijn mening of algemeen godsdienstig of helemaal niet godsdienstig meer. De ervaring in de praktijk had hem dat geleerd.
Prof. Bronkhorst, mede-opsteller van het stuk, stelde in de beantwoording van de sprekers, dat de synode het stuk, als het goed is, unaniem aanvaarden zou, gezien het feit dat in 1967 de synode zich unaniem achter de richtlijnen stelde, waarin dezelfde dingen al werden gezegd als in deze nota over het gemengde huwelijk. Hetgeen aan ds. Kalkman de opmerking ontlokte dat de inhoud van dit stuk wel ver af staat van een ander stuk van de Hervormde synode uit het verleden, t.w. het Herderlijk Schrijven over het huwelijk, om dan nog maar te zwijgen van de belijdenis van de Reformatie. Hij critiseerde daarmee de teneur van prof. Bronkhorst's betoog, die de synode op haar eigen uitspraken uit het verleden wilde vastpinnen. Rest nog op te merken dat prof. Bronkhorst ervan uitging dat in de verhouding Rome-Reformatie wel van tegengestelde theologiën sprake kan zijn, maar in wezen niet van andere religies, wat door ds. Kalkman bestreden werd.
Ds. K. A. Abelsma kwam even voor de stemming tenslotte nog zeggen dat hij tegen deze nota zou stemmen namens grote delen van de kerk, die weleens groter zouden kunnen zijn dan menigeen denkt.
Zo kreeg dit stuk, dat in de Gereformeerde Kerken met algemene stemmen is aanvaard, op de Hervormde synode 11 tegenstemmen. Het was weer eens te meer opmerkelijk hoe gemakkelijk over eenzelfde religie van R.K. en protestanten en over „Gemeenschap in de Heer" gesproken wordt. De uitslag van de stemming heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat velen in de kerk dit gevoelen niet delen. Als zodanig gaf deze stemming een eerlijke weergave van wat er in de kerk leeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's