Naast het Bijbelse spoor?
II
Moet het spreken in tongen een onmisbaar bewijs zijn, dat iemand gedoopt (vervuld) is met de Heilige Geest? Wij komen hier bij het hart van de Pinksterleer. Hoewel er in de Pinkstergroepen verschilpunten zijn, stemmen allen vrijwel hierin overeen, dat zij de tongentaal als het onontkoombaar en onmisbaar bewijs zien van het gedoopt zijn met de Heilige Geest. Zelfs een gematigd man als Leonard Steiner zegt: „dat daar, waar het spreken in tongen en andere uitingen des Geestes zijn uitgebleven, het niet tot een gehele vervulling van de beloften Gods is kunnen komen. Men kan (dan) niet van een geestesdoop in de volle zin van de Bijbel spreken" (Mit Folgenden Zeichen, Basel, 1954). Vandaar het intensieve streven om „de doop" te verkrijgen. Soms worstelen mensen jarenlang om deze gave te verkrijgen. Daarom leiden Pinkstervoorgangers dikwijls „wachtdiensten", waarin de mensen blijven wachten op de doop met de Geest. De grondvraag, die wij hier in het oog moeten houden is er één van de exegese. Leert het N.T. wèrkelijk, dat het vervuld worden met de Heilige Geest beslist met het spreken van tongen gepaard gaat?
Ongetwijfeld lezen wij in de Heilige Schrift over het spreken in tongen. Handelingen 2 spreekt voor zichzelf. Het grote Pinksterwonder was, dat de apostelen begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hen gaf uit te spreken. Maar, wij lezen er in nog twee andere plaatsen van in het boek der Handelingen. Wanneer Petrus in het huis van Cornelius zijn krachtige Pinksterprediking gehouden heeft, valt de Heilige Geest op allen, die het Woord horen en beginnen zij in tongen te spreken. Ook op de prediking van Paulus is iets dergelijks gebeurd in Efeze. Volgens Hand. 19 waren daar een aantal mensen, die wèl geloofden, maar gedoopt waren in de doop van Johannes. De volheid van Pinksteren was hun nog onbekend. Toen zij dit hoorden lieten zij zich dopen in de Naam van de Heere Jezus. En toen Paulus hen de handen oplegde kwam de Heilige Geest op hen en zij spraken in tongen en profeteerden. In het boek der Handelingen komen wij dus drie keer het spreken in tongen tegen.
Toch blijkt, dat behalve in Caesaréa en Efeze het spreken in tongen ook nog in de gemeente van Korinthe voorkwam. Paulus legt daar in z'n eerste brief aan de Korinthiërs een duidelijk getuigenis van af. In 1 Kor. 12 noemt hij onder de genadegaven (charismata) het spreken in tongen. Blijkbaar werd dit door sommigen in de gemeente van Korinthe als de Geestesgave bij uitnemendheid beschouwd. Dit te denken ligt voor de hand als blijkt hoe de apostel in hoofdstuk 14 uitvoerig op de gaven van het spreken in tongen ingaat. Paulus acht het van belang als iemand in een tong spreekt, maar hij heeft vooral de stichting en opbouw der gemeente op het oog. Met andere woorden: het gaat hem vooral om begrijpelijke taal! Niemand verstaat blijkbaar in Korinthe de z.g.n. glossolalie. Daarom meent Paulus het profeteren bóven het spreken in talen te moeten stellen. Het gaat hem er vooral om, dat de gemeente er wat aan heeft. Zij kan er door vermaand en bemoedigd worden. Let wel: de apostel veróórdeelt het spreken in tongen niet. Néé, hij blijft het als een gave van de Heilige Geest beschouwen. Maar, hij kan zich blijkbaar niet aan de indruk onttrekken, dat de Korinthiërs deze gave boven de andere stelden. En daar komt hij tegenop. Want het gaat er Paulus niet om, dat slechts de gelovige zelf gesticht wordt door een bepaalde gave, maar ook andere mensen. Metéén moet hierbij al opgemerkt worden, dat wij hier blijkbaar niet hetzelfde spreken in tongen hebben als op de Pinksterdag. Dáár hoorde hen een iegelijk in z'n eigen taal, waarin hij geboren was. Petrus en de andere apostelen spreken dus wèl in tongen, maar het was voor ieder verstaanbaar. In Korinthe verstond niemand er wat van, tenzij iemand de gave ontvangen had om het uit te leggen. Blijkbaar ontbrak het daar véél aan. En daarom gaat Paulus zó ver, dat hij zegt: als iemand in de gemeente in een tong spreekt en er is geen uitlegger, dan moet hij z'n mond houden. (vs. 30). Hij moet dan tot zichzelf en tot God spreken. De apostel is er niet erg gerust op of alles wel met orde en eerbied geschiedt in de gemeente van Korinthe. In ieder geval is uit 1 Kor. 14 duidelijk, dat het daar om iets anders gaat dan in het boek der Handelingen.
Een belangrijke figuur (Carl Brumback) geeft dit ook eerlijk toe. Hij zegt: Wij vinden in 1 Kor. 12—14 niet de geringste aanwijzing dat de gave der tongen op enigerlei wijze verbonden is aan de vervulling met de Heilige Geest, en stellig niet in sterkere mate dan de andere gaven. Het enige doel ervan is de persoonlijke stichting van de spreker en, wanneer er uitlegging bijkomt, de stichting van de hoorders" (What Meaneth This? , pag. 266). Trouwens lang niet iederéén van de gelovigen (in Korinthe) sprak in tongen. Paulus zegt in 1 Kor. 12 : 30: Spreken zij allen in tongen? Concluderend kunnen wij dus zeggen, dat volgens 1 Kor. 12—14 het vervuld of gedoopt zijn met de Heilige Geest niet als bewijs moet aanvoeren het spreken in tongen.
Blijft ons dus over nader in te gaan op de gebeurtenissen waarvan we lezen in de Handelingen der Apostelen. Volgens Hand. 2 is duidelijk, dat het de bedoeling van de Heilige Geest is, dat de boodschap van de apostelen verstáán wordt. Welke boodschap? Die van de grote daden Gods in Jezus Christus. De Geest wil Christus verheerlijken in zondaarsharten. Het gaat er om, dat mensen tot God komen en met Hem leven. Omdat een mens alleen voor God kan bestaan in het offer van Christus, houdt de Geest allereerst op het geloof in Christus aan. Hij overtuigt van zonde en schuld, maar ook van redding. En de bedoeling van Pinksteren is dat dit door alle volken (in alle talen) verstaan wordt. Dit is (zeer summier gezegd) de bedoeling van Hand. 2.
Maar nu Hand. 10 en 19. Is daar sprake van een uitbreiding (herhaling) van Pinksteren? Wat de geschiedenis van Cornelius betreft, in hoofdstuk 11 : 15—17 horen wij Petrus deze gebeurtenissen voor de broeders in Jeruzalem opsommen. Het onderwerp van het gesprokene was dat ook de heidenen tot het geloof waren gekomen. Uit Hand. 10 : 14, 15 weten wij hoe Petrus overtuigd moest worden van het feit, dat ook de heidenen tot het heil in Christus geroepen waren. Daar schijnt hij eerst moeite mee gehad te hebben. Dat hij zich echter in dit visioen niet vergist heeft, daarvan getuigt het feit dat Cornelius en de zijnen in tongen God groot gingen maken. Dat was nu wel een onbetwistbaar bewijs, dat God óók de heidenen opnam in Zijn Verbond. Een herhaling van Pinksteren? Ja, maar in een bepaalde situatie.
Hetzelfde geldt voor Handelingen 19. Daar hadden de twaalf discipelen niet eens gehoord dat er een Heilige Geest bestond en er een grote uitstorting van de Geest had plaats gevonden. Prof. dr. A. A. Hoekema zegt in zijn boek „Spreken in tongen": „Zij moesten er boven elke twijfel van overtuigd worden, dat dit grote heilsfeit werkelijk had plaats gehad. De meest zekere wijze om deze mensen in Efeze ervan te overtuigen dat het Pinksterfeit had plaats gegrepen was hun twee aparte gaven van de Geest te geven, zoals die ook op Pinksteren aan de discipelen waren uitgedeeld: de glossolalie en de profetie". Hier dus ook een zekere uitbreiding van Pinksteren, maar weer in een bijzondere situatie. Het boek der Handelingen staat vol van getuigenissen van mensen, die tot het geloof kwamen, maar behalve in genoemde gevallen lezen wij nergens van een spreken in tongen. Ook Paulus schrijft er maar in één brief over, nl. in die aan de Korinthiërs. Moeten wij het spreken in tongen als iets van voorbijgaande aard beschouwen? Prof. Hoekema wijst er in z'n genoemd boek op, dat wij tussen 100 en 1900 ná Chr. in de kerk niet van dit verschijnsel horen, behalve bij ketters en sekten (de Montanisten e.d.). Toch behoeven wij geen streep achter Pinksteren te zetten. De Geest heeft nog héél wat om uit te delen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's