De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest sedert Pinksteren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest sedert Pinksteren

6 minuten leestijd

De Heilige Schrift maakt onderscheid tussen de gaven en de vruchten van de Heilige Geest, hoewel er geen scherpe grens te trekken is. Beide zijn uitvloeisels van Pinksteren. Alvorens we daar nader op ingaan, willen we de vraag onder de ogen nemen wat Pinksteren zelf eigenlijk is.

Pinksteren is, dacht ik, in de eerste plaats de verheerlijking van de Opgestane Levensvorst: Jezus Christus, waardoor tegelijk een (tevoren ongekende) kennis opengaat van de Drieënige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Door Pinksteren wordt het geheel der Schriften onthuld. Christus is daar Zelf al mee begonnen bij Zijn verschijning aan de Emmaüsgangers en de elf apostelen: „Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden". (Luk. 24 : 45). Dit werk van Christus wordt sedert Pinksteren voortgezet door de Heilige Geest. Héél het werk Gods tot zaligheid ligt in de H. Schrift vervat, maar het ontbreekt ons aan geheiligde kennis der dingen. Welnu, de Heilige Geest leidt in al de waarheid. Het Woord blijft zonder de Geest een gesloten boek, althans in de dingen waar het in wezen om gaat. Dat is de levende kennis van de Drieënige God, dus kennis waardoor het leven met God functioneert. Mijn vrees voor allerlei Pinksteractiviteiten is, dat men het werk Gods uit z'n trinitarische verbanden rukt. Dan worden bepaalde accenten gelegd ten koste van andere kernwaarheden. Zo begaat men een fout, wanneer men het werk van de Heilige Geest isoleert van het werk van de Vader en de Zoon, van Wie de Geest juist uitgaat. Het is de Geest er in de eerste plaats om te doen de gevallen, verloren mens terug te brengen tot z'n oorspronkelijke bestemming. Dat is het leven met zijn Schepper. En omdat dit alléén mogelijk is in het offer van Christus, brengt de Heilige Geest de mens (die Hij bearbeidt) via Christus tot God terug. De Geest openbaart in het hart, dat de Rechter, in Christus, Vader geworden is. Zó leidt de Geest tot de volheid van de kennis Gods.

Als er één theoloog duidelijk gemaakt heeft, dat we het werk Gods in z'n trinitarische verbanden moeten zien, is het wijlen ds. I. Kievit geweest. Wie hem heeft horen preken en (of) zijn geschriften gelezen heeft, kan weten, dat hij niet moede werd te zeggen, dat de geestelijke kennis van Gods kerk op aarde parallel behoort te lopen met de heilsopenbaring. De gemeente behoort niet beneden de maat, beneden haar stand te blijven. Met Pinksteren is er door de kerk een niveau van kennis en leven des geloofs bereikt, dat voordien onbekend was. „Indien het geloof achterop raakt, wordt Gods eer gekrenkt en lijdt de kerk grote schade, want het genadewerk in de zondaar is een spiegel der heerlijkheid Gods", (aldus ds. Kievit). Is Jezus Christus op aarde gekomen om de Vader te verklaren, dan wil de Pinkstergeest ook het kindschap en het kinderleven in het hart der gelovigen verzegelen.

Over het méérdere van Pinksteren spreekt de Heere Jezus zelf in Joh. 7 : 39: „Want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet was verheerlijkt". Pinksteren betekent dus inwoning Gods in het hart der gelovigen door de Heilige Geest. Het gaat om de kennis van God als Vader in Christus, zodat de orkanen van het oordeel en de toorn Gods zijn uitgewoed en het vrede van binnen geworden is. De apostel Paulus spreekt daarvan in verschillende van zijn brieven. In Rom. 8 : 15—17: „Want gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen de Geest der áánneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader! Deze Geest getuigt met onze Geest dat wij kinderen Gods zijn; En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij óók erfgenamen, erfgenamen van God en medeërfgenamen van Christus." In Efeze 1 : 13 spreekt hij over de verzegeling met de Heilige Geest der belofte. Deze kennis en het leven des geloofs, daarmee gepaard gaande, is het meerdere van de Nieuwe Bedeling boven de Oude. Pinksteren wil zeggen, dat er een groei in het geloof is. Waar die groei op een of andere wijze gestagneerd wordt is er iets wat de Geest in de weg staat. Niet voor niets waarschuwt Paulus voor een bedroeven van de Heilige Geest (Efeze 4 : 30). Dat kan er zijn door allerlei oorzaak: vasthouden aan bepaalde zonden, wereldgelijkvormigheid, liefdeloosheid, slapheid en traagheid in het aandachtig luisteren naar de stem des Geestes in de H. Schrift enz. Of ligt er ook een schuld bij de predikers? Dat men in de prediking niet dóórstoot naar de mening des Geestes en alléén maar voor onbekeerden, zoekenden en bekommerden preekt? Iemand kan opmerken: We kunnen ons geestelijk leven toch zelf niet „opvijzelen"? Néé, daarom vrees ik, dat véél wat we in de Pinksterbeweging ontmoeten meer werk van opgewonden mensen dan werk des Geestes is. Maar dat mag nog geen verontschuldiging zijn voor het „leven in armoede" in veel gemeenten. We mogen nooit achter de fouten en gebreken van anderen onze eigen tekortkomingen verdoezelen. Dat is de gemakkelijkste, maar tevens de gevaarlijkste weg. Pinksteren is en blijft de onderdompeling in de kennis Gods waarbij Gods Openbaring in de H. Schrift geheel opengaat. En de centrale momenten zijn daarbij: de rechtvaardiging van de goddeloze en het vervuld worden met de Heilige Geest. Waar dat uit het oog verloren wordt kan het geestelijk leven niet goed functioneren. Het meest verontrustende is dat men in de gemeenten het manco van het volle leven uit de Geest zich niet (meer) bewust is. Men kan al zingende „gezakt" zijn. Tot de gemeente van Efeze sprak de verhoogde Christus: „Gedenkt dan waarvan gij uitgevallen zijt en bekeert u en doe de eerste werken; en zo niet; Ik zal haastelijk bij u komen en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert" (Openb. 2:5). Het licht van het Woord wegnemen is het ergste waarmee een gemeente gestraft kan worden. Het is in Efeze werkelijk geschied. Moet ons dat niet geregeld tot nadenken stemmen? Leggen we ons niet te veel bij de ingezonken toestand neer? Luther sprak eenmaal: Het Woord Gods komt als een heerlijke plasregen des Geestes. Hoe nodig is het dat wij ervan doordrenkt worden. Want, het blijft niet zo, de plasregen gaat over. En voorbij is voorbij (hin ist hin!). Vóórdat we naar allerlei opzienbarende dingen uitzien, moeten we de vraag onder ogen nemen of de ware kennis Gods aanwezig is door de Heilige Geest. Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt (Joh. 17 : 3). Mij dunkt, dat waar de ware kennis van de Drieënige God aanwezig is, ook de vruchten en gaven voor de dag komen. Zonder deze kennis ligt het gevaar voor de deur, dat wij mensenwerk voor Geesteswerk aanzien. Is het ook Luther niet geweest, die de duivel de grote aap van God genoemd heeft?, die Hem in alles probeert ná te doen? Alle vuur is nog geen Pinkstervuur. „Alléén door Uw bevelen krijgt mijn geest verstand van God en goddelijke zaken.”

Veni, Creator, Spiritus, Kom, Schepper Geest!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Heilige Geest sedert Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's