De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EN WAAROM NIET?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EN WAAROM NIET?

7 minuten leestijd

Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Markus 10 : 45

Zo niet!, verklaarde de Heere Jezus met nadruk. Hoe dan? Hij herhaalt het nog eens voor alle duidelijkheid en omdat wij geen goede verstaanders zijn. En zo wie van u de eerste zal willen worden. De eerste, die alle anderen achter zich laat, die niet meer naar hen omkijkt, zo strak houdt hij zijn doel in het oog. Wie zal het worden? Die zal aller dienstknecht zijn. Aller slaaf. Dat staat er: slaaf. En onderstreep dan: àller. Maar ... dan ben ik de minste. Nu, die de minste wordt is de eerste. De geringste dienst is ons niet te gering. Wij zijn er niet te groot voor. Wie zich daarin oefent, oefent zich in de liefde tot God en tot de naaste.

Men kan met zo'n woord niet veel beginnen, men kan er nauwelijks iets van maken. Maar eigenlijk is dit slavendom, de gemeente van de bevrijden. Het eigen ik krijgt geen kans ons te overheersen, als we tot de dienst bereid zijn. Hoe vaak zijn we slaven van onze „zuchten". Van hebzucht en eerzucht en zelfzucht en ... zou dat een goed leven zijn? Het wordt ons hier wel anders geleerd. Aller dienstknecht. Dat is te veel gevraagd, maar als Christus het hier verklaart, dan maakt Hij er werk van. Zijn „zal" wil ons van die „zuchtigheid" genezen. Ga het maar na. Johannes: aller dienaar werd hij. En Petrus. En Paulus. Het woord des Heeren is als een vuur, waarin ze gelouterd werden tot de dienst. Ze zijn de eersten geworden, maar dan in de zin die Christus daaraan geeft: zij hebben hun leven niet liefgehad voor zichzelf.

En waarom niet? Wat is de kracht, die ons daartoe in staat stelt, de vernieuwende en voortstuwende kracht. Want! Christus noemt die kracht. Hij spreekt over Zijn eigen dienstwerk.

De Zoon des mensen is gekomen. Hij is de eerste onder hen, dat willen zij allen wel toegeven, onbetwist de eerste. De Zoon des mensen maakt terecht aanspraak op heerschappij. Deze naam slaat zijn wortels vast en diep in het Koninkrijk Gods. Hij is de gevolmachtigde Gods. Daniël zag Hem als eens mensen zoon en Hem werd gegeven heerschappij en eer en het Koninkrijk. Zulk een hoge staat, zulk een hoge naam voert Hij. Hij verzwijgt die naam niet. Hij weet wie Hij is en Zijn getuigenis is betrouwbaar.

Hij is gekomen. De volheid van de tijd is aangebroken, het Woord is vlees geworden, de Zoon van God werd Zoon des mensen. Hij verscheen in de gedaante van een mens. Dat is vernedering, en die vernedering gaat verder, naarmate Hij Zijn weg vervolgt. Hij wordt de minste der mensen in Zijn lijden en in Zijn dood. Hij is gekomen in de kribbe en aan het kruis. Hij handhaaft zichzelf niet, integendeel. Hij offert zichzelf. Hij neemt niet maar Hij geeft. Hij streeft niet naar eer, Hij sterft in oneer. Heeft dat ons niets te zeggen. Laat dat gevoelen in u zijn, dat in Christus Jezus was. En wanneer zij dit nog niet helder zien, vertroebeld als hun ogen zijn door de wensbeelden van eer en rang: Niet om gediend te worden kwam Hij, maar om te dienen.

Niet om gediend te worden. Dat dachten wij misschien, dat Hij zich door mensen liet bedienen, dat Hij zich als heer en meester gedroeg. Dat de discipelen ministers zouden zijn, dienaren van de kroon, van de Koning. Wij denken: Hoe zullen wij Hem dienen en waarmee. Wij menen, dat onze godsdienst ten minste dienst aan Hem betekent. Wat doen wij niet voor Hem, en wat zouden we niet willen doen. Te weinig, toegegeven, we zijn er niet tevreden over. Maar Hij kwam om gediend te worden. Hij noemt hen toch Zijn dienaren. Wel zeker, Hij wil door ons gediend worden, dat is ook zo. Maar dit gediend worden staat op de tweede plaats. Als het op de eerste plaats staat haalt Hij er een streep door. Voorlopig zijn wij daar nog niet aan toe. En gelukkig kwam Hij daar niet voor.

Hij kwam om te dienen. Om het slavenwerk te verrichten. Wanneer Hij komt, missen wij de aansluiting, als wij dat niet verstaan. Want wij leren Christus niet kennen als we Hem dienen, maar als wij van Hem gediend worden. Dat is Hij, ten voeten uit. Zo maak ik kennis met Hem. In deze weken staat Hij voor ons, buigt Hij Zich over ons en vraagt: Waarmee kan Ik u van dienst zijn. Wij kijken dan wat verwonderd; U mij van dienst zijn. Ik zou niet weten waarmee? Vergist u zich niet? Bedoelt u niet, waar ik U mee van dienst wil zijn. Nee zegt Hij, Ik vergis mij niet. Bent u niet van Hem gediend, dan zal dat niet aan Hem liggen. Hij is gekomen om te dienen. Nogmaals: Wat kan Hij voor u doen. Zo verkeert Hij onder ons als een die dient.

Hoe ver strekt dat dienen? Hij spreekt ineens over de betekenis van zijn aanstaande dood, die alles met die dienst te maken heeft: En zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Dat is de volstrekte dienst, daarin geeft Hij Zichzelf. Zijn ziel, dat is Zijn leven. Zijn ziel geven, dat is sterven. Wat is de zin van dit sterven? dat Hij Zichzelf geeft. Wat is het doel daarvan? Wij stellen vragen, aan Hem het antwoord: Tot een rantsoen. Tot een losgeld. Iemand zit in hechtenis. Hij is niet in staat zijn schuld te betalen. Hij wordt ontslagen, zodra iemand die schuld voor hem voldoet. Sterker nog. Iemand heeft zijn leven verbeurd, een ander biedt het zijne aan: nu is hij bevrijd van oordeel en dood.

Wie is die iemand? U bent het, ik ben het. Naar het strenge recht des Heeren, zijn wij des doods schuldig; in hechtenis genomen om terecht gesteld te worden. De wet stelt haar eis. Wie beantwoordt aan de eis van de wet. Maar de wet krijgt van Godswege haar eis toegewezen. Nu zit ik in zak en as. Mijn leven, hoe lang ik het ook rek en wat ik er ook van maak, is een veroordeeld leven. Het losgeld. Ik ben arm, ik steek in de schuld, waar haal ik een losgeld vandaan. Ik heb geen welgestelde verwanten. Mijn familie is sinds Adam tot de bedelstaf gebracht; in de familie zou ik niemand weten. De Zoon des mensen Hij werd onzer één, vlees van ons vlees. Hij kwam om zijn ziel te geven tot een ... Hij legt het losgeld op tafel, Hij offert het op het altaar. Hij heeft zichzelf Gode onstraffelijk opgeofferd. Het is Gods goedgunstige beschikking, dat Hij in Christus dood, oorzaak vindt om vele om eigen schuld veroordeelden, vrijuit te laten gaan.

Hier wordt de zonde als schuld gebrandmerkt. Hier wordt het recht Gods als onschendbaar verheerlijkt. Moet elke zondaar niet vertwijfelen, heeft hij iets anders voor ogen, dan oordeel en dood? Daar staat Christus pal voor ons, daar wil Hij in onze plaats voor de Vader staan om diens toorn te stillen. Het losgeld voor velen. De weinigen, die Hem nu omringen, zijn de eerstelingen van de velen, die Hem door de Vader gegeven zijn en die in Hem zullen geloven tot zaligheid.

Gedoogt uw hoogmoed niet, dit losgeld te laten gelden? Hij is gekomen! Och Heere bevrijdt mijn ziel. Ik zit in hechtenis, mij geschiedt geen onrecht, ik ben niet onschuldig. O nee. Wie is die gevangene? De Zoon des mensen is gekomen. Hij heeft de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen. Het losgeld. Zo wil Hij Zich door Woord en Geest bekend maken. Om te dienen, om te geven. Zo is Hij, Deze Zoon des mensen.

Dat trekt dan door ons leven heen. Hoe zal het onder ons zijn, broeders en zusters. Wij kennen deze Christus toch? Het werkwoord dat Hij ons leerde, waaraan wij leven en vrede te danken hebben, mogen wij nu vervoegen in heel ons leven. Dienen. En de Heilige Geest, die ons leert Hèm te dienen, leert ons eerst door Hem gediend te worden. Vervolgens worden wij de dienstwillige dienaar van allen. Want de Zoon des mensen, mijn Heiland en Heere, is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EN WAAROM NIET?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's